Gezongen votum en groet PvN 16 - mijn god ik kom bij U, dan ik veilig Wet Rom 12:1-2,11-21 Gebed Kindermoment Kinderlied: ELB.421 Ben je groot of ben je klein Hand 4:32-37 (lector) toelichting Hand 7:51-8:4 (lector) Preek over Hand 8:2 Opw 805 - maak ons hart onrustig God Aansluitend Gebed (mededelingen en collectedoel) Collecte DNP 139:1,8 (HEER, U doorgrondt mij, U ontwart) Gezongen Danish Amen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Wat een heftige week hè?
Voor mij zat de week vol met teleurstelling, in de mensheid eigenlijk.
Want als ik kijk naar de VS:
Weer een zinloze moord door politie,
George Floyd werd op de nek gezeten.
Gestikt onder het gewicht van rechtelijke macht,
en ondertonen van racisme. Walgelijk.
Maar ook in de reactie van mensen daarop,
met alle geweld, plundering en vernieling.
Wat vallen we elkaar dan tegen he?

Maar ook hier in Nederland,
die terechte woede om racisme, om zinloos geweld,
en dan in het bijzonder van de mensen
van wie je verwacht dat ze het recht handhaven;
die onvrede vertaalde zich naar een grote demonstratie op de Dam.
Hoe terecht het ook is dat je boos bent om racisme,
ik ben ook een beetje teleurgesteld in mensen,
dat het zo moeilijk is om daar niet de anderhalve meter te houden.
Komt er dan over twee weken weer een tweede golf?
Hebben we daarom thuisgewerkt, thuisonderwijs gegeven,
de economie tot een halt laten komen en ons ingehouden?
Hebben de mensen in de zorg zich daarvoor zo uitgesloofd
de afgelopen maanden. Moest dat nou zo?

Teleurgesteld in mensen, politie, in Halsema,
maar ook in hoe ongelooflijk zuur en bitter
mensen met die teleurstelling omgaan.

Teleurstelling ook voor ons als gemeente.
Als er geen corona was geweest,
hadden we vandaag met elkaar de maaltijd van de Heer gevierd,
en stond er een bandje in gepland.
Maar er is wel corona.
Teleurstelling misschien ook wel, omdat we eerst dachten,
dat we vandaag weer voor de eerste keer voorzichtig konden proberen
om met 30 mensen samen te komen.
Maar de burgemeester deed de dringende oproep
om nog niet de ruimte te nemen die het RIVM wel gaf.

Met al deze gevoelens ben ik deze week de bijbel in gedoken,
en kwam uit bij Handelingen 8 vers 2. En het sprak mij aan,
niet, omdat George Floyd een martelaar is, zoals Stefanus,
maar omdat het iets moois laat zien
hoe een gemeente en een samenleving om kan gaan met heftige dingen.


Dit is natuurlijk ook een heftig verhaal.
We hebben net Pinksteren gehad.
De Geest is uitgestort. En die deelt gaven uit.
Daardoor ontdekken ze eigenlijk,
dat, als alles een kadotje uit de hemel is,
als je alles van God krijgt, ja, dan kun je ook alles met elkaar delen:
Alles is gemeenschappelijk.
Je ziet daar die vroege kerk,
hoe mensen samenkomen, samen luisteren naar het onderwijs,
samen het brood breken, samen bidden, een gemeenschap vormen.
“Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel,
braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden
in een geest van eenvoud en vol vreugde.”
Hand.2:46

God vormt hier in de begintijd een kerk.
Hier zie je wat de kern is, van kerk–zijn:
Samen kunnen komen is een kadotje van God.
En als je samen eet, merk je dat je aan elkaar gegeven bent.
Ontdek je dat de ander een gave van God is, voor jou,
en jij voor de ander.

Een andere gave, een ander kadotje, is Stefanus.
Die man is een dappere getuige,
en kan maar niet zijn mond houden over Jezus. En terecht.
En hij heeft geen blad voor de mond. Geen mondkapje.
Ongefiltert zegt hij de leiders waar het op staat.
We begonnen daar met lezen, Hand 7:51
“Halsstarrige ongelovigen, u wilt niet luisteren
en verzet u steeds weer tegen de heilige Geest,
zoals uw voorouders ook al deden.”

Bam. Stefanus zegt hier hoe het zit.
Jullie willen niet luisteren,
en eigenlijk wilde je voorouders dat ook al nooit.
De Joodse leiders vinden dat vreselijk.
“Toen ze dit hoorden, ontstaken ze in woede en begonnen te knarsetanden.”

Stefanus was dus een kadotje uit de hemel.
Een dappere getuige, die zo duidelijk en recht voor zn raap was
dat hij ergernis en haat opriep. Het werd zijn dood.

En dan is de gemeente dus die charismatische man kwijt.
Hoe zou dat zijn voor een gemeente?
Hij was aangesteld als een van de 7 diakenen.
Mannen die leiding gaven aan een stuk van de organisatie van de gemeente.
Samen het brood kunnen breken.
En nog maar net aangesteld valt hij weg. Wat zouden ze hebben gedacht?
Joh, dan had je ook maar niet zo uitgesproken moeten zijn?
Als je het wat milder had gebracht, niet zo scherp was geweest,
dan was je er nog geweest?

Nee. Er zit een onbevangen, onbevreesde moed in de gemeente.
Hun demonstratie is dan wel vredig, maar zeker niet stilletjes:
“ze hielden een luide dodenklacht voor hem.”


Dit is wat me deze week raakte. Alles hebben ze gemeenschappelijk:
hun geld, hun erfenissen en landerijen, hun maaltijden.
En voor je het weet denk je aan een hippie–achtige commune ofzo,
die alles maar laat gebeuren.
Maar hier zie je dat ze ook hun emoties met elkaar delen.
Ook dát hebben ze gezamelijk. Hun gevoel delen ze met elkaar.
Luid en duidelijk. Ze zijn eerlijk over hun verlies,
ze zijn samen verdrietig en delen hun teleurstelling en onvrede.
Ook dat is een gave van de Geest: onvrede als een gave van de Geest.
Heilige woede over onrecht. Over racisme, over zinloos geweld.

Het zit in onze volksaard om niet het achterste van je tong te laten zien,
soms blijft het onderhuids.
Wij steken niet zo graag ons hoofd boven het maaiveld uit.
Want voor je het weet maak je de menigte boos op je,
en eindig je als Stefanus..?
De gemeente van Jeruzalem heeft dat niet. Ze zijn niet bang.
Er zit een onbevangen en onbevreesde moed in de gemeente.
Zouden ook wij dat van de Geest kunnen leren.
Om minder angst te hebben voor de mensen?
Om eerlijk te zeggen wat je verdriet doet,
om alles te delen, het goede, waar je blij van wordt,
maar ook de onvrede die we mens ons meedragen, onze teleurstellingen?


Maar er is nog iets wat me raakte in deze tekst.
Want ik lees vers 2 nu vooral alsof de gemeente dat deed.
De vrome mannen die Stefanus begroeven.
Maar wie zijn die vrome mannen eigenlijk?

Er zijn er 2 dingen die je moet weten.
In Handelingen komt die uitdrukking: vrome mannen, nog 2 keer voor.
De eerste keer is met Pinksteren,
als we zien wie daar allemaal samen zijn gekomen,
om naar al die vreemde talen te luisteren.
Dan staat er dat er in Jeruzalem vrome Joden woonden. Hand 2:5

De andere keer dat deze woorden worden gebruik,
is als Paulus zijn bekeringsverhaal vertelt.
Hoe hij Jezus tegenkwam, en blind werd,
en dan naar Damascus moest om Ananias te ontmoeten.
“Daar kwam een zekere Ananias naar me toe, een man die de wet trouw naleefde
en bij alle Joodse inwoners van de stad in hoog aanzien stond.”
Hand 22:12
In beide gevallen is dat vroom–zijn, niet zomaar een mooi geloof hebben.
Maar juist dat het wetsgetrouwe Joden zijn.
Er worden dus niet perse de kerk–mensen mee bedoeld.

Dát zijn de mensen die Stefanus gaan begraven, en die klagen.
Ongetwijfeld zaten er vrome wetsgetrouwe Joden in de vroege kerk.
Handelingen vertelt hoe die vrome Joden aanwezig waren bij de
1e pinksterdag, en er 3000 tot geloof kwamen in Jezus.
Maar nu, 6 hoofdstukken laten noemt Handelingen ze nog steeds zo:
vrome mannen. Alsof de grens tussen kerk en maatschappij
er even niet zo toe doet. Kerk en samenleving trekken samen op en zeggen:
joh, dit kan zo niet! Niet ok.
“Ze hielden een luide dodenklacht voor hem.”

En dan moet je ook weten, volgens de Joodse wet, mSanh.6:6
als iemand door het Sanhedrin veroordeeld is,
dan mag hij niet worden begraven op de gewone begraafplaats.
Hij is vervloekt en hoort niet op de begraafplaats thuis.
En er mag ook niet over hem of haar geweeklaagd worden. Dat is de wet.
Maar nu zijn het wetsgetrouwe Joden die zeggen, dat het onrecht is.
Ze klagen wel, ze begraven hem wel.
Alsof ze zeggen: wij hebben het recht aan onze kant.

Als de Geest van God is uitgestort op alle vlees, op alle mensen,
hebben wij dan genoeg aansluiting en inzicht,
waar we God aan het werk zien in de samenleving?
Hebben wij oog, voor de gave van onrecht, die is uitgestort,
buiten de kerkmuren?


Saulus zit erbij en kijkt ernaar.
Hij vind het wel goed wat er gebeurde.
En die luid en duidelijke klacht vind hij maar niets.
Direct daarop volgt: “Saulus probeerde de gemeente te vernietigen
door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren
en hen te laten opsluiten in de gevangenis.”

Alsof hij de demonstranten in de gaten houdt, en ze vervolgens oppakt.
Hij is net als zijn voorouders erdoor geprikkeld.
En wil niet luisteren, nu nog niet…
De gemeente wordt vervolgd, maar ze zijn niet bang, die vrome mannen.
Ze zijn onbevangen, en dragen ze uit dat de dood van Stefanus onrecht was.
Net zo was Stefanus onbevreesd geweest.
En zoals de vrome mannen hem nadeden, ook Stefanus had zijn voorbeeld:
“ontvang mijn geest”, en “Heer, reken hun deze zonde niet aan”
Stefanus en Jezus waren vrome mannen, wetsgetrouw,
ze hadden het recht aan hun kant.

Saulus is hier op een wonderlijke manier een instrument in Gods hand.
Want terwijl hij vervolgt, en de gemeente vlucht, zich verspreid;
is hij de aanjager van de verspreiding van Jezus’ boodschap.
Dwars door moedige en eerlijke mensen heen,
die Jezus navolgen, en daardoor soms ergernis oproepen,
dwars daar doorheen trekt God zijn plan.
Is dat ook een kadotje?

Stefanus was een martelaar. En op een bepaalde manier is dat uniek.
Als mensen vandaag de martelaarsrol gaan spelen,
of iets duiden als vijandschap tegen God – ik vind dat vaak lastig.
Dat we als kerk niet samenkomen is echt geen vervolging.
Laten we echt heel voorzichtig zijn.
De gave van onvrede, en het oproepen van ergernis,
is dan ook geen doel in zichzelf.
Het wordt uitgevoerd door vrome mensen
die het recht aan hun kant hebben en echt Jezus navolgen.
Niet door zelfgenoegzame of naar binnen gerichte mensen.


We zijn kerk in corona–tijd.
Het is niet zo haalbaar om samen te komen,
eensgezind in de tempel, zoals Handelingen dat zo mooi zei,
of om thuis met elkaar het brood te delen.
Ik leer vandaag van het verhaal van Stefanus,
dat het goed is, om je onvrede en teleurstelling, niet te verstoppen.
Daar mag gewoon plek voor zijn. Dat er niet alleen gemeenschap van
goederen is, maar ook het delen in, en van, voor– en tegenspoed.
Tegelijk leer ik: die eerlijkheid moet samengaan met een vroomheid,
want anders wordt eerlijkheid genadeloos.
Dat delen kan alleen, met het recht aan jouw kant.
En dan vind je jezelf soms, teleurgesteld misschien,
op een plek waar je niet had willen zijn.
Moet je kerk zijn op een manier, die niet je keuze is.
Zoals je je kadotje ook niet voor het kiezen hebt.
Maar dat is dan onvrede over de gave, niet de gave van onvrede. Amen


online delen:

tag verdriet lijden kerk eenheid gemeenschap wereld Heilige Geest gevoel samen eten onderling pastoraat Jaarthema Onderling Pastoraat

Meer preken uit Handelingen van de Apostelen