Votum en groet NLB 217:1,2,4,5 (De dag gaat open voor het Woord des Heren) Gebed 10 geboden (lees ik) en aansluitend leest de lector L: Ex 34:28-35 (lector) NLB 289:1-3 (Heer, het licht van uw liefde schittert) Kinderen gr 1-4 gaan met lantaarn naar KBC L: Luk 4:1-13 (lector) Opw 40:1-3 (Zoek eerst het koninkrijk) L: 2Kor 3:5-18 (lector) Preek over 2Kor3:17 NLB 538:1,3,4 (Een mens te zijn op aarde) Gebedspunten en collectedoel vanuit KR Gebed Collecte Kinderlied: Opw. 733 (tienduizend redenen….) Ps 91a:1-3 (Wie in de schaduw Gods mag wonen) Zegen en Danish Amen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als ik denk aan de Heilige Geest,
denk ik aan alles wat mooi is en levendig is.
Aan wat bruist en borrelt. Waar de mensen vol vuur zijn.
Er waait een frisse wind.
Als de Geest ergens bezig is, is het er gaaf, volmaakt,
daar stromen de gaven, en daar is liefde.
Daar hoef je niet in bedekte termen te spreken,
hoef je niet angstig te zijn, daar ben je vrij.
Paulus zegt het ook, “waar de Geest is, daar is vrijheid.”
Nou, dat spreekt mij aan!
Maar wat bedoelt Paulus met vrijheid?

In deze preek wil ik 3 bijbelgedeelten door.
Bij de wet lazen we een verhaal over Mozes, die de geboden van God krijgt.
En we lazen uit 2Korinte,
waar Paulus een geestelijke uitleg aan dat verhaal geeft.
We lazen ook het verhaal uit Lukas, dat Jezus door de Geest
de woestijn ingestuurd wordt. Bij dat verhaal beginnen we.


Als ik naar Jezus kijk,
en zie hoe hij zich laat leiden door de Geest;
dan is dat niet waar ik als eerste aan dacht bij de Geest.
Hij gaat niet naar een bruisende plek van leven,
maar naar een doodse woestijn.
Daar borrelt geen levend stromend water, maar daar is het droog.
Hij vast, hij krijgt honger,
heeft niets om op te herkauwen, dan het woord van God,
en wordt verzocht en bezocht door de duivel.
Jezus, vol van de Geest, begint niet met wat mooi en levendig is,
maar met duivelse verzoeking.

Vandaag is de eerste zondag van de lijdenstijd.
En Jezus had blijkbaar de vrijheid om dat lijden op zich te nemen.
Willens en wetens, hij is zich bewust wat er komt en wat zijn taak is.
Vol zijn van de Geest betekent voor hem niet doen wat goed voelt,
wat fijn is; maar juist wat tegen hemzelf ingaat.
Dat is echt bijzonder: Jezus heeft alle vrijheid.
Hij is God en hij heeft het voor het kiezen.
En dan kiest hij ervoor om naar de woestijn te gaan.
Zijn zicht is niet beperkt, zijn verstand is niet bedekt.
Hij laat zich leiden en sturen naar een plek van droogte.


Daar in de woestijn, 40 dagen zwerven,
zou Jezus hebben gedacht aan de 40 jaar dat Israël zwierf?
Hij kreeg er honger, en moest zich voorhouden Lk 4:4m
“De mens leeft niet van brood alleen, maar van elk woord dat komt van God.”
Het was in de woestijn waar God ooit zijn woord gaf,
waar God zijn eigen stem liet horen, en met zijn eigen vinger schreef,
die kostbare woorden van de wet.
De vingerwijzing van God moest worden bewaard, gekoesterd,
in de heilige kist, in de ark van het verbond,
als de kostbaarste schat die het volk had. God gaf zijn woord.
Overigens werd in die zelfde kist ook een kruikje met manna bewaard,
want van bijbelblaadjes kun je ook niet leven;
God voorziet, in zijn woord en in ons dagelijks brood.
Maar het belangrijkste is dat hij woord houdt, zijn Woord geeft.
En dat ging met zoveel luister gepaard.
Mozes’ gezicht begon te stralen, zonder dat hij het doorhad.
Het maakte de mensen bang; zelfs zijn eigen broer Aäron, de andere leiders,
ze konden het niet aan. De glans van God was té stralend, te intens.
Alsjeblief, een beetje dimmen!
En toen hadden ze nog geen draaiknop om het licht wat zachter te maken,
dus moest Mozes een doekje over zijn hoofd.
Net als een lampenkap. Het licht wordt onder de korenmaat gestopt,
want de stralende goedheid van God is te intens…

Dat is het verhaal als God de wet geeft. Wat we in Exodus lazen.
Paulus gaat met dat verhaal aan de slag.
Hij geeft er betekenis aan, en op een bijzondere manier.
Hij vergelijkt vaak de oude situatie van het Joodse volk,
met wat er nu verandert is, nu Jezus is gekomen.
Hij vergelijkt het oude verbond met het nieuwe.
En dat moet je je misschien even voorstellen.
Voor een Jood was het duidelijk dat als God zijn woorden geeft,
ja natuurlijk, houdt je je eraan.
Je bent niet zomaar vrij om te doen wat je wil.
Je offert zoals God dat wil,
je eet wat God wil, en je eet het niet als God het onrein noemt.
Als je een zoon krijgt dan wordt die besneden.

Mensen buiten het Joodse volk waren echt aan het zoeken,
moeten wij dit nu ook? Wat wil God?
Paulus legt uit dat dat niet voor ons geldt.
Hij zegt eigenlijk dat de wetten van God laten zien,
dat er in ons iets zit, wat helemaal geen zin heeft om naar God te luisteren.
Als God de regels voor een mooi leven geeft,
dan zit er in mij iets iets van opstand: bekijk het maar God.
Ik wil het zelf bepalen. Ik wil graag vrij zijn.
Voor sommige mensen betekent vrijheid, dat je eigen baas bent.
Maar als God echt God is, heeft hij het ook voor het zeggen.
Paulus laat zien dat Gods regels ons aanklagen.
God laat ons zien: he, je doet wat ik niet wil.
Wat ik wil, wat ik doe, dat botst met de God van het leven.
De wet laat zien dat ik niet leef.

Paulus zegt het best wel heftig: 2Cor3:6
“de letter doodt”. En dan bedoelt hij dus
de met Gods eigen vingers geschreven letters van de wet:
Die laat zien dat ik niet echt leef,
en die wet laat ook nog zien dat ik de dood verdien.
Het kan niets anders dan mij veroordelen: “de letter doodt.
Maar de Geest maakt levend,”
komt daar achteraan.
Paulus is hier bezig om het joodse leven onder de wet,
te vergelijken met het nieuwe leven,
vrij van alle regels, vrij van alle druk
en het juk van als maar dingen moeten.
Je hoeft God niet te overtuigen van je goedheid,
je hoeft niet te zwoegen, te ploeteren, je te bewijzen,
zodat je de liefde van Vader verdient.
In het nieuwe verbond worden we in de vrijheid gezet,
doordat Jezus’ dood, voor jou bevrijding betekent.


De Geest zorgt er voor, dat je de vrijheid hebt.
Om met een goed geweten te zoeken wat goed is,
en te vertrouwen dat God je daarbij helpt.
Je vraagt je misschien af, waarom we eigenlijk elke zondag de wet lezen?
Als de letter van de wet doodt, wat heb je er dan aan?

Laat ik een voorbeeld geven. Ik heb een intense hekel aan de afwas.
Als er een rooster zou komen dat zei wanneer ik aan de beurt was,
dan is dat zeg maar de wet.
Ik voel in mij weerstand tegen de regel.
Ik heb zin om m’n neus te drukken, eronderuit te komen.

Als ik de tien geboden hoor, dan hoor ik dingen die ik soms niet wil horen.
Het maakt duidelijk dat ik een hekel heb, net als een afwasrooster.
Maar die afwas moet wel gebeuren.
Het is goed voor mij om te horen dat het wel moet gebeuren.

Vrijheid betekent dat er geen rooster is. Ik krijg geen corvee.
En ik krijg geen straf als ik een keertje wil laten staan.
En er gebeurt nog iets bijzonders:
Ik merk, dat als er liefde is, als ik de geest heb
dan is een rooster niet nodig. Dan heb ik de vrijheid om het te doen.
Als je leeft volgens de Geest, dan ben je dus vrij om het goede te kiezen.
En uiteindelijk gebeurt dus toch, waar ik zo’n hekel aan heb!

We lezen de wet. Die geeft aan waar ik een hekel aan heb,
maar het is ook een manier om te ontdekken, hoe God wil dat je leeft.
En eigenlijk is het wel logisch.
Want wat God met zoveel luister op Sinaï zei,
dat is nog steeds dezelfde God, die ons zijn Geest geeft.
God zei ooit eens: het is niet goed om te doden, ik wil dat je liefhebt
het is niet goed om te stelen, ik wil dat je je leven deelt,
het is niet goed om jaloers te zijn, ik wil dat je het elkaar gunt.
God is niet verandert. Dit geldt nog steeds.

Wat wel verandert is, en daardoor zijn we vrij,
is dat de wet ons vroeger alleen maar kon veroordelen.
Aanklagen, angst aanjagen.
Omdat de wet alleen maar kan veroordelen, en alleen maar tot de dood leidt,
is Jezus veroordeelt, is hij tot de dood gehoorzaam geweest.
Hij heeft geleden.

Maar door Jezus’ dood, ben ik bevrijdt van de veroordeling.
Dit heeft nog een gevolg.
Ook dat is vrijheid die de Geest geeft:
We zijn niet alleen losgemaakt van het oordeel van God,
maar ook van het oordeel van elkaar.
Als geestelijk mens, hoef je niet bang te zijn, wat een ander vindt.
De Geest zorgt ervoor dat je vrij bent van de angst.
Hij zorgt ervoor dat je niet op een ander neer hoeft te kijken
als die bijvoorbeeld andere gebruiken heeft.
Door de Geest ben je vrij
om je emoties helemaal met opwekking uit te drukken,
maar je bent net zo vrij om dat met psalmen te doen.
Je bent vrij, om als je dat voelt, je handen omhoog te doen,
en vrij om ze te laten waar je wil, als het onnatuurlijk voor je is.
Laten we elkaar genoeg vrij? Want waar de Geest is, daar is vrijheid.
En dan verdraag je zowel een orgel als een snare–drum.


Paulus moedigt je zo aan om de vrijheid te ontdekken.
Ja, als je de Geest hebt, ben ik ervan overtuigd,
dat je ergens iets van die vrijheid ervaart.

Wat hij niet wil, is terug naar hoe Joden in zijn tijd ermee omgingen.
Ze zagen het niet. De vrijheid die God geven wil.
Ze wilde er niet aan. Dat de wet, de dood oplevert.
Paulus gebruikt het beeld van Mozes weer.
De heerlijkheid van God, die van Mozes’ gezicht straalde was te intens.
Die konden ze niet verdragen, dus moest er een doekje om.
Paulus windt er geen doekjes om: hij zegt dat hun verstand bedekt is.
Je ziet het niet, maar er zit een kleed over je kop!
Maar elke keer als iemand zich naar Jezus toekeert,
als iemand zich naar de Heer richt,
dan wordt de bedekking weggenomen,
en kun je ontdekken wat daarvoor in de plaats komt.

En dan zie je de stralende werkelijkheid: Gods glorie.
Wij zien het, met onbedekt gezicht:
dat God ons niet veroordeelt, dat je niet bang hoeft te zijn,
dat je rusten mag, dat je niet altijd hoeft te rennen,
dat je vrij bent om een ander te dienen, zelfs als het je lijden kost,
dat er ruimte is voor jou en voor mij, zodat je elkaar ook de ruimte gunt.
Door in dat stralende licht te staan, en daarnaar te kijken,
beginnen we net als Mozes te stralen.
We gaan lijken op Jezus:
“Wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen,
zullen meer en meer door de Geest van de Heer
naar de luister van dat beeld worden veranderd.”

We zien in elkaar weerspiegeld:
de heerlijkheid van God, toen hij zijn regels gaf.
En zelfs de afwas wordt gedaan.

Ontdek je vrijheid. Amen


online delen:

tag Heilige Geest vrijheid wet lijden

Meer preken uit 2 Korintiërs