Voorzang DNPS 25:2,6 (HEER, leer mij uw waarheid kennen) Votum en groet DNPS 118:1,5,6 (De HEER is goed, Hem moet je eren) Gebed Tekst Prediker 5:1 (lees ik) Job 37:14-38:15 (schriftlezer) NLB 850: 1,2 (Geen taal bij machte u te meten) Jes 40:12-28 (schriftlezer) NLB 850: 4,5 Preek ELB 343:1-4 = GK 145 (Heer onze God, hoe heerlijk is uw naam) Als Geloofsbelijdenis: Opw 770, Ik zal er zijn (Sela) Gebed Collecte NLB Ps 139: 8, 10, 11 Zegen, met Danish Amen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Deze zondag, en over 2 weken, wil ik over het jaarthema preken.
Veelkleurig gemeente–zijn gaat over wat we zien.
Over alle kleuren die stralen, over alles wat mooi is.
Want God is zo groot, zo oneindig,
van al de facetten van zijn glorie, mag je iets in de ander weerspiegeld zien.
– Maar dat roept ook vragen op.
Want wat zien we dan? En kunnen we alles van God zien?
Want God is zo groot, zo oneindig, al de facetten van zijn glorie?,
daarvan kan ik toch maar een ietsje vatten…
Rood tot violet, de kleuren van regenboog kan een oog zien.
Maar infrarood en ultraviolet, van röntgen tot magnetron–stralen,
onze zintuigen kunnen dat niet waarnemen.
Niet alleen van God zien we niet alles, maar ook van elkaar niet.
Want hoe komt het toch, dat je soms je best doet,
maar je goede intenties niet uit de verf komen,
je prestaties bleek lijken, niet zo glanzend maar een beetje mat…

Zo kwam ik bij een bijzondere kleur. Nouja, het is niet echt een kleur.
Het gaat eigenlijk over wat onzichtbaar is.
Vanmiddag en de volgende keer, wil ik het hebben over wat verborgen is.
Niet dat ik weet wat verborgen is.
Daar zit een paradox; het raadsel waar de gelezen teksten over gaan.
Er zit zó’n oneindige grootheid in God.
Hij is zó anders, zó totaal van een andere categorie dan ik,
het kan gewoon niet kloppen dat ik Hem zou begrijpen.
Dat is wat Prediker bedoelt: “God is in de hemel, en jij bent op aarde.”


God is verborgen. Hoog in de hemel.
Het schept afstand hè? als ik dat zo zeg.
Verlang je niet juist naar de nabijheid? Ik wel.

En ik vind de betekenis van kerst daarom zo mooi,
omdat iets van dat verborgene dichtbij komt,
omdat het onzichtbare zichtbaar wordt.
God onthult zich, ’t is een openbaring hoe hij is.
Dat is wat we willen: Hem zien en kennen;
hem vasthouden, ervaren en begrijpen.
Toch zegt Jezus vlak na zijn opstanding tegen Maria:Joh 20:17
“Houd me niet vast, Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader.
Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader,
die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is”

Houd me niet vast. En Jezus ging weer naar de hemel.
Zijn leerlingen turen een tijdje na. Maar een wolk verbergt hem:
“God is in de hemel, en jij bent op aarde.”

Prediker noemt de woonplaatsen van God en mensen: hemel en aarde.
We hebben nog niet alles van onze planeet helemaal verkend,
we kennen niet elk dier of plantensoort wat hier leeft,
En hoog in de hemel; dat is helemaal anders.
Er is zoveel voor ons verborgen.
Prediker zet hemel en aarde tegen over elkaar:
als een elementair verschil tussen lucht en stof.
En in alles voel je de afstand. God ligt fysiek en mentaal buiten je bereik.
Soms is het zelfs zover verwijderd als het oosten is van het westen.
Hoog en ver weg, dat is niet de nabijheid die we zo verlangen.
“God is in de hemel, en jij bent op aarde.”
Het enige wat ze met elkaar gemeen hebben,
is dat beide door God zijn gemaakt.

Hij is de schepper: met afstand het grootst denkbare wat bestaat.
Als je dan nadenkt over hoe God alles heeft gemaakt,
dan valt ons idee van maat en afstand helemaal in het niet.
In Job zegt hij het zo: Job 38:14
“Als klei waarin een zegel wordt gedrukt, zo krijgt de aarde vorm.
haar oppervlakte wordt gedrapeerd als een kleed”

Het is ontzagwekkend hoe God zijn stempel drukt op de wereld.
Of die bekende woorden van Jesaja: Jes 40:12
“Wie heeft het water van alle oceanen in zijn handpalm?
Wie heeft de Alpen en de Rocky Mountains en wat niet al,
op zijn weegschaal gehad?”

Zoals je amandelen of walnoten op je zelfgebakken koekjes drukt,
plaatst God eilandjes hier en daar.
Zoals je deeg kneedt, stuwt hij bergketens op.
Als een snufje kaneel op de appeltaart, worden de sterren uitgestrooid
God gaat in wie hij is, compleet voorbij de grenzen van de kosmos,
oneindig veel oneindigheden groter.
Niet in onze standaard eenheden uit te drukken.
De grootheid van God, daar kun je je ongemakkelijk bij voelen.
Jesaja meet het uit, want hij wil dat je je klein voelt.
Bij Job gebeurt precies hetzelfde: Job 37:22b,23a
“huiveringwekkend is de luister waarin God zich hult.
De Ontzagwekkende, die we niet kunnen vatten, is groot (…)”

Beide doen dat ook in de vorm waarin ze spreken.
Al die vragen, (Wie mat het water?, was jij het?
En, waar was jij Job); vragen die denderen en doordreunen,
met de bedoeling dat je met de mond vol tanden staat.
Daar zit ook een kant aan die autoritair en vervelend overkomt,
en misschien heb je dat ook zo gevoeld toen we teksten lazen:
Het is alsof je op je plaats wordt gewezen: ken je plek!
Prediker zegt: “dus moet je spaarzaam met je woorden zijn”,
en dat klinkt als: hou je mond, geen ge–maar.
En dan voel je je snel een klein kind.

Volgens mij zijn er dan twee reacties mogelijk.
Of je kruipt gedwee in een hoekje, buigt je hoofd.
Of je komt in opstand tegen het gezag, en gaat er tegen in.


Laat ik met dat laatste beginnen: dat in opstand komen.
Want ik verwacht niet dat hier iemand is
die zo rebels is om tegen God te zeggen: ja hallo, dat gaat zo niet.
Puberen tegen God de Vader.
Maar het soort opstand wat ik bedoel is wat anders.
Het is niet tegen God zelf,
maar tegen het idee dat we God kunnen snappen.
Dat kunnen we niet. Mijn en jou kennis schiet te kort.
Ik geloof dat we het echt moeilijk vinden om dat te accepteren.
Want we houden van duidelijkheid, van de waarheid,
en we houden er al helemaal van om de waarheid aan je kant te hebben.
Het is fijn om te weten hoe het zit, geruststellend om God te begrijpen.

En dan zijn we ook nog eens zo mooi gemaakt, met een verstand,
om de wereld beneden te verkennen, te ontdekken,
en om woorden te vinden voor alles wat we boven zien.
En raak je ook niet onder de indruk als je leest
wat voor een vooruitgang de wetenschap maakt,
als weer nieuwe insectensoorten of kikkers of planten zijn ontdekt.
Of hoe mooi de nieuwste iPhone eruit ziet?
Techniek die je niet voor mogelijk hield.
Je wordt er optimistisch van wat we kunnen,
met onze knappe koppen, wat we kunnen bereiken.
Ontdekken wat bedekt, verborgen, was.
God heeft de mensen bijna goddelijk geschapen.
Hij heeft zelfs over de mensen gezegd: Gen 11:6
“Alles wat ze verder nog van plan zijn, ligt nu binnen hun bereik”

God zei dat zo rond de toren van Babel.
Weer zo’n moment dat je je op je plek gezet voelt.
Proberend om hoog te klimmen, grijpt God in.
Dan spreekt Hij van boven, en woorden worden verward.
En we komen niet hoger.
Ons spreken van beneden komt niet verder dan een on–affe toren,
ons beste denkwerk is een ruïne.

Maar accepteer je dat? Of voel je hier ongemak bij, weerstand.
In onze protestantse traditie zit iets optimistisch,
over wat we kunnen kennen van God.
En we pluizen prachtige theologische bouwwerken na.
En we zijn zo zeker van onze waarheid, die zo super belangrijk is,
maar daardoor is er geen stroming in het christendom
zo vaak gescheurd en verbrokkeld als onze protestantse tak.
We weten het zó goed, dat we ons denkwerk verwarren met Gods waarheid.
We dachten het vroeger allemaal zo goed te weten, en nu?
De veelkleurigheid aan ideeën en meningen,
twee denklijnen in de bijbel, het maakt ons onzeker.
Het verwart, als een oude vertrouwde exegese niet meer lijkt te kloppen.
En dan stel je een diep gevoelde vraag, in al die veranderingen:
hebben we het dan vroeger verkeerd gedacht?

– Ik vind dat een nodige, en eerlijke en mooie vraag,
en ik vind het voor ons als kerk vandaag ook heel belangrijk,
om verbonden te zijn met alle plaatsen,
maar ook met de kerk van alle tijden.
Maar soms verraadt de vraag, dat we het belangrijk vinden wat we denken,
met de juiste meningen, en dat alles klopt.
Alsof God in ons kleine koppie zou passen…

Maar God is in de hemel!
Er is zoveel verborgen. Ik ken hem niet,
en als ik hem zou kennen, zou ik niet durven spreken van ontzag.
En natuurlijk kennen we hem wel,
en ben ik als een kind zo blij, dat hij zichzelf onthult, openbaart.
Maar dat betekent nooit dat ik hem op zak heb.
– Als je iets voor school goed heb geleerd,
dan beheers je de materie, dan ben je vertrouwd met de stof.
Maar ben je vertrouwd met God,
dan weet je zeker dat hij groter is dan je denkt,
dan beheers je hem niet, maar laat je hem heersen,
ook als het jou niet past.
Want wat ik weet van God, en wat ik ervaar van God,
is niet alles wat er van God te weten en ervaren is.
Ik weet dus niet alles. Ik zal nooit het overzicht over God hebben.

Aanvaard je God, ook als al je zekerheden onder je wegvallen?
Als je geloofszekerheden bevraagd worden, valt je geloof dan om?
Maar misschien heb je dan niet in God geloof, maar in je eigen idee van God.
En als je God een periode niet meer ervaart, raak je dan in paniek?
Maar misschien geloof je dan meer in je eigen gevoel, dan in Hem.
Aanvaard je God, met alleen maar geloof.
Blind geloof, omdat we zoveel niet zien.
“Het geloof is de zekerheid van wat je hoopt,
het bewijs van wat je niet ziet.”
Hebr. 11:1

Tot zover over de reactie van opstand.
Een vorm van hoogmoed, die het gevoel geeft van zekerheid en controle.
Maar soms is het gewoon ongeloof.


Maar is die andere reactie dan wel goed?
Gedwee noemde ik dat…
Het lijkt ook op wat Prediker zegt. Hij beschrijft dat grote verschil:
“Want God is in de hemel en jij bent op aarde”
En dan is dit zijn conclusie: “dus moet je spaarzaam met je woorden zijn.”
Ook bij Job gebeurt zo iets.
Is hij haast zo brutaal geweest om te zeggen:
ik was niet fout, daarom roep ik God ter verantwoording; –
maar dan komt hij God tegen, en dan zegt hij: Job 40:4–5
“Ik ben onaanzienlijk. Wat zal ik u antwoorden?
Ik leg mijn hand op mijn mond.
Ik heb eenmaal gesproken en zeg niets meer,
tweemaal – en doe er het zwijgen toe.”

En best bijzonder, je zou denken dat God na zulke woorden,
van inkeer een inzicht gas terug neemt.
God heeft Job waar hij hem hebben wil, zou je denken.
Maar in zijn ondoorgrondelijke wijsheid,
gaat God er nog een keer vol overheen.
Hoofdstuk 40 en 41 is dat, dat hebben we niet gelezen.
En weer zegt Job: Job 42:2–6
“Ik weet dat niets buiten uw macht ligt en geen enkel plan voor u onuitvoerbaar is.
Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, uw besluit wilde toedekken?
Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip,
over wonderen, te groot voor mij om te bevatten.
“Luister,” zei ik, “dan zal ik spreken,
ik zal u ondervragen, zeg mij wat u weet.”
Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd.
Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij,
zoals ik hier zit in het stof en het vuil.”

Is dit de nederige reactie waar het God om is te doen?

Je kan helemaal stil vallen hè?
“God is in de hemel, en wij hier op aarde.”
– Maar wat ik mooi vind aan het verhaal van Job,
is dat het helemaal niet Gods doel is om Job het zwijgen op te leggen.
Hierna zegt God, dat hij vooral woedend is op z’n vrienden.
Boos, om hun grote woorden, dicht–getikte theologische systemen,
waarmee ze eerst God maar ook Job onrecht hebben gedaan.
Ze hebben niet juist over Gods gesproken, “zoals mijn dienaar Job” Job 42:8
Job heeft dus wel, goed gesproken.
Het is niet de bedoeling dat we stil vallen,
maar als we wat zeggen, laat het dan spaarzaam zijn, noemt Prediker het.
Bescheiden, verwonderd.

Dat zie je ook terug in Jesaja.
De grootheid van schepping maakt je niet stil.
Er klinkt ontzag en bewondering door in Jesaja’s woorden:
En dat zijn woorden die gezegd moeten worden, door ons,
geen stilte, maar beleden: Jes 40:25,26,28
“Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige,
aan wie ben ik gelijk te stellen?
Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen?
Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken, hij roept ze bij hun naam, een voor een;
door zijn kracht en onmetelijke grootheid ontbreekt er niet één. (…)
Een eeuwige God is de HEER, schepper van de einden der aarde.
Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput,
zijn wijsheid is niet te doorgronden.”

Ontzag en bewondering hoor je hier. De bedoeling is niet een autoritair:
je moet je plek kennen, en stil zijn.
Maar juist: Je moet God kennen,
en dan zul je stil worden van ontzag, maar niet stil kunnen blijven.


“Wees niet te haastig met je woorden
en doe God niet overijld met heel je hart geloften.
Want God is in de hemel en jij bent op aarde,
dus moet je spaarzaam met je woorden zijn.”
Dat zei Prediker.

God is zo groot. Veel is een mysterie, een deel is verborgen.
Het is alsof Prediker zegt: als je je hart geeft, weet dan wat je doet,
weet met wie je te maken hebt, als je iets zegt.
Je kunt er zo voorzichtig van worden,
dat je niets meer durft te zeggen of te geloven.
Maar spaarzaam zijn, betekent niet stil zijn.
We hoeven niet het verborgene te kennen
om te weten wat we moeten zeggen.
Weten dat God groter is dan we onder woorden kunnen brengen,
is al alle eer die hij verdient.

De woorden van Job en Jesaja zijn bedoeld om ons respect voor God
te laten groeien, om hem te vereren, te bewonderen.
Als het Paulus een keer tijdens het schrijven hem boven de pet gaat,
gebruikt hij een citaat uit Jesaja 40, wat we hebben gelezen,
om zijn bewondering en aanbidding voor God te uiten.
Daar wil ik mee afsluiten, het einde van Romeinen 11: Rom. 11:33–36

“Hoe onuitputtelijk zijn Gods rijkdom, wijsheid en kennis,
hoe ondoorgrondelijk zijn oordelen en hoe onbegrijpelijk zijn wegen.
‘Wie kent de gedachten van de Heer, wie was ooit zijn raadsman?
Wie heeft hem iets gegeven dat door hem moest worden terugbetaald?’
Alles is uit hem ontstaan, alles is door hem geschapen, alles heeft in hem zijn doel.
Hem komt de eer toe tot in eeuwigheid. Amen.”


online delen:

tag anders grootheid schepping verborgen Jaarthema Veelkleurigheid

Deze preek maakt deel uit van een serie: Verborgen
Een serie binnen het jaarthema veelkleurigheid, over wat verborgen en onzichtbaar is. De grootheid van God zorgt er voor dat we hem niet helemaal kunnen kennen (1), en tegelijk zijn we geborgen, en in afwachting van wat God aan ons gedaan heeft (2)

  1. Pred. 5:1 - Verborgen (1 van 2) (huidige pagina)
  2. Rom. 8:19 - Geborgen (2 van 2)

Meer preken uit Prediker