Votum (gezongen) en Groet GKPS 139:1,2 (Heer, u doorgrond mij van omhoog) Wet (o.m. Mt 11:28-30) GK 23 (Uw woord is een lamp voor mijn voet, gr.3-5) Gebed NLB 280:1,2,3,5 (De vreugde voert ons naar dit huis) Kinderen naar KBC L: Jer.6: 9-21 GKPS 139: 9,11 L: 1Th5:1-11 PsLL 25:2,4,8 (Doe mij Heer uw wegen kennen) Preek over Jer 6:16 Amenlied: Maak ons hart onrustig, God (Hemelhoog 282, Schrijvers voor Gerechtigheid) Gebed Collecte NLB 119a=GK 22:2,4 (Op u laat ik mij voorstaan) Zegen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Via Appia Op de verlaten weg wordt ik overvallen door een gevoel van rust.(foto)
Dat mag ook, het is vakantie, een jaar of 10 geleden.
Prachtige natuur, ondergaande zon. Schitterende bomen.
Ik kijk naar de oude weg.
Die ligt er al zeker 2000 jaar.
Die stenen hebben hebben veel meegemaakt.
Veel wielen, veel hoeven, veel voeten verdragen.
Ze hebben de tweede wereldoorlog doorstaan, en ook de eerste.
De stenen lagen er, alle Middeleeuwen, en ook in de begintijd van de Kerk.
Nog verder terug, de Romeinen hebben deze weg aangelegd.
Karrenvrachten graan hebben de meeste indruk achter gelaten.
Vanuit de haven, waar de schepen uit Egypte aankwamen,
heeft deze oude weg, de stad Rome gevoed.

We lopen over de Via Appia.
Naast een gevoel van rust, overvalt me ook de gedachte,
dat Paulus hier gelopen heeft;
hier, precies over déze weg, ging Paulus naar de keizer.
Gevangen, om te getuigen.
En ook Petrus, zo zegt de traditie, liep hier.
Bekeerde zich, en liep terug de stad in, zijn lijden tegemoet.
En even voel ik: ik leef in dezelfde wereld als de bijbel.
Hier is het echt gebeurt.
Het is niet maar een verhaal, zoals in spannende jongensboeken,
of Romeinen als figuren om om te lachen, zoals in een Astrix en Obelix.
Maar het is echt gebeurt.
Deze stenen hebben veel meegemaakt.
De tijd ging verder, maar deze stenen lagen er, als constante factor.
Het is zo echt als als deze stenen er liggen.


Jeremia geeft woorden van de Heer door. Jer 6:16
Hij zegt dat we op de weg moeten gaan staan.
Kijken, denken, zoeken.
“Ga staan op de wegen, en kijk, (Jer 6:16 HSV)
vraag naar de aloude paden,
waar toch de goede weg is, en bewandel die.”

Echt een oproep:
“Sta op de kruispunten, denk na, kijk naar de oude wegen. (NBV)
Sla die in en vind rust voor je ziel.”

Hoe loopt jouw route naar rust?
Waar kom jij op adem, vind je vrede?
Is dat een idyllisch Italiaans vergezicht,
het vooruitzicht van vakantie.
De zekerheid dat je goed werk hebt,
en kunt voorzien in wat je nodig hebt?
Het gevoel dat je juist zit,
controle, of op zijn minst overzicht, over je leven.
En dat geldt bijvoorbeeld ook hier in de kerk.
Rust dat je goed zit, met wat je gelooft, hoe we God dienen?
Sta even stil, en denk na.


Jeremia spreekt in een tijd,
dat mensen denken dat het wel best is.
En om die opmerking over rust te begrijpen
moet ik een stukje geschiedenis uitleggen.
Op het moment dat Jeremia dit zegt Tijdlijn 1 Josia
zit een zekere koning Josia op de troon van David.
Josia was een goede koning.
Maar wel in een slechte en rumoerige tijd.
Josia’s vader en voorganger, Tijdlijn 2 Amon
is door een staatsgreep om het leven gekomen.
Amon is maar 2 jaar koning geweest. (2Kon 21:21–23)
En “hij volgde in alles het voorbeeld van zijn vader,
diende dezelfde afgoden als hij en knielde voor hen neer.
Hij keerde zich af van de HEER, de God van zijn voorouders,
en gehoorzaamde hem niet…”

Het gaat hier over de Opa van Josia, vader van Amon,
dat is koning Manasse, ook geen beste dus. Tijdlijn 3 Manasse
Profeten zeggen daarover: (2Kon 21:11,12,16)
“‘Koning Manasse van Juda heeft zich ingelaten met verfoeilijke praktijken,
erger nog dan die van de Amorieten die hier vroeger woonden,
en hij heeft daarbij ook de Judeeërs met zijn afgoden tot zonde aangezet.
Daarom – zegt de HEER, de God van Israël:
Ik zal over Jeruzalem en Juda onheil brengen waarvan ieder zo zal ophoren
dat zijn beide oren tuiten. … (en:)
Behalve dat Manasse zondigde door de Judeeërs tot zonde aan te zetten,
zodat ze deden wat slecht is in de ogen van de HEER,
vergoot hij ook onschuldig bloed, zo veel dat Jeruzalem ervan overvloeide.”

Het is tragisch dat de koningen zo wegzakten,
de nakomelingen van David.
Zo had Manasse het niet geleerd van zijn vader:
Hizkia, was een goede koning, Tijdlijn 4 Hizkia
die in de spannende tijd dat legers voor de deur stonden,
geloofde in God, en Jeruzalem werd bewaard.
Het broedervolk, Israël, en de stad Samaria, viel in die tijd.
En de dreiging kwam ook dicht bij Jeruzalem.
Maar onder Hizkia werd Jeruzalem en de tempel gered.
Toch zie je daarom geen dankbaarheid, of toewijding om, bij Manasse.
En dan zeggen de profeten al, dat wat God met Samaria deed,
dat God dezelfde maatstaven zal hanteren voor Jeruzalem: 2Kon 21:13
“Ik zal over Jeruzalem het meetlint van Samaria leggen
en het schietlood van het koningshuis van Achab.
Ik zal Jeruzalem schoonvegen zoals je een gebruikte schaal schoonveegt
en daarna ondersteboven wegzet.”

Dit is de dreiging.
Het lot wat het volk in de tijd van Josia boven het hoofd hangt.
En 23 jaar na Josia, zal ook Jeruzalem zijn gevallen,
de tempel verwoest.

Zo ver is het nu nog niet. zwart
Josia maakt schoon schip, ruimt afgoden op.
Met twee koningen voor hem die God verwaarloosde, is het niet gek,
dat de tempel wat achterstallig onderhoud heeft.
Josia gaf opdracht voor hoognodige onderhoudswerkzaamheden.
Moet je lezen: 2Kron 34:8
“In het achttiende jaar van zijn regering, die in het teken stond van de reiniging van het land en de tempel, gaf Josia (…) de opdracht om de tempel van de HEER, zijn God, te herstellen. ”
En dan geeft hij de opdracht aan een hogepriester, Chilkia:
Ga zilver uit de tempel halen, en geef dat aan werklui,
om de bouwvallige gedeelten te herstellen.
En dan komt de hogepriester terug: 2Kron34:14–21
“Bij het te voorschijn halen van het zilver dat aan de tempel was afgedragen,
vond de priester Chilkia een boekrol met de tekst
van de wet van de HEER die door Mozes was overgeleverd.”

Moet je je voorstellen hè? Een rommelig hok,
priester op zoek naar geld, en dan vind hij een boekrol.
He! wat is dat?
“Chilkia zei tegen hofschrijver Safan: ‘Ik heb hier in de tempel van de HEER
een boekrol gevonden met de tekst van de wet.’”

He?! Waren ze die kwijt dan?! Dat is de situatie.
De tempel is zo vervallen, dat ze de bijbel zijn kwijtgeraakt! klik
“Safan nam het boek in ontvangst en bracht het naar de koning.
Eerst bracht hij de koning verslag uit:
‘Alles wat u uw dienaren hebt opgedragen, is gebeurd.
Het zilver dat in de tempel van de HEER bewaard wordt, is te voorschijn gehaald
en aan de bouwmeesters en de werklieden overhandigd.’
Vervolgens vertelde hij dat de priester Chilkia hem een boekrol had gegeven,
en hij begon de koning eruit voor te lezen.
Bij het horen van de tekst van de wet scheurde de koning zijn kleren. klik
En dan beveelt de koning: ‘Ga ter wille van mij en ter wille van het volk
dat in Israël en Juda is overgebleven de HEER raadplegen
over de inhoud van de boekrol die we gevonden hebben,
want het kan niet anders of de HEER zal zijn hevige woede over ons uitstorten
omdat onze voorouders zich niet hebben gehouden aan de woorden van de HEER
en niet hebben nageleefd wat in dit boek geschreven staat.’”

En God geeft dan antwoord, via een profetes.
God heeft gezien hoe Josia zich verootmoedigd,
zijn hart openstelt voor de gevonden woorden.
Daarom zal Koning Josia het onheil niet zien, maar in vrede sterven.


Dit was een hele lange aanloop, zwart
maar dit is de situatie waar Jeremia in schrijft:
De wet is weer terug gevonden. De tempel is hersteld.
Josia probeert het goed te doen: zoekt zijn weg in het God–gegeven woord.
Ze maken er echt werk van: brandoffers en vredeoffers,
ze halen fijne wierook uit Seba,
en ander mooie waren, voor de dienst aan God.
De koning vernedert zich voor God, van zijn schuld bewust.
Een echt goede koning.
Je zou zeggen dat onder Josia, de fouten, de open wond, aan het genezen is.

Maar wat zegt Jeremia? Jer 6:20
“Wat heb ik aan wierook, uit Seba gehaald – aan kalmoes uit een ver land?
Jullie brandoffers aanvaard ik niet; jullie vredeoffers behagen mij niet.”

en eerder: Jer 6:14
“Ze verklaren de wond van mijn volk lichtvaardig voor genezen,
ze zeggen: “Alles gaat naar wens.””

Jeremia dendert daar door heen: “Nee, niets gaat naar wens!”
“ze zeggen: Vrede, vrede, terwijl er geen vrede is.”

En waarom dan? Jeremia zegt: vers 13
“Want iedereen, van groot tot klein, is op eigen voordeel uit;
van profeet tot priester, ieder pleegt bedrog.”

En ze schamen zich niet eens.
Aan de buitenkant ziet het er misschien wel OK uit.
Herstel van de tempeldienst, wierook en toestanden,
maar ondertussen lopen ze de verkeerde kant op.
Plegen bedrog.
Zijn zelfs zó blind en tasten zó in het duister,
dat ze zeggen: het gaat prima, alles naar wens,
terwijl ze niet eens doorhebben wat er mis gaat.

Wij kunnen we wel als kerk vandaag eenheid zoeken,
ons best doen voor commissies en clusters en wat niet al,
of dankbaar de reformatie vieren.
Maar als ondertussen het hart er niet bij is…
Sta eens even stil, denk eens na.
Is dit de weg naar het goede,
of lopen we wat gemakkelijk met de menigte mee.
Ja ja, alles gaat naar wens!
En we doen ons mooier voor dan we zijn.
Alles goed? ja joh, lekker bezig.
Maar ondertussen vinden we het super moeilijk om te delen,
op wat voor een lijdensweg we soms moeten gaan.
‘Alles gaat naar wens…’! zwart


De tekst uit Jeremia begon met een opdracht van God.
Jeremia moet als een wijnboer zijn hand door de struiken halen.
Op zoek naar of er nog wat hangt.
Er wordt niets gevonden, dan wrange vruchten.
En Jeremia krijgt de nare taak om daartegen te preken.
En dat is zinloos, want: “wie luistert naar mijn waarschuwing?
Hun oren zitten dicht, niets merken ze op.
De woorden van de HEER bespotten ze, ze hebben er een afkeer van.”

Jeremia geeft die opdracht om stil te staan,
en te zoeken naar de goede weg.
En God, die bedelt: sla de goede weg in, en dan zul je rust vinden.
Man, wat hebben we die rust nodig…
Maar zij zeggen: Dat doen we niet.
God die zegt: luister toch naar de waarschuwing,
hoor je de ramshoorn, hoor je de sirene niet loeien?
hoor je niet hoe alle alarmbellen rinkelen?
Maar zij zeggen: Dat doen we niet.
Ze bedriegen zichzelf:
Er is geen ramp, de alarmbellen gaan niet, het is vrede.
Alles gaat naar wens, niets aan de hand.
Zonde? Mwah. Waarschuwing? Liever niet…
“Hun oren zitten dicht, niets merken ze op.”

En Jeremia voelt mee met die diepe onvrede die God heeft.
Hij voelt de woede van God over mensen die bij hem weglopen.
Die blindheid, de botheid, dat nee–zeggen.
En dan barst het eruit: Jer 6:11,12
Jeremia zegt: “Ik ben vol van de toorn van de HEER,
ik kan mij niet meer bedwingen.’”

En God zegt dan die zware moeilijke woorden:
“‘Stort mijn woede uit over de kinderen op straat, over alle jonge mannen.
Mannen en vrouwen worden gevangengenomen, grijsaards en oude mensen.
Hun huizen vallen anderen toe, ook hun akkers en hun vrouwen.
Ik treed op tegen de hele bevolking – spreekt de HEER.”


Wat moeten wij vandaag met zo’n oordeels–verhaal. zwart
Staat het ons ook binnen 23 jaar te wachten?
Ik hoop dat je je een beetje overvallen voelt.
Dat is namelijk wat er gebeurt in de tekst.

En het is goed om dat te voelen,
dit is wat de wereld zal ervaren als Jezus terugkomt.
Paulus beschrijft het precies zo, dat hebben we gelezen, 1Thes 5:2b–3
“u weet zelf maar al te goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht.
Als de mensen zeggen dat er vrede en veiligheid is,
worden ze plotseling getroffen door de ondergang,
zoals een zwangere vrouw door barensweeën. Vluchten is dan onmogelijk.”

En wij dan? Ik zei dat ik hoopte dat je je overvallen voelt.
Ja, maar ook weer niet. Want voor ons geldt dit niet helemaal
als je hebt geluisterd naar het advies van Jeremia;
als je stil bent gezet, en keek naar die aloude Weg,
die God met de wereld gaat.
Als je zijn weg bent ingeslagen, en je rust zoekt bij hem.
Vraag je naar zijn weg, dan verlicht hij die voor je. Licht op mijn pad.
Paulus zegt: 1Thes 5:4,5
“Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis,
zodat de dag van de Heer u zou kunnen overvallen als een dief,
want u bent allen kinderen van het licht en van de dag.”


In dit licht, het licht van Jezus, zwart
wil ik nog een paar dingen zeggen over rust.
Rust hebben we allemaal nodig.
Het is cliché, het is vragen naar de bekende weg.
Natuurlijk willen we dat allemaal.
En je ziet het ook in het gemak waar mee Israël zegt,
en wij het ook faken, hoe prima het gaat.
Ja ja, alles gaat naar wens…

We vinden de route naar rust niet op ons zelf.
God moet wenken, wijzen: kijk dan, dat is de goede kant op,
sla die in, voor rust moet je daar zijn.
Maar zij zeggen: Nee, dat doen we niet.
Deze weerstand zit diep in mensen. “Dat doen we niet”
Niet alleen Israël zegt dat, niet alleen priesters raken
de tempelrollen kwijt; dit zit in ons allemaal.
Zelf een route bedenken. Maar dat loopt dood.
En het oordeel wat dan komt, zegt Jeremia,
“is vrucht van hun eigen bedenksels omdat ze niet naar mijn woorden
hebben geluisterd, mijn wet hebben verworpen.”

We vinden de rust niet, door zelf een route te bedenken.
Maar door erom te vragen.

We vinden de rust ook niet, door over de gewezen en gevraagde route,
zelf erg hard af te lopen. Door te rennen op de weg.
Zelf de wet te doen. Je zou het bij deze tekst kunnen denken,
dat God toch wel erg graag wil dat we gehoorzamen.
Dat het erg precies bij hem komt.
Vind je daarin rust? Door het zelf op orde te hebben?
Als je goed kijkt zie je dat de tekst daar afstand van neemt.
Offers? In Jeremia hoeft God ze even niet.
De druk van al de geboden? Druk om te presteren?
De weerstand laat zien hoe moeilijk het is om gehoorzaam te zijn.
Maar dan zegt Jezus: Mt 11:28–30
“Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan,
dan zal ik jullie rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart.
Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”

Dat juk is nodig om bijgestuurd te worden,
want eigenlijk willen we niet,
Maar als we gaan, komen we er achter hoe passend,
hoe zacht, hoe goed het is om Jezus’ weg te gaan.
Sla die weg in.

Je vindt de rust ook niet, zwart
als je je bang laat maken voor het oordeel.
We zijn kinderen van het licht, we vertrouwen God.
het zal ons niet overvallen als een wee, onze klap is al opgevangen.
Jeremia zegt niet: ga maar weg, en bekijk het maar,
probeer maar te vluchten maar het zal je niet lukken.
Israël straffen, ze wegsturen, dat is niet wat God wil.
Nee, hij wenkt juist. Kom toch. Of zoals Paulus het zegt: 1Tes 5:9,10
“Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden,
maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.
Hij is voor ons gestorven opdat wij,
of we nu op aarde zijn of gestorven zijn, samen met hem zullen leven.”

Dat is de bekende weg, de eindbestemming.
Dat is de bedoeling van de dag van de Heer.


“Ga op de kruispunten staan, denk na, kijk naar de aloude wegen. foto
Vraag naar de goede weg, sla die in en vind rust voor je ziel.”

We moeten vragen naar de bekende weg. Stilstaan, en dan dat pad gaan.
Daarvoor moeten we terug, ver terug. Voordat tijd begon.
De aloude weg, die al van eeuwigheid klaarligt, is Jezus zelf.
Want Hij zegt van zichzelf dat hij de Weg is.
Vragen naar de bekende weg is soms vervelend.
Maar hij is de weg, Hij liet over zich heen lopen.

Op die weg, wordt je overvallen door een gevoel van rust.
Niet door angst of een wee, maar door vrede,
die vanaf het begin van de geschiedenis voor je klaar lag,
die vanaf de eindbestemming naar jou toekomt.
We leren stilstaan, denken en kijken.
En dan zien we even zoals God de route uittekent.

Voor sommigen is hij een struikelblok. Een steen waar je je aan stoot.
En iets van ergernis, de onrust voelen ook wij,
als je je boos maakt over onrecht, wat God wordt aangedaan.
Juist als je uit een kruispunt staat, en Gods weg ziet,
helder beschenen, kun je je boos maken over hypocrisie.
God die voor de vorm gediend wordt. Als mensen liegen en bedriegen.
Op deze weg naar de eeuwige rust,
worden we dan overvallen door een heilige onrust.
Zoals Jeremia vol was van Gods woede.

Zo worden we geholpen om stil te staan, na te denken:
En dan zullen we niet zomaar zeggen: alles gaat naar wens.
Of ons beter voordoen dan we zijn; want dat is niet zo.
En dan wordt je soms ook overvallen door een gevoel van schuld.
Van spijt, of schaamte.
Is het een lijdensweg, waar ook Paulus en Petrus de weg navolgden.
Maar dan wel een mede–lijdensweg, want hij heeft alles verdragen.
Hij heeft de zonden van de wereld gedragen.
Van oorlogen en Middeleeuwen,
van de begintijd van de Kerk, tot ver daarvoor.
Karrenvrachten schuld hebben diepe groeven gesleten.
Maar Jezus, de weg, heeft de kerk gevoed.

De tijd gaat verder.
Deze steen lag er al, als fundering onder Gods reddingsplan.
Hij is de constante factor, alles omvattend,
de eerste en de laatste. Begin en doel.
Alleen dat geeft rust. Amen


online delen:

tag vrede oordeel zelfreflectie schuld vertrouwen Josia

Meer preken uit Jeremia