Votum en Groet (gesproken) LB441:1,8,10 (Hoe zal ik u ontvangen) Gebed L: Jes 52:1-12 Preek over Jes 52:12 DNPS 139:1,3 (HEER, U doorgrondt mij, U ontwart) Mededeling KR Collecte Maaltijd vd Heer Inleidende woorden Geloofsbelijdenis Gebed Viering DNPS 103:1,2 en 4 (Lof aan de HEER voor al zijn zegeningen) Zegen en Amen (gesproken)

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

De vreugdebode die komt aangerend.
En op 5 december hoor je er misschien wel
trippel trappel trippel trap bij.
Maar ook het geluid van deze vreugdebode
is echt een vrolijke geluid,
want je weet dat hij komt met goed nieuws.

Overbekend hè? deze profetie van Jesaja.
Vaak gelezen met kerst.
De aanzegging dat God koning is.
Dat er redding komt.
God ontbloot zijn heilige arm.
Hij laat zijn spierballen zien, en dan komt het goed.

En tegelijkertijd, als je om deze verzen heen leest,
proef je ook het appèl.
De motivatie om nu helemaal voor God te gaan:
Vers 2: Klop het stof van je af en sta op.
Je bent bevrijdt, nou, wees dan ook vrij!
Van de losgemaakte ketenen,
naar plaatsnemen op een troon.
En ook in de verzen na het bekende middendeel,
vers 11: raak nu ook niets meer aan wat onrein is.
Je hoort daar niet thuis, daar in ballingschap, in Babel.
Ga er weg, en blijf rein.

Je hebt hier de spanning tussen God die het doet.
Hij is de bevrijder, hij doet het,
hij zorgt dat het goedkomt.
Maar ondertussen moet het volk ook in beweging komen.


En hetzelfde gebeurt als je de maaltijd van de Heer viert.
Je laat je aanzeggen dat Jezus’ offer,
voldoende is, voor vergeving van al onze zonden.
Hij moet het doen,
en ik kan niets anders doen,
dan mijn hand ophouden en van genade leven:
Als armen komen we bij de gulle gever,
als zieken bij de dokter die genezing schenkt,
als schuldigen voor de rechter die vrijspraak geeft,
als doden bij hem die levend maakt.
We hebben niets in onszelf, maar alles in Christus.

Je laat het over je heenkomen,
en tegelijk zit daar dat appèl in.
Dat Jezus en wij, 1 lichaam vormen.
Nou, dan moet ik het stof van me afkloppen,
en met hem opstaan, en ernaar leven.
Heel fysiek ervaar je die eenheid,
door te eten van hetzelfde brood.
Maar daar hoort dan ook van vanaf nu bij,
dat we ons verbonden weten met hem en elkaar.
Verbonden met Jezus, dus ook luisteren naar hem.
En ook aan elkaar: we zijn gezamelijk bevrijdt,
het heil is iets van ons samen.
En dat zie je terug, in alle meervoudsvormen in onze tekst.
Vers 8, “samen barsten ze uit in gejuich”
Vers 9, “De Heer troost zijn volk.”
(dus niet ieder voor zich)
en in vers 10 zien de volken “hoe onze God redding brengt.”
Onze God, dus meervoud.
God–met–ons, is dus van ons samen.
En dus ook samen in beweging komen.

Deze spanning, gered worden; en je kunt er niets voor doen.
En tegelijk het appèl,
om afscheid te nemen van het oude doodse leven:
“Weg! Ga weg! Ga daar weg!
Raak niets aan dat onrein is.”

Voel je de druk die daarop zit?


Pesach was een gebeurtenis, ook onder druk, met grote haast.
Als Mozes het voor de eerste keer gebiedt, zegt hij:
“Zo moeten jullie het eten: met je gordel om,
je sandalen aan en je staf in de hand, in grote haast.
Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het pesachmaal. ”
Ex.12:11
En later als hij erop terugkijk noemt hij het weer
“dat overhaaste vertrek” Deut.16:03
Je hoort hoe spannend het voor het volk is,
om Egypte te ontvluchten. Hoeveel druk erop zit.

Drie keer komt het woord overhaastig voor in de bijbel.
Twee keer in de druk van de bevrijding uit Egypte.
En hier een derde keer, in vers 12,
maar nu dus in de ontkenning.
“Jullie hoeven niet overhaast te gaan.”

Als Israël uit Babylon de ballingschap mag verlaten,
gaat het heel anders.
De koning vaardigt het decreet uit, Israël mag vertrekken.
God biedt zo royale bescherming.
In het politieke verloop, voorzag Jesaja de hand van God:
Hij gaat voor jullie uit, en is tegelijk je achterhoede.

God zelf maakt de vergelijking, tussen de tijd vroeger in Egypte,
en later onder Assyrië en Babylon.
En het is haast alsof God zich hardop afvraagt:
“Wat win ik daarbij”, wat hebben we er nu aan?
Die druk en die stress, de angst voor het oordeel,
de straf zelf?

Ik denk niet dat God twijfelt of zijn oordeel wel zin heeft gehad.
Dat was nodig en terecht.
Maar ik denk wel dat het de vraag is of Israël er wat van leert.
Of het volk er door veranderd is.
Of de mensen echt tot nieuwe inzichten zijn gekomen.
Dat is maar de vraag.

We leren er meer van, als God onze Immanuel is.
God–met–ons is; dat blijft je bij.
God zegt: “Op die dag zal mijn volk mijn naam kennen,
beseffen dat Ik heb ben die zegt: Hier ben ik.”


In deze tijd van advent, van verwachten,
krijg je misschien wel een onrustig gevoel:
wanneer komt God? Waar blijft hij nou?
Je kunt haast niet meer wachten.

Na bijna 2 millennia kun je je zelfs afvragen
of Jezus wel haast heeft om weer te komen.
Petrus, aan het eind van zijn leven, moet het zijn hoorders
echt voorhouden, als ze al zo lang wachten. 2Pe.3:9
“De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen;
Hij heeft alleen maar geduld met u,
omdat Hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.”

En in de laatste verzen uit de bijbel Opb.22:20
drukt Jezus het je nog eens op het hart: “Ja, Ik kom spoedig!”
Een refrein dat je op meerdere plekken door de Openbaring heen hoort.

Hij komt echt wel. Hij bevrijdt echt wel.
Die spierballen, en die redding,
waar die vreugdebode zo heeft voor gerend,
die komen er echt.

Maar vanmiddag leren we bij Jesaja, dat God geduld heeft.
Dat hij voor je uit gaat, en achter je gaat.
En stel je dat maar eens voor:
Dus bij alle vlotte mensen, gaat hij voorop.
En bij de achterhoede doet hij lekker rustig aan.
Hij is voor je en achter je.
Ongeacht je tempo, neemt hij je op, in zijn beweging.
Hij omsluit ons, in al zijn geduld. Hij neemt je op in zijn ritme.
En op zijn tijd komen we er wel.

Deze tweede bevrijding vanuit ballingschap,
mag ons avondmaal–vieren, een kleur geven.
Van verwachting. Verwachtingsvol hopen.
En van een appèl: “Klop het stof van je af, en sta op.”
Leef in eenheid met de opgestane Heer. Ja.
Maar ook die ontspanning.
“Jullie hoeven niet overhaast te gaan.”
Zo mogen we eten en drinken. Totdat hij komt.

En dat is dan niet wachtend totdat hij er nu eindelijk eens is.
Advent is de komst verwachten,
In het besef dat we de Immanuel verwachten.
God is erbij. Hij is met ons.
“Op die dag zal mijn volk mijn naam kennen,
beseffen dat Ik het ben die zegt: Hier ben ik.”

Je ziet het haast niet.
Maar dit brood en deze wijn zeggen het je: hier ben ik.
Ik ben er voor je, ik ben achter je.
Dus: totdat hij komt, vieren we, dat hij met ons is.

Amen


online delen:

tag avondmaal haast balans

Meer preken uit Jesaja