Jer. 31:27-34 | link naar preektekst |
Doen met je hart - startzondag 2026
|
startzondag | 2026-09-13 mo Rijsenhout |
Doen met je hart.
Wie van de jongeren vindt het leuk om te stofzuigen?
Of de afwasmachine uit te pakken?
Corvee klusjes zijn niet echt leuk he?
Ze moeten gebeuren, maar bleh, wat stom!
Als kind had ik echt super hekel aan de afwas.
Ik was dan echt niet leuk.
Met mn zusje of broertje moest ik afwassen,
maar omdat ik chagrijnig was kwam er vaak ruzie.
Maarja. Regels zijn regels, en het was gewoon nodig.
Zo kun je ook kijken naar Gods regels.
Ze moeten nu eenmaal gebeuren …
Maar als je zo naar wat God wil aankijkt,
daar wordt het niet gezellig van.
En daar gaat dit stuk van Jeremia eigenlijk over.
Daarvoor moet ik wel een stukje uitleggen.
God had wetten gegeven.
Hij zei: Ik wil dat je elkaar liefhebt,
Ik wil dat je deelt in plaats van steelt;
Mensen laat opleven, in plaats van doodzwijgt,
Ik wil dat je trouw bent, en jezelf beheerst.
Zorg dat je niet alleen van jezelf houdt,
maar net zoveel van anderen.
En ik wil, zei God, dat je mij liefhebt.
Ik zal je helpen, ik wil je redden,
bij mij mag je altijd opnieuw beginnen,
maar blijf dan ook bij mij.
Ik heb je gemaakt, ik weet wat goed voor je is.
Ik heb jou en de wereld gemaakt,
ik heb de handleiding voor het leven zelf geschreven,
luister daar maar naar.
Dat luisteren ging het vorig jaar eigenlijk over.
Maar lukt het mensen dan, om van luisteren naar doen te gaan?
Het verhaal van Israël is eigenlijk het voorbeeld
dat laat zien hoe lastig alle mensen het vinden
om naar God te luisteren.
We kunnen het niet.
God zegt: ik wil dat je dat doet.
En jaap loopt floep, de andere kant op.
God zegt: Je mag niet van de boom eten.
En adam en eva doen het toch.
God zegt tegen Israël, ik wil dat je alleen op mij vertrouwt,
en hup, Israël doet het niet.
Dit noemen we zonde.
Van mezelf heb ik helemaal geen zin om te luisteren naar God.
Ik wil niet dat iemand bepaalt wat ik moet doen.
Ik heb er geen zin om te luisteren naar iemand anders.
Zonde is, dat ik het liefst zelf bedenk.
Zonde is dat ik wil doen, waarvan God zegt dat het niet goed is.
Het verhaal van de bijbel laat zien hoe erg God dat vindt.
In de tijd van Jeremia is God zo boos geworden,
Hij heeft vreemde volken laten komen,
om oorlog tegen Israël te voeren.
Om de mensen te doden, gevangen te nemen.
God heeft zijn eigen mensen weggestuurd uit Israël.
Stel je voor: dat je een kind bent in Israël in die tijd.
Ze zijn van Jeruzalem naar Babel gebracht.
Voelen zich verdrietig, ver van huis,
niet hun eigen plek, hun eigen taal.
Het is een straf van God. Maar dan ga je nadenken.
Het waren de opa’s en oma’s, het waren de papa’s en mama’s die fouten
hebben gemaakt.
Maar nu zitten de kinderen in de gevangenis. Klopt dat nou?
Dat is dat spreekwoord:
“De ouders hebben zure druiven gegeten,
en de kinderen kregen daar slechte tanden van.”
Zij hebben brokken gemaakt, en nu zitten wij met de gebakken
peren …
Dat voelt niet eerlijk toch?
Jeremia heeft dat gehoord, en zegt hier eigenlijk:
je hebt gelijk: dat is niet eerlijk.
Als jij straf verdient, dan is dat als jij een fout maakt.
Niet omdat iemand anders een fout maakt …
Nooit meer zal iemand gestraft worden
voor de slechtheid van zijn ouders.
God zegt: ik ga het goed maken.
En niet alleen doordat Gods straffen eerlijk worden:
maar ook doordat hij gaat zorgen,
dat de zonde in mijn hart, ja soort van gaat verdwijnen.
In mij, in jou, in Israël zat een hart, wat niet wilde luisteren.
Maar God zegt: Mijn regels, ik leg ze in je binnenste.
Vroeger schreef ik de wet op steen.
Maar nu schrijf ik de wet in je hart.
En dat is geen tatoeage,
maar soort van, dat je het op je hart hebt.
Het komt vanuit jezelf. Je voelt vanbinnen dat het goed is.
Het gaat van harte.
Je snapt het nu ook, je bent het ermee eens.
Wat God wil en wat jij wil, is hetzelfde geworden.
Dat gaat dus verder dan een suffe corvee–lijst op de keukendeur.
Dat gaat over hoe je bent: veranderd, maar toch jezelf.
Hoe gebeurt dit? Waarom gebeurt dit?
Daar gaan we het dit jaar over hebben.
Gods regels worden dan niet meer stom, maar goed.
En hoe beter je God leert kennen,
en snappen hoe goed hij is, hoeveel liefde hij heeft,
dan gaat jouw hart veranderen.
Jeremia zegt dat ook hè?
Je hoeft niet meer te zeggen “Zorg dat je God, de
Heer, kent.”
Want als dat in je Hart zit, ja duh, dan ken je hem al!
Iedereen, van klein tot groot, zal God kennen.
En wat er dan gebeurt: dan ga je eigenlijk vanzelf Gods regels doen.
Dan wil je doen wat hij vraagt.
Nou hier gaat het eigenlijk het hele jaar over.
God geeft regels. Hij wil dat we dingen doen.
Maar God geeft je ook een nieuw hart,
zodat het geen moetje meer is, maar zodat je het ook wil.
Zelf wil. Dan is het fijn om dingen te doen.
Ik vind de afwas nog steeds een van de stomste klusjes die er is.
En ik ben blij dat God geen corveelijsten maakt.
De dingen die hij wel van jou en mij vraagt –
je zult merken dat als je ze met liefde doet,
voor God, dat het steeds meer van harte gaat.
En het is God zelf die je dat zachte hart geeft.
Zijn liefde laat harde harten smelten.
Dat je het doet, met je hart.
Amen
Meer preken uit Jeremia
