Votum en groet ELB 408:1,2 = Opw 240 (Hosanna hosanna de koning komt) Wet Gebed Kidmoment Lezen Mk 11:1-11 Preek DNPs 118:1,6 (Laat iedereen Gods goedheid prijzen) Kidmoment Geloofsbelijdenis Gebedspunten KR Gebed DNPs 118:7 (Zij zegenen de grote koning) Collecte Zegen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

“Je hebt bezoek!” Het is zo’n zinnetje uit een film of serie.
Je ziet de cel. De gevangenisbewaarder bonkt op de deur.
Er is een bezoeker, je hebt visite.

Als je vastzit heb je een klein wereldje.
In onze lockdown voelen we daar iets van mee.
En als er dan iemand van buiten komt,
nou, dan wordt je wereld even groter.
En dat is fijn, dat is goed. Yes! Bezoek.

In zo’n film willen ze dat ook nog wel eens dramatisch weergeven.
Stel je voor dat er iemand door de gevangenisgangen loopt,
alle gevangenen kijken er naar. Wie is dat?
Ze hebben de tralies vast, als een baby in de box
en misschien denken ze wel: zou die me kunnen helpen?
Eentje fluistert hem zachtjes toe: red me…


“Slechts op bezoek”
Dat is wat op dat vakje in de hoek, op het bord van Monopoly staat.
Gelukkig maar, als je slechts op doortocht bent, en niet echt vast zit.

Maar voor Jezus is het anders. Hij is niet slechts op bezoek.
Hij komt onze gevangenis binnen.
Heeft zoveel medelijden met de gedetineerden,
dat hij meelijdt. Hij zit ons leven uit.

Ja? zit jij vast?
De mensen in Jeruzalem, die merken daar niets van.
Ze vinden het super dat Jezus komt.
Veel verhalen hadden ze over hem gehoord.
Dat hij mensen genas. Dat hij goed kon vertellen.
Zoals hij over God praatte, dat was nog eens mooi.

Ze hadden het gevoel dat hij wel eens een goede leider zou kunnen zijn.
Hij sprak ook over het koninkrijk van de hemel.
Ja, daar verlangden ze naar. Een eigen Koning.
Die dagen zijn de mensen bezig met voorbereiding van het Pesachfeest.
Dan herdenken ze de bevrijding uit Egypte.
Dus ze zijn al in een jubelstemming.
Yes! Bezoek. Hoog bezoek.

Ondertussen regelt Jezus die ezel.
Hij stuurt zijn leerlingen aan.
Als een fiets die niet op slot staat,
lenen ze eventjes de ezel, want ja, de Heer heeft h’m nodig.
Best wel mooi, hè?
Alles is van God, en hij wil h’m gewoon even gebruiken.

Dat is niet omdat Jezus te lui was om te lopen.
Maar omdat Zacharia, een oude profeet, dat ooit had aangekondigd.
“Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!
Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege.
Nederig komt hij aanrijden op een ezel,
op een hengstveulen, het jong van een ezelin.”
Zach. 9:9

En dan zien de mensen hem aankomen.
Over de hobbelige stenen weg leggen ze kleren en takken neer.
Alsof ze hem op handen dragen;
je voet zul je niet stoten aan een steen. Ps. 91:12
Ik stel me voor dat een iemand voorzichtig begint.
Een teken van respect. Maar dat het daarna als een wave,
door de mensenmassa stroomt.
Alsof je koninklijk op je Adidas of Nike air force schoenen loopt.
Een rode loper, een teken van respect.
Kom maar, welkom, zeer geëerde gast!

Jezus zegt ergens dat hij als koning,
12 legioenen engelen aanvoert Mt. 26:53.
Hij kan zijn air force, zijn lucht macht zo oproepen
als hij dat nodig vind. Maar doet hij dat? Staat hij op zijn strepen?
De mensen bejubelen en verwelkomen Jezus als koning.
Maar klopt dat wel?

Dat kleren op de grond leggen, was eerder gebeurt voor koningen.
Als Jehu, de koning van Israël wordt, doen ze dat ook. 2Kon.09:12
“Ogenblikkelijk deden ze allemaal hun mantels af
en spreidden die voor hem als loper over de traptreden uit.
Toen bliezen ze op de ramshoorn en riepen: ‘Jehu is koning!’”

En ook dat zwaaien met palmtakken, was 170 jaar eerder ook gebeurt.
Jeruzalem was toen bezet door Griekssprekende bezetters.
En het ging er echt heftig aan toe.
Het dienen van God werd door die Grieken op gruwelijke manieren gestraft.
Een priesterfamilie komt dan in opstand. Ze gaan vechten, guerrilla–oorlog.
En dat gaat goed.
Deze priester–familie worden de Makkabeeën genoemd.
Dat betekent hamer. Omdat ze de boel lekker neer–meppen.
Een van de zoons uit die familie, Simon, belegert de stad Jeruzalem:
“In Jeruzalem konden de bezetters de citadel niet in of uit
om op het land voorraden te kopen. …
zij smeekten Simon om vrede, en hij stemde erin toe.
Hij verdreef hen uit de citadel en reinigde die.
Op de 23e dag van de 2e maand van het jaar 171 (van de Griekse bezetting)
hielden de Joden juichend hun intocht:
ze zwaaiden met palmtakken, zongen lofliederen en maakten muziek
op lieren, cimbalen en harpen
omdat de grote vijand uit Israël verdreven was.
Simon bepaalde dat deze dag jaarlijks gevierd zou worden.”
1Mak. 13:49–52a

Dat is het gevoel wat de Joden hebben.
Het gevoel van bevrijding.
In de paastijd zingen de joden veel uit het psalmboekje,
de nummers 113–118.
Het is dus niet gek dat we hier een citaat uit psalm 118 tegenkomen.
Hosanna!

Dat klinkt meer als een uitroep van blijdschap, Halleluja!
of Yes! Hoog bezoek.
Of hieperdepiep hoera, als je je verjaardag viert.
Maar het betekent eigenlijk: Heer, Red me toch!
Hosanna, ze weten niet eens meer zo goed wat het betekent.
Ze hebben zo vaak feest gevierd met dat woord,
dat het een blije klank heeft gekregen.
Ze denken, Yes, Hoera, de koning komt.
En nu zal hij die vervelende Romeinen het land uit meppen.
Ze denken dat hij de vrijheidskaravaan is.
En ze leggen de rode loper voor h’m uit.
De denken, yeah, lekker soldaatje spelen, vijanden neermeppen.
De joden zitten gevangen in hun idee, van hoe God moet zijn.


In dit verhaal zegt Jezus echt bijna niets.
Ik weet niet of je het is opgevallen,
maar ik vind hem echt heel erg stil.
Ja, die ezel, daar geeft hij instructies over,
maar verder? Stilte.

Ai. Dat kan dus, hè?
God bejubelen. Je longen uit je lijf zingen, lekker worshippen.
Tekenen van respect aan God geven.
Met vlaggen zwaaien, het feest van bevrijding vieren,
met psalmwoorden op je lippen.
Maar God zegt niets terug.

Er zal een tijd komen dat we zingen, en aanbidden,
en dat het helemaal klopt. Jezus de overwinnaar.
De man met de hamer, die het kwaad kapot slaat.
Die alles wat slecht is, in de prullenbak gooit.
in de container, en dan de fik erin. Weg ermee.
Er zal een tijd komen, dat we dat vieren.
Maar vandaag niet.

Wij zitten zo makkelijk gevangen in onze ideeën over God.
Hoe vrede eruit ziet, hoe zijn liefde eruit ziet,
wat zijn plan zou moeten zijn.
We zitten zo makkelijk gevangen in slechte gewoontes, in zonde.
Verstrikt in patronen die je door de jaren hebt ontwikkeld.
En Ja, Jezus komt dan inderdaad om die patronen te doorbreken,
om te bevrijden.
Maar dan wel op zijn manier.

Want een van die patronen is het recht van de sterkste.
De patser, de borstklopper, kijk mij eens.
Nou, zo is Jezus dus niet.
Denk maar weer aan die profetie van Zacharia.
Hij komt niet op een schitterend mooi edel wit paard.
Hij gaat niet even showen dat met die 12 legioenen;
gewoon omdat het kan.
Maar Hij komt op een simpel ezeltje.
Niet in een Limo, of Lamborghini, maar in een lelijk eendje.
Gewoon. Bescheiden. Niet met een grote mond, maar zwijgend.

En dat is wat je hier leren kan van Jezus. Dat hij anders is.
Maar voel je dan ook hoe wrang dat is?
Als vrij man komt hij de stad binnen,
om zich later die week, gevangen te laten nemen.
Hij komt binnen als een nederige bescheiden vredevorst,
om mensen te bevrijden van het idee dat hij een verzetsstrijder is.
Nou, lekkere koning is dat, die zich laat verslaan…
Hij zal zich niet verzetten. Het Lam laat niet van zich horen.


Als je Jezus zo weinig ziet zeggen,
is het extra belangrijk om goed te zien wat hij dan doét.
“Hij trok Jeruzalem in, en ging naar de tempel.”
Het is zo’n zinnetje wat het verhaal besluit.

Jezus, die zelf de tempel was, die hij zou afbreken,
en ook in drie dagen weer opbouwen.
Hij gaat naar de tempel en inspecteert die.
Kijkt er nog eens goed naar,
die plaats waar God verzoening wilde brengen tussen hem zijn volk.
Want straks komt de onderste steen boven,
wordt de hoeksteen vermorzeld,
straks zal hij het offerlam zijn, dat op het altaar wordt gelegd,
hij kijkt dus nog maar goed.
Misschien nam hij wel afscheid.

Maar nadat hij goed gekeken heeft, trekt hij zich terug.
Het is avond, het is al laat.
Hij verkiest het huis van zijn vrienden in Betanië,
boven het huis van zijn vader.
Want voor zijn vrienden gaat hij het allemaal doen.
Zijn leerlingen, om wie hij zoveel geeft.
Hij is niet slechts op bezoek,
maar wilde zijn leven en zijn dood delen.
Het ultieme werk van barmhartigheid.

Hosanna, red ons toch!
Amen


online delen:

tag Hosanna bevrijding barmhartigheid hermeneutiek anders

Meer preken uit Marcus