Mededelingen KR Votum (gezongen LB 291b) en Groet DNPs 146:1-3 (Halleluja! Heel mijn leven) Gebed Wet Markus 7:1-16, 21-23 (Lees ik) DNPs 51:2,3 (Vanaf de moederschoot heb ik al schuld) Gebed om opening van de schriften (naar ps 51) L: Jes 35:1-10 DNPs 146: 4 en 5 T: Marcus 7:31-37 Preek NLB 534:1-4 (Hij die de blinden weer liet zien) Gebed Collecte Kinderlied NLB 973 (Om voor elkaar te zijn uw oog en oor) Zegen en Danisch Amen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Die man zit helemaal dicht.
Er komt weinig bij hem binnen, want hij was doof,
en er komt bijna niets uit, praten ging heel erg moeilijk.
Als je doof bent kun je het ook moeilijk leren,
om goed te spreken.

Wat zal die man eenzaam zijn geweest.
Je verhaal delen lukt niet,
open staan naar anderen, lukt niet.
Hij zit opgesloten in zichzelf. Alleen.

Je hoeft niet doof te zijn, of moeilijk uit je woorden komen,
om iets van deze man mee te voelen.
– Je hebt van die mensen die super open zijn,
heel makkelijk met iedereen een praatje kunnen maken.
Mooi ook, als die openheid echt is.
Maar als je van nature wat meer gesloten bent,
kun je daar jaloers op zijn. Als je je niet zo vlot voelt.
Ik zou ook wel willen dat ik makkelijker contact maakte.
Ik zou ook wel willen dat mensen eens mijn verhaal hoorde.
En als dat je om wat voor reden dan ook niet lukt, als je dat mist,
raak je soms een beetje opgesloten in jezelf.
En dan snap je iets, van hoe alleen deze dove man zich voelde.

Maar dit verhaal vanmorgen is niet alleen voor jou
als je doof bent of een beetje gesloten,
het is voor iedereen: voor introverte mensen en extraverte.
Voor spraakzame en sprakelozen.
Voor die kletsers met dovemansoren,
en voor die goede stille luisteraars
die zelf niet zo goed uit hun woorden komen.
Want iedereen leert in dit verhaal iets van Jezus zien.
Hij laat zich namelijk voelen.
Het Woord laat van zich horen.


De dove man is alleen, zei ik.
Opgesloten door zijn zinloze zintuigen.
Ik probeerde me net voor te stellen hoe eenzaam hij zich voelde,
maar klopt dat wel?
Kijk, er lijkt een menigte te zijn die om hem geeft.
Mensen brengen hem bij Jezus.
En ze smeken Jezus of hij zijn hand op wil leggen.
Zou dit familie zijn geweest?
Zo zorgzaam als familie kan omzien naar een zieke,
mantelzorgers, mooi is dat.
Maar als ik kijk naar Jezus’ reactie weet ik het niet zeker.
“Hij nam de man apart, weg van de menigte”
alsof hij beschermd moest worden tegen sensatiezoekers;
die de dove alleen kenden als een zielige man,
en een interessant object om Jezus’ toverkunsten op uit te proberen.
Jezus wil dat niet.
Hij zoekt een stille plek, weg van de meute.

En wat Jezus dan doet is mooi.
Een praatje maken heeft geen zin.
Dus Jezus gaat de taal spreken die de dove wel begrijpt.
Die van aanraken, en van symbolen.
Soms doet een blik, van: hé, ik zie je, zoveel meer,
dan een stortvloed van woorden.
Jezus maakt contact met die man, fysiek
en laat van te voren merken wat hij gaat doen.
Hij raakt zijn oren aan – “daar ga ik je mee helpen”
Hij raakt zijn tong aan – “en daar ga ik je mee helpen”
En Jezus kijkt demonstratief omhoog – “en daar komt het vandaan”

God komt naar jou toe, en spreekt jou taal.
Of je open van karakter bent, of gesloten.
Hij maakt ruimte voor je, weg bij de meute.
Want de ontastbare God, wil je raken.
Het Woord wil van zich laten horen.


Jezus maakt ook contact met zijn eigen gevoel.
Zie je hem daar zitten? Hij zucht. En daar zit verdriet in.
Alsof hij in het aanraken meevoelt met eenzaamheid,
de geslotenheid van de man.
Alsof hij mee lijdt aan de zinloosheid van de niet werkende zintuigen.
Ik vind het mooi dat Jezus zucht.
Dat hij, de gever van elke ademteug,
de moeite neemt om zijn adem te verspillen.
En daarmee zoveel meer zegt dan met woorden had gekund.

Zo leren we God kennen, in Jezus.
En deze zelfde eigenschap, zien we terug bij de Heilige Geest.
Paulus schrijft ergens dat de schepping lijdt en moet zuchten.
Prooi aan zinloosheid.
En in die zwakheid is de Geest erbij.
Dat God aan onze kant staat betekent niet, dat al ons lijden voorbij is;
dat nu al alles voor je wordt opgelost
of dat je krijgt wat je hart verlangt.
Maar wel dat de Geest erbij komt, als je je nutteloos voelt,
als je zintuigen hun zin hebben verloren.
Sprakeloos, en weer spreekt hij de taal die wij spreken.
“de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten” Rom 8:26
Dit is hoe we God leren kennen.
Jezus is zo, de Geest is zo.
God neemt de tijd om te lijden, om te zuchten,
geeft ruimte aan verdriet, even weg bij de meute.


Maar dan wil Jezus ook bevrijden.
Want Jezus’ lijden is nooit machteloos.
Dat is vaak wat onze zucht uitdrukt, hoe zinloos alles is,
hoe machteloos we zijn. Maar Jezus niet.
Hij wil bevrijden. En hij pakt nu de regie.
En hij prikt door de geslotenheid heen.
Hij neemt het bevel en commandeert: “Effata!”
Dat is Aramees voor: ga open!
Zijn oren worden ontstopt, en zijn tong wordt bevrijdt. Prachtig!
Jezus geeft een opening voor mensen die opgesloten zitten in zichzelf.

Zoals Jezus het bevel voert over ziekte, zo hoort het, hè?.
Zoals hij koninklijk het commando voert, dat is passend, toch?
Jesaja had al een tipje van de sluier opgetild
dat het eraan zat te komen: Jes 35:5,6a
“Dan worden blinden de ogen geopend,
de oren van doven worden ontsloten.
Verlamden zullen springen als herten,
de mond van stommen zal jubelen”

Maar niet alleen de zieken worden genezen op zijn bevel.
Een paar hoofdstukken eerder heeft Markus beschreven,
hoe de leerlingen vol bewondering vragen: Mk 4:41
“Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?”
Alles moet naar hem luisteren, naar hem, de gever van elke ademteug.
Jezus maakt de profetie waar.
Want alles moet hem gehoorzamen.
Ook de doofheid en de sprakeloosheid.
Want wie oren heeft om horen, moet horen.
En dat kan de man nu.


Maar dan volgt een gek stukje.
De omstanders prijzen Jezus, ze roepen enthousiast:
“Alles wat hij doet is goed:
zelfs doven laat hij horen en stommen laat hij spreken”

Je hoort hierin de echo van die profetie van Jesaja.
Het was voorzegt, doven laat hij horen, en stommen spreken.
Hij kan niets fout doen in de ogen van het volk:
Lyrisch jubelen ze: Alles wat hij doet is goed.
Om Jezus heen, wordt alles weer paradijselijk,
en zie, het was zeer goed.

Maar Jezus wil dat niet. Hij verbiedt het.
“Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was;
maar hoe strenger hij het hun verbood,
hoe meer ze het rondvertelden.”

Hoe ironisch is dat!
Er wordt een man genezen van zijn doofheid,
maar het zijn de omstanders die niet willen horen.
Alles luistert naar hem: ziekte en dood, water en wind,
maar zijn zogenaamde bewonderaars? Die luisteren niet.
Het zuchten van Jezus krijgt dan een extra dimensie.
Alsof hij dit ook al voelde aankomen.
Alsof hij bijna met tegenzin dit wonder deed.
Omdat hij bang is voor alle afleiding die het oplevert.
Jezus zit niet te wachten op dat type bewonderaars,
op sensatiezoekers, op mensen die het om de show gaat.
Om de schreeuwerds, de super enthousiasten.
Zelfs niet als het klinkt dat ze God loven.

Dit houdt ons een spiegel voor:
Ik kan wel blij zijn met wat Jezus voor me doet.
Ik kan wel zeggen: Alles wat hij doet is goed,
Wat hij doet voor mij, dat is fijn. Maar doe ik dan ook wat hij zegt?
Wil ik luisteren? Of wil ik alleen maar van hem krijgen?
Het Woord laat van zich horen. Maar sta ik daar wel voor open?


Zo makkelijk lijken we op de meute,
mensen, die iets van God verlangen.
Heer, wilt u dit doen, wilt u dat doen?
En het mooie is, dat mag nog ook! Hij doet het zonder te zuchten.
Hij maakt er, terwijl hij op doorreis is, gewoon plek voor.
En hij doet het met liefde, door zich aan je aan te passen.
Te spreken in een taal die je verstaan kan.
Want hij wil je raken, hij laat zich voelen. Hij leeft met je mee.
– Maar waar hij van zucht, waar hij aan lijdt,
is als we niet willen luisteren naar wat hij zegt.
Als onze oren dicht zitten voor het Woord van God.

Maar ook over zulke doven wil Jezus het commando voeren.
Zoals het hoort.
Ook als je leven nog zo gebrekkig spreekt van een leven met God.
Hij, de gever van elke ademteug, blaast en geeft ons zijn Geest.
Laten we elkaar dan meenemen naar de Heer.
En hoor en zie dan ook hoe Jezus
ons van de ongehoorzaamheid wil bevrijden.
Dwars door onze geslotenheid heen prikt.
Hij legt zijn hand op je leven – “daar ga ik je mee helpen”
En kijk maar demonstratief omhoog – “en daar komt het vandaan”
Op zijn commando gaat ons leven open voor hem.
En vult ons hart zich met zijn Geest.
Vullen onze longen zich, met elke ademteug die hij geeft.
Wie oren heeft om te horen, moet horen. Amen


online delen:

tag gesloten open karakter genezing accomodatie Heilige Geest gehoorzaamheid messiasgeheimnis

Meer preken uit Marcus