Stilte, Welkom Votum, gesproken (deze tekst op beamer:) A: Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft Groet (uit opb 1:4,5) A: Amen Introductie thema, Spr 18:10 (tekst op de beamer) Opw 770 - Ik zal er zijn Wet Gebed T: Spr 18:10 (lees ik) L: Ps 105:1-7 (lector) DNPS 105:1,2 (voorzangers) Kindermoment (Loes) Ik zag een kuikentje Preek Samen in de naam van Jezus Gebedspunten en Mededelingen vanuit KR Gebed Collecte Zingen: ELB 170: Groot is uw trouw o heer (voorzangers) (geen schaduw van omkeer) Zegen }

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Zijn. Vanmorgen gaat het over zijn.
Dat jij bent, dat ik besta, en dat God is.
Dit is de naam van God, dat hij is.
“Ik ben die ik ben, is uw eeuwige naam.”
En wow, dat is stabiel, dat is rotsvast,
dat is een stevige toren, en dat is veiligheid.

Toen ik in Kampen studeerde om dominee te worden,
hadden we een mooi vak, en dat heette persoonlijke ontwikkeling.
Stel je voor: al die jonge gastjes
die nauwelijks iets van het leven hebben gezien…
Dit vak is bedoelt om je te leren wie je bent,
hoe je in elkaar zit, hoe je reageert op goede maar ook op nare dingen.
De eerste les herinner ik me nog goed. We moesten ons voorstellen.
Iedereen moest op een stoel gaan staan en zeggen wie je bent.

Ik ben Jaap. En zo ging iedereen zich voorstellen.
Sommigen zeiden het wat verlegen, met podiumvrees,
anderen wat overmoedig. En zo leerden we elkaar een beetje kennen.
Wat de docent toen ging uitleggen, is dit:
dat we de naam van God hadden gebruikt.
Als ik zeg: “ik ben Jaap”, dan zijn de eerste 2 woorden,
eigenlijk de naam van God. De naam van God is: Ik ben.
Dat ik besta, dat ik ben, heb ik aan de grote ‘Ik ben’ te danken.
Doordat hij is wie hij is, is alles wat is.
Wow. Jij bent. U bent. Wij zijn, wie wij zijn, door die naam van God.
Ik vond dat indrukwekkend toen ik dat ontdekte.
We hebben God achter ons staan.
Als ik zeg: ik ben, dan is hij bij ons.

Dat geeft de moed om op en stoel,
of zeepkist of kansel te gaan staan,en wat te zeggen.
Moed om jezelf te zijn.


Ok, Ik ben wie ik ben.
Maar als mensen dat zeggen, ik ben nu eenmaal wie ik ben,
kan dat ook zomaar als een smoesje klinken.
Tja, ik kan het ook niet helpen, veranderen heeft ook geen zin,
dit is wie ik ben, zo is het nu eenmaal; it is what it is…

Je voelt denk ik wel, dat God dat nooit zo over zichzelf zou zeggen.
Dat wij bestaan, dat wij zijn, hebben we aan hem te danken.
Maar toch is zijn zijn, anders.
Ik ben namelijk niet zo stabiel, betrouwbaar.
Ik ben niet een veilige toren.
Als je eerlijk naar je leven kijkt is het er soms een bouwval,
in plaats van een vaste burcht.
Er zijn dingen in jouw en mijn leven die anders kunnen en moeten.
Als je zonde doet, moet je niet zeggen, tja zo ben ik nu eenmaal…

Daarin is God echt helemaal anders.
Hij is al perfect, hij is volmaakt. Hij is al geweldig.
Ik niet. Ik ben nog work–in–progress, in ontwikkeling.
We zijn bezig om te worden, zoals God ons hebben wil.
Ik ben wie ik mag zijn, en eens is dat af.
Maar God is wie hij is.
Geen ontwikkeling, want perfectie kan niet verbeterd worden.

Er gebeurt dus echt iets groots,
als de naam van God, aan jouw zijn wordt gekoppeld.
Niet alles wat is, is dus automatisch goddelijk.
In dat mooie lied van Sela noemen ze dat
verborgen aanwezig, of onnoembaar aanwezig.
Je kunt er niet zomaar de vinger opleggen,
we hebben de naam van God niet in onze broekzak; het blijft wonderlijk.


De hele bijbel komt naar voren hoe belangrijk de naam van de Heer is.
Allereerst natuurlijk als God zich laat kennen.
Als God van plan is om Mozes te sturen, vraagt Mozes:
ja, maar wat moet ik dan zeggen, wie me gestuurd heeft?
En dan zegt God: Ex. 3:14
“Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten:
IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd”

En als Mozes later twijfelt of het wel goed zit tussen hem en zijn volk,
en Mozes vraagt of God toch iets van zijn majesteit wil laten zien,
herinnert God Mozes eraan hoe hij heet. Ex.34:5–6
“De HEER daalde neer in een wolk,
hij kwam naast Mozes staan en riep de naam HEER uit.
De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER!
Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig (…)”

En die God, de HEER, is wie hij is. Dat verandert niet.
Daar kun je van op aan.
Psalmen zingen daarvan, kijk naar Psalm 102, Ps.102:26–28
“Vóór alle tijden hebt u de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van uw handen.
Zij zullen vergaan, maar u houdt stand,
zij zullen als kleren verslijten, maar u blijft dezelfde,
uw jaren nemen geen einde.”

Jezus zegt het ook heel vaak.
“Ik ben het brood des levens” Joh.06:35
“Ik ben het licht van de wereld” Joh.08:12
“Ik ben de deur van de schapen”, en “Ik ben de goede herder” Joh.10:7,11
“Ik ben de opstanding en het leven” Joh.11:25
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven” Joh.14:6
“Ik ben de ware wijnstok” Joh.15:1
En als Jezus bijna gevangen genomen wordt,
de soldaten eraan komen, en Jezus vraagt wie ze zoeken,
dan zeggen ze dat ze Jezus van Nazaret zoeken. Joh. 18:5,6
“‘Ik ben het,’ zei Jezus, terwijl Judas, zijn verrader, erbij stond.
Toen hij zei: ‘Ik ben het,’ deinsden ze achteruit en vielen op de grond. ”

Wat een kracht zit daarin, he? Hij is namelijk de Heer.
Ik ben die ik ben. En dat vloert die soldaten.

De Heer is altijd de Heer.
Altijd al geweest, en dat zal hij ook altijd zijn. Heb.13:8
“Jezus Christus blijft dezelfde, gisteren, vandaag en tot in eeuwigheid!”
Dat zit er ook in “ik ben die ik ben”:
wie God vroeger was, wie hij vandaag is, en wie hij is als hij terugkomt.
Denk maar aan de woorden waar de dienst mee begonnen.
Ze komen uit de brieven die in Openbaring staan:
“Van Johannes, aan de zeven gemeenten in Asia.
Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komt,
en van de zeven geesten voor zijn troon,
en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige,
de eerstgeborene van de doden,
de heerser over de vorsten van de aarde.”
Opb 1:4b–5
Die is, die was en die komt.
Dat is een variatie op: ik ben. Het werkwoord is vervoegd
in verleden–, tegenwoordige– en toekomstige tijd.


Dat is God.
En nu zegt de spreuk: Spr. 18:10
“De naam van de HEER is een sterke toren,
de rechtvaardige snelt erheen, en is veilig.”

Nu gaat het even over dat laatste. We trekken een sprintje,
we gaan zo snel als we kunnen naar die toren toe,
want daar is het veilig.
En met als die bijbelteksten in je achterhoofd,
kun je dat ook goed meevoelen.
God is betrouwbaar, hij maakt alles, houdt het in stand.
Hij is de sterkste. Kan alles aan. Altijd. Dus bij hem ben ik safe.

Maar nu lijkt het net, alsof dat alleen voor de rechtvaardige is,
“de rechtvaardige snelt erheen, en is veilig.”
Alleen voor de goede en brave mensen.
Het is alsof bij die toren of burcht een grote ophaalbrug zit.
En alleen als je rechtvaardig bent mag je binnen.
Zo lijkt het. Nou, ben ik dat dan ook?
Ik voel me juist een werk–in–uitvoering, niet zo prefect.
Als ik luister naar de wet, dan voel ik waar ik tekortschiet,
naar God toe, en naar de mensen om me heen.

Nu wil ik even dat je terugdenkt aan het begin van de preek.
Want nu zeg ik eigenlijk: ik ben zondig, ik ben niet goed genoeg.
Maar bedenk dan weer dat die woorden Ik ben,
je koppelt aan de naam van God.
De zin: ik ben zondig, vloekt dus.
Want God en zonde, kan namelijk niet in een zin.
En dat is waarom God daar wat aan doet.
De toren heeft een wachtwoord.
En dat is de naam van Jezus, de rechtvaardige, die voor jou
naar de toren toerent om de deur voor je te openen.

De profeet Joel heeft het een keer gezegd:Joel.2:32; Hand.2:21; Rom.10:13
“Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.”
En deze zin is blijkbaar zó belangrijk, Petrus herhaalt het met Pinksteren,
en Paulus schrijft erover in Romeinen.
Als je de naam van Jezus aanroept, wordt je gered.
Het wachtwoord, de toegang naar die veilige plek.
En terwijl je dat doet, verander je gaandeweg al in een rechtvaardige.
Ik ben het zovaak nog niet, maar door de naam van Jezus aan te roepen,
mag je toch al zo heten. zwart


Mijn geloof, of mijn redding, is niet afhankelijk van wie ik ben.
Mijn zijn, is niet afhankelijk van of ik een beetje OK ben.
Mijn doopnaam is Jacob, en dat was een bedrieger.
Maar aan al onze namen heeft Jezus zijn naam gekoppeld.
De zin: ik ben niet goed genoeg, klopt niet.
Wat dat past niet bij de naam van God.
De zin: ik ben zondig, kan niet samen bestaan.
God maakt een bouwproject van je. En zo ben je veilig.

Als ik zou zeggen: ik ben die ik ben,
is het een excuus om zo te blijven,
of hoogmoed, dat het al wel goed zit.
Laten we niet naar onszelf kijken, maar juist naar de naam van God.
Dan zie ik iemand die weet wat hij doet.
De HEER! Een God die liefdevol is en genadig.
Geduldig, trouw en waarachtig.
Zo is hij nu eenmaal en voor altijd.

In Jezus’ naam laat hij de poort zakken,
kom maar binnen. Hier ben je veilig.
Ik ben veilig.
Amen


online delen:

tag naam van God identiteit minderwaardigheid zonde en vergeving verborgen anders

Meer preken uit Spreuken