Votum en Groet (Gal1:3-5) Toelichting dienst Ps 113:1 (Zing halleluja, loof de HEER) Gebed Seider toelichting door Geeske? L: Dt.26:1-11 (lector) Preek Sela: Breng ons samen (youtube) Inleiding avondmaal Tien geboden (zelfbeproeving) (eindig met sv) DNPs 116: 1,2 (Ik hou van God, Hij heeft mijn stem gehoord) Gebed Brood en wijn DNPs 116: 3,6 (De HEER helpt hulpelozen uit de nood) Gebedspunten Gebed Collecte DNPs 118:1,5 (Laat iedereen Gods goedheid prijzen) Zegen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Hoor je erbij?
En als je erbij hoort, wat hoort er dan bij?
Een sjaaltje, shirt, of vlag van je club.
Een lied wat je in het stadion uit volle borst meezingt.
En elke groep heeft een beetje zijn eigen gewoontes.
Zo zijn onze manieren.
Bezoekers van het concertgebouw
hebben andere manieren dan op Lowlands.
En misschien zijn zelfs je tafelmanieren anders,
als je in een sterrenrestaurant zit, of langs de Mac bent gegaan.
Vaak passen we ons aan. Je hoort er dan even bij.

Hoor je erbij?
Ook voor het volk Israël was dat een belangrijke vraag.
Mozes geeft aan het eind van zijn leven, nog eenmaal Gods regels door.
Zo zijn onze manieren: “Straks zult u het land binnengaan,
dat de Heer, uw God, u als grondgebied zal geven.”

En dan zul je er leven, je zult er werken, zaaien, en je oogst binnenhalen.
En hoe laat je dan in je leven van alledag merken,
dat je God dankbaar bent voor alles wat je kreeg?
Je brengt een offer, dat is bedoelt om je bewust te maken:
dit heb ik allemaal van God gekregen.

Dit soort offers kwam een Israëliet ook op bijzondere feestdagen brengen.
Deze tekst wordt door Joden gelezen,
als zij pesach vieren, dat feest van bevrijding.
En ook dat zit ook vol met manieren, om je bewust te maken.
En te laten zien dat je erbij hoort.
Zo denken ze terug aan die keer, toen het volk in lockdown ging,
terwijl buiten de dood rond–trok. Er moest een lammetje geslacht.
Ze hadden zoveel haast, het brooddeeg kon niet rijzen.
Dus aten ze een Matze; het brood, dat we breken.
Elk jaar vierde de mensen dat weer opnieuw:
dat God zo goed was hen te bevrijden.
In de loop van eeuwen is daar een hele traditie om ontstaan.
Geeske heeft daar ook al een deel van uitgelegd.


Een vast onderdeel van het pesachmaal, is de vertelling.
Aan tafel gaat de oudste het verhaal vertellen:
Mijn vader was een zwerver, vertelt hij dan. Een vreemdeling.
Voorvader Abraham kwam uit Aram, en hij trok daar weg.
Hij hoorde er niet bij. Zwierf tot aan Egypte toe.
En ook voorvader Isaak ging naar Egypte, en ook Jakob.
Al die drie belangrijke voorvaders, Abraham, Isaak en Jakob,
hebben voor korte of lange tijd in Egypte gezeten. Gen. 12:10; Gen. 26:01; Gen. 46:03
Alle drie in verband met hongersnood.
Egypte is het land waar je naar toe vlucht, als je in de moeite komt.

Maar wat gebeurt daar in die veilige haven?
Jakob met zijn zonen, ze worden een groot en machtig volk.
Maar Egypte begint ze dan slecht te behandelen.
Ze worden slaaf gemaakt. Opeens zitten ze klem.

En de oudste aan tafel vertelt dan verder:
“Toen klaagden we de Heer, de God van onze voorouders, onze nood.”
En hij hoort. En hij bevrijdt. “Met sterke hand en opgeheven arm.”
Het verhaal dat je aan tafel vertellen moest,
is de samenvatting van die geschiedenis,
die we hier in Deuteronomium 26 hebben gelezen.
Vanuit de ellende, het zwerversbestaan,
tot de glorie, het hoogtepunt. mPesach.10:4


Wat opvalt aan dit verhaal,
zo moesten de oude Israëlieten het dus voor de priester belijden,
als je je offer brengen kwam,
en zo wordt het elk jaar, door Joden vandaag, aan de pesach–tafel verteld.
En wat daarbij belangrijk is, is dat het in de ik–vorm is verteld.
Mijn vader was een zwerver.
De focus ligt niet op een ander, maar op jezelf, op ons.
De verteller hoort erbij. Je bent niet maar een luisteraar, of toeschouwer.
Nee, je bent een deelnemer. Ik zit in dat verhaal.
De Egyptenaren begonnen ons slecht te behandelen.
Maar de Heer bevrijdde ons.
Hij bracht uiteindelijk ons hierheen.
En nu wil ik de eerste opbrengst aan de Heer geven.


Dat persoonlijke is belangrijk binnen de joodse traditie.
Wat na de vertelling aan tafel gebeurde, was een tafelgesprek.
En dat gebeurt ook weer op een typische manier.
Ze zeggen dan: de bijbel spreekt over 4 verschillende soorten kinderen.
Je hebt een wijs kind, een slecht kind, een eenvoudig kind,
en een die nog niet praten kan. Haggada Maggid
En je kunt je natuurlijk goed voorstellen dat een tafelgesprek anders loopt,
met een ander soort kind. Want ieder kind uniek is.
Je hebt kinderen die super snel meekomen,
en ook kinderen die dat niet lukt. En dat hoeft ook niet.
Als je kind een eenvoudige vraag stelt,
geef dan ook maar een eenvoudig antwoord.
Dat vind ik echt heel mooi.
Dit is aansluiten bij de behoefte en het nivo van het kind.

In dat Joodse voorbeeld vraagt het wijze kind: Dt.06:20
“Wat betekenen al die bepalingen en wetten en regels
die de HEER, onze God, u heeft voorgehouden?”

Je proeft iets van belangstelling.
Dat kind wil leren, wil erbij horen.
Wat heeft onze God (onze!) voor regels gegeven? Hoe zijn onze manieren?

Maar in het voorbeeld vraagt het slechte kind:
“Wat betekenen deze wetten van u?” Ex.12:26
In dat van u, proef je iets van de afstand.
Jij moet je zo nodig aan de regels houden, wat moet dat?!
Alsof dit kind afstand neemt.
Dat zijn jouw manieren, maar die wil ik me niet eigen maken.
Hij wil er niet bij horen.

De joodse traditie komt dan met praktische wijsheid;
want hoe moet je antwoord geven, op een kind wat er ff geen zin in heeft?
Het antwoord is dit: Ex.13:8
“Zo gedenk ik wat de HEER voor mij heeft gedaan toen ik wegtrok uit Egypte.”
Zie je weer hoe persoonlijk dat is?
Alsof de verteller het zelf heeft meegemaakt.


Dit is misschien wel het belangrijkste van de pesach–maaltijd.
En ik denk ook van ons avondmaal–vieren.
De bedoeling is om het zelf mee te maken.
Dus ook mijn vader was als het ware een zwervende Arameeër.
Ik ben een vreemde, ik dool maar wat rond.
En als ik in het nauw kom, honger ervaar,
dan heb ik zo mijn plekken, mijn Egypte, waar ik naar toe ga,
omdat ik denk dat ik het moet zoeken.
Maar dan ben ik daar, de go–to plek als je je rot voelt,
maar voor je het weet zit je klem. Zit je eraan vast. Slaaf.

Dit is wat zonde in mijn leven deed.
Maar toen riep ik de Heer aan, en hij hoorde.
En toen kwam Jezus, met zijn uitstrekte armen.
Het was de sterke hand van God, die de slavernij doorbrak.
En nu heeft hij mij bevrijd.

Vertel het je kinderen. Vertel elkaar jouw verhaal.
Vanuit de ellende, het zwerversbestaan, tot de glorie, het hoogtepunt.
Dat is wervend. Ook voor dat zogenaamde slechte kind,
in de hoop dat hij of zij er weer bij wil horen.
En er zal altijd plek voor je zijn aan de eettafel.
Want God wil je laten zien: zo zijn onze manieren.


Het zit een beetje in ons om snel toeschouwer te zijn.
Om niet erbij te willen horen, maar uniek willen zijn.
In een restaurant of café, is het veel leuker om mensen te kijken,
dan om je aan passen aan de rest.
En in de kerkdienst is dat niet anders.
Als je achter de tv naar deze dienst kijkt, wordt dat nog meer versterkt.
Thuis ben je eerder een buitenstaander die kijkt naar wat we hier doen,
niet een deelnemer.

Zoals je vanaf de bank je ook makkelijk boos kunt maken over de scheids,
of vanaf de eettafel misschien wel moppert op kerkmensen,
maar dan gebeurt er wel iets.
Wil je er nog bij horen, of neem je afstand?
Die afstand kun je herkennen
in de manier waarop je over de gemeente praat.
Als je over de kerk praat als: dat hebben zij weer wat bedacht,
dan neem je in je woorden afstand: daar hoor ik niet bij…
Dat is de taak van de kerkenraad, voel jij je dan niet verantwoordelijk?
Of dat is daar de dienst, die ze daar in de Noordgouw houden.
Daar. Ver weg. Vier jij daar dan niet met ons mee?

Maar je hoort er toch bij?
Erbij horen is mentaal erbij zijn, meedoen.
Ik hoop dan ook dat je thuis meeleest, meebidt, meezingt.
En ik snap heel goed dat lastig is.
En ik verlang ook erg naar het moment
dat we hier als gemeente samen kunnen zijn.
Want dat helpt gewoon ontzettend, om mee te doen.
En je onderdeel van het geheel te voelen.
Maar zorg er voor dat je geen toeschouwer bent, een buitenstaander.
Wees op jouw plek een deelnemer.
Die ook zijn verhaal deelt:
“Zo gedenk ik wat de HEER voor mij heeft gedaan toen ik wegtrok uit Egypte.”


En precies die spanning, zit ook in de tekst.
Stel je voor: jij vertelt je verhaal van bevrijding.
Ik weet dat ik vergeven ben. Een geliefd kind van God.
Maar ik heb nog steeds zo mijn Egypte.
Want m’n go–to–plek, als ik me rot voel, is niet altijd God…
Nog steeds zijn we zo af en toe een zwerver.
Dwalen mijn gedachten rond.
Ben ik niet vrij van zonde.
Ja. Ik vertel en vier het verhaal van mijn bevrijding,
maar het verhaal is nog niet klaar.
Nog niet af.

Net zo vertellen al die joden in onze tijd het verhaal.
Maar er is geen priester waar ze naar toe kunnen.
Zoveel Joden kunnen vandaag niet zeggen:
“Hij bracht ons hierheen en gaf ons dit land,
wat overvloeit van melk en honing”

En tot mijn grote verdriet: zoveel Joden kennen ook nog niet,
de diepte die de Messias van de wereld aan het paasfeest heeft gegeven.
Het verhaal is nog niet af.

We zijn nog niet in de gloria.
We zijn niet altijd in een halleluja–stemming.
En toch zingen we de lofliederen.
Vertel de verhalen, alsof je het einde al kent.
En dan zeg je tegen jezelf, en je tafelgenoten
dat we goed zullen uitkomen.
Ook als je nu nog niet in het beloofde land bent.

Die eerste keer vierde het volk Israël,
de pesach–maaltijd elk in hun eigen huis.
Geen volksgevoel, niet samen.
En toch waren ze verbonden.
Zo zijn ook wij verbonden door het ene Lam.
Doordat hij een zwervend bestaan leidde.
Hij hoorde ons hulpgeroep, en zag ons ellendig slavenbestaan.
Hij kwam wonen in ons Egypte.
En hij werd het teken en wonder.
Hij reikt je het brood aan, wat hij zelf is.
De wijn die hem bloedeigen is.
Als je het brood zo deelt: neem! neem deel!
Deel je verhaal en vier feest
Samen met al die andere medezwervers en vreemdelingen,
geniet van het goede dat u en uw familie hebben ontvangen.
Amen


online delen:

tag eigen maken judaica Pesach avondmaal corona

Meer preken uit Deutronomium