Votum - groet - Amen NLB 221: 1-3 (Zo vriendelijk en veilig als het licht) Gebed Schriftlezing: 1 Kon 16:29-17:1 Tekst: 1 Kon 17:17-24 Ps 43: 3 (O Here God, kom mij bevrijden GKPs=NLB) Preek Ps 43: 4 Gebed Collecte Opw 710 (Zegen mij) Zegen - Amen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Heb je wel eens onrijpe druiven gegeten?
Dat wrange gevoel in je mond; je krijgt er van die stroeve tanden van
Nou, ik hoef ze niet.
Er was in Israël een spreekwoord: “Als de ouders onrijpe druiven eten,
krijgen de kinderen stroeve tanden”
Eze 18:2, Jer. 31:29
Dat lijkt me grappig! Stel je voor, ik leg mijn hand op de kachel,
maar jij brandt je vingers! Lekker oneerlijk hè?

Voor we met elkaar gaan bidden, zoals ook Elia gaat bidden,
wil ik het hebben over de dood van die zoon,
als illustratie van alle ellende die er is in de wereld.
Daar wordt het wel een beetje groot van, zo op een doordeweekse avond,
Dan zullen we leren van Elia, en zien hoe God omgaat
met de dood van een zoon, en hoe hij luistert naar het gebed.


Maar voor we bij Elia komen, moet ik bij het begin beginnen:

God straft de zonde. Hij kan het niet verdragen. menu 1
Hij is jaloers op mensen die andere goden dienen.
Want God wil ons niet met iemand delen, hij wil ons helemaal.
En helemaal voor zich alleen. Zoiets staat ook in het tweede gebod:
“Maak geen godenbeelden, … Kniel voor zulke beelden niet neer, Ex. 20:4,5
vereer ze niet, want ik, de HEER, uw God, duld geen andere goden naast mij.
Voor de schuld van de ouders laat ik de kinderen boeten, …”

Ik stop hier even;
het is natuurlijk veel fijner om door te gaan naar Gods liefde,
naar het duizendste geslacht. Want dit horen we liever niet.
Kinderen moeten boeten? Waarom is God bestraffend? menu 1
In het boek 1 Koningen komt dit twee keer voor:
de dood van kinderen als straf voor de zonden van de vaders.
Een licht ik eruit: In 1 Koningen 14 gaat het over Jerobeam,
de eerste koning van het tienstammenrijk nadat het rijk van Salomo scheurde.
De tempel in Jeruzalem hoorde niet bij Jerobeams grondgebied.
En hij zag al aankomen, dat,
als zijn onderdanen jaarlijks op pelgrimstocht naar Jeruzalem gingen,
ze nooit echt werkelijk vrij zouden komen van Juda.
Daarom kwam hij met 2 alternatieven.
In Dan en Betel plaatste hij beelden, gouden beelden van een stier,
zoals ook het volk in de woestijn al had gedaan.
Jerobeam gebruikt zelfs dezelfde woorden als Aäron destijds:
“dit is uw god die u uit Egypte heeft geleid” (1Ko 12:28)
En de gewone man loopt als domme koe, naar hun beeld, hun gelijkenis.
God straft dat. Het volk moet daarom later in ballingschap.
Dat is straf op de zonde later.
Maar ook Koning Jerobeam, die het goede voorbeeld moest geven,
hij is degene die als eerste zijn vingers brandt.
De koningszoon Abia wordt ziek. dood Abia
Jerobeam laat het navragen bij een profeet.
Maar die geeft hem het wrange nieuws dat de zoon zal sterven.
Er zal niets overblijven van hem en zijn nakomelingen…
En zo gebeurt het ook.

Na een tijd komt koning Achab. Dat hebben we gelezen.
Jerobeam voor hem, liet het volk God op een verkeerde manier bidden.
Maar Achab… met importbruid Izebel, haalt hij ook Baäl en Asjera binnen.
Nu bidden ze gewoon de verkeerde kant op! dood zonen Chiël
Dan horen we van een zekere Chiël. Hij herbouwt de stad Jericho.
Deze stad had sinds haar muren waren gevallen in puin gelegen.
Jozua had het volk lang geleden een eed laten zweren: Joz. 6:26
“Wij vervloeken ten overstaan van de HEER iedere man die het waagt deze stad,
Jericho, weer op te bouwen.
Hij zal de fundamenten leggen ten koste van zijn oudste zoon
en de poortdeuren bevestigen ten koste van zijn jongste zoon.”

Zo gaat Chiël de geschiedenisboeken in als vader die de oorzaak is
van de dood van 2 van zijn zoons, wrange straf op zijn zonde.
En zo gebeurt het ook. menu 1

Dit is de tijd dat de profeet Elia verschijnt. Met straf;
Er zal de eerste komende jaren geen dauw of regen komen.
Straf op de zonde. En zo gebeurt het ook: Droogte, honger.
Daar sta je dan, in Israël; het land van melk in honing.
Terwijl het droge zand opwaait en lijkt op poedermelk.
Ook de honing vloeit niet meer, maar is versuikerd, hard geworden,
met van die kleine barstjes als op een droge woestijnbodem.
Maar niet alleen in Israël is de aarde stoffig geworden,
Net zo in Tyrus en Sidon, de stad waar Izebels vader koning is.
Ook in Sarefat dat daartussen ligt, moet onze weduwe op een houtje bijten.
Blijkbaar plukken alle Baälsvereerders de wrange vruchten
van deze zogenaamde vruchtbaarheidsgodsdienst.
Straf op de zonde.


Maar waarom treft hij mij nu? menu 2
Je ziet het die weduwe uit Sarefat denken.
Ze zou bijna sterven van de honger, maar gelukkig is daar een man van God.
Die zorgt voor het wonder dat de meel en de olie niet opraakt.
Dan is ze dus net gered, wordt haar zoon opeens doodziek!
Haar toekomst is weg.
Als weduwe was ze voor haar bestaan afhankelijk van haar kind;
want haar man was er niet meer. Maar als ook de zoon zou verdwijnen
is het alsof ze tegelijkertijd haar pensioen en AOW verliest.
Is dit ook straf op de zonde? Waarom treft het mij nu?

Ze vraagt: “Wat heb ik u misdaan, Godsman? Bent u soms naar me toe gekomen
om mijn zonden aan het licht te brengen en mijn zoon te doden?”

Heb je een wonder gedaan met het meel en de olie,
zodat daarna mijn zoon niet van de honger maar aan een ziekte overlijdt?
Ze vraagt hier of haar zonden de oorzaak zijn van zijn dood.
Zoals we zagen bij die kinderen van Jerobeam en Chiel
is dit geen gekke gedachte.

Dit kan ook jou vraag zijn. Waarom ben ik nu ziek, overkomt me dit?
Als je te maken hebt met ontslag, tegenslag,
als een lichaam of geest achteruit gaat; Doe ik iets fout?
Jezus’ leerlingen komen een keer een blind–geboren man tegen, Joh 9:2
Ze vragen aan Jezus: “Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd?
Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?”
Dit is geen gekke gedachte.
Maar Jezus’ antwoord is dan “Hij niet en zijn ouders ook niet.”
Hij was gewoon blind.
Dit verhaal leert ons om te beginnen dat er gebrokenheid is, zonder reden.
Gewoon, zomaar. Omdat de wereld kapot is. Redeloos. menu 2
In deze wereld leven wij. Het meeste geweld is zin–loos.
Een boerderij vat vlam, en dan blijkt ook nog de schuur bestolen.
Een vrouw loopt in het bos en sterft.
Jongens gaan skiien, verdwalen, 1 wordt dood gevonden en 2 zijn vermist
Er is kwaad en ellende en gebrokenheid en is het ergens goed voor?

Mensen zoeken het liefst naar een reden. Waarom treft het mij?
Misschien dat het iets van de pijn verlicht
als je weet dat het ergens goed voor is.
Want als je met tegenslag te maken hebt, ellende moet verdragen,
en het is ook nog nergens goed voor…
Soms wordt het lijden dragelijker als je snapt waarom.
Een van die redenen kan zijn: het is de wil van God.
Hij zal er wel een plan mee hebben. Daar moet ik dan maar op vertrouwen
Toch? – Ik heb echt diep respect voor mensen die dit kunnen,
zich neerleggen bij de ellende.
Het raakt me als iemand Job kan nazeggen met de woorden
“de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam van de Heer zij geloofd.”
Maar dit raakt me juist omdat het zo onnatuurlijk haast onmenselijk is.
Kun je dat opbrengen, God loven aan een graf?
Het is een wonder van God als het gebeurt.

Het is juist zo’n wonder, omdat het kwaad zich niet laat goedpraten.
Zoeken naar nut, dat het toch ergens goed voor is kan een vlucht zijn.
Een goedkoop antwoord. Een reden om de diepe pijn niet te voelen:
de leegte, de zinloosheid van het kwaad.
Want dit is het diepste wezen van het kwaad: het laat zich niet goedpraten.
– En dan ben ik er nog steeds van overtuigd dat God niet machteloos is,
Integendeel! En dat hij op zijn on–navolgbare manier er iets mee doet.
Maar wat God doet is wel on–navolgbaar.
Sommige dingen gebeuren echt, zonder reden.
Tijdens deze hongersnood waren er voldoende weduwen in Israël
die wel wat bijstand konden gebruiken, maar die vrouw in Sarefat,
tussen die Baälbolwerken Tyrus en Sidon, zij krijgt wel te eten.
Was het min of meer mazzel voor haar
dat God zijn profeet in leven wil houden? Is het willekeur? Zinloos?
Het is geen gekke gedachte, waarom treft hij mij nu?


Ik krijg geen antwoord op deze vraag. menu 3
En zeg nu niet te makkelijk dat die jongen weer levend wordt.
Ja, natuurlijk gebeurt dat.
God is echt zo goed, en zo machtig; het kost hem geen enkele moeite.
Sterker nog, God is vandaag echt niet veranderd, maar hoe zie je dat?
Als je onder ellende bedolven wordt, het steeds slechter gaat
als je bestolen wordt, en je dromen in vlammen opgaan.
als je naar een zijspoor gerangeerd om daar weg te roesten…
Of als je er naar verlangt God te dienen
maar je geestelijk leven zo geestloos is als deze dode jongen.

Zou het zo zijn dat het gebed van Elia beter is dan dat van jou?
God luistert wel naar hem, want hij was zo’n grote profeet…
Zou dat het verschil kunnen verklaren?
Het is mooi hoe de apostel Jakobus juist Elia naar voren schuift als
een gewoon iemand. Jak 5:17v
Hij zegt: “Elia was een mens als wij, en nadat hij vurig had gebeden
dat het niet zou regenen, is er 3,5 jaar lang geen regen gevallen op het land.
Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen,
en het land bracht zijn vrucht weer voort.”

Het is alsof Jakobus wil zeggen, zo makkelijk is het dus.
Dat kan enorm bemoedigend zijn. God hoorde Elia’s stem.
Net zo gewoon als God ook jouw en mijn gebed hoort.

Tegelijk is dit veel makkelijker gezegd dan gedaan. menu 3
Want heb jij wel eens bergen verzet,
voor zieken gebeden zodat ze beter werden, of zelfs een dode opgewekt?
Komt onze gebedsverhooring met bakken uit de hemel,
als eens mans hand gevouwen is?
Weet je, die wonderen bestaan.
Er zijn nu vast wel mensen in de kerk die Gods wonderen hebben gezien.
En het is heel belangrijk om dat te zien, te geloven.
Het is enorm bemoedigend om te ervaren dat God niet verandert.
Maar zelfs al wordt je kind uit de dood opgewekt,
zijn daarmee nog niet automatisch je waarom–vragen beantwoord.
Als God de jongen opwekt zegt Elia ook niet:
Sorry mevrouw, uw vragen hebben me inderdaad aan het denken gezet, en weet u,
u hebt gelijk, zus–en–zo zat het, en hier is’tie weer terug. Foutje bedankt…

Of bij het verhaal van Job, gaat God ook niet uitleggen, zo zat het nou.
Hier was het goed voor. Nee, Elia zegt wat anders: “Kijk, uw zoon leeft”.
Het is alsof hij de vrouw erop moet attenderen.
Let op! Hier gebeuren wonderen! Dit attenderen is blijkbaar belangrijk.
Je zou het door je vragen en tranen heen haast niet zien. Elia zegt: Kijk dan!

Als ik kijk naar dat dode jongetje dat straks uit de dood wordt opgewekt
denk ik: Ja, zo is mijn God.
En elke keer als we ons geloof belijden zeggen we het ook:
Ik geloof in de opstanding van het vlees. Wow.
Ik geloof ook in de opstanding van Jezus Christus,
die zo mijn leven in zijn opstanding meeneemt.
Hij moest eerst dood, want God straft de zonde.
Maar met Jezus’ dood mag ik ook al mijn rottigheid in het graf gooien.
Tegen mijn zonden zeg ik “kruisig hem”,
want ik wil af van mijn gebreken, mijn falen.
Maar als ik dan denk wat Jezus opstanding voor mij zou betekenen
dat ik een nieuw mens ben, herboren, gaaf, zoals hij;
O, wat faal ik dan nog. Ik val mezelf tegen.
Mijn geestelijk leven is soms net zo Geestloos als deze dode jongen.
Ik blijf zitten met mijn vragen: Ik wil God wel dienen, maar het lukt me niet;
ik krijg maar geen antwoord op deze vraag…


Daar moet ik mee naar boven! index 4
Hier moet je niet in blijven hangen. Het zijn toch verstikkende gedachten?
Hier wil en hier moet ik mee naar God toe, en naar niemand anders.

Elia doet dat ook, hij pakt het probleem van de vrouw op
en tilt het levenloze lichaam van de jongen de trap op, naar boven.
Hij gaat ermee naar God.
Elia geeft dan geen antwoorden, maar hij blijft ook niet stilzitten.
Hij neemt de klacht van de vrouw over en gaat ermee naar God.
Hij bidt: “HEER, mijn God, waarom treft u juist deze weduwe,
die mij gastvrijheid verleent, door haar zoon te doden?”

En God hoort Elia, heel gewoon.
Elia doet niet helemaal precies hetzelfde als de vrouw.
Zij vroeg aan Elia “Wat is dat nou tussen u en mij?”
Ze bleef er in hangen, het alleen menselijk bekijken.
En ze zag ook niet veel meer dan dat.
En zeg nou zelf, meer moet je niet verwachten van een rouwende moeder.
Maar Elia gaat ermee naar God.
“HEER, mijn God” roept hij, en hij bid voor haar.
Want juist deze vrouw had al een glimp van boven opgevangen,
daar midden in Baäls gebied.
Jezus zegt later dat er in Israël voldoende hongerige weduwen waren,
maar juist aan deze vrouw had God willen laten zien dat hij Heer is,
en groter dan onze hongerige maag.
Zo bidt Elia voor de weduwe, hij gaat voor haar naar boven.

Deze tekst leert nog iets over bidden voor elkaar:
Het gaat makkelijker als je van elkaars gastvrijheid hebt geproeft.
Als je bij elkaar aan tafel hebt gezeten.
Samen hadden Elia, de weduwe en haar zoon
al geproeft van Gods oneindige voorraad goedheid,
bloem en olie lieten zien dat Gods liefde eindeloos is.
Even tussendoor: Volgens mij zouden wij dat ook vaker moeten doen:
het gewone leven delen onder het genot van een maaltijd.
Zodat je elkaar leert kennen, en er achter komt,
dat we leven van dezelfde oneindige voorraad genade.

Als we naar de tekst kijken dan zien we dat Elia blijkbaar alleen bad.
Moeder was er niet bij toen de jongen weer op adem kwam.
In vers 23 staat dat Elia weer naar beneden loopt
en daar de jongen aan de vrouw geeft.
Zij was dus beneden blijven zitten. Bij de pakken neer.
Als je net als Elia voor iemand gaat bidden, kan dat overal.
Kan samen, maar hoeft niet. God hoort alles en overal.
Elia heeft de vrouw aangehoord:
haar niet met een makkelijk antwoord opgezadeld,
Elia heeft juist haar last overgenomen, tilt de last naar boven
en nu legt hij die last aan God voor.

Zie je iemand zoals deze weduwe?
Heeft iemand je verteld dat hij of zij een lijk in de kast heeft,
breng het voor God, draag het mee naar jou zolderkamer.
Die vrouw kan het toch niet alleen tillen?
Die blijft zitten met haar probleem, die komt er alleen niet boven op.
En zie je iemand zoals die dode jongen, iemand met een levenloos geloof.
Draag jij hem dan voor, want doden komen de trap niet op.
Wil jij dan voor hem zijn als een Elia, en hem naar boven dragen?
Breng ze voor God.
Neem het probleem van je zuster en broeder over
Draag elkaars lasten. Hier moet je mee naar boven.


Want dan geeft God mij het leven weer. index 5
Zo is God namelijk, Vader van het leven, van eten en drinken
de God van vruchtbaarheid en regen, gewas en arbeid;
door Hem leven we op.

God is geen Baäl, die machteloos is.
Denk aan dat verhaal op de berg Karmel. Dan is het 3,5 jaar droog,
en zouden in Griekenland of Australië al complete woonwijken zijn afgebrand door de bosbranden; Baäl kan niet eens klein vuurtje aansteken.
Maar bij God is dat anders, bij hem schiet de vonk wel over.
En natuurlijk geeft God ook het leven weer aan de zoon van de weduwe.
Elia zegt “Kijk dan” en zo leert ze te leven niet van brood alleen,
zo gaan haar ogen open voor het woord van God: Zijn woorden zijn waar.

Zie je hoe de vrouw weer opleeft? Ze krijgt haar zoon terug.
Elia verwijst naar de grote daden van God. Kijk!
God laat zien dat hij eten geeft (olie en meel),
en leven geeft (de zoon wordt opgewekt),
vuur (op het offer van Elia), en regen (na de lange droogte).
Maar je moet dit wel allemaal zien. Kijk!
Want als je dat niet ziet, dan wordt je verblind door de waarom–vragen.

Als u voor iemand bidt, van iemand de last overneemt en het voor God legt,
dan wijst alleen die daad al naar God.
En dat geeft weer moed. Daar leef je van op.
Zie je hoe Elia verwijst naar God, vooruitwijst naar Jezus?
Jezus tilt mijn last, mijn dood geloof, mijn zonden.
Het Lam draagt zelfs de zonden van de hele wereld.
Hij vraagt “Mijn God, mijn god” maar krijgt geen gehoor,
geen antwoord op deze vraag.
Hij gaat ermee naar boven, beklimt de olijfberg, beklimt de schedelplaats,
en die last, hij moet ermee naar boven.
Voor hem geen vossenhol, geen zolder met bed om zijn last op te leggen,
maar een kruisbalk. Kijk, daar gaat het Lam van God.
En wat doet dit met God de Vader?
Het is onze schuld, maar niemand van ons kan dat opbrengen.
Er is niet echt keus, dus hij neemt het maar over.
Het is net als bij een failissement.
De schuldeisers kunnen vragen wat ze willen, maar het geld is er niet.
Uiteindelijk draaien ook zij verlies, ze nemen de schuld over.
Zo is het ook met God de Vader.
Voor de schuld van de Vader laat hij zijn Kind boeten.
Hij betaalt met zijn Zoon, zijn enige, van wie hij zoveel houdt.

“Als de ouders onrijpe druiven eten, krijgen de kinderen stroeve tanden.”
Lekker oneerlijk he?
Ik vind van wel. Maar God noemt het rechtvaardig.
En het gave is, dat God de Vader blijkbaar niet te min is
hetzelfde lot te ondergaan als de zondaars Jerobeam en Chiël,
de vaders die moesten betalen met hun kinderen.

Hier leef ik van op, want zo geeft God mij het leven weer.
Hij mij de moed om tegen anderen te zeggen:
Kijk maar naar het Lam van God.
Hij geeft de kracht om de lasten van anderen te dragen,
gewoon te bidden, zoals Elia.
Hij geeft ook de vrijmoedigheid om opgewekt tegen Vader te zeggen:
“Kijk, uw zoon leeft.”

Amen


online delen:

tag afhankelijkheid bidden genezing gebod 2 lijden zinloos theodicee Elia Jerobeam I Achab

Meer preken uit 1 Koningen