Welkom Dnps 121:1,2 (Mijn ogen kijken naar omhoog) als votum groet en gesproken amen Gebed Dnps 25:2 en 4 (Heer, leer mij uw waarheid kennen) Wet Dnps 51:3 en 4 (Zuiver mijn hart, God, wis mijn fouten uit) kinderen naar verteldienst L: 1 sam 16:14-23 PvN 57 (Heb medelijden God, ik kom bij U) T: psalm 57:9-11 Preek PvN 117 (Zing mee voor God) (1x voorzingen en dan samen?) Mededelingen - Ouderling vd dienst, collectedoelen - Roeland toelichting psalternatief Gebed Collecte Dnps 150:1 en 2 (Halleluja, volken, kom) Zegen met gesproken amen

Gemeente waar Jezus zoveel van houdt

David en Saul. Het voelt als goed tegenover kwaad.
David is gezalfd, kreeg de Geest, de gaven en muzikaliteit.
En het lijkt wel een talentenshow of songfestival,
waarbij naast de valsheid toch ook nog wel vaak wordt gekeken
naar andere eigenschappen dan muziek alleen.
Over David wordt gezegd:
komt uit vooraanstaande familie, weet hoe die moet vechten,
komt goed uit zijn woorden en is prettig om naar te kijken. Knappe vent.
Dus, over David allemaal positieve reviews.
Daar tegenover staat Saul: uit de toon gevallen.
“De Geest van de Heer had Saul verlaten;
in plaats daarvan stuurde de Heer hem een kwade geest die hem kwelde.”

En verderop: “Steeds wanneer de geest van God Saul overmande,
nam David zijn lier.”
Het lijkt echt: goed tegen kwaad.
En het kwaad word met goedheid en liefde bestreden.

Best heftig om te lezen eigenlijk, dat God een kwade geest naar hem stuurt.
Is Saul bezeten? Of is hij depressief?
En moeilijker nog is de vraag: is God daar verantwoordelijk voor?
Voor we naar de psalm gaan kijken wil ik daar eerst iets over zeggen:
Ik wil vooral de tekst gewoon laten staan zoals die staat.
Als er staat dat God een kwade geest stuurt die Saul kwelt,
laten we dan gewoon de bijbel–woorden overnemen.
Met alle vragen die dat oproept, maar dit is wat er staat.

En tegelijk zijn er twee dingen die ik geloof:
God is de koning van alle koningen, de heerser van alle geesten.
er is niemand sterker dan Hij is.
Het is ook nodig dat we dat voelen, hè?
“Laat heel de aarde en hemel, Heer, voelen hoe sterk u bent.” (PvN 57)
God is de baas. God staat boven elke macht van het kwaad.
Misschien zit dat wel in, dat God de kwade geest sturen kan.
Dat is een eerste stukje.

Het ander stukje is, dat ik geloof dat de macht van het kwaad er wel is.
De duivel gaat rond. Een geestelijke strijd. Vijandschap.
Hij heeft er een sadistisch plezier in, om alles kapot te maken.
Maar dan geldt wel: dat wat de duivel hier verziekt,
daarvoor moet je God niet verantwoordelijk maken.
En als je bang wordt dat achter elke ramp, ziekte,
angststoornis of schaduw een duiveltje zit,
val dan weer terug op dat eerste punt: God is altijd sterker.

Als je die twee stukjes samenbrengt, dan kom je denk ik wel ergens.
Zonder dat ik nu denk dat we het kwaad in de wereld kunnen doorgronden,
je mag er geloof ik wel wat van zeggen.
God is niet de uitvoerder of verantwoordelijk voor het kwaad,
en toch is hij het wel de baas.


Een tweede opvallend stukje in de tekst van Samuël,
(en weer voelt het als goed tegenover kwaad)
is dat naast de kwade Geest, het gaat over de Geest van de Heer.
Die was er toen vooral bij speciale functies, zoals koningen.

Precies voor het stuk wat wij lazen uit Samuël, staat de zalving van David.
En vanaf dat moment is hij doortrokken van de Geest.
En ook Saul had eerst dus die goede Geest.

Misschien heb je The Crown gezien, over koningin Elisabeth
of weet je het van toen Charles tot koning gekroond werd,
Er is een moment van zalving: De gekroonde krijgt dan heilige olie,
als teken dat hij/zij de Geest krijgt.
Een heel heilig moment. Afgesloten voor het publiek met schermen.
Maar bij David was daar niets geheims aan, daar staan geen gordijntjes voor.
Dit mag je gewoon weten. Zo wilde God zijn mensen toerusten,
zodat ze zijn beeld konden zijn.
Toen was dat dus bij speciale ambten,
nu geloven we dat de Heilige Geest op ons is. Uitgestort op alle vlees.

Maar ik denk dat we allemaal wel eens merken
dat je soms meer en soms minder van de Geest ervaart.
Soms leef je dichter bij God, en soms verder weg.
De ene keer voel je je geïnspireerd, maar soms lijkt het dodelijk stil.
Kan Gods goede Geest ook bij mij vertrekken?

Vanmorgen zongen we uit Psalm 51. Ps. 51:12–13
“Schep, o God, een zuiver hart in mij. Vernieuw mijn geest, maak me standvastig,
verban mij niet uit uw nabijheid, neem uw heilige geest niet van mij weg.”

In die psalm beschrijf David de angst, dat hij zonder zou moeten.
“verban mij niet” , “neem uw heilige geest niet van mij weg.”
Dit is precies wat hij bij Saul had zien gebeuren.
En als Gods Geest weggaat … wat er dan overblijft, overgeleverd aan jezelf,
wat kan dat leeg zijn, of zelfs opgevuld worden door het kwaad.


David en Saul. Het voelt als goed tegenover kwaad.
En als we dan naar psalm 57 gaan,
geschreven toen Saul kwaad in de zin had,
op jacht naar zijn onschuldige prooi,
en David zich verstopte in de grot, en hem met goedheid terugbetaalt,
dan zingt David opeens in de tekst met een oproep aan zichzelf:
“Ontwaak, mijn ziel.” Wakker worden, koppie erbij, focus!
Alsof hij zegt: kom op David!
Waarom? Hij wil dat de zon weer gaat schijnen.
Hij wil het licht weer zien.
“ontwaak met harp en lier; ik wil het morgenrood wekken.”

Hij wil muziek maken.
Je kunt je voorstellen dat David op de vlucht, zich niet top voelde.
Het was onrecht, want hij was loyaal aan koning Saul.
Ook als Davids vrienden dat David een kans had om met Saul af te rekenen,
dan deed David dat niet.
Saul is bang dat David met geweld zijn plek wil overnemen,
maar keer op keer bewijst David dat hij respect heeft voor Saul.
Had niets verkeerd gedaan, integendeel, alleen maar goed.
Maar precies al het moois dat David deed,
zijn successen in de naam van koning Saul, maakte Saul jaloers.
Davids leven was onzeker. Opgejaagd. Geen veilige plek, geen thuis.

Ik denk dat we allemaal wel kennen,
dat je afhankelijk van je stemming bepaalde muziek opzet.
Soms wil je even de boxen keihard.
Er is muziek die ik opzet als ik me lekker voel,
en dat is andere muziek dan als ik me down voel.

Maar nu David in de put zit, zegt hij:
ik wil dat de zon weer gaat schijnen, dat de nacht over is.
En dat doe ik door muziek te maken.
Net zoals hij dat eerder bij koning Saul had gedaan:
therapeutisch muziekmaken; zo roept hij nu zichzelf op: Focus! kom op!

En waarop dan? Op God.
“U, Heer, zal ik loven onder de volken, over u zingen voor alle naties.”
Hij houdt het goede nieuws niet voor zichzelf.
Het is voor anderen, voor de volken, voor de wereld.
Hij gaat als het ware het podium op.

Ik weet niet of je dit herkent,
maar ik heb best wel vaak gemerkt dat als je geloof wat inzakt,
en je komt opeens op een plek waar er naar je overtuigingen gevraagd wordt,
waar je ervoor uitkomen moet, dat me dat motiveert.
Dat ik echt opklaar.
Juist als je moet gaan delen, als je ervoor uitkomt,
net alsof dan de goede geest bijgevuld wordt.
Dat je weer even frisse geestelijke energie bijgetankt krijgt.
Hoe belangrijk is het, dat je dat podium durft te pakken.
En dat hoeft echt niet als de solist van de band.
Doe dat vooral en gerust in samenspel met anderen. Meerstemmig.
Maar durf je het podium te pakken?
Durf je het licht te laten schijnen,
om bij iemand de nacht te verdrijven?
David wil zingen van Gods hemelhoge liefde,
van zijn trouw die hoger is dan het wolkendek.
Of is die hemelhoge liefde van God niet voor jou?
Of heb je geen genade gekregen om van te getuigen?

Je hoeft echt niet alle volken bij langs,
maar als er echt geen enkel mens is,
aan wie je iets door te geven hebt, op welke manier dan ook,
van Gods liefde, krab je dan net als David achter de oren,
en roep jezelf op: Kom op. Ontwaak, mijn ziel! Focus op God.


Saul had David nodig.
In Samuël lezen we hoe muziek voor hem echt werkt,
hoe heilzaam het is.
“Steeds wanneer de geest van God Saul overmande, nam David zijn lier,
en tokkelde op de snaren. Dat luchtte Saul op en het deed hem goed:
de kwade geest liet hem dan voor even met rust.”

En dat past ook bij God, hè?
Dat hij mensen om je heen geven wil,
bedienden die iemand kennen, die iemand weten te vinden,
zo komt het eigenlijk vaak wel weer goed.
Het is dus niet zo zwart wit: Saul is slecht, David is goed,
maar meer, God zet het talent van David in,
laat hem shinen, om Saul wat te verlichten.

Het is belangrijk om te zeggen dat dit is geen trucje is.
Geen magische formule die altijd werkt.
We zouden het kwaad in de wereld ook onrecht doen,
als je makkelijk denkt, dat als je maar de goeie playlist samenstelt,
je overal tegen moet kunnen.
Wie het boek Samuël verder leest,
ziet Saul nog twee keer in een vreselijk slechte bui.
Weer zien we David zijn lier pakken,
maar Saul pakt zijn speer, en wil h’m dood. 1Sam.18:10–16; 19:9–10

Dit betekent niet dat het kwaad toch sterker is dan de Geest van God.
Er zit wel iets tragisch in het levensverloop van Saul,
je ziet hem inzakken, instorten, afdwalen.
En hij kan die vrome woorden over Gods hemelhoge trouw niet verdragen.

Muziek maken, dat doen we niet allemaal.
Er zijn genoeg mensen die niet zo van zingen houden.
Of je twijfelt aan je eigen ritme–gevoel.
En het is een open deur maar wel belangrijk:
deze psalm betekent dus ook niet
dat iedereen van muziek of van zingen moet houden.
Muziek is ook super persoonlijk en dat is OK.
Het komt echt wel voor, dat iemand in huis
een zemelig liedje aan heeft staan wat ik ff niet hebben kan.
Mag dat alsjeblieft ff uit?
Je bent niet meteen bezeten als de muziek verkeerd valt.
Maar let er wel op: wil je dat God geëerd wordt,
wil je dat dat podium gevuld is, met mensen die verwijzen naar Gods trouw?
Laat je je meenemen, wil je je laten herinneren.
Doe je mee, als er gezongen wordt, of houd je je mond?

Het is best opvallend dat we in het christelijk geloof zingen.
Het is een belangrijke manier om ons gevoel te uiten, bij God te brengen,
maar ook om zijn woorden naar binnen te zingen.
Aan Augustinus is de uitspraak toegeschreven:
wie goed zingt, bidt dubbel.
Moet je even over nadenken: wie goed zingt, bidt dubbel.
Hij drukt daarmee uit dat kerkmuziek een twee lagen heeft:
Tekst en muziek. De muziek draagt de tekst,
als een voertuig dat de woorden dieper kan laten landen.
Bij goede muziek, bidt de muziek mee.
een goeie melodie of harmonische wending,
geeft extra lading aan de woorden.
God gebruikt de door hem geschapen zeggingskracht van kunst.
Het is waarom je volschiet als het orgel aanzwelt,
een gitaar of viool een gevoelige snaar raakt,
of je je sterk en gesterkt voelt, als de drums je aanmoedigen.

Muziek is therapeutisch. Het fleurt je op.
Neemt je mee naar God. God geeft dit middel, talent, fantastisch.
Maar het is geen magische truc die altijd werkt.

We luisteren aan tafel naar de podcast: eerst dit voor kids,
en daar zitten we op dit moment in de verhalen van Saul en David.
Wat me daarin opvalt is hoe trouw David blijft aan Saul.
Ook al heeft God aan David het koningschap belooft, is hij gezalfd,
David zegt: ik ga dat niet van Saul afpakken,
want al is uit de gratie geraakt bij God, ook hij blijft de gezalfde.
David pakt niet wat hem belooft is, 1Sam.24:1–8
maar hij wil het ontvangen als het tijd is.

En misschien is dat wel de belangrijkste les.
Je gemoed optillen, het licht laten doorbreken,
dat is iets wat we niet kunnen pakken,
maar wat je uiteindelijk van God moet krijgen.

Dat is waarom het refrein van deze psalm ook is:
God, doe het nu maar. Wees nu maar de grootste:
“Verhef u boven de hemelen, God,
laat uw glorie heel de aarde vervullen.”
(vers 6 en 12)
Laat heel de aarde en hemel heer, voelen hoe sterk u bent.

Het is een vraag, een oproep, die met een goede melodie uit je tenen komt.
Na die zelf–oproep: “Ontwaak mijn ziel!” ,
ik wil dat de zon opkomt, ik wil het licht maken; –
Na de herinnering: waarom zou ik God dan loven?
Nou om Gods hemelhoge liefde, trouw tot voorbij het wolkendek.

En dan dus die eindoproep: God, wees dan maar groter dan dat wolkendek.
Wees maar hoger dan waar spaceX komen kan.
Verhef u boven de hemel.
Wees dan ook sterker dan al die wereldleiders en geestelijke tegenkrachten.
Wees dan toch ook sterker dan aarde en hemel.
Laat het hen voelen, en laat het ook mij voelen.

Dat is wat muziek doet. Je meenemen. Je zover krijgen.
Het je laten merken. Je optillen, over je eigen podiumvrees heen.
En dan wordt het een slotgebed:
Wilt u, dat wat wij voor alle volken op het podium uitzingen,
wilt u dat luid en duidelijk versterken en be–amen.

online delen:

tag muziek theodicee Heilige Geest geestelijke strijd volken David Saul Talenten

Meer preken uit Psalmen