Mt. 28:1-10 | link naar preektekst |
Verzoendeksel
|
pasen | 2026-04-05 mo Rijsenhout |
Geliefde gemeente van de opgestane Heer.
Klaagliederen eindigde met een zucht.
De tempel verwoest, de koning afgevoerd, de beloften gebroken.
Goede Vrijdag was diezelfde zucht, door God zelf overgenomen.
De tempel die Jezus zelf was, gevallen.
De zoon van David, dood.
De spot van de omstanders hangt nog in de lucht: “Jij was toch die man …”
Op zondagmorgen, een dag na de sabbatsrust, zijn de vrouwen er vroeg
uit.
Nog katerig van verdriet, verdoofd, verward,
proberen ze hun liefde handen en voeten te geven.
Ze komen om een lijk te balsemen,
ze zijn nog in de rouw van Klaagliederen.
Op de steen zien ze een engel.
Engelen zijn vaker toegang–bewakers.
Van het paradijs, of afgebeeld in de tabernakel en tempel.
En nu zit er een bij Jezus, die de tempel van God was.
Afgebroken?
Maar deze engel zit niet op de afgebroken stenen ruïne van de tempel,
zoals Jeremia vaak is afgebeeld, treurend en klagend, om de gevallen
stad.
Nee, de Engel zit rustig te wachten, op een ordelijk weggerolde steen.
Alsof het de buitenkant van het heiligdom is.
Hij weet wie ze zoeken.
Maar de engel zegt: “Hij is niet hier.
Hij is immers uit de dood opgewekt, zoals hij gezegd heeft.
Kijk, dit is de plaats waar Hij gelegen heeft.”
Geen engel die je de toegang tot het het paradijs ontzegt,
alsof je de deksel op je neus krijgt.
Maar buiten op de weggerolde steen
nodigt hij je uit om juist naar binnen te gaan.
Alsof je in het heilige der heilige wordt verwelkomd.
Alsof Jezus’ tempel weer in bedrijf is genomen.
In drie dagen zal ik de tempel weer opbouwen, had hij gezegd.
We lazen woorden van Paulus:
“Hij is door God aangewezen om door zijn dood het
middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft.”
Die woorden middel tot verzoening,
verwijzen naar het verzoendeksel dat op de ark in de tempel stond.
Het is de genadetroon,
de plaats waar God in Oude Testament, in de tempel was.
Deze morgen wil ik hierop inzoomen.
Daarom hebben we die teksten uit Exodus en Hebreeën gelezen.
Laten we eens precies naar die ark kijken.
De ark van het verbond, de heilige kist van God,
stond dus in de tabernakel en later in de tempel.
Daarin lag het Woord van God: 2 stenen platen met de 10 geboden.
Een kruikje met manna, de staf van Aaron.
Allemaal elementen uit de bevrijdingstocht,
souvenirs van de woestijnreis van Israël.
Boven op die kist lag een plaat.
Op die plaat werd bloed gesprenkeld, om verzoening te doen,
God zegt dat zijn aanwezigheid, op die plaats rust.
God zit niet in de kist, maar zijn heerlijkheid is erboven.
En bovenop die verzoendeksel, aan beide kanten,
waren beelden van 2 engelen.
Een aan de ene kant, en een aan de andere kant.
Die engelen staan dus als wachters, als bewakers
om het woord van God, het brood uit de hemel, Gods aanwezigheid zelf.
Nu trekken we de lijn door.
De twee Maria’s zien een engel zitten op de steen die is weggerold.
Dat is de buitenkant van het heiligdom.
Hij zegt: “Hij is niet hier. Hij is immers uit de
dood opgewekt,
zoals hij gezegd heeft. Kijk, dit is de plaats waar Hij gelegen
heeft.”
En als we dan de anderen evangeliën lezen
zien we ook binnen engelen zitten.
Het meest duidelijk zien we dan bij Johannes: Joh.
20:11–12
“Maria stond nog bij het graf en huilde.
Huilend boog ze zich naar het graf,
en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten,
een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind
van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen.”
Deze scene moet je even goed voor je zien: daar zitten 2 engelen,
Een aan de ene kant, en een aan de andere kant.
Net als bij de verzoendeksel!
Wat vertellen de evangeliën ons hiermee?
Jezus wordt dat verzoendeksel genoemd.
De heerlijkheid van God ruste boven op die plaat.
Omgeven door twee engelen.
Die engelen laten zien dat Jezus de vervulling is
van alles wat de engelen op de verzoendeksel bewaakten:
In de ark bewaakten ze de wetten, het kruikje manna, de staf.
En nu laten de engelen zien:
Jezus is het levende woord van God.
Jezus is het brood van het leven.
Jezus is de goede herder, waarvan zijn stok en staf me troosten.
Ja, Jezus is de aanwezigheid, de heerlijkheid van God zelf,
Jezus vergoot zijn bloed, Jezus is de verzoendeksel.
Daarom zitten er 2 engelen op de plaats waar Jezus lag.
Een aan de ene kant, en een aan de andere kant.
Maar let nu op het verschil. Want Exodus zei ook:
“Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats,
boven de verzoeningsplaat,
tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst,
zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten
verlang”
De Heerlijkheid, de aanwezigheid van God, ruste dáár,
op die plek, tussen die engelen.
Maar nu zegt de engel: “Hij is niet hier.
Hij is immers uit de dood opgewekt, zoals hij gezegd heeft.
Kijk, dit is de plaats waar Hij gelegen heeft.”
Waar is de heerlijkheid van God gebleven?
En hier maakt God het naar zich toetrekken van de tempel, af.
Want Jezus is de heerlijkheid van God zelf.
Jezus is de belichaming van de tempeldienst
Hij is het geslachte lam en hogepriester in één.
Hij is het gesprenkelde bloed op verzoenplaat zelf, in levende lijve.
Maar hij is niet meer alleen dáár. “Hij is hier
niet.”
God doet niet de tempel weg, als oud en achterhaald,
maar hij absorbeert het, vervult het, neemt het over.
Hij tilt het naar een hoger plan.
“Hij is door God aangewezen om door zijn dood
het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft.”
Jezus is het verzoendeksel.
Tussen de 2 engelen rustte de heerlijkheid van God,
maar hij is niet hier, zeggen de engelen.
Gods heerlijkheid is nu niet langer beperkt tot 1 plek.
Niet langer maar 1x per jaar toegankelijk.
Gods verzoening is nu overal vrij beschikbaar.
Alle mooie elementen uit de bevrijdingstocht van lang geleden,
zijn niet alleen op 1 plek te vinden.
Nee. De betekenis van Pasen is, dat God zijn genade, zijn bevrijding,
nu overal aan iedereen kan aanbieden:
Het is voor u, voor jou. Waar je ook bent
Is dat zo? Even precies, want de Engel, en Jezus later zeggen niet,
dat ze Jezus overal kunnen ontmoeten, nee, ze moeten naar Galilea.
Dat is wel een plek.
In Exodus staat hoe God met het volk spreekt, vanaf de verzoendeksel:
“Daar zal ik je ontmoeten, en vanaf die plaats,
boven de verzoeningsplaat,
tussen de twee cherubs op de ark met de verbondstekst,
zal ik met je spreken en je alles zeggen wat ik van de Israëlieten
verlang.”
Maar de engel zegt: “Hij is opgestaan uit de
dood, en dit moeten jullie weten:
hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.”
Dat is wat ik jullie te zeggen had.”
Gods heerlijkheid, Gods aanwezigheid
ontmoeten we niet meer boven de verzoeningsplaat,
maar in Galilea, gewoon in deze wereld.
De engelen gaan. De Maria’s zijn verward en blij,
en dan ontmoeten ze Jezus zelf.
Ze zien de tempel die in drie dagen weer is opgebouwd.
Ze knielen bij zijn voeten neer, ze bewijzen hem eer.
Ze aanbidden hem.
Zou je vroeger als mens, de ark, de plek van verzoening aanraken,
… dat overleefde je niet.
Maar hier dus wel. Je hoeft niet bang te zijn voor Gods goedheid,
voor zijn heiligheid, voor zijn vergeving.
Want hij heeft alles goed gemaakt.
Wees niet bang, zegt Jezus.
Want “Hij is door God aangewezen
om door zijn dood het middel tot verzoening te zijn voor wie
gelooft.”
Hier zie je Gods liefde, zijn geduld.
Er is geofferd, God is eerlijk en rechtvaardig.
Het vonnis was terecht. Maar de vrijspraak is dat ook.
Dat is wat Jezus’ leven bewijst.
God laat zijn verdraagzaamheid zien.
Dat hij voorbijgaat aan zonden die in het verleden zijn begaan.
Hij laat ons zien dat hij rechtvaardig is
door iedereen vrij te spreken die in Jezus gelooft.
Hij herhaalt dat ze naar Galilea moeten.
De engel had het gezegd
“hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je
hem zien.”
Maar als we hebben ontdekt hoe Jezus de heerlijkheid van God zelfs is,
dan is het alsof de woestijnreis weer terugkomt.
Daar trok God zelf vooruit in de vuurkolom.
dat was de heerlijkheid van God zelf die meereisde.
Zo trekt vandaag de heerlijkheid van God door de wereld.
Een bevrijdingstocht.
Begonnen in Jeruzalem, via Galilea, naar Europa,
Van kloosters in Luxemburg, via Ierland naar Dokkum,
van Heidelberg en Geneve tot ons vandaag.
En van ons naar Madadeni of andere verre naasten.
De vuurkolom trekt door,
als een lopend vuurtje moet dit nieuws de aarde over.
De Heerlijkheid van God is beschikbaar,
verzoening wordt je op een presenteerblaadje aangeboden.
En omdat hij leeft weet je dat God het offer heeft aangenomen.
Jezus is onze hogepriester. Hij vervult onze tempeldienst.
Alle zuchten heeft hij gehoord, alle ruïnes gezien.
Alle dood doorleefd, alle zonden gedragen.
“Jezus is door God aangewezen om door zijn dood
het middel tot verzoening te zijn voor wie gelooft.”
Geloof je dat hij leeft?
Dan zeg je: Amen
Meer preken uit Mattheüs
