Votum en Groet Ps 132:4,5 Gebed L: Jes 10:5-11 ps 2:1 L: Jes 10:12-19, 33-34 Ps 2:4 T: Jes 11:1-10 Preek GK 28: eens zal er vrede zijn GK 179a Collecte Gebed Ps 132:7 en 9 Zegen

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Advent is vooruit kijken. We tellen de weken af tot kerst.
zoals een aanstaande moeder aftelt tot ze is uitgerekent.
Vooruit kijken.

En als het zo koud is, dan kijken we graag vooruit naar de lente.
Als de bomen weer blad gaan zetten,
de knoppen beginnen de groeien.
Vooruitkijken naar het moment dat de takjes weer tot leven komen,
zoals die stronk van Isai, die tot bloei komt.

We kijken graag vooruit naar die nakomeleling van David,
die zo heerlijk de Geest van God op zich heeft.
Zo wijs, en rechtvaardig,
en dat paradijselijke plaatje van wolf en lam.
Advent is vooruitkijken, en we zijn in blijde verwachting.
En als kerst er aan komt, dan zullen we dat ook vieren.
De geboorte, dat God echt deze wereld inkomt,
die brug slaat naar ons bestaan.
Advent is vooruitkijken,
naar het moment dat de vliezen van de hemel breken.
En zoals een moeder haar baby in de armen neemt,
zo tastbaar is dan Gods omzien naar deze werkelijkheid.

Maar wat is het vooruitzicht van Jesaja?
Hij profeteerde in de tijd dat Hizkia koning was in Jeruzalem.
Hizkia was een nakomeling van David.
Net zoals David een koning met gebreken,
maar toch ook niet echt een slechte koning.
In de tijd van David was het land nog heel, maar dat is inmiddels gescheurd.
In twee delen. Juda, met Jeruzalem als hoofdstad.
En de andere helft van het land werd Efraim genoemd,
naar de belangrijkste stam.
De hoofdstad Samaria, was in de tijd van Hizkia gevallen.
Verwoest. De 10 stammen waren in ballingschap. Geen fijne tijd.

Dit was de straf van God.
Efraim was bij God weggelopen.
Een volk dat zich vastbijt in ontrouw.
En dan besluit God, in zijn wijsheid en in zijn eerlijkheid,
dat dat niet ongestraft kan blijven.
daarvoor zet God het volk van Assyrie in.
Assur was de stok waarmee God zijn eigen volk sloeg.
De gesel van Gods woede. En daar slaat hij mee.

En terwijl Assyrie Efraim deporteert, wordt ook Jeruzalem bedreigt.
Het is spannend. En ook al mag Hizkia nog blijven regeren,
ook al mag Juda blijven bestaan,
de dreiging blijft in de lucht hangen.

Jesaja is profeet in deze tijd.
En zijn rol is uit te leggen wat er nu gebeurt.
Verklaren wat Efraim overkomt, toch ook de volksgenoten van Juda,
die gedood, gevangen, verkracht, en afgevoerd zijn.
Eerder zegt Jesaja: De Heer heeft zijn Woord op Israel afgestuurd,
en bedenk eens wat dat betekent in adventstijd;
De Heer heeft zijn Woord op Israel afgestuurd
en het heeft Jakobs volk getroffen
. (Js 9:7)

Jesaja profeteert in een tijd, midden in het oordeel.
Want ook al ontspringt Jeruzalem nu nog de dans,
ook haar straf zit eraan te komen.
Jeruzalem was niet minder zondig, dan Efraim.
130 jaar later zou Jeruzalem net zo hard vallen als Samaria.
Vooruitkijken… Dat is niet altijd prettig.

Uiteindelijk laat Gods verhaal met Israel zien,
hoe het er met mij aan toe is.
Ook ik ben niet beter dan zij.
Dus weet waar je naar verlangt als je verlangt naar kerst.
Weet wat je te wachten staat, als hij komt.
Niet jingle–bells en sneewvlokjes;
niet een riant kerst–gourmet met bischopswijn.
Niet gezellige kaarsjes.
Want het licht van Israël kan een vlam worden,
de Heilige van Israël een vuur.

Jesaja schrijft midden in het oordeel.
Straf voor Efraim, dreiging voor Jeruzalem.
Zelfs het middel waar God mee oordeelt, gaat ook straf krijgen.
Het is de vreemde troost die Jesaja biedt.
Efraim wordt gestraft, maar omdat de stok waarmee geslagen wordt,
ook niet deugd, gaat die er ook aan.

Assyrie wordt de gesel van Gods woede genoemd.
De stok waarmee God zijn volk straft.
Maar die stok heeft een eigen willetje.
Jesaja brengt dat mooi in beeld;
We hebben dat gelezen: Jes 10:15. Verbaasd vraagt Jesaja:
Schept een bijl op tegen wie ermee hakt?
Verheft een zaag zich boven wie hem hanteert?

Normaal gesproken natuurlijk niet.
Maar Assyrie, de gesel van God, dacht zelf wijs te zijn,
dacht zelf to groot en zo sterk te zijn.
Als je denkt dat je de grootste en de beste bent,
als je toch met niemand rekening hoeft te houden,
daar wordt je genadeloos van.

Maar dan grijpt God in.
God, de HEER van de hemelse machten, houwt met geweld hun takken af;
de hoogste bomen worden omgehakt, de statigste stammen komen ten val.
Met een bijl kapt hij de struiken weg.
Heel de Libanon wordt door de Machtige geveld.

Eerder, in 10:17 is datzelfde beeld gebruikt:
Het licht van Israël zal een vlam worden, de Heilige van Israël een vuur;
op één dag verbrandt en verteert het de dorens en distels van zijn volk.
De weelde van hun wouden en wijngaarden vernietigt hij, met alles wat daar leeft;
het volk zal zijn als een zieke die wegkwijnt.
Wat blijft over van zijn bossen? Enkele bomen, een kind kan ze tellen.


Maar als we dit even op ons in laten werken,
en het slagveld overzien…
Het is alsof God alle bomen omkapt, alle stambomen sloopt.
Zo heftig is het dus met mensen gesteld.
Heer, wie kan bestaan?

En zo voelde het ook echt voor Israel, voor Jeruzalem.
Alsof de stamboom van David was omgehakt.
Alsof God zelf ermee was gekapt.
Alsof Hij niet meer omzag naar zijn eigen volk.

Het is in die tijd dat Jesaja vooruitkijkt.
Tussen al die gevelde bomen, tussen als de smeulende resten brandhout,
blijkt namelijk toch leven te zitten.
Uit de boomstronk van Isai komt toch een nieuwe takje.
nieuw leven, terwijl je het niet meer verwacht.

Advent is een tijd van blijde verwachting.
We verwachten. Hoopvol kijken we vooruit.
Daarin leven we mee met de manier waarop Israel uitkeek
naar de komst van de Messias.
Er is iemand nodig die alles goed komt maken,
en de cirkel van geweld doorbreekt; de andere wang toekeert.

We herkennen hierin Jezus. Hij is de zoon van David;
en de Geest van de Heer rust op hem.
Dat is dan ook een van de eerste dingen die Jezus zegt in de Synagoge.
Ook uit Jesaja trouwens:

De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
om een genadejaar van de Heer uit te roepen.

Dat is wat Jesaja verwacht, dat is waar we met advent naar vooruit kijken.
En aan die Geest kun je zien, dat einde aan oorlog;
vrede tussen mens en dier, niet van mensen komt.
Niet de VN, of de Navo met een flitsmacht,
Niet onze inzet, voor goede doelen, hoe goed ze ook zijn,
brengen de aarde op orde.
We kunnen niet herstellen wat zo ontzettend kapot is.
Dat krijgen wij niet voor elkaar.
Daar is de Heer zelf voor nodig.

Daarom is het niet zomaar een Geest, maar de Geest van de Heer.
Er moet wat veranderen, en moet een nieuwe wind gaan waaien.
En van die wind, die adem, die Geest, worden 7 dingen gezegt.
7 dingen dus, en dat is zo’n kenmerkende eigenschap
dat Johannes in Openbaringen spreekt over 7 geesten voor Gods troon.
Maar dat is hetzelfde als de ene Geest, zoals er ook maar 1 God is.

De eerste eigenschap van de Geest, is dat hij van de Heer is.
En dat klinkt misschien een beetje overbodig.
Maar zoals we met Jezus,
met niemand minder dan God zelf te maken hebben,
zo dus ook met de Geest.

Dan worden er in 3 tweetallen nog een aantal eigenschappen genoemd.
En de Telg, de nieuwe Tak, is daar vol van:
vol van de Geest van wijsheid en inzicht.
van kracht en verstandig beleid,
en van kennis en eerbied voor de Heer.

De eerste is een Geest van wijsheid en inzicht.
Hij heeft verstand van zaken, weet hoe hij met mensen moet omgaan.
En natuurlijk weet hij dat.
Want de Telg was erbij toen zijn Vader de mensen maakte.
Jezus weet hoe hij met je om moet gaan.
Met een geest van wijsheid,
niet bot, niet laks, maar precies goed.

Ook heeft hij de Geest van kracht en verstandig beleid.
En dit zijn opvallende woorden hier.
Als koning Hizkia zijn stad Jeruzalem belegerd ziet door Assyrie,
komt een hoge generaal hoogmoedig aan Hizkia vragen:
‘Waarop berust toch dat vertrouwen van u?
U meent dat mooie beloften opwegen tegen strategie en militaire macht?

Die laatste woorden, strategie en militaire macht,
zijn precies dezelfde woorden als kracht en verstandig beleid.
De generaal vraagt honend, waar vertrouw je nou op?
En Jesaja mag dus nu over de Geest van de Heer zeggen,
dat hij zeker wel strategie en militaire macht heeft.
God weet hoe hij oorlog moet voeren,
hij weet hoe hij zo dadelijk Assyrie zal vellen.
Maar de Telg van David, vol van de Geest van de Heer,
doet dat niet roekeloos, genadeloos, zoals Assur zelf met Samaria deed.

Jesaja zegt in vers 4: Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond,
met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen.
En dat zijn best zware woorden.
Iedereen staat onder het oordeel van God.
Ook Assur, die God even als gesel van zijn woede heeft gebruikt.
God slaat wel op een eerlijke manier, zijn oordeel is rechtvaardig.
En dat zit ook in het derde tweetal van de beschrijving van de Geest:
Een Geest van kennis, en eerbied voor de Heer.
Hij ademt ontzag voor de Heer.
Mooi dat het hier over adem gaat, want adem en wind en geest,
hebben altijd met elkaar te maken.
en natuurlijk ademt hij ontzag voor de Heer,
want het begin van wijsheid is ontzag voor de Heer.

Als we met Jesaja vooruit kijken, dan zien we Jezus.
en hoe hij die verwachting heeft waargemaakt.
Hij was wijs, wist hoe hij mensen bereiken moest.
Handelde ook verstandig en strategisch.
Koos bewust een bepaalde tijd of een plaats om iets te zeggen,
En zijn hele leven ademt gehoorzaamheid aan Vader.

En zo zien we hoe hij echt degene is,
naar wie nu alle volken opzien, ook ik.
Maar tegelijk zien we met Jesaja dat we nog steeds vooruit moeten kijken,
We wachten alweer op Jezus. Hij moet nog een keer komen.
De schepping zucht, als in barensweeën, zegt Paulus ergens.
Dat is dus ook advent.
in blijde verwachting, vooruit kijken, maar wel door de weeën heen.

We verwachten met advent dat die nieuwe wind eraan komt.
We wachten op recht en op gerechtigheid.
We verlangen zo naar een wereld waar alles rechtgezet wordt.
En dan verlangen we naar Jezus.
Die zo vol was van de Geest van de Heer.
In adventstijd verwachten we Jezus’ komst.
Maar dat is niet een gezelligheidsbezoek.
Als hij zo komt, komt hij om te oordelen de levenden en de doden.
Heer, wie kan bestaan?

Wat Jesaja niet kon, kunnen wij wel. Achteruit kijken,
Kijken waarvoor Jezus de eerste keer kwam.
Op Golgotha plantte hij een boom.
En de gesel van Gods woede laat er niets van heel.
Want God wil de zonde met wortel en tak uitroeien.
Maar dat houten kruis, dat is precies het vaandel wat God plant.
en vlag waarvan iedereen weet: daar moet ik wezen.
Kijk maar in vers 10.
Dan zullen de volken hem zoeken, en zijn woonplaats zal schitterend zijn
De volken. De heidenen, dat zijn u en ik dus.

In de tijd waarin Jesaja dat zegt slaat dat in als een bom.
Want de volken, dat zijn dus ook die barbaarse Assyriers,
zeg maar de ISIS–strijders van vroeger.
En in dat paradijselijke plaatje van Jesaja is er vrede
tussen de roofdieren en de weerlozen.
tussen daders en slachtoffers
tussen de krachtpatsers en de zwakken.
Zelfs de slang – door de duivel misbruikt
om zijn gif in de mensheid te spuiten – is erbij.

Zo door en door kapot als ik ben,
cynisch soms, als Gods mooie verhaal te mooi is om waar te zijn,
of teleurgesteld, omdat mensen het elkaar soms knap lastig maken,
te zien wat God nu eigenlijk doet - ;
God wil dat maken, helen.
En dat is nodig, want zonde maakt namelijk meer kapot dan je lief is,
en dan zien we God niet meer.
of zien we niet meer, dat God zo anders is dan wij.
Dan denken we dat als God oorlog gaat voeren
dat het net zo wreed is als mensen.
Of willen we niet dat God echt schurken vergeeft.
Vertrouwen we niet dat God echt eerlijk is.
zoals de politie in de VS het recht van de zwakken lijkt te negeren.

Toch. God is zo anders.
En dit is dus precies de reden dat Jesaja dit beeld schetst,
om naar vooruit te kijken.
Oorlog zal een keer stoppen, Ziekte is een keer over.
De wereld wordt veilig, en we kunnen de angst voorbij.
Een lam hoeft niet meer bang te zijn verslonden te worden door een wolf.
En baby’s kunnen zonder probleem met slangen spelen.
Bij God geen addertjes onder het gras.
En het wordt tijd dat de wereld dit leert,
dat de wereld vol wordt van kennis, van wie de Heer is.

Zijn rechtvaardig oordeel ziet er anders uit dan we misschien denken.
De duivel zal weg zijn, maar zijn slachtoffers wil God redden.
Zelfs de slang wil God redden.
Dat is wat God wil, vrede en recht.
waarbij alles wat slecht is verdwenen.
En het is de Telg die heeft gevochten, met strategie en macht.
En als hij komt om te oordelen de levenden en de doden,
betekent die houten boom op Golgotha, mijn vrijspraak.
Zo bereikt de Telg uit de wortel van Isai zijn doel:
Niemand doet meer kwaad.
Niemand sticht onheil.
Want kennis van de Heer vervult de aarde.

In Jezus hebben we God leren kennen,
niet als iemand met een botte bijl,
niet met een tactiek van de verschoeide aarde,
Nee, juist met beleid en verstand.
En we zo dat zelfs wij erbij mogen komen.
Jezus is iemand die het smeulende lontje juist niet uitdrukt.
Of het gekneusde takje er dan maar helemaal vanaf breekt.

Hij wil juist helen.
En het wordt tijd dat de aarde vol wordt van Kennis van de Heer.
Mensen moeten dit weten.

Dan zal, op die dag, de telg van Isai als een vaandel voor de volken staan.
Joden en Grieken, Barbaren en Skyten,
Turken en Marrokanen; Friezen, Groningers, en Hollanders.
Alle volken zullen Hem zoeken.
De oorlog voorbij, de verdeeldheid voorbij.
Hij zal ons heel maken, en één maken.

En zijn woonplaats zal schitterend zijn. Amen


online delen:

tag oordeel volken anders boom hakken Assyrie

Meer preken uit Jesaja