Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Soms zou je mensen met hun haren erbij willen sleuren.
Joh, doe dat nou gewoon. Is goed voor je.
Een peuter, die z’n schoenen en jas aanmoet.
Kinderen die hun bord moeten leegeten, of moeten tandenpoetsen.
Vrienden meekrijgen naar een leuke activiteit die jij echt geweldig vindt.
Ouders waarvan je zo graag wil dat ze passende zorg accepteren.

Maar je botst tegen iets super irritants:
Alle mensen hebben een eigen willetje.
En als dat niet overeenkomt … Problemen

Ook geloof is er zo een.
Heb je Jezus leren kennen, heb je geleerd, hoeveel liefde God heeft,
ja, dan gun je dat aan iedereen.
Bidden en bijbellezen. Joh, dat moet je gewoon doen!
Kom mee naar de kerk!
Ik denk dat de mensen in Jezus’ tijd ook zo over hem praatten.
Joh, die gast, die moet je horen. Kom, Hij is echt goed!


… totdat hij dingen zegt, die onverteerbaar zijn.
Jezus was een goede spreker. Kon het prachtig zeggen.
Maar hij doet nu toch een rare claim!
Het lijkt alsof hij veel te hoog van de toren blaast:
Ik ben broodnodig.
Ik ben brood. Je moet me eten, anders ga je dood.

De mensen slikken het niet.
Iedereen die ook vandaag struikelt over het exclusieve van Jezus,
die snapt precies wat die mensen voelen.
Jezus, de enige weg tot de Vader? – Zijn er niet meer routes?
Waarom moet het op jouw methode, we doen het toch ook goed zo?
Hoezo is Jezus de enige manier? Doe niet zo arrogant man …

Die mensenmassa’s die eerst naar hem toetrokken, die haken af.
Deze claim, ligt te zwaar op de maag. Dit is taai, droog brood.
Dit is onverteerbaar …


Als je kind niet eten wil, wat doe je dan?
Ik zeg vaak: je hoeft het niet lekker te vinden,
maar je moet het wel eten.
Dat heb je gewoon nodig.
Het is niet leuk, maar ik wil ook geen verwende nesten.
Sommige dingen moeten gewoon, gewoon je bord leegeten.
Maar is dingen–voor–God–doen, er ook zo een?

Die vraag klinkt vandaag, als we nieuwe ambtsdragers mogen bevestigen.
Wat ben ik dankbaar dat we geschikte mensen hebben gevonden.
Jullie nemen de plaats in van 3 mensen,
die elk met hun talent en mogelijkheden hebben gediend.
Aan de vertrekkende en de aantredende mensen, geeft God talent.
We hebben een tijd van de oude talenten mogen genieten,
en ik heb er alle vertrouwen in
dat we ook van nieuwe gaven zullen genieten.
Want het komt uit de koker van een goede God, die zorgt.

Maar het is geen geheim dat de zoektocht
naar nieuwe ambtsdragers dit jaar echt lang geduurd heeft.
Stel je de ouderling voor, die meerdere mensen vraagt,
en keer op keer “nee” te horen krijgt.
Natuurlijk, weloverwogen, goed doordacht, dat hoop je dan maar.
En dan kun je er ook wel begrip voor hebben.
Maar dit zijn wel taken, die hebben we nodig.
Kom, dit moet toch gebeuren?
– Ja is dat zo?


Daarvoor wil ik terug naar het bijbelverhaal,
want daar gebeurt iets heel bijzonders.
Jezus zegt: ik ben broodnodig. Als je mij niet eet,
tot je neemt, als ik niet in je kom, dan ga je dood.
Dus dat is nog urgenter dan een kind dat geen spruitjes lust,
dit gaat echt over eeuwig leven of dood!

En de mensen willen h’m niet.
Wij met ons eigen willetje ook altijd,
het botst zo vaak met God.
Het kost de mensen te veel, en ze taaien af.

Jezus vraagt dan aan de 12 leerlingen die hij geroepen had.
“Willen jullie soms ook weggaan?”
Hij geeft de ruimte. Geen verwijt. Geen dwang.
“Willen jullie soms ook weggaan?”


Dat Jezus de ruimte geeft vind ik zo mooi!
Hij gijzelt je niet. Hij is het levende brood,
maar hij wil niet dat je met lange tanden hem eet,
omdat het nu eenmaal moet.
Jezus wil dat je het doet, maar wel met hart. Dat het echt is.
En eerlijk gezegd: ik denk dat Jezus ook voldoende zelfvertrouwen heeft,
dat hij het durft te vragen. Hij IS het leven zelf.
Hij is de Heilige van God. Hij weet hoe zoet en goed het is.
Maar hij dwingt het niet af. Hij drukt dat niet door je strot.
Hij laat de keus aan zijn leerlingen.

En doordat Jezus deze vraag stelt,
krijgt Petrus de kans om zijn geloof te verwoorden.
Hij volgt niet, uit gewoonte of bijgeloof,
of zwaar beladen met een roepingsbesef,
en ja nu kan ik er niet onderuit.
Nee, hij heeft het Leven geproefd, hij wil niet weg.
Waar moet ik anders zijn dan bij U?!
“U spreekt woorden die eeuwig leven geven.
En wij geloven en weten dat U de heilige van God bent.”

Doordat Jezus de ruimte geeft, de vrijheid,
wordt het volgen van de leerlingen,
niet op de automatische piloot, maar echt.
Jezus geeft de ruimte dat we het hart te horen krijgen, achter het doen.


Dat hart is belangrijk.

Een jaarthema over doen … je kan elkaar makkelijk opfokken,
in de actie–stand, meenemen, groepsdruk, hup hup, moet gebeuren.
En voor je het weet moet je de schriftlezing doen,
terwijl je er niet op zat te wachten.
Maar als het gedwongen wordt, is het dus precies niet meer van–harte.

Hier botsen denk ik twee menselijke houdingen op elkaar.
Ik wil ze schetsen; ik denk dat ze allebei mogen,
over allebei kun je ook een bijbels–sausje doen,
waardoor je misschien vergeet dat de andere kant ook goed is.

De eerste manier is die van de trouw.
Mensen zijn loyaal, hebben plichtsbesef.
Ik word geroepen. Dit is nodig.
Ik heb misschien geen zin, maar voel toch dat het nu mijn taak is.
Dit zijn mensen met discipline.
Ik zie het veel bij ouderen.
In de tijd dat een samenleving weer opgebouwd moest worden,
kun je je de luxe niet verantwoorden of je er zin in hebt.
Sommige dingen moeten gewoon gebeuren. Niet zeuren, maar gaan.
Dit is Doen. En heel vaak zit daar een prachtig hart onder.

Een andere manier, is die van de authenticiteit.
Je zit dan dicht bij iemands passie.
Die wil ergens helemaal voor gaan.
En dan gebruiken we taal als:
ik heb het op m’n hart om, dit of dat te doen.
Ook dit is Doen, met een prachtig hart eronder.


Ik moest bij de voorbereiding denken aan het verhaal van de verloren zoon.
Het verhaal is bekend, ik heb het niet laten lezen.
Ik haal het erbij, omdat het ook twee valkuilen laat zien,
in die twee houdingen die ik net schetste.
Die jongste zoon, die wil het geld
dat hij bij de erfenis van zijn vader zou krijgen.
En vertrekt. Wil weg bij zijn vaderlijk huis, waar liefde was,
maar nee, deze jongen doet alsof z’n pa dood is.
Geef me m’n geld, en hij zuipt alles op.

Denk even aan die vader. Die laat zijn zoon gaan.
Dat is hetzelfde als wat Jezus hier doet.
Die vader zegt niet: moet je niet doen, is slecht voor je!
Nee, hij laat hem gaan.
Hij laat hem niet los,
elke dag staat hij bij de deur die altijd open blijft.
Maar zijn zoon is geen gevangene.

Dus deze jongen gaat.
Hij heeft zijn hart gevolgd, en zie waar het h’m bracht.
Niet alle authenticiteit is goed …
Zijn geld raakt op, zijn gekochte vrienden,
en betaalde vriendinnen gaan bij hem weg.
Hij is alleen.

En dan komt zijn hart tot inkeer. Authentiek.
Bekering die echt is, is God zoveel meer waard,
dan denken dat je geen bekering nodig had.
Hij heeft zijn speech bij de varkens geoefend: Vader, ik heb gezondigd,
laat me dagloner worden, ik wil werken, maar ik weet:
hier is het goed. Bij u is leven, en ik heb het helemaal niet doorgehad.
En wat ik dacht dat leven was, was dat helemaal niet …
Maar de jongen mag zijn herstelplan niet eens uitspreken,
of vader zegt: stil. We gaan feest vieren want mijn zoon is weer terug!
Alsof die jongen niet genoeg feestjes had gezien hè? Maar nu echt.

Zie je de lijn?
De vader geeft hem de ruimte. Hij laat hem gaan.
De jongen gaat zijn hart achterna, de afgrond in.
maar hij komt terug, en nu wil hij het goede doen.

Ik denk, van de mensen die in Johannes 6 bij Jezus weggingen,
dat velen na Pinksteren net als de verloren zoon, zijn teruggekeerd.
Ontdekt hoe ze het levende brood misten,
wat voor een diepe honger ze hebben.
Soms moet je een gerecht leren eten.
Soms ben je er nog niet aan toe.
Maar er komt dus een moment dat de weggelopen mensen weer terugkomen.
We leren het wel. Maar leren doe je het beste als het ongedwongen is,
als je zelf tot het inzicht kwam.
God zorgt daarvoor. Met de deur altijd open.
En kijk wat voor een feestmaal er voor je klaarstaat als je terugkomt!

Maar dan de oudste. Die is alleen maar aan het doen.
Maar heeft hij echt het hart gevoeld? Hij is trouw, loyaal. Misschien.
Maar hij praat alsof hij een slaaf is in plaats van zoon.
Vindt hij het fijn bij Vader? Is hij er van harte?
Het lijkt alsof hij eet met lange tanden.
En als zijn irritante lakse jonge broertje terugkomt,
die het familiebedrijf in steek liet
zodat hij zich zo hard heeft moeten uitsloven,
dan is het verwijt eigenlijk:
dat hij zelf nooit een feestje heeft kunnen vieren.
Hij verwijt eigenlijk dat de jongste deed wat hij ook wilde.
Het verdrietige is dat hij zijn vader zo slecht kent,
dat het echt wel had gemogen …


In dit verhaal zie je de twee valkuilen.
Als je alleen met je hart doet, dan laat je de boel de boel,
en maak je brokken, totdat je terugkeert.
Echtheid zonder trouw, is niet goed.

Maar ook omgekeerd:
Trouw, zonder echtheid, is slaafs en ontevreden.
En ten diepste jaloers op het feestbeest.
En voelt alleen maar de druk en verantwoordelijkheid.
Maar in het familiebedrijf is Vader er nog.
Als je somber wordt als we de vacatures niet vervuld krijgen,
laat God eens tegen je zeggen: Alles wat van mij is, is van jou.
Laat Jezus tegen je zeggen:
ik snap dat het demotiverend is, als mensen niet thuis geven.
Geloof me, ik weet beter dan jij, dat het van levensbelang is.
Maar wil je soms ook gaan?

Voel de vrijheid, de ruimte die God geeft.
Dat geeft de moed om je schouders eronder te zetten.
En die hartelijke woorden van Petrus na te spreken.
Natuurlijk niet. Waar anders moet ik zijn, dan bij U?


De vader staat buiten, voor zowel de oudste als de jongste.
Soms komen taken altijd op dezelfde schouders.
En soms zucht je daarvan, en dat mag best.
Laat je dan namens God bedanken voor wat je doet.
Maar dien God niet met tegenzin.
Of zou Vader kinderen met lange tanden aan zijn feestmaal willen?
Hij loopt naar de oudste toe, en wil ook dat hij er weer bij komt.
Joh. Wees blij, want je broer is er weer …

En nu staan jullie klaar om een taak op je te nemen.
Ik proef bij jullie een bereidheid, een echtheid.
Je had nee kunnen en mogen zeggen.
Maar ik proef een mengeling van trouw en inzet,
misschien een er tegen opzien, maar ook een echt hart dat God wil dienen.

Dat is waar we God voor zullen danken.
Want dat geeft ook het vertrouwen dat hij je zal dragen
in de komende periode.
En dat onder het trouwe doen,
ook het oprechte hart mag schitteren,
waar het ook sprankelt in Petrus’ belijdenis:
Ja, maar bij Jezus, daar is het echte leven!

God helpt ons allemaal, om zijn wil te doen, vanuit het hart.
Hij geeft ruimte, hij dwingt niemand.
Zijn deur is altijd open.
En precies dat laat liefde, om bij hem te willen zijn, alleen maar groeien.
Voor verloren kinderen is het soms even zoeken,
maar uiteindelijk komen al Gods kinderen, op Gods tijd, tot die conclusie:
waar anders moet ik heen? Alleen bij U is het te vinden.

Amen

online delen:

tag vrijheid trouw ambt hart DoenMetJeHart

Meer preken uit Johannes