Votum en groet LBPS 96:1,7 (Zing voor de Heer op nieuwe wijze) Gebed GKPS 72:1,2 (O God wil aan de koning schenken) L: Luc 13:10-20 GKPS 72:7,10 L: Luc 13:21-28 Preek HC 48 en 49 LB 990:1-6 (De laatsten worden de eersten) Gebed Collecte Geloofsbelijdenis: GK 179a wisselzang Zegen

Geliefde gemeenten van Jezus Christus,

Een paar maanden terug was ik in een kerkdienst te gast,
en daar was een jongen die vertelde hoe God hem had genezen van astma.
Van altijd naar lucht happen,
naar eindelijk sporten zonder buiten adem te raken.
Het was alsof een wervelwind door mijn longen ging, zei hij.

Ik wordt altijd heel blij van dit soort verhalen.
Ze laten me zien dat de bijbel niet maar een boek is met mooie verhalen,
maar dat het echt waar is, ook hier en nu.
Ik geloof dat God dit inderdaad kan en doet.
En dat zie dan even in het echt: het koninkrijk van God.

Over dat koninkrijk gaat het vanavond,
op biddag bidden om dat koninkrijk; om de wil van God.
Maar daar wordt het wel meteen spannend van,
want wat is het koninkrijk van God eigenlijk?
Jezus leert ons bidden:
laat uw koninkrijk komen, en uw wil worden gedaan,
in de hemel, zo ook op aarde. Nou, dan vraag je nogal wat.

Vanavond wil ik het hebben over het Koninkrijk van God,
vanuit de verhalen die we in Lukas lazen.
En daarin zitten 3 stukken die in de preek zullen terugkomen:
Het gaat over genezing, over de gelijkenissen die Jezus vertelt,
en over de toekomst van het koninkrijk.

1) Jezus is de voorganger in de synagoge,
en voor dat de preek begint ziet hij een vrouw zitten.
Ze ging gebogen onder een zware last.
De duivel is een wrede onderdrukker,
en bij haar kon je dat letterlijk zien,
Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan.
18 jaar bezeten door een geest die haar ziek maakte, schrijft Lucas.
En dan zie je de hemel doorbreken als Jezus haar ziet zitten.
Hij ziet niet, iemand met een afwijking, met symptomen.
Alsof je rolstoel of amputatie alles is, wie je bent.
Nee, daar kijkt Jezus niet naar, Hij ziet jou.
Een zoon, of in dit geval een dochter van Abraham,
een kind van God dat bevrijd hoort te zijn.
En dan wordt het rijk van God zichtbaar,
als Jezus met het gezag van de Koning van hemel en aarde zegt:
U bent verlost van uw ziekte.

Dat genezing alles met Koninkrijk van God te maken heeft,
had Lukas al eerder verteld in zijn boek.
In hoofdstuk 10 kun je lezen hoe Jezus 72 leerlingen het land in stuurt.
Jezus zegt daar: (Lukas 10:8-11)
En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn,
eet dan wat je wordt voorgezet, genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen:
“Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”
Maar als jullie een stad binnengaan waar je niet welkom bent,
trek dan door de straten en zeg: “Zelfs het stof van uw stad dat aan onze voeten kleeft, vegen we van ons af als aanklacht tegen u; maar bedenk wel:
het koninkrijk van God is nabij!”
(weg)

De Bijbel in Gewone Taal noemt het koninkrijk: Gods nieuwe wereld,
en dat klinkt een beetje alsof dat later, ooit komt,
als alles nieuw wordt. Maar het is nu ook al dichtbij.
En als de leerlingen mogen binnenkomen,
als ze de heelheid van God mogen uitdelen aan gebroken levens,
dan heeft het koninkrijk van God ons al bereikt.
Bij Jezus en zijn leerlingen zie je dat gebeuren,
rondom Hem is het op aarde al, als in de hemel.

Genezing is een onderdeel van Jezus’ onderwijs.
Het laat zien hoe Gods nieuwe wereld er uit komt te zien: Weer goed.
Zoals Hijzelf het goede nieuws in vlees en bloed is,
zo laat hij ook in ons vlees en bloed zien, dat echt alles goed komt.
Dat wil Jezus de mensen leren.
En niet voor niets gebeurt deze genezing in de synagoge.
En natuurlijk doet Jezus dat op ook de sabbat.
Zoals je de kippen moet voeren of je hond ook op zondag uitlaat,
zo hebben ook mensen elke dag dit onderwijs van Jezus nodig,
en deze vrouw, deze dochter van Abraham,
werd al zo lang door de duivel gevangen gehouden.
En natuurlijk geeft Jezus haar de vrijheid, dat is de wil van God.
Of het nou sabbat of zondag of wat voor dag ook maar is.

Het koninkrijk is niet alleen iets voor later, maar voor alledag.
Het is daarbij goed om te vertellen dat de woorden:
Koninkrijk van God, of Koninkrijk van de hemel,
ook bekend waren voor Jezus’ hoorders.
Voor een Jood betekende het: het doen van Gods wil.
In rabbijnse teksten gaat het regelmatig over het Koninkrijk van de hemel.
Dat is dus geen uniek christelijk uitdrukking.
Een Jood kan zeggen:
ik neem het juk van het koninkrijk van de hemel op me.
En dan bedoelt hij: ik wil graag een bepaald gebod doen.
Dus als Jezus leert bidden: laat uw koninkrijk komen,
dan zijn dat woorden die zijn luisteraars begrepen.
Het klinkt als: laat iedereen dat juk op zich nemen.
Laat iedereen doen wat de Koning wil, in de hemel, en net zo op aarde.
Als wij het onze–vader bidden, zeggen we:
laat uw koninkrijk komen,
en uw wil worden gedaan.
Het klinkt dat als twee verschillende dingen.
We hebben ze een beetje uit elkaar gehaald,
maar voor Jezus’ hoorders klonk het als een synoniem.
Want het koninkrijk is daar, waar God koning is
en de mensen daarom zijn wil doen.

– In het koninkrijk van mensen, willen we de regels handhaven,
strikt toepassen, soms koste wat het kost.
Wij kunnen vaak niet anders dan de regels streng toepassen.
Anders wordt het helemaal chaos.
Maar alleen maar streng toepassen gaat zo vaak ten koste van mensen.
In Amerika schreeuwen sommige presidentskandidaten om het hardst,
hoe ze van plan zijn om te gaan met immigranten.
Het land dat zo gegroeid is door immigranten, wil nu een muur bouwen.
Een koninkrijk van mensen.

Hoeveel zijn niet verdreven uit Afrika, of op de vlucht voor IS,
rennen ze zich te pletter tegen de muren van Fort Europa.
En als ze niet in de zee verdrinken,
dan wel in de administratieve rompslomp.
Strenge regels is het antwoord van bange Europese leiders
En als het echt te gek wordt, dan sluiten we toch de grenzen?
Zo gaat het in een aards koninkrijk.

– Maar dan het juk van het koninkrijk van de hemel.
Nou, daar in Lukas staat een Jood klaar,
die ernaar verlangt om Gods wet hoog te houden. Prachtig toch?
De leider van de synagoge wil graag doen wat God wil.
Laten zien dat Hij Koning is door ijverig de sabbat hoog te houden.
Zes dagen zijn er om te werken, en geef hem eens ongelijk.

Maar dan geeft Jezus uitleg, dat hij de wet verkeerd begrijpt,
Jezus geeft zijn hoorders les hoe het eraan toegaat in het rijk van God:
De vrijheid van een dochter van Abraham staat voorop.
In het koninkrijk van God leer je dat Jezus’ juk licht is.
Het gaat om het doen van Gods wil, ja,
niet om het hooghouden van wat regels,
Het gaat om een mens, een dochter van Abraham.
Alsof de duivel nog langer op haar nek had moeten zitten!

Dit besef groeit maar langzaam, dat mensen belangrijker zijn dan de wet.
Het is zo vaak makkelijker om de wet toe te passen.
Wat zegt God over homo’s?
Wat zegt de bijbel over echtbreuk?
En dan stellen we een beleidsnotitie op,
zodat we weten waar we aan toe zijn.
… dit is het uw wil geschiedde van de leider van de synagoge;
dat de mensen reduceert tot symptomen, maar uiteindelijk niet ziet staan.

In het koninkrijk van God staat de vrijheid van zijn zonen en dochters voorop.
Dat betekent echt niet dat je maar kunt doen waar je zin in hebt.
Het juk van Jezus stuurt nog steeds bij,
en misschien kiest iemand er voor alleen te blijven, onthouding.
Ik ken mensen die dit juk op zich nemen, zelfs met vreugde.
En dan zie je het weer even, net als bij een bijzondere genezing:
ja, dit is het koninkrijk van God,
waar het juk op maat wordt gemaakt,
en God de mensen ziet zitten, zonen en dochters.
Bij hem word je niet verzwolgen tussen de tandwielen van het systeem,
maar opgevangen in zijn handen, en bijgestuurd als dat nodig is.


2) Dit besef groeit maar langzaam, geleidelijk.
Jezus moet het ook keer op keer uitleggen.
Het hoort bij het onderwijs dat hij met liefde geeft.
En hij gebruikt daar twee beelden bij:
Het koninkrijk is als een mosterdzaadje.
Het begint klein, maar groeit uit tot een grote plant.
Zoals een boom die op zijn eigen tempo groeit,
waarin voor alle vogels plek is.

En zijn koninkrijk is als drie zakken meel,
waar een beetje desem doorheen gekneed wordt.
Een beeld waar het gist er langzamerhand helemaal doorheen komt.
Ik weet niet of je wel eens deeg hebt gemaakt, voor pasta of voor brood.
Als je de gist er door heen kneed,
dan wil je dat het gelijkmatig verdeeld wordt.
Het is hard werken. Flink en veel kneden.
Net als bij de mosterdplant die klein begint en geleidelijk aan groeit,
zit er iets in het beeld dat geleidelijk gaat,
de gist wordt langzamerhand verdeeld over alle 3 de zakken meel.
Het deel waar de gist doorheen zit, groeit.
Beide gelijkenissen gaan over groei.
Het koninkrijk is als iets dat groeit, dat zich verdeeld over de aarde.
Maar in die gelijkenis van het gist, dat is wel hard werken.
Bedoelt Jezus dat het voor ons hard werken is?

Nu is het onze goede protestantse reflex om te wijzen op genade.
Niet werken. Al zou ik willen, ik kan niets bijdragen.
Maar als je dat te snel zegt, verliezen we iets van de woorden van Jezus.
Als je bid om het koninkrijk, dan is dat ook hard werken.
Bidden op biddag betekent echt niet dat we het in Gods handen leggen,
en nu lekker achterover kunnen leunen.
Alsof je niet hoeft te wachten op de oogsttijd, als je bidt voor gewas.
Of opeens een baan hebt, direct krijgt wat je zo verlangt.
Bidden zorgt niet dat een lastige klus opeens magisch gedaan is.

Bidden begint bij: hem erkennen als Koning. Zijn sturing accepteren.
Daar moeten we in blijven groeien. Het gaat niet vanzelf.
We zijn zo aan de genade gewend, aan de deegmixer en broodbakmachine,
maar Jezus geeft met het beeld van die hardwerkende knedende vrouw aan,
dat het soms flink werken is.
Een juk wordt gedragen door een werkdier, niet een hobbelpaard.
En even verderop zegt Jezus:
Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan,
want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan
maar er niet in slagen.

Doe je best. Het gaat niet vanzelf; je moet er moeite voor doen, zegt Jezus.
En dat besef groeit maar langzaam, geleidelijk,
maar Jezus legt het graag nog een keer uit.
Met zoveel verschillende gelijkenissen.
Hij is zelf, als de hardwerkende vrouw die maar kneedt
en het beeld van het koninkrijk bij ons in–masseert.
Het hoort bij zijn onderwijs dat hij met liefde geeft.

Als ik dus bid om het koninkrijk, dan zet ik ook mezelf aan het werk.
Wie bidt om vrede, laat hem ook doen wat binnen zijn mogelijkheid ligt.
Als je bidt om vergeving, zoek dan niet meer de verleiding om,
Wie vraagt om genezing, zorgt toch ook dat je verder gezond leeft?
Als je God iets vraagt, kijk er niet van gek op
als God jou het instrument maakt om dat gebed te verhoren.
In het koninkrijk van de hemel groeit langzaam de wens
om het juk op je te nemen,
zodat Gods wil ook gebeurt op aarde, zoals nu al in de hemel.
Zo werkt God aan groei in je karakter.

Het koninkrijk van God, is hem erkennen als Koning en het juk op je nemen.
Het koninkrijk van de hemel is groeien, in liefde voor hem en elkaar.
En we mogen best eens tegen elkaar zeggen: doe daar je best voor.
Maar dan wel op de paradoxale manier van het koninkrijk:
werken, zonder dat ik nu wel even denk de hemel op aarde te brengen.
Een boom groeit niet door er aan te trekken.
Het rijk van God is namelijk ongrijpbaar.
Ja het komt, het is al dichtbij, maar wij hebben het niet in handen.

Lucas 17:20-21: Toen de Farizeeën Jezus vroegen
wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde hij hun:
‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen,
en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!”
Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’

Er zit iets ongrijpbaars in het koninkrijk. Het is er, als je genezing ziet,
want dan zie je dat hij Koning is, alle macht over het kwaad heeft,
als hij demonen eruit gooit. Maar zo vaak zie je het ook niet.
Het is er, als er stapels bloemen worden gebracht naar een Syrisch gezin,
waar door boze mensen een steen door de ruit is gegooid.
Maar zo vaak is het er ook nog niet.

Het is dichtbij, als het je lukt met vreugde te doen wat God van je vraagt,
als je de wet niet als meetlat over het leven van een ander legt.
Of als je groei ziet in jou liefde voor God, iets voor een ander kunt betekenen.
Maar zo vaak ook ver weg,
en dan bidden we nog harder of dat rijk mag komen.
En als je om je heen kijkt en voelt hoe vaak het ook tegenvalt,
alsof de boom maar niet groeien wil,
en het deeg zo taai is, dat er geen doorkomen aan is.
Dan is het net alsof het niet goed komt, te moeilijk is.
En dan snap je de vraag die de leerlingen stellen wel:
Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?

Jezus’ antwoordt dat velen proberen maar het niet lukt,
en dat je maar hard je best moet doen.
Daar kun je van schrikken.
Jezus stuurt een groep mensen weg. Sluit hij ook al de grenzen?
Ja maar we hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken!?
We waren erbij toen U onderwijs gaf!

Jezus zegt dan: ik ken je niet, Ga weg.
Hij stuurt mensen niet weg omdat het gelukzoekers zijn,
gelukzoekers zijn we allemaal bij God.
Vluchtelingen die moeten leven van genade.
Als Jezus mensen wegstuurt is er echt wel wat aan de hand:
Je hebt de wet misbruikt, het recht krom gemaakt,
als je de vrijheid van het koninkrijk niet begrijpt.
Als je met kracht de wet hooghoudt terwijl er mensen aan onderdoor gaan.
of juist de vrijheid misbruikt om zonder juk te leven.

Het wordt er dus wel serieus van: bidden om het koninkrijk.
Als je bidt om het koninkrijk van God,
vraag je eigenlijk ook, dat je zelf mag erkennen dat God Koning is;
dat gebeurt wat de Koning wil.
Dat ik met liefde het juk van het koninkrijk op me neem.
En dat kost moeite, dat lukt vaak maar geleidelijk.
Maar daar zullen we in groeien.

Zijn het er maar weinigen?
De vraag dreunt na.
Jezus geeft geen direct antwoord,
maar ondertussen komen aan tafel steeds meer mensen.
Van alle windrichtingen worden er mensen uitgenodigd.
Abraham, Isaak en Jakob, en daar komen de profeten.
Vele zonen en dochters,
Die vrouw die hard heeft staan kneden op al dat deeg,
mag eten van het hemelse brood.
En in de boom die groeide uit het mosterdzaadje,
is alle ruimte voor de vogels van de hemel.


Waar bid je om, als je bidt om het Koninkrijk van God?
wat vraag je als je zegt: Laat uw wil worden gedaan, in hemel en op aarde?
De Catechismus formuleert het zo:
Zondag 49 vraagt: Wat is de derde bede?
Laat uw wil gedaan worden, op aarde zoals in de hemel.
Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen
– (zeg maar: het juk op je nemen)
en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn,
zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is,
even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen.

Zondag 48 laat zien dat de bede om het koninkrijk en het doen van Gods wil
bij elkaar horen. Kijk maar goed naar het begin.

Regeer ons zo door uw woord en Geest
dat wij ons steeds meer aan u onderwerpen;

– Dat is eigenlijk weer hetzelfde als het juk op je nemen.
Maar bij dat koninkrijk hoort meer
Bewaar en vermeerder uw kerk;
Deze plaats die langzaam groeit,
die langzaam doorkneed raakt van hoe de vrijheid van Jezus werkt;
bescherm ons hier. Laat het hier in de kerk veilig zijn.
Als het mis gaat, als er weerstand is. Bewaar ons,
en vermeerder ons, als het gist die de meel laat rijzen.
verbreek de werken van de duivel en alle macht die tegen U opstaat;
De duivel mocht die dochter van Abraham geen dag langer op de nek zitten.
Want God is Koning, de tegenstander heeft het hier niet voor het zeggen.
Verijdel ook alle boze plannen die tegen uw heilig Woord bedacht worden;
Totdat de volmaaktheid van uw rijk komt, waarin U alles zult zijn in allen.

Jezus leert bidden om de komst van dat koninkrijk,
zodat zijn wil wordt gedaan, straks en nu, in hemel en op aarde.
Dat rijk dat nu al dichtbij is, zonder dat we het kunnen vastpakken.
Maar je ziet het wel.
Als kleine zaadjes, met een enorme doorwerking.
En God zal dat laten doorgroeien,
totdat ook jij door hem aan tafel wordt genodigd.
En Jezus je zegt: Kom, zoon, dochter van Abraham,
deel in mijn vreugde,
want van mij is alle macht: in de hemel, zo ook op aarde,
nu en voor Eeuwig. Amen


online delen:

tag genezing bidden kerk juk wet koninkrijk boom reeds en nog niet

Meer preken uit Heidelbergse Catechismus