Stilte Votum en Groet OTHN 483:1-3 Dank u wel voor de sterren en de maan DNPS 104:1,4,7 (Met diep ontzag prijs ik U, hoogste Heer) Als wet: Rom 12:1-2, 9-21 uit de BGT NLB 221:1-3 (Zo vriendelijk en veilig) Gebed Jes 25:1-12 (NBV) Weerklank 21:1-4 (De Heer zal op zijn berg een feest bereiden) = mel ps 87 Preek over Jes 25:6-8 Opw 798 - Houd vol Maaltijd vd Heer Voorbereiding ik lees instellingswoorden uit 1Kor 11, en GC 94, GC 95, en GC 99 NLB 381: 1, 4 Gebed afsluitend met gezongen Onze Vader uit NLB 371=Opw 436 NLB 386:1-3 (Vier met alles wat in je is) Tafel 1 ik lees GC 96 Ps 23:1 (Ik wil van God als van mijn Herder spreken) Tafel 2 ik lees GC 97 Ps 23:2 Tafel 3 ik lees GC 98 Ps 23:3 Afsluiting ik lees GC 100 Ps 103:3,8,9 (Hij is een God van liefde en genade) Gebedspunten vanuit KR/diaconie Gebed Collecte (kinderen terug) (iets vertellen van kinderwerk? kinderen weer naar hun plek) als zegen: OTHN. 485:1 en 2) De Here zegent jou (geen gezongen amen!) }

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Dit is een beetje een vreemde zondag.
Afgelopen donderdag hebben we gevierd dat Jezus naar de hemel ging.
Hij neemt zijn plek in, hij draagt ons mee de hemel in,
ons in zijn hart gesloten, en dat laat hij de Vader zien.
Kijk Vader, ik hou van hen, geef hen nu ook alles wat u mij geeft.
Zo is Hemelvaart de bekroning van een compleet reddingsplan.
Nu is het helemaal klaar.

Maar ik vind Hemelvaart ook een tegenstrijdig feest,
want hoe wordt je blij van iemand die weggaat?
Als je van elkaar houdt is een afscheid juist pijnlijk.
En je gunt het de ander ook wel, hij moet weer verder.
De auto rijdt weg; snel nog even het raampje open,
zodat je zwaaien kan voor je de hoek om gaat.
Of nog en snelle kus op het station voor het fluitje gaat.
Maar nu sta je er toch echt weer alleen.
Na het vertrek kijk je nog, maar in de verte wordt het beeld wazig.
Zo stonden de leerlingen naar boven te turen.


Vlak voordat hij naar de hemel ging had Jezus gezegd: Hand 1:4,5
“Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader,
waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan.
Johannes doopte met water,
maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.”

En daarvoor had Jezus het dus beloofd: Joh 14:16–18
“ [… ik zal ] de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven,
die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid.
De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet.
Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven.
Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.”

Jezus heeft de Geest belooft. En belooft ook zelf terug te komen.
De Geest ís gekomen, bijna 2000 jaar geleden. Dat vieren we volgende week.
Maar nu, zitten we daar nog net voor.
Een vreemde zondag, waarin Jezus is vertrokken, de Geest komen moet.
We noemen deze zondag wezenzondag.
Want Jezus zei: “Ik laat jullie niet als wezen achter.”
Maar nu nog, zonder Jezus, en nog zonder Geest. zwart
Verweesd, verdwaasd misschien zelfs,
zitten de leerlingen nu op hun kamertje.
Ze hebben nog niet de moed, nog niet het vuur om er op uit te gaan
en de opgestane Heer te verkondigen.


Wij zullen het wel verkondigen: zijn dood en zijn leven,
als we zo meteen aan tafel schuiven.
Zoals het voorhangsel gescheurd is,
en we vrij toegang hebben tot God,
zo gaat zo het kleedje over het brood weg.
Zomaar toegang tot God, dat is niet altijd zo geweest.
Zo’n kleedje, dat kan ook over je verstand liggen.
Paulus beschrijft ergens hoe het Joden niet lukt,
om verder te kijken dan de wet.
Als je blijft steken in de regels, in het zelf goed moeten doen,
en niet snapt dat God het moet doen, alles goed maken;
Paulus zegt over hen, (en dat kan net zo goed over ons gaan): 2 Cor 3:14–18
“Hun denken verstarde, en dezelfde sluier ligt tot op de dag van vandaag
over het oude verbond wanneer het voorgelezen wordt.
Hij wordt alleen in Christus weggenomen.
Tot op de dag van vandaag ligt er een sluier over hun hart,
telkens als de wet van Mozes wordt voorgelezen.
Maar telkens als iemand zich tot de Heer wendt, wordt de sluier weggenomen.
Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, 2e helft
en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.
Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen,
zullen meer en meer door de Geest van de Heer
naar de luister van dat beeld worden veranderd.”

Zonder de Geest blijft de waarheid toegedekt.
Maar met de Geest gaan we lijken op Jezus, op Vader;
door die Geest lijken we op de Zoon, en zijn we geen wezen meer.


Soms zie je het. Soms staat het recht voor je neus. zwart
En weet je het, en ervaar je het, geloof je het helemaal.
Maar dat is niet altijd zo. En het gaat niet vanzelf.
Soms is het zicht wazig. We hebben uit Jesaja gelezen. Daar gaat het over de volken.
En sommige van die volken zijn vijanden van God.
Ze vallen zijn kinderen aan, willen onderdrukken.
Zo fel, zo boos, ze hebben een rode waas voor de ogen.
Ze hebben geen schijn van kans,
Als je Jesaja leest zie je hoe gemakkelijk God ze onder de duim kan houden.
“Moab spreidt zijn armen uit als iemand die tracht te zwemmen,
maar hoe hij ook met zijn armen maait,
de Heer laat hem door zijn hoogmoed ten onder gaan.”

Hoe bedenken ze het? Waarom zou je zo vechten tegen God?
Wat drijft ze toch, dat is toch waanzin?
Je zou ze willen toeroepen: Kus toch de Zoon!vgl. Ps.2 (berijmd)
Daar moet je zijn, daar mag je komen, daar komt het weer goed.
Hij steekt vol liefde zijn hand naar hen uit,
maar het liefst willen ze hm doorboren.
Er ligt een waas over de ogen. Ze zien het niet, of willen niet.

En wij, laten wij ons gek–maken door al die weerstand tegen God?
Door die ene tegenstander van God,
die mensen zand in de ogen gooit, ons verdwaasd laat blindstaren;
of op de ander die het beter zou hebben,
of op jezelf omdat er niemand is die voor jou zou opkomen.
Die tegenstander, die ons tegen elkaar opzet, verdeeldheid zaait.

Of kijk je naar alle gevolgen daarvan?
De ellende, en verdeeldheid,
dat het moeite komst om Jezus te volgen.
Om jezelf, je leven, als een geschenk aan God te geven. vgl. Rom.12
Om geen wraak te nemen, maar juist lief te hebben.
Om je vijand, als hij honger heeft, eten te geven,
om als hij dorst heeft, hem te drinken te geven.
Paulus noemt dat zo:
“Laat je niet overwinnen door het kwaad. Maar overwin het kwaad door het goede.”

Hoe lukt je dat? Hoe je dat vol?
Soms is er van alles aan waas wat ons daarbij in de weg zit.
Zodat het vuur van de Geest dooft, de moed verdwijnt.
Het zo moeilijk is om vol te houden.
Door storm in je leven worden stofwolken opgezweept,
en ze ontnemen je het zicht op God.
Door verdriet en zorg, zijn je ogen vol tranen,
en je kan niet helder meer zien.
Door schaamte, sla je je ogen neer,
je ziet alleen de grond waar je het liefst doorheen zakt.


Het zijn allemaal soorten waas. Allemaal afleiders.
Maar op de berg van God kun je zien waar het echt om gaat. Jes. 25:7,8
“Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt,
de sluier waarmee alle volken omhuld zijn.
Voor altijd doet hij de dood teniet.
God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht,
de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg.”

Alles wat je ogen troebel maakt haalt God weg.
En dat doet hij door een hele super–de–luxe vette maaltijd.
Eten voor alle volken. Het beste van het beste.
Je ziet mooie salades staan,
die schittert van de olijfolie dat ervan af druipt.
Mooie stukken vlees. Fantastische wijnen,
speciaal voor dit bijzondere moment bewaard.
God schotelt de volken een menu voor,
waardoor we weer bij zinnen komen.
Zo vernietigt hij de waas, de woede, de opstand,
mijn ongeduld, mijn teleurstelling als ik denk dat God vertrokken is,
mijn zonde, mijn dwaze pogingen om op eigen kracht goed te doen.
En mijn verdriet en tranen. Hij veegt ze liefdevol af.

God zet er een feestmaal tegenover, omdat ik gered ben. zwart
Jezus steekt vol liefde zijn doorboorde hand naar je uit,
en bedient je: hier, neem, eet en drink.
De dood is overwonnen. Allereerst de dood van Jezus zelf.
Het offerlam, het vredeoffer, waarvan wij mogen mee–eten.
Maar ook is de dood overwonnen, van wie je lief is.
Dat is hier het vooruitzicht. Want je zal het meemaken, als hij komt!
Dit maal, wijst vooruit naar het feestmaal uit Jesaja.

Nu is ons brood en onze wijn, niet te vergelijken.
Eerlijk gezegd, het lijkt te mager, te droog en kaal,
te feestloos, voor wat het wil uitdrukken.
Daarom wil ik dat je je probeert voor te stellen,
hoe je op een tafel zou aanvallen met je lievelingseten.
Ik stel me er zoiets bij voor:

Jamie1 Jamie2 Jamie3 3x Jamie

Deze maaltijd is een bemoediging voor de reis onderweg.
Totdat hij komt en de laatste belofte in vervulling gaat.
Maar tot die tijd, komen we hier op krachten.
Moed in drinken, niet omdat je met alcohol meer durft,
maar omdat God aan je kant staat. Hier aan tafel leer je zeggen we:
Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zal ons redden.
Juich en wees blij: hij heeft ons gered!
Die waarheid willen we gretig onze tanden in zetten;
die willen we tot ons nemen, indrinken, ja, daar toasten we op.


Voor Jezus vertrok, en de Geest beloofde, zei hij: Joh 14:18–20
“Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.
Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien,
maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef en ook jullie zullen leven.
Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben,
dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben.”

Dat laatste mag je hier proeven. Dat Jezus leeft.
Hij ging naar de hemel, en “de wereld zal mij niet meer zien”
Maar hij heeft ons mee genomen naar de Vader.
Zoals wij straks brood en wijn in onze buik hebben,
zo heeft Jezus ons in zijn hart.
“Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben,
dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben.”
zwart

Hij laat ons niet als wezen achter, Hij laat ons niet verdwaasd achter.
Maar ontdekt ons aan zijn liefde.
Alles wat die waarheid bedekt zal hij weghalen.
De hemel scheurt open, de stolp wordt opgetild.
Hij geeft zijn kinderen een vette maaltijd.
Als krachtvoer voor onderweg, totdat hij komt. Amen


online delen:

tag avondmaal lekker eten hemelvaart pinksteren wees bedekt

Meer preken uit Jesaja