Hand. 1:12-26 | link naar preektekst |
Wachten
|
wezenzondag | 2026-05-17 mo Rijsenhout |
Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Wezenzondag. Zo heet de zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren.
Als een wees, een kind zonder ouders …
Jezus had aangekondigd dat hij zijn leerlingen
niet als wezen zou achterlaten.
Aan het laatste avondmaal, had Jezus zijn leerlingen de voeten
gewassen.
Hij had aangekondigd dat hij moest lijden en sterven.
Gezegd dat hij weg zou gaan.
Hij had ook beloofd dat hij de Geest zou geven aan zijn leerlingen.
“Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij
jullie terug.” Joh.14:18
Toen Jezus stierf voelde het alsof hij wegging.
Gelukkig werd het Pasen en kwam Hij terug, zo leek het.
Maar als Jezus bij het graf aan Maria verschijnt zegt hij:
“‘Houd me niet vast. ( …) ‘Ik ben nog niet
opgestegen naar de Vader.
Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar
mijn Vader,
die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God
is.’”
Jezus was er wel, maar het was anders. Ongrijpbaarder.
En Jezus kon niet blijven.
40 dagen ontmoette hij ze, sprak, at.
Maar het was niet meer zoals vroeger, alsof er niets gebeurd was.
En dan is het hemelvaart, en dan stijgt hij op naar Vader in de hemel.
Opgenomen in de wolk, in de heerlijkheid van God.
Het ultieme teken dat God Jezus’ werk aanneemt.
Zodat Vader nu ook onze Vader is.
Dat God alles accepteert wat Jezus met zich meeneemt.
Als je in Jezus bent, dan smokkelt Hij je als het ware zo de hemel in.
Dat is het hele punt van zijn werk geweest.
Jezus is dus gegaan.
Maar de Geest is nog niet gekomen.
We zitten dus precies tussen Jezus’ vertrek,
en de belofte dat we niet alleen zouden blijven.
Zijn we in die tussentijd toch wezen? Is God weg?
Ik weet niet hoe jij dat hebt,
maar wat doe jij, als je alleen moet wachten.
Stel de vorige bus is vertrokken, en de volgende is er nog niet.
Hoe vul je loze tijd?
Als het goed weer is, loop ik een stukje,
maar als ik geen zin heb, ik grijp vaak naar m’n telefoon.
Wachten op de bus, of op de wc. Herkenbaar?
Soms is het uit verveling, of uit gewoonte.
Soms is het een drive, dat ik wat nuttigs wil doen.
Ik lees het nieuws of kijk iets interessants.
Soms lukt het wel hoor, om niets te hoeven, om echt te kunnen wachten.
Maar ik denk dat het ook wel eens ruis op de lijn geeft.
Nu zeg ik niet dat je geen telefoons moet gebruiken,
maar even als voorbeeld.
Soms is je tijd waardevol, wil je er zorgvuldig mee omgaan,
niet niksen, niet verspillen.
Aan de andere kant; soms kunnen we ook niet meer rusten,
in het moment zelf zijn. Wachten.
Een wijze man uit mijn vorige gemeente noemde dat lummeltijd.
Gewoon even niets. Aan het water, een biertje drinken, sigaartje erbij,
misschien kletsen, of juist stilte.
Mijmeren, ideeën liggen in de week, en kunnen rijpen.
En dan komen de goede gedachten wel, maar zonder die druk erop …
En ik stel deze vraag vandaag,
omdat wezenzondag voor ons kan betekenen:
je hebt een geloofs–top gehad, het was een heerlijk opgewekt moment,
een soort Pasen. Maar je kon het niet vasthouden.
En hoopvol verwacht je er later weer een.
Want God zal ons niet alleen achterlaten, dat heeft hij beloofd.
Maar in de tussentijd. Wat doe je eigenlijk?
Je ervaringen met God zijn waardevol, daar wil je zorgvuldig mee
omgaan.
niet niksen, niet verspillen.
Maar aan de andere kant, soms kan je vergeten dat je ook gewoon mag
zijn.
Je hoeft niets te bewijzen.
God is er wel, en we hoeven ons niet in de kijker te spelen.
Je hoeft niets te verdienen of presteren.
Samen op een vlondertje zitten, is genoeg.
Het is misschien wel de beste quality–time in een relatie.
Deze spanning gaat het over op wezen–zondag.
Jezus is gegaan, de Geest is nog niet gekomen.
De opdracht is wachten. Hoe doe je dat?
Nou, de leerlingen wachten ook.
Na de hemelvaart gaan ze naar het bovenvertrek.
Handelingen zegt het wel mooi:
“Ze wijden zich aan het gebed, samen met de
vrouwen,
met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers.”
Waar ik uit verveling misschien mn telefoon zou pakken;
de tijd wat te verdrijven, of iets lezen om toch maar iets nuttigs te
doen –
zij doen dat ook, maar dan om contact te leggen, in verbinding te zijn.
Met Jezus Vader, die ook Onze Vader is. Ze bidden.
In een jaar thema over luisteren hebben we het veel gehad over
open–staan voor Gods woord.
Lukt het ons om te luisteren. Naar elkaar, naar God.
De leerlingen doen dat. Ze doen wat Jezus had gezegd, ze wachten in
Jeruzalem.
Wachten kan ook passief zijn. Alsof je op je luie gat moet zitten.
En God lost wel alles voor je op.
Straks komt de Geest, en dan hoeven we niets meer,
want de Heer moet alles doen.
… Dat is te makkelijk.
Wachten en verwachten uit vertrouwen en afhankelijkheid,
is iets anders, dan achterover leunen uit luiheid.
Ik vind het mooi dat je de leerlingen
ook niet uit verveling maar hun telefoon ziet pakken.
Ze bidden, en ze werken.
Luisteren naar God is niet slaafs volgen,
wat Petrus nu doet, is eigen initiatief.
Het volk is geen elftal maar een twaalf is het volle nummer.
Net zoals Jacob 12 zonen had, een volheid.
Maar Judas is niet meer. Hoor je ook iets van verdriet in die woorden:
“Judas was een van ons en had deel aan onze
dienende taak.”
Maar Petrus beschrijft eerlijk dat een van hen tegen de Heer gekozen
heeft.
En ook wat daarvan de consequenties zijn:
“Laat zijn woonplaats een woestenij worden en
laat niemand daar meer verblijven.”
Ook leert Petrus uit de psalmen: “Laat een ander
zijn taak overnemen.”
Niemand had dat tegen Petrus gezegd.
Hij zit niet stil te wachten, te niksen.
Nee, hij gaat over tot actie.
Want, kan het kloppen dat Jezus’ groep ambassadeurs incompleet is?
Nee, zegt Petrus, dat moeten we aanvullen.
De klas moet weer op volle sterkte. De klas?
Meer dan dat. Getuigen, deelnemers.
Het moet iemand zijn “die steeds bij ons waren
toen de Heer Jezus
onder ons verkeerde vanaf de doop door Johannes
tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen,
samen met ons getuigen van zijn opstanding.”
Petrus zoekt getuigen van de kern–momenten.
Dit is niet wachten, maar zorgvuldig je organisatie weer op orde krijgen
Als je zijn speech leest, ik vind het eigenlijk best wel lijken,
op de toespraak die hij over een week houden gaat, met Pinksteren.
Er zit een stevigheid in, een vuur. Een volheid aan bijbelverwijzingen.
Judas’ verraad, maar ook zijn lot, wordt vanuit de psalmen herkent.
Zo moest het gebeuren.
Alsof er voor Pinksteren al een geestdrift in Petrus zit.
Tussen haakjes: de Geest is er altijd al geweest,
want God laat ons niet alleen. Hij laat ons niet als wezen achter.
Er zijn wel uitleggers geweest die wijzen op een verschil tussen
ambtsdragers kiezen voor Pinksteren en daarna.
Later als er 7 diakenen worden gekozen,
dan voelt het als een geestelijk roeping.
Terwijl hier het lot geworpen wordt.
Ze gebruiken dezelfde manier
als waarop priester–ordes hun taken kregen aangewezen.
Zo willen ze Gods stem verstaan en zijn goedkeuring zoeken.
Ik denk dat je het verschil tussen voor en na Pinksteren
niet te groot moet maken.
De Geest, werkt door mensen heen, ook al voor Pinksteren.
En dat hier een dubbeltal is gebruik,
dat is niet de reden dat onze verkiezingen
uit dubbeltallen zou moeten bestaan.
Dit was een unieke gebeurtenis. En misschien ook wel symbolisch.
Want de namen van de 11 die zo zorgvuldig door Lukas worden opgesomd;
Mattias, die uiteindelijk verkozen wordt, daar horen we later niet meer
van.
Het is een van de twaalf, hij was er,
op de kernmomenten dat het ertoe deed, bij.
Door het lot, door God zelf aangewezen.
Maar hij hoeft verder niets te presteren.
Ook die ander, Jozef Barsabbas, met zijn opvallende Latijnse bijnaam:
Justus, de goede; ook van hem weten we niet zo gek veel.
In een van de eerste geschiedenisboeken van de kerk
staat het verhaal dat Justus een gif–beker drinken moest,
maar daar niet van stierf. Een wonder.
Of je nu door het lot gekozen werd of niet,
beide zijn goede ambassadeurs van Jezus.
Horen bij zijn team, er is ruimte bij zijn elftal.
Het is dus ook nooit een afwijzing.
Maar God die met een ieder zijn eigen weg gaat.
Petrus, neemt hier de leiding.
Ze gaan bidden, en ze gaan werken. Dit is Ora et Labora in de praktijk.
Zo werkt het ook voor jou als je soms voelt dat God er niet bij is,
als je tussen piek ervaringen inzit, maar nu eigenlijk iets van God
mist.
Doe als de leerlingen.
Zoek elkaar op, pak Gods telefoon en bid,
om het te zeggen, als je hem mist.
Om hem te laten delen in je verlangen,
om te luisteren naar wat hij wil.
Of steek je handen uit de mouwen en breng de organisatie weer op orde.
Zoek de mensen op die getuigen waren van kernmomenten,
door het lot aan je leven verbonden,
om je te laten zien waar ze God aan het werk zagen.
Zo mag in alles, je wachten veranderen in verwachten.
Want ook als het voelt dat hij er niet is,
dacht je echt, dat Jezus, of de Geest er niet bij is?
In wezen is God er altijd bij. Amen
pasen
hemelvaart
pinksteren
wees
verlangen
wachten
bidden
bid en werk
Meer preken uit Handelingen van de Apostelen