Stilte Votum en groet DNPS 62:1, 5 (Bij God alleen kom ik tot rust) Gebed Als spiegel: Jak 4:11-17 Opw 464: 1-3 (Wees stil voor het aangezicht van God) Lezen psalm 103 Preek over Ps 103:4 DNPS 62: 4, 6 (In al mijn nood is God dichtbij) Voorbereiden Gebed (Mentimeter) PvN 16=Opw 727 (Mijn God, ik kom naar u, dan ben ik veilig) Gebed ELB 331 nl versie 3x (Prijs de Heer, mijn ziel) Zegen en Danish Amen Collecte bij de deur

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Heb je wel eens een zonsverduistering gezien?
Als de maan voor de zon schuift, het zonlicht helemaal bedekt.
De schepping wordt dan stil.
Vogels en mensen houden hun adem in,
terwijl de schaduw over de aarde glijdt.
En als de maan helemaal voor de zon zit,
dan zie je om de rand van de maan heen,
een soort straling. Het lijkt op een stralende kroon.
Zo heet dat ook: Het latijn daarvoor is corona, kroon.

Ook het het virus dat nu rondvliegt, lijkt op een kroon.
Als je het super–ver uitvergroot, zitten er een soort stekels aan.
En die stekels doen ook aan een kroon denken.
En ook die werpt zijn schaduw over de aarde, en de schepping valt stil.

We leven in de lijdenstijd.
De 40 dagen van toeleven naar het moment dat Jezus zal sterven.
Dat hij onze straf en zonde draagt.
En ook alle gevolgen daarvan: onze kwetsbaarheid en gebrokenheid.
Je kent vast de bekende woorden van Jesaja: Jes.53:4a
“Hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.”
En wat dat voor ons betekent vertelt psalm 103:
“Hij geneest al uw kwalen, redt uw leven van het graf,
hij kroont u met trouw en liefde,
overlaadt u met schoonheid en geluk, uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.”

Maar ik vind dit spannende woorden in deze dagen.
Want merk je dat nu ook? Durf je het zingen, te zeggen, te geloven?

Psalm 103 zegt hoe wij worden gekroond met trouw en liefde,
maar daarvoor moest Jezus wel gekroond worden met dorens en distels.
Daarvoor werd voor hem de zon verduistert.
En weer wordt de schepping stil,
in de schaduw van Gods terechte boosheid,
over alles wat botst met zijn stralende ideaal, zijn hemels koninkrijk.
Het is maar goed dat hij niet eindeloos blijft twisten,
en dat zijn toorn niet eeuwig duurt.


We merken allemaal hoe onze dagen veranderen.
We lazen aan het begin van de dienst bij Jakobus die woorden:
“Zo de Here wil en wij leven.” Jak.4:15
Daar worden we nu wel bij bepaald. Ja, dat is ook zo.
We kunnen wel plannen maken, maar we hebben het zó niet–in–de–hand.

Dat merk je als kind: als je normaal gesproken naar school gaat,
maar nu in je klas een pakketje haalt om thuis te werken.
Of als je als ouder nu je kind thuis hebt,
en het hele dagritme even opnieuw moet worden ingedeeld.
Als je normaal gesproken werkt, maar nu thuis zit,
misschien via internet proberen wat te doen, vergaderen via videobellen,
kerkdienst digitaal meemaken, maar dat is toch anders.
Als je ouder bent, je in de leeftijd zit dat je extra risico loopt.
Als je vanwege de ouderdom niet meer bij je man of vrouw woont,
en niet eens meer op bezoek mag.

Het is ingrijpend. Je merkt het als zwemdiploma’s niet meer doorgaan.
Verjaardags– en examenfeestjes,
of de belijdenisdienst met Pasen onzeker worden.
Als uitwisselingsstudenten weer terug moeten
en operaties worden afgezegd.
Door zoveel plannen wordt een streep gezet.

En alles bij elkaar. Het is best spannend.
Verdient God dan ons vertrouwen?
“hij geneest al uw kwalen, hij redt uw leven van het ​graf”?
Tja. Dat zijn woorden die ik absoluut geloof, maar niet altijd ervaar.
Zouden ze dit in Italië of in Spanje zingen,
terwijl de ziekenhuisbedden overstromen? “Hij geneest alle kwalen”
Of in Iran, waar je de massagraven vanuit de lucht kunt zien;
“redt uw leven van het graf”
Heb jij het lef, het vertrouwen, om deze woorden in de mond te nemen?


Vertrouwen is iets wat je opbouwt.
Als je leert fietsen, leer je langzaam–aan.
Iemand rent met je mee die je opvangt als je valt. Of zijwieltjes
Totdat je het vertrouwen krijgt,
dat je de vaardigheden hebt om je evenwicht te bewaren.

Tussen mensen ook. We hebben tijd nodig,
om aan te voelen of je van iemand op aan kan.
En heb je een keer iets akeligs meegemaakt, dan vertrouw je die persoon,
of misschien wel alle mensen, niet zomaar weer.

En God?
Moet God ook eerst bewijzen dat hij te vertrouwen is?
Deze psalm noemt allemaal mooie dingen van God.
Vergeving, geluk, gezondheid,
dat hij liefdevol is en genadig.
En David is ook echt heel blij, hij gelooft het helemaal.
Hij begint ermee, en hij sluit er mee af:
“Prijs de Heer mijn ziel. Prijs, mijn hart, zijn heilige naam.
Prijs de HEER, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.”

Als je lang leeft onder de zegen van God,
gezondheid, rijkdom, werk, geluk,
zelfs als je God daarvoor oprecht dankbaar bent; –
als je lang leeft onder de zegen,
dan lijkt het zo makkelijk om God te loven om zijn weldaden.
God ik ben blij met u, want dit is wat ik allemaal heb.
Dit is waarin u voor mij zorgt.
Ik ben blij met u, want ik krijg lieve mensen om me heen,
vrede, bezit, en meer dan genoeg te even en te drinken.
En ik moet m’n best doen om geen van die weldaden,
om van al die fijne dingen, er geen een te vergeten.

Maar dan lijkt het net, alsof God alleen te vertrouwen is,
als hij voor je zorgt, als hij je verwent en vertroetelt, als je niets gebeurt.
Maar is dat wat God belooft? Is dat wat deze psalm zegt?


Ik denk dat David heel goed weet,
dat God er niet alleen is als het goed gaat.
“Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn,
hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.
De mens – zijn dagen zijn als het gras,
hij is als een bloem die bloeit op het veld
en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;
de plek waar hij stond, kent hem niet meer.”
Ps 103:14–16
David weet van de kwetsbaarheid.
Het is dus niet zo dat de weldaden ophouden,
als je leven verwelkt, als je verzengt,
als je vergaat en zelfs je eigen plek je vergeet,
dat God dan toch even niet te vertrouwen was.
Dat hij even ophield met genadig en liefdevol te zijn.


Wij koppelen het wel vaak aan elkaar.
Dat we God prijzen, om de fijne dingen die hij doet.
Maar probeer dat eens los te laten.

God laat het ook los, he?
Hij prijst mij niet, omdat ik nou zo goed ben.
Hij houdt niet van mij, om wat ik doe, zelfs niet om wie ik ben.
De liefde die ik krijg, is onverdiend. Zomaar.
En volgens mij is dat maar goed ook.
Het geeft zo’n bevrijding, als je Gods liefde niet hoeft te verdienen.
Als je het gewoon kan aannemen, onverdiend. Zo’n ontspanning…

Maar net zo als Gods genade voor mij onverdiend is,
net zo hoeft God niet ons vertrouwen te verdienen.
Hij moet niet eerst bewijzen dat hij goed is.
Of liefdevol. Dat is hij gewoon.
Zelfs als ik niet krijg wat ik wil, of verlang,
of denk nodig te hebben.
Hij is toch te vertrouwen. Ik moet hem vertrouwen. Gewoon. Zomaar.


Dit is geloof. Want dit is niet logisch,
of hoe mensen normaal gesproken werken. Dit is geloof.
En ik zal je eerlijk zeggen dat dat niet perse makkelijk is.
Ik vind het niet makkelijk om in het diepe te springen,
en te zeggen dat wat er ook gebeurt God sowieso te vertrouwen is.
We zouden zo graag zekerheid hebben, en controle, en garanties.
Doordat het land word stil gelegd, en er een schaduw overtrekt
voelen we dit nu heel goed…
En als hij het geeft, beveiliging, genezing, redding van de dood,
prachtig, dan zal ik hem prijzen.
Maar ook als hij het niet geeft, als de bloem verwelkt, dan nog.
Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn. Stof.
En dwars daar doorheen, ook door mijn sterfelijkheid, is God te vertrouwen.
Hij hoeft het niet te bewijzen.
Hij hoeft mijn vertrouwen niet te verdienen.

Hij is liefdevol en genadig, en trouw.
Dat is hij in zichzelf. Gewoon. Zomaar.


Geloof gaat niet vanzelf.
Ik denk dat dat is waarom we deze tekst lastig vinden.
Ik heb dat niet van mezelf, dat vertrouwen, zonder reden. Zomaar.

Maar dan doet God ook iets.
Dat is vers 4: “hij kroont u met trouw en liefde.”
En stel je dat maar letterlijk voor.
Die eigenschappen, dat wat God in zichzelf is,
God pakt daarvan, van zijn liefde, van zijn trouw,
zijn eigen geloofwaardigheid, dat wat hij in zichzelf is,
en zet het bij u en bij jouw op je hoofd.
Vers 8 zei: “Liefdevol en genadig is de HEER,
hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.”

Zo is God, maar dat zet hij dus jou en mij op je hoofd. Alsjeblieft!
Nu ben jij dat ook. Ik ga jou versieren met wat er mooi is aan mij.
Wij dragen Gods trouw en liefde.

Ik zie het om me heen gebeuren,
als mensen zich aanbieden om op te passen, of boodschappen te doen.
Kaartjes rondfietsen, appen, bellen, omzien. Dat is de trouw van God.
Jij hebt een krans om je heen hangen, het stralende licht,
van de goede eigenschappen van God, die we weerspiegelen.
God zegt niet dat het goed komt, aan de oppervlakte,
maar op een dieper nivo.
Daar wordt onrecht genezen.
Daar wordt vergeven, de zonde verduistert, voor altijd bedekt.
Daar wordt het leven goed een eeuwig.
Dan zijn we kroon op de schepping.
En trekt de schaduw voorbij, en wordt de schepping stil.
Prijs de Heer, mijn ziel, vergeet niet één van zijn weldaden.
Amen


online delen:

tag vertrouwen overgave geloof ziekte

Meer preken uit Psalmen