LB 511:1-4 (=LvK 398 Door goede machten trouw en stil omgeven) Stilte, gesproken Votum en Groet LB 511:5-7 Gebed Als wet: Lev 19:1-4; 9-18 (lees ik) LLPs 1:1 (levensliederen) L: Luk 3:1-9 (lezing door lector) LLPs 1:2 en 3 L: Luk 3:10-22 (lector) Kinderen naar verteldienst Preek over Lev 19:17-18 LB 686 (De Geest des Heren heeft) Gebed Collecte Kinderen terug, kinderlied: ELB 425 (Dit is de dag) LB 119a:1-4 (Uw woord omvat mijn leven) Zegen en Danish amen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Heb je naaste lief.
Het is een van de twee kernen van de Wet zoals Jezus ons dat zal leren.
Heb je naaste lief als jezelf.
Dit gebod van God, vinden we denk ik wel logisch.
Want we houden wel van de liefde.
En dit verhaal vinden mensen meestal wel OK.
“Wees niet haatdragend.” Nee, tuurlijk niet.

Anders voelt het, als je luistert naar het soort donderpreken
dat Johannes hield, dat soort vermaningen,
of een oud verschijnsel als tuchtbezoeken;
dat lijkt daar niet mee te matchen. Voelen we ongemak?
“Wie heeft je wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?”
Johannes hakt er in. Met de bijl die al bij de wortel ligt.
“Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn (…)
iedere boom die geen goede vruchten draagt,
wordt omgehakt en in het vuur geworpen.”

Oef, is dat nou liefdevol? gelukkig nieuwjaar zo…

En laten we eerlijk zijn en zeggen dat er genoeg is misgegaan op dit punt.
Het bijltje waarmee gehakt werd, was vooral de botte bijl.
De boom van Gods volk raakte versplintert.
En dat doet zo zeer, dat we het liefst
de tijd van scherpslijperij achter ons laten.
Grote en felle woorden: dat bijltje gooien we liever neer.
Berispen en vermanen, daar doen we niet aan.
Past niet meer bij ons, of bij onze tijd. Nee, dan liever de liefde.

Toch is dit, hoe God de weg voor Jezus klaar maakt;
hoe Jezus’ campagne gelanceerd wordt.
In een recht spoor, zonder hobbels of omwegen,
of bergen bezwaren in de weg zitten: maar rechttoe–rechtaan.
Dat is die profetie van Jesaja: een luide stem in de woestijn,
die zegt dat we de weg op orde moeten maken.

Daarom starten we het nieuwe jaar door samen te kijken,
naar het begin van Jezus’ bediening,
de manier van Johannes’ preken,
en hoe dat vermanen ook alles met liefde te maken heeft.
Ook om met elkaar een nieuwe start te maken.


Johannes hakt er in. Met de bijl die bij de wortel ligt.
Hij spaart zijn volksgenoten niet.
Je kan de heftigheid voelen, als je je door Johannes laat aanspreken:
“Wie heeft je wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?”
Ja, dat geldt net zo goed voor ons als voor hen.
Maken wij onszelf niet wijs, dat we voorbij het oordeel zijn?
Natuurlijk heeft Jezus mijn straf al gedragen,
maar dat is voor mij dan mooi makkelijk hè?
Dan hoef ik niets meer te doen.
Weet je zeker dat je in Jezus bent, en is dat dan ook te zien?
Vertrouwen we zo op Gods verbond, of op de doop,
dat het wel automatisch goed zit?

Want dat is dus precies hetzelfde als die mensen daar,
die naar Johannes toekwamen.
Het waren kinderen van Abraham, uitverkoren volk van God,
dus wat kan er mis gaan?
Zo stonden ze daar bij het doopwater.
Dat was dan wel een andere doop dan zoals wij de nu de doop kennen,
maar het symbool is hetzelfde: van afwassing van zonden,
opstaan in een nieuw leven.

En precies daar legt Johannes de vinger bij de zere plek,
de bijl op het hakblok, want klopt dat wel?
Laat je leven zien dat je nieuw bent, heilig?
Klopt wat je gelooft, met wat er bij je te zien is?
“Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn.”
Ben ik, ben jij als gedoopte, iemand bij wie dat nieuwe leven is te zien?
Laten we dat als gemeente zien, in hoe we met elkaar omgaan?
Hebben we elkaar voldoende lief, om elkaar te vermanen,
om te luisteren naar elkaars pijn,
om vergeving te vragen, en vergeving te geven.
Of doen we wat eigenlijk alle mensen doen:
namelijk je proberen te wreken, of juist wrok te koesteren.

We leven in verbondenheid met God, en hij plaatst ons in verbanden.
Dat is wat een verbond is. En daarbij geloven we zoveel in God,
dat we denken dat het hier wel goed zit.
Zo dachten Joden toen ook. Ik ben een kind van Abraham.
Wat kan er mis gaan? Ik ben Gods zoon, Hij heeft me lief.
Maar Johannes maakt daar een woordgrapje van:
Zonen van Abraham? Misschien heeft God wel liever stenen.
In het Hebreeuws scheelt dat maar één letter, klinkt bijna hetzelfde.
En God kan ook echt wat uit stenen maken.
Zo heeft hij ook al geprofeteerd: Eze.36:26v = Eze.11:19v
“Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven,
ik zal je versteende hart uit je lichaam halen
en je er een levend hart voor in de plaats geven.
Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen
dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen.”

Dat is dus het gevolg, Gods bedoeling: Dat we leven zoals hij het wil.
En dat is precies waarom Johannes die oproep doet.
Maak je levenswandel op orde, ruim alle hobbels op,
Ga niet van het padje af. Woorden als inkeer, bekering, terugkeer,
zoeken allemaal naar die rechte weg.
Want “De wegen die ik zelf bedacht zijn doelloos doodgelopen.” (LBps. 119a)
Daarom zegt hij: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”

Johannes doet dat op een stevige manier.
Is dat je naaste liefhebben als jezelf?
We hebben uit Leviticus die wet gelezen: een van de twee grondslagen
onder Gods totale onderwijs, zoals Jezus ons leert.
Daar staat: “Wees niet haatdragend. Lev. 19:17–18
Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording
en laad niet omwille van een ander schuld op je
door je te wreken of wrok te blijven koesteren.
Heb je naaste lief als jezelf. Ik ben de HEER.”

Dat laatste, heb je naaste lief als jezelf, dat stuk kennen we het beste.
Het begin van dit stukje is eigenlijk het hetzelfde:
Elkaar liefhebben is dus niet elkaar haten.
Haat je broeder niet, in je hart, zoiets staat er. “Wees niet haatdragend.”
Maar daar tussenin wordt uitgewerkt hoe we dat liefhebben
moeten vormgeven, hoe het er uit ziet, om niet haatdragend te zijn.
“Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording
en laad niet omwille van een ander schuld op je
door je te wreken of wrok te blijven koesteren.”

Denk daar eens even over na.
Liefhebben betekent niet dat alles van een ander OK is
Liefhebben is niet alles maar laten gaan.
Soms doet een ander je wat aan. Soms heb je een ander wat te verwijten.
En dan moet er eerst iets uitgepraat worden.
Moeten we ergens op terugkomen, omdat we hopeloos verdwaald waren.
“Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden”
Want de wegen die ik zelf bedacht zijn doelloos doodgelopen.

Wat staat hier dus? Niet dat de ander perfect is,
en dat we hem daarom moeten liefhebben,
maar juist de erkenning dat de ander niet perfect is,
en dat we daarom niet moeten haten.
“Heb je wat te verwijten, roep hem dan ter verantwoording.”


Precies dat doet Johannes, aan het water.
Hé hallo! Klopt dat wel? Je noemt je kind van Abraham,
maar je lijkt uit een slangenei gekropen.
En dan vragen ze: “wat moeten we doen?”
En dan komt Johannes met nog een stapel vermaningen
Heb je genoeg kleren in je kast? Deel dat dan.
In je belasting? Maak geen misbruik van je macht,
en vraag dan niet teveel.
Verleen je diensten, vraag dan een eerlijke prijs.
Soldaten, pers niet af, laat je niet omkopen, wees tevreden met je loon.
Precies zoals ook in de wet van Mozes stond: Lev.19:13
“Beroof niemand en pers een ander niet af.
Betaal een dagloner zijn loon nog op dezelfde dag uit.”

Als je krijgt wat je waard bent,
heb je ook geen reden om ontevreden te zijn met je soldij.

Tollenaars, soldaten, al de mensen die komen,
ze laten zich de les lezen, ze nemen de vermaning ter harte!
Ze denken zelfs dat Johannes de Messias is.
Hij is gul in zijn vermaningen.
Ook Herodes, bestuurder van Galilea, kreeg er van langs.
Hij was verliefd geworden op Herodias.
Ze was zijn nicht, die getrouwd was met zijn halfbroer: Filippus.
Johannes had geen blad voor zijn mond:
hij had Herodes hierom terechtgewezen.
Precies hetzelfde woord als het vermanen uit Leviticus.
Herodes, ook al was hij geen broeder,
toch had Johannes hem wat te verwijten.
Want wat hij deed mocht niet van de wet van Mozes.
Johannes trekt hij niemand voor,
iedereen krijgt van hem de gelijke behandeling,
weer precies zoals in de wet staat: Lev.19:15
“Wees niet partijdig wanneer je rechtspreekt.
Trek onaanzienlijken niet voor
en zie machthebbers niet naar de ogen.
Spreek rechtvaardig recht over je naasten.”


Als Leviticus het heeft over vermanen, ter verantwoording roepen,
staat dat tussen de twee opmerkingen om niet haatdragend te zijn,
en om je naaste lief te hebben.
En ik heb nu een paar keer de vraag gesteld of dat liefdevol is.
Vermanen is moeilijk.
We zijn gelukkig niet de enigen die dat vinden.
Er zijn Rabbi’s geweest die Leviticus uitleggen,
waarin ze aangeven hoe lastig het eigenlijk is om goed te berispen.
Ze praten daarover met elkaar:
De eerste Rabbi zegt:
“Ik zweer dat er niemand in deze generatie is, die in staat is om te vermanen.
Want degene die hij ter verantwoording roept,
zal op zijn beurt hem vermanen om iets wat erger is.”

Een ander zegt: “Ik zweer dat er niemand in deze generatie is,
die in staat is om een vermaning aan te nemen.”

Een derde rabbi zegt: “Ik zweer dat er niemand in deze generatie is,
die weet hoe hij een vermaning moet verwoorden.”

Waarop een vierde een verhaal vertelt hoe de derde,
toch zeker een paar keer een paar stevige berispingen kreeg.
En die ook aannam; ja, degene die hem vermaande, zelfs liefhad:
Want er staat in Spreuken: Spr. 9:8v
“Wijs een spotter niet terecht, hij zou je haten, berisp een wijze, en hij mag je graag.
Een wijze wordt nog wijzer als je hem berispt,
een rechtvaardige vergroot zijn inzicht door wat je hem leert.”

Zo, vier rabbijnen, die met elkaar praten,
over hoe moeilijk het is om elkaar tot verantwoording te roepen.
De eerste drie lijken vooral te zeggen hoe lastig het is.
Tot dat de vierde komt, en een voorbeeld geeft.
En dan ga je nadenken:
De eerste die zegt dat we elkaar niet ter verantwoording roepen,
omdat de ander jou net zo goed wat te leren heeft;
Poeh! dat is eigenlijk best een serieuze berisping.
Er is dus niemand, die onschuldig is, die zonder zonde is,
die de eerste steen zou mogen gooien.
Of dan de tweede:
Er is niemand die weet hoe hij een vermaning zou moeten aannemen.
Hoe vaak zijn we niet te trots om te luisteren,
dat een ander wat op je aan te merken mag hebben.
Er is niemand die het aan wil nemen: dat is een serieuze berisping!

Ook al houdt dit rabbijnse gesprekje, ons een serieuze spiegel voor,
het laat ook zien dat je op een wijze en milde manier kunt vermanen.
We zijn zo snel bang, ik in elk geval, dat het haatdragend wordt.
Terwijl Leviticus zegt dat dat dus juist niet moet:
“Wees niet haatdragend. Lev. 19:17–18
Als je iemand iets te verwijten hebt, roep hem dan ter verantwoording”

Om te voorkomen dat het uit de hoogte gebeurt,
geeft de wet er een invulling eraan:
“laad niet omwille van een ander schuld op je
door je te wreken of wrok te blijven koesteren”
.

Op twee manieren kan het ter verantwoording–roepen mis gaan.
Door je te wreken, en door wrok te koesteren.
Wat is je wreken? Stel, je iets wil lenen, en dat mag niet.
De volgende dag wil hij iets van jou lenen,
maar omdat jij het gisteren niet mocht,
daarom mag die ander het nu ook niet van jou lenen.
Dat is wreken. Een ander terugdoen, wat jou is aangedaan.
En wat is wrok koesteren? Zelfde voorbeeld:
Als je iets wil lenen, en dat mag niet.
En de volgende dag wil die ander iets van jou lenen,
en dan zeg je, dat het wel mag:
Want ik ben niet zoals jij, die niet van jou lenen mocht.
Dat is wrok koesteren. Dan heb je de haat in je hart bewaard;
Maar de wet zegt nu juist: wees niet haatdragend.
Draag die haat niet mee. Hou niet vast aan de fouten van anderen.

Wat er gebeurt, is dat het foute wat jou is aangedaan,
dat je niet hetzelfde moet terugdoen,
maar ook niet het goede doen ómdat de ander fout was.
Prima als je goed doet, graag zelfs!
Maar dat heeft niets te maken met die ander.
Eigenlijk vergeet je gewoon wat de ander heeft gedaan.
Voor jou actie terug, is het even niet relevant, want jou is aangedaan.

Dit is eigenlijk wat vergeven is.
Wat je tegen een ander zegt, wat je terugdoet,
hoe je omgaat met collega’s die je kleineren,
hoe je reageert op wat jou is aangedaan;
als er iets van zegt en je vermanen moet,
doe dat op zo’n manier dat je er niet wraak mee neemt,
en ook niet je wrok koestert.
Voor het vermanen is er al een vorm van vergeven.


Dit plaatst het doopwater van Johannes in een nieuw licht.
Want dat water is ook echt een plek van vergeving,
een nieuwe start maken, en afspoelen, achter je laten wat niet OK was.
Johannes hakte niet met de botte bijl,
omdat hij soldaten en tollenaars haatte.
Hij droeg zijn haat juist niet bij zich.
Hij vertoonde vruchten van liefde,
die passen bij het nieuwe leven dat hij preekte.

Hoe kunnen ook wij leren, om vruchten te dragen?
Hoe kunnen leren om haat niet langer bij ons te dragen,
om te vergeven, om het langs je heen te laten gaan,
om het los te laten?
Hoe kunnen we ons bekeren?

Volgens mij worden we daarin het meest geholpen
door in dit verhaal te kijken naar Jezus.
Hij ondergaat de donderpreek van Johannes.
Hij laat zich overspoelen door de berisping en vermaningen,
terwijl ze helemaal niet op hem van toepassing waren.
Hij laat het water over zich komen,
om zich rein te maken van zonden die hij nooit beging.

Heel het volk liet zich dopen, en ook Jezus.
Het volk gaat het water in, om hun viezigheid achter zich te laten.
Maar de Zoon van God, gaat er brandschoon in.
Hij komt er onrein uit. Daar laad hij de schuld op zich.
Omwille van de ander, omwille van mij.
Juist omdat hij niet–haatdragend is,
kan hij mijn haat dragen, dat wat ik moeilijk om te vergeven vind.
Mijn gebrek aan liefde neemt hij op zich.
Hij draagt wat ik een ander te verwijten heb,
hij duikt het op in het water van de Jordaan,
als het hele volk het van zich afgespoeld heeft.

En dan ligt voor hem de bijl aan de wortel.
Hij, de uitbottende tak uit de stam van Isaï, in de bloei van zijn leven,
Hij wordt afgekapt, om aan een paal te hangen.
Uit het goede hout gesneden om voor mij voor de bijl te gaan.
De weg wordt voor hem geplaveid; Gods weg met hem is om onder te gaan.

We letten zo op Jezus, niet omdat het makkelijk is.
Zodat ik makkelijk goedkoop wegkom.
Die profetie van Jesaja lijkt zo alsof wij de weg moeten klaar maken.
“Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.”
Maar ik hoop ook dat je ziet hoe God hierin aan het werk is.
“Iedere kloof zal worden gedicht”.
Dat doe ik niet zelf, maar zal voor mij worden gedaan.
“elke berg en heuvel zal worden geslecht;
kromme wegen worden recht gemaakt, en hobbelige wegen geëffend;
en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt.”

Maar dan kan ik ook de vermaning aannemen, als die van God komt.
Omdat hij vol liefde klaarstaat met vergeving,
omdat hij degene is die mij redt.
Die van stenen harten weer warme harten maakt.
Ons vult met zijn Geest, en me met liefde laat doen wat hij wil.


Dit jaar hopen we als gemeentes samen te gaan.
Halen we een hobbel uit de weg van de Heer, dichten we een kloof.
Ja ik geloof echt dat dit een vrucht is,
die past bij het nieuwe leven.
Als er nog nog rommel ligt die we moeten opruimen,
laten we dat dan zeggen.
Ik wens voor het nieuwe jaar dat we genoeg van elkaar houden
om elkaar liefdevol te vermanen.

Maar dan zullen we ook merken, dat het komt
omdat de hemel is open gegaan, en dat de Geest is neergedaald:
Kracht van de allerhoogste
zoals ook op Maria, en op Simon en Hanna, en op Jezus,
En dan zullen we merken dan ook wij,
geliefde kinderen zijn van God: “In jou vind ik vreugde.”

Amen


online delen:

tag vermanen vergeven Johannes (Doper) liefdegebod loslaten doop water

Meer preken uit Leviticus