Votum en Groet LL Ps 116: 1,3 (Ik hou van God! Hij luistert naar mijn stem) WET: (lees ik) - Lezen Mc.10:17-22(23) rijke man, jezus keek hem vol liefde aan. - Lezen 1Joh.3:16-24 (gebod = geloof en elkaar liefhebben, daden) LL Ps 116:6,8 (Waarmee toon ik de Heer mijn dankbaarheid) Gebed L: Lk 7:36-50 Opw 462, Aan uw voeten heer KBC L: 1Pe.4:7-11 Preek over 1Pe.4:8 GKPs 32:1 Kinderen terug, presentatie doos Gebed Collecte Opw 378:1,3,4,5 (Ik wil jou van harte dienen) Zegen en Amen

Gemeente van Jezus Christus,

Het heeft me vaak verbaasd,
hoe wij de opdracht krijgen om lief te hebben.
Heb elkaar lief, gebiedende wijs.
Petrus zegt: Heb elkaar vóór alles innig lief
Hoe kan je dat nu opleggen?
Liefhebben, intens en duurzaam, op commando
en dan ook nog vóór alles, boven alles uit.

Ook Johannes noemt het gebod in zijn brieven.
Een van de vele voorbeelden hiervan hebben we gelezen: 1Joh 3:23,24a
uit 1 Johannes 3: Dit is zijn gebod:
dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus
en elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft opgedragen.
Wie zich aan zijn geboden houdt blijft in God, en God blijft in hem.

Johannes zegt: dit is Zijn gebod, hij heeft het ons opgedragen.
Logisch dus, dat Johannes ook in zijn evangelie heeft opgetekent
hoe Jezus zelf het zegt: Joh 13:34
Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief.
Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.
Aan jullie liefde voor elkaar
zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.

En dan is die liefde niet een fijn gevoel, zomaar een mooi naampje,
een label wat we op onze onderlinge verhouding plakken,
nee; deze vorm van liefde heeft een effect.
Het is zichtbaar; er gebeurt iets en iedereen kan het zien.
Zoals zout effect op je bord met eten heeft,
en een lamp zichtbaar is in een donkere kamer.
Johannes vraagt zich af: hoe kan het ook anders!? 1Joh 3:17
Hoe kan Gods liefde in iemand blijven
die meer dan genoeg heeft om van te bestaan,
maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster die hij gebrek ziet lijden?

Of zijn collega Jakobus: Jak 2:14–16
Broeders en zusters, wat heeft het voor zin
als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er niet naar?
Zou dat geloof hem soms kunnen redden?
Als een broeder of zuster nauwelijks kleren heeft
en elke dag eten tekortkomt, en een van u zegt dan:
‘Het ga je goed! Kleed je warm en eet smakelijk!’
zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften –
wat heeft dat voor zin?

En dan denk ik even aan de griekse vluchtelingenkampen,
waar het ook sneeuwt, koud is.

Mij verbaast het, liefhebben als opdracht.
Maar Petrus, en Johannes en Jakobus, ze kunnen ook niet anders.
Jezus navolgen, immiteren. Hij zegt het echt: Joh 13:34
Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben.
Aan jullie liefde voor elkaar
zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.

Jezus wil dat iedereen kan zien,
dat we ons houden aan zijn opdracht tot liefde.


Nu wil ik graag luisteren naar Jezus. blank
Naar Petrus, Johannes, Jakobus,
maar ik merk dat het soms ook weerstand oproept.
De manier waarop die opdrachten, geboden, aansporingen klinken,
hebben invloed op hoe het op ons overkomt.
Ik ben de laatste tijd bezig met de vraag hoe we daarin kunnen groeien.
Hoe kunnen we elkaar meenemen, aanmoedigen, aansporen,
op een manier die werkt.
Zodat we gehoorzaam zijn aan het gebod,
zodat mensen het kunnen zien.

Hoe moeten elkaar aan dit gebod houden?

Een voorbeeld: Ik heb me ooit opgegeven voor een mail–lijst,
toen ik een petitie tekende voor een goed doel, ofzo.
Nu krijg ik dus een boel mails van hen.
Daarin vertellen ze dan wat voor dingen ze doen,
moeilijkheden die ze tegenkomen.
Dat wil ik volgen, en weten. Maar de laatste tijd vragen ze:
Kijk, we zijn goed bezig, of, kijk eens hoe we tegen worden gewerkt;
wil je 1 euro per maand geven? Ongeveer tussen elke alinea.
Nah, daar wordt ik dus een beetje kriebelig van.
Bij mij werkt dat niet. Voelt als zakkenklopperij.
Maar hoe moet je beroep doen op mensen die wel geinteresserd zijn?

Een ander voorbeeld:
We houden elke zondag een collecte met elkaar,
we vertrouwen het diakenen toe om dat te verzamelen.
De theorie is dat we met liefde geven.
Geven van wat God ons heeft toevertrouwd. Prachtig.
Het is eigenlijk een toepassing van wat Petrus in vers 10 schreef:
Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft,
gebruiken om de anderen daarmee te helpen,
zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.

Gaven die God heeft gegegeven, in alle soorten en maten, veelkleurig.
Alles eigenlijk, van de dingen die je goed kan,
tot zo simpel als geld.
Petrus zegt, Geef maar; we zijn niet de eigenaar, maar de beheerder.

Ik denk dat het goed is, dat we dat soms weer even horen.
Alles wat we kunnen, wat we hebben: Ik werk er zelf voor.
… Maar dat doen we ook maar met spieren, door God gemaakt,
gevoed door eten, waarvan Hij zorgde dat het groeide.
We rennen soms de longen uit ons lijf,
maar niets van wat we doen, doen we buiten adem van God om.
Mijn mogelijkheden, mijn tijd, mijn geld. Alles is van God.
Weten dat we beheerder zijn in plaats van eigenaar,
volgens mij is dat een manier die vandaag ook werkt,
om mensen te helpen met liefde te geven.
Het is de nuchterheid, die Petrus bedoelt in vers 7
Kom tot bezinning en wees helder van Geest

Diakenen coördineren eigenlijk al die liefde.
Daar is geld nodig, dat is een goed doel,
daar is gezelschap nodig, en daar moet een klusje in huis gedaan worden,
daar staat iemand aan de rand, die graag zijn gaven wil inzetten.
en daar kan nog wel een commissie gevuld.

Jezus geeft de opdracht dat de liefde zichtbaar wordt,
en zijn leerlingen geven dat gebod door.
En de diakenen coördineren dat dus,
als een soort verkeerspolitie van de veelkleurige stromen aan liefde.
En dan moeten we ze dat ook echt toevertrouwen.
Als ze zeggen: er is vandaag een collecte nodig voor de diakonie,
dat we niet denken, nah, ik denk dat we best rijk zijn.
Maar het komt ook heel nauw he, wat je zeggen kan,
hoe je dit zeggen moet, wat stimulerend werkt en opbouwd,
of als drammerig, wettisch, of zakkenklopperij wordt ervaren.

Paulus schrijft in een van zijn brieven over een collecte.
En dat laat goed zien waar Petrus het in ons stukje over heeft.
De gemeente van Korinte moet collecteren voor Jeruzalem:
Paulus schrijft bijvoorbeeld: 2Kor 9:8
God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven,
zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt
en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.

Je ziet hier, dat wat ze geven, ze eerst van God kregen.
niet de eigenaar, maar de beheerder.
En het komt van van God.
Petrus omschrijft dat op deze manier: 1Pe 4:11b
Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft.
Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus,
aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig.

Paulus geeft nog een argument,
en dat komt precies uit waar Petrus mee eindigt: de eer van God
Paulus zegt: 2Kor 9:11–13a
U bent in ieder opzicht rijk geworden
om in alles vrijgevig te kunnen zijn,
en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot dankzegging aan God.
Uw bijdrage aan de collecte heft immers
niet alleen het gebrek van de heiligen in Jeruzalem op,
maar leidt er bovendien toe dat ze God uitbundig danken.
Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam
te zijn aan het evangelie van Christus (…)

Hier zie je weer dat diakonale verkeersregelen.
Meerdere stromen gaan tegelijk.
Er gaat hulp naar Jeruzalem, en vandaar gaat dankbaarheid naar God.
Als geestelijke klaarovers regelen ze zoveel meer dan kerkmunten.
Ze handelen in de liefde waarvan Jezus wil dat iedereen het ziet.

Maar er zit wel iets raars in. Die gehoorzaamheid.
Paulus zegt: Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft
gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus.
We zijn niet zo gewend om dat zo te zeggen.
En eerlijk gezegd vind ik deze zin best vreemd, blank
Paulus heeft daarvoor argumenten gebruikt als:
je moet geven, want als er te weinig is, sta je voor gek
ten opzichte van de buurgemeenten die meekomen. Moet je je schamen.
En als een soort spreekwoord: wie karig zaait, zal karig oogsten;
wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.
Geef maar veel, dan krijg je veel; lijkt het wel alsof hij zegt.
Werkt dat vandaag? of krijg je er kromme tenen van?
Paulus slaat een toon aan,
waarvan ik hoop dat we vandaag niet nodig hebben.
Maar hij heeft het nodig om de gehoorzaamheid aan dat gebod van liefde.


Heb elkaar vóór alles innig lief zegt Petrus,
maar laten we ons dat zeggen, als opdracht, als gebod?
Op de een of andere manier, dat is duidelijk,
gaat onze liefde niet vanzelf, niet van harte.
We zijn niet automatisch gastvrij,
en als je al de deur opendoet, moet Petrus er aan toevoegen:
en doe dat zonder te mopperen.

Werkt dat. Of komt er iets in je in opstand, begint het te jeuken?
Als je het al hebben kan, al die oproepen,
de aanmoedigingen naar het goede leven,
laten we dan kijken welk argument Petrus geeft: 1Pe 4:8
Heb elkaar vóór alles innig lief
Want liefde bedekt tal van zonde.

Maar wacht even!
Alleen Jezus bedekt toch mijn zonde? Niet mijn goede dingen?
Voel je aan dat wat hier staat, iets is wat we niet zo gewend zijn.
En volgens mij legt het ook bloot, of ik wat voor God wil doen;
of ik bereid ben om lief te hebben.
Hier zitten we bij de kern van ons ongemak.
Er zit iets in mij, wat daartegen in verzet komt.
Misschien ligt dat aan mij persoonlijk,
maar misschien herken je er ook wat van.
Want het kan een beetje in onze manier van geloven zitten:
’Wat houden we van genade. Wat heerlijk dat het gratis is.
Zonder verdienste van mijn kant.
En nu is alles wel heel erg relaxed geworden.
En pas en ook voor op, om al te wettisch te worden,
het zelf te verdienen.’ Zo toch??

Petrus bedoelt echt niet dat we met onze liefdedienst,
zelf weer bij God in het reine komen.
Alsof de verkeersregelaars de route naar de hemel wijzen.
Maar onze weerstand, zegt wel iets over het gemak,
waarmee we verwijzen naar genade.
We hebben het liever over genade, omdat het gratis is.
Maar als Jezus iets van ons vraagt, wat zichtbaar is,
schieten we in een reflex: Ja maar dat kan ik toch niet?
Moet ik het dan verdienen?

Deze tekst laat dan zien, dat we geloof en het goede–doen
zover uit elkaar hebben gehaald, dat het tegenover elkaar staat.
Dat we, wat Jezus gedaan heeft voor ons,
geen gevolg meer laten hebben, voor door de week.
Alsof je een lamp aanklikt, maar het ok is als het donker blijft.
Zout over je eten doet, maar het een flauwe hap blijft.
Als hij opstaat, kan ik lekker blijven zitten.
Laat mij maar geloven, en iemand anders goede dingen doen.
Alsof het niet uitmaakt hoe ons leven eruit ziet.

Maar de aanmoediging, het gebod, om lief te hebben,
bewaart ons ervoor om wel de naam van Jezus te dragen,
maar er niets van te merken is, en men denk, wat stelt het nou voor…

Heb elkaar vóór alles innig lief. Want liefde bedekt tal van zonde.
Dit vers kan op 3 manieren worden uitgelegd.
Ik heb er nu even voor gekozen, om te benadrukken dat er staat:
Mijn werken uit liefde, bedekken zonden die ik heb gedaan.
Als ik liefheb, het goede doe, optie 1
door voor iemand te bidden, door te geven, door goed te spreken,
van harte te helpen, dan zien we even niet, wat er mis met me is.
Zonden worden bedekt. En dat is iets goeds.
Petrus gebruikt het als een argument, een stimulans.

We zien dat duidelijk in dat verhaal van die vrouw die bij Jezus komt.
Ze staat slecht bekend, maar iets in haar is veranderd,
al is het alleen al dat ze spijt heeft Luc 7:47
En om de liefde die ze geeft zegt Jezus dan:
Ik zeg je: haar zonden zijn haar vergeven,
al waren het er vele, want ze heeft veel liefde betoond;
maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde.

Je kan het zien dat ze vergeven is, aan het feit dat ze liefde geeft.
En dat ze het niet zelf verdient, dat ze zichzelf niet red,
door Jezus te betalen met tranen en olie,
laat Jezus aan het eind zien: Uw geloof heeft u gered
Natuurlijk. Maar dan geloof en zichtbare liefde, samen op.
Zo heeft Jezus het bedoeld: 1Joh 3:23,24a
En deze tekst hebben we al eerder gezien: Dit is zijn gebod:
dat we geloven in de naam van zijn Zoon Jezus Christus
en elkaar liefhebben, zoals hij ons heeft opgedragen.

Geloof en een gebod tot liefde, samen. Niet tegen elkaar uitgespeeld.


weer optie 1

Ik zei net dat het het vers op meerdere manieren kan worden uitgelegd.
Want Petrus zegt niet echt duidelijk,
wiens liefde hij bedoelt en ook niet welke zonde hij bedoelt.
-Het kan ook betekenen, dat we uit liefde, optie 2
de fouten van anderen toedekken.
De beruchte mantel der liefde.
Als het verkeerd gaat is het een doofpot,
Door het niet te benoemen woekert het door.
Net doen alsof er niets aan de hand is.
Onrecht verstoppen of door vriendjespolitiek verbergen…
Maar als we dit goed doen, dan redden we de naam van een ander:

Als iemand iets fout doet, en je schaamt je vreselijk;
moet je dan ongenadig met de billen bloot, moet iedereen het weten?
Of mag vergeving ook betekenen dat de buren niet hoeven te weten,
dat er vuile was was. Omdat God het toch al wegwast.
Het is een teken van liefde, als je de fouten van andere toedekt,
en niet als een steek onder water nadraagt wat hij of zij misdeed.

Op een andere manier speelt dit bij het bidden voor elkaar.
Niet iedereen vind het gemakkelijk om problemen te delen.
Geen behoefte aan, of schaamte soms.
Maar het risico is dat we niets meer met elkaar durven delen.
Dat we niet meer weten wat er gewassen moet worden,
Je zult dan zien dat de diaconale verkeersleiding
het dan ook rustiger krijgt,
want de liefde kan dan minder goed stromen.

Het hoeft echt niet groot en hier in het openbaar,
als je niet wil komt het niet in het kerkblad,
of niet in het gebed in de kerk, maar vraag in kleine kring
gerust om hulp, om gebed. Het is veilig onder een mantel van liefde,
waarin je zwakte niet wordt uitgelachen, maar mee gedragen.
Het geeft ons de kans om elkaar voor alles innig lief te hebben.


In dit stukje wat we van Petrus hebben gelezen,
gaat het over van alles uit het christelijke leven.
Bidden, gastvrij–zijn, delen van gaven, en het spreken
en dienen namens God. Ik heb heel erg ingezoomd op het geven.
Maar al deze dingen hebben te maken met wat we aan God geven.
In het oude testament heeft God geleerd wat het is om offers te brengen
Je geeft iets aan God. Tijd, geld, waar je goed in bent.
Iets wat al eigenlijk van God was.

En dat geldt ook voor de liefde die we geven.
Want uiteindelijk is ook dat, van God.
Het is Gods liefde, die zonde bedekt. optie 3
En dat is de 3e manier om dit vers uit te leggen,
dat Hij al onze offers van liefde draagt,
Hij is de grootste stimulans is, om gehoorzaam te zijn.
Om lief te hebben. En dan bedekt God onze zonden.

Niet onder het tapijt te schuiven, of onder de mantel te verstoppen.
God bedekt de zonde, door de open en bloot te vernietigen.
Letterlijk, zonder lendedoekje ervoor.
Maar zo bedekt hij het dus. Doet wat wij fout deden weg.

Wat Petrus hier zegt, is met opzet zo breed.
Dit is dus wat hij zegt,
en hij doet niets anders dan het gebod van Jezus doorgeven:
Heb elkaar voor alles innig lief,
Want daarmee laat je zien dat oude zonden,
niet langer de lading dekken van wie jij bent.
Zo bedekken we, wie we vroeger waren.

En: Heb elkaar innig lief,
want daarmee laten we anderen zien, hoe we geven,
hoe we Gods liefde beheren.
Zo wordt zichtbaar hoe ook zij door God verzorgd worden.
Bedekt door zijn veilige vleugels.

En: Heb elkaar lief,
want daarmee laat God aan de wereld zien,
dat zijn werk echt iets voorstelt.
Aan jullie liefde voor elkaar
zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.
Hij overwint het kwade door het goede.

Amen


online delen:

tag liefdegebod goed doen diakenen bidden gehoorzaamheid Jaarthema Veelkleurigheid

Meer preken uit 1 Petrus