Stilte Votum en Groet NLB-Ps 133:1,2(half) (Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is't dat zonen) Gebed Opw 464=ELB241a (Wees Stil voor het aangezicht van God) Ex 20:1-21 (10 geboden, gelezen door de lector) gesprekje met kinderen aan tafel PvN 130 = HH 44 (Uit de diepten roep ik U) (groep 6-8) Kinderen naar bijbelclub Ex 32:7-20 (lector) Opw 350=ELB304: 1,2 (Vader, vol van vrees en schaamte) Ex 33:12-23 (lector) Opw 350:3,4 Ex 34:1-10 (lees ik) Preek over Ex 34:6-7 NLB 859:1,3 (Schuldig staan wij voor u Heer) div. getuigenissen NLB 859:2 Gebed NLB 859:4 Viering Maaltijd van de Heer Opw 797 = HH391 (U roept ons samen als kerk van de Heer (Sela)) Formulier Smouter Gebed (Didache 9) LvK 360: 1 (Heer wij komen vol verlangen) - Ondertussen wordt de tafel wordt klaargemaakt Opwekking; Nodiging Tafel 1 - lez Jer Jer 31:31-33 - Zingen LvK 360:2 Tafel 2 - Lez Ezech 11:19,20 - Zingen Ps 145:3 (Genadig en barmhartig is de Heer) Tafel 3 - Lezen: Ps 147:1-3 - LvK 360: 3 (Leer ons, Heer, vrijmoedig spreken) Afsluitend lezen: psalm 103 (in zijn geheel, doe ik) Gebed (didache 10) Kinderen komen terug OTH 445: Tot zeven maal zeventig maal (Gerline Gitaar) Voorbereiding op de collecte ELB 401:1(Wij willen gaven delen) Collecte ELB 401:3(Meer dan wij konden dromen) Zegen Danish Amen

Broers en zussen in Jezus Christus,

Vanmorgen gaat het over breken en over helen.
We vieren de maaltijd van de Heer. En bij het brood wordt gezegd:
“Het brood dat we breken is het lichaam van Christus.”
Vanmorgen voelt dat als een schuldbelijdenis.

Want wij braken het lichaam van Christus,
we braken het lichaam van Christus, de kerk, af.
En daarmee deden we Hem tekort,
die zijn vlees en bloed gaf, voor al onze zonden.
We deden elkaar tekort, omdat we een ander
niet eens meer als broeder of zuster konden zien.
We deden onszelf tekort, omdat we toen nog minder,
samen met alle heiligen waren, en daardoor nog weer minder zagen
van de hoogte en de breedte en diepte van de liefde van God.
We hebben elkaar altijd zo nodig. Maar het breekt ons bij de handen af.

In de voorbereiding gingen mijn gedachten uit naar brekende dingen.
En ik moest denken aan Mozes, die Gods wet krijgt.
Op de berg nam hij Gods woorden in ontvangst.
In steen gebeiteld: Gods wil, die heilig is en goed.
En terwijl Mozes naar beneden loopt, hoort hij gedonder in de tenten.
Als hij beneden het volk ziet zondigen,
smijt hij woedend de stenen op de grond.
Jullie hebben Gods wet gebroken, kijk: dit is wat zonde doet.
Het verbond ligt nu in stukjes uiteen.


Wat heeft het breken van de stenen, nu met ons te maken?
Vanmorgen kijken we terug naar de geschiedenis van Mozes,
maar we kijken ook terug onze eigen geschiedenis.
En het gaat over het Verbond.
Verbinding; voor een kerk is er bijna geen mooier woord.
Maar als een kerk breekt, ligt dat mooie woord,
net zo kapot als de stenen tafelen.

Ik leg deze parallel bewust:
Het breken van de wet, en het breken van de kerk,
in beide breekt Jezus. Hij is er kapot van.

Als we afbreuk doen aan de woorden van de wet,
breken we Jezus, want hijzelf is het woord van God,
de ultieme belichaming van wat heilig is en goed: de wil van God.
– In het begin was het Woord. Het Woord was bij God, het is God,
God drukt zich in woorden uit en gaf zijn wetten aan Mozes.
Maar als het volk dan zijn eigen gang gaat, zonde, dan breekt het.
De stenen tafelen liggen gebroken.
Het verbond ligt in stukjes vanwege zonde.

Ook als we afbreuk doen aan de kerk, dan breken we Jezus.
– In het begin was het Woord bij God.
God brak zijn woord niet, maar houd zich aan zijn belofte,
Dat Woord wordt vlees. Een lichaam. Een mensje is geboren: Jezus.
Hij laat luid en duidelijk horen dat hij het Woord is.
Zijn volgelingen geeft hij de Geest. Hij geeft zich zó zichzelf,
dat we de kerk: Lichaam van Christus mogen noemen.
Maar weer: als het volk dan zijn eigen gang gaat, zonde, dan breekt het.
Het kerklichaam wordt verscheurd. Het verbond ligt in stukjes vanwege zonde.

Het breken van de wet, en het breken van de kerk,
in beide breekt Jezus. Voor beide moest Jezus gebroken worden.


Dit verhaal is een treffend symbool,
hoe mensen de band met God kapot maken, door hun eigen dingen te doen.
En zijn veel verschillende soorten zonden:
Eigenwijsheid, God om je eigen manier vereren,
zoals het volk onder Aaron deed.
Hoogmoed, denken dat je weet hoe het zit,
en jouw perspectief aan anderen dwingend opleggen.
Of bevooroordeeld en wantrouwend zijn;
en ook niet meer kunnen verwachten
dat de ander iets goed zou kunnen zeggen.
Het zit in kleine dingen: Oh, dat zal wel weer op hun manier moeten
En veronderstellen dat daar kwade opzet achter zit.
Ik kan het me ergens wel voorstellen,
als je zo beschadigd en gekwetst bent, dat het moeilijk is
om nog te geloven in mensen, of in het verschijnsel: kerk.
Maar als je er onverzoenlijk van wordt,
dan heeft dat precies hetzelfde effect als al die andere zonden:
het gaat staan tussen de verbinding tussen jou en de ander;
en uiteindelijk tussen jou en God.
Alle zonden hebben dit gemeenschappelijk:
het verbreekt de gemeenschap, breekt het verbond, het maakt alles kapot.


Als het verbond in gruzelementen ligt, wil Mozes God ontmoeten.
Wat we gelezen hebben gebeurt tussen de twee momenten
dat God zijn wet geeft.
Hij is zo boos dat hij het bijna op zou geven. Ex32:9f
God zegt: “Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is.
Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren.
Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen”

God wil op de resetknop drukken, en helemaal opnieuw beginnen.
Mozes moet echt zeggen: Niet doen, Heer.
Zou u echt eerst alle moeite doen om ons uit Egypte te bevrijden,
om ons dan hier in de woestijn te laten sterven?
Wat zullen de volken dan van U denken, Heer?
Breek uw woord toch niet, Heer; denk toch aan wat u heeft beloofd!

Mozes bemiddelt. Maar dit vraagt ook veel van Mozes,
ik stel me zo voor dat hij zich vertwijfeld afvraagt:
het volk wil niet met God; en wil God nog wel met dit volk?
En als je rondom deze hoofdstukken leest,
valt op dat God geen een keer zegt dat het zijn eigen volk is,
maar het telkens afschuift: jouw volk;
alsof God al in woorden afstand neemt van Israël.
Mozes voelt dat. Wilt U nog met ons mee God?
Bent u ons wel goedgezind?
Mozes wil zien waar hij het eigenlijk voor doet:
Heer, laat mij toch uw majesteit zien, laat me merken wie u bent.

En God doet dat.
“ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken,
en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn”

En dan krijgt Mozes zijn instructies:
staan in een veilige rotsspleet, de beschermende hand van God.
En dan daalt God af naar de bergtop.
Hij komt dichtbij; Hij komt bij Mozes staan:
Dan neemt God het Woord; hij proclameert wie Hij is.
In de tekst worden dan prachtige eigenschappen van de Heer genoemd.

“De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER! De HEER!
Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig,
die duizenden geslachten zijn liefde bewijst,
die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat
en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten,
en ook het derde geslacht en het vierde.”

Mozes krijgt waar hij om vroeg: Hij ziet God,
en is dan overweldigd: “Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer.”

We leren hier de mooie eigenschappen van God kennen.
Joden tellen er 13: (1) zijn naam is HEER; (2) Hij is God;
Hij is (3) liefdevol; hij is (4) genadig
Hij is (5) geduldig; en (6) trouw en (7) waarachtig.
(8) Hij bewijst zijn liefde aan duizenden geslachten.
Hij vergeeft (9) schuld; (10) misdaad; en (11) zonde.
Maar dat betekent niet dat God alles maar over zijn kant laat gaan.
Mozes krijgt nog 2 eigenschappen te horen:
(12) Hij laat niet ongestraft; dat betekent dat God eerlijk is,
en de laatste (13) is “voor de schuld van de ouders
laat hij de kinderen en kleinkinderen boeten,
en ook het derde geslacht en het vierde.”

Wat vind je van die laatste eigenschap?
We zien deze zin ook terug in de tien–geboden,
het is dus een belangrijke eigenschap van God.
Maar daar moeten we het wel even over hebben
want er kunnen makkelijk 2 dingen misgaan.
Je kan zeggen: nou zo’n strenge straffende God wil ik niet.
Deze eigenschap van God strijkt ons tegen de haren.
Maar dat is wel link; want wie ben ik om tegen de Heilige te zeggen
dat mij niet aanstaat wie Hij is?
Als je je eigen beeld van God maakt, gaat precies mis
wat het volk deed toen Mozes met de stenen wet beneden kwam.

Maar, – en dat is het tweede wat mogelijk mis gaat –
maar dan moet ik wel zeker weten dat dát hier bedoelt is.
En dat is net de vraag: wat betekent het?

In onze vertaling klinkt het namelijk niet helemaal goed.
En het woord voor laten boeten kan een heleboel betekenen.
Het betekent ook: tellen, overzicht hebben, onderzoeken.
Een andere mogelijke betekenis is bezoeken;
dit wordt woord gebruikt als God bij Abram en Sara op bezoek komt,
maar ook als God hoort en ziet, hoe zwaar het volk het in Egypte heeft.
Dan bezoekt hij zijn volk, en is betrokken, belangstellend
en komt kijken, onderzoekend, wat er nou aan de hand is.
Het woord betekent op sommige plekken ook echt bestraffen.

In de vorige vertaling staat: dat God de schuld van de ouders
bezoekt aan de kinderen, klein– en achterkleinkinderen.
Bezoeken, in plaats van bestraffen. Ik denk dat dat beter is.

Maar wat betekent dat dan? Schuld bezoeken?
Daarvoor moet je kijken naar wat zonde eigenlijk is.
Als ik iets fout doe, heeft dat gevolgen.
Zonde heeft de nare eigenschap dat het zich als een olie–vlek verspreidt.
Het is de ware aard van het beestje, het maakt als maar meer kapot.
Als je een snoepje steelt, en dan wordt gevraagd
of je gejat hebt, hoe makkelijk is het om dan te liegen?
De ene fout wekt de volgende zonde op.
Als iemand jou beschadigd of kwetst, voel je dan niet de verleiding
om iets terug te doen? Het kwaad roept iets slechts in jou op.
En we vinden het nog normaal ook…
Zonde is een olievlek, het besmeurt je.
Als je als ouders het verkeerde voorbeeld geeft,
en je kinderen nemen dat over, en hun kinderen ook weer,
ook dan zie je hoe het kwaad zich als een olievlek verspreidt.

Nu staat er dat God de schuld van de ouders,
onderzoekt of bezoekt of bestraft, bij de kinderen.
God gaat kijken: hé, zie ik dat ook terug bij de komende generaties?
Hij komt op bezoek, doet nauwkeurig onderzoek.
Als iemand van milieudefensie na een olieramp,
hij wil die ellendige olie indammen.
Dus hij komt kijken of de schade doorzet,
en ook of generaties later nog de giftige werking heeft doorgezet.

Nauwkeurig onderzoeken.
Maar als dat dan zo is, als we zonde hebben aangeleerd gekregen,
dan komt God bij ons langs, met onze zonde.
Hij laat mijn eigen fouten, bij mij op bezoek komen.
Als de fout van het volk is,
dat ze in hun hart bij God vandaan zijn gegaan,
dan vertrekt de heerlijkheid van de Heer uit de tempel.
Hun zonde, ’t is dezelfde als die van hun ouders,
maar het is ook hun eigen fout; komt bij hen op bezoek.
Als onze fout is, dat we fel en veroordelend waren, en geen ruimte gaven
voor diversiteit in meningen, dan zien we dat terug.
Als ik kijk naar de afgelopen 10–20 jaar binnen de Gkv,
en kijk naar broers en zussen die meenden
zich opnieuw vrij te moeten maken… Het doet me echt verdriet.
Omdat we weer iets minder samen met alle heiligen zijn,
en daardoor minder zien van de hoogte en de breedte
en diepte van de liefde van God.
Maar is dit niet de manier van denken die wij 50 jaar terug ook hadden?
Worden we bezocht, door ons verleden?


Goed, dat zijn de anderen; nu wijzelf.
Ik ben geboren in 1984; ik heb niets van de scheuring meegemaakt.
Zowel op de basis–school als op de middelbare,
was ik bevriend met Nederlands–gereformeerde jongens.
Van de kerkstrijd, het elkaar uitsluiten heb ik gelukkig nooit iets gemerkt.
Mijn ouders waren nog geen eens tieners, toen de kerk brak.
En misschien heb jij ook zo iets, van:
is dit nu nodig? Dit is zo lang geleden…

Maar ik geloof dat deze tekst juist laat zien dat het wel nodig is.
Als wij van onze ouders die felheid hebben geleerd,
en we gaan net zo fel, onverdraagzaam om met liturgische smaken…
Of zijn stellig in wat er mis is met de ander.
Soms zit het in ons geestelijk DNA.

Gods nauwkeurig onderzoek, of wij lijden aan dezelfde gebreken
als voorgaande generaties, leidt tot zelfonderzoek.
Ook wij moeten goed naar onszelf kijken.
Dit is wie we waren, dit is hoe onze kerk was in de jaren ’60.
En dan weet ik ook dat daar veel liefde voor God was, ijver, vuur.
We dachten dat het heilig vuur was,
maar we zien nu ook wat er onheilig was;
we hebben ons vertild en onszelf en anderen lelijk verbrand.


Maar vanmorgen gaan we naar God. Besmeurd, verbrand.
We bezoeken hem met onze tekorten.
Juist omdat we hem leren kennen als iemand die niet alleen eerlijk is,
maar allereerst liefdevol; en genadig.
Hij is geduldig met ons; en trouw aan ons.
En zijn liefde bewijst hij aan duizenden geslachten.
Wat God aan Mozes laat zien, is net een portret van Jezus.

Als we de wet breken en als we de kerk schade berokkenen;
in beide breekt Jezus.
Voor beide moest Jezus gebroken worden.
Maar dat is niet het einde van het verhaal:
Mijn zonde breekt Hem.
Maar Jezus ontbreekt zonde.
Het ontbreekt hem aan zonde, hij heeft het gewoon niet.
Maar hij maakt mijn brokken ook ongedaan.
Hij breekt zijn belofte niet, maar is puur en volmaakt.
Dat zie je bij voorbeeld in zo’n mooi detail,
dat zijn botten niet gebroken mochten worden.
In dit alles laat hij zien:
Hij is het die schuld, misdaad en zonde vergeeft.
Hij heelt.

Jezus liet zich breken.
Door zijn hapklare brokken,
maakt hij ons weer heel.

Amen


Meditatie bij Jer 31:31–33
2 keer gaf God aan Mozes zijn verbond
zwart op wit: op breekbaar steen.
In die 2e keer, laat God zijn bereidheid zien,
om telkens opnieuw te beginnen.
In Jeremia wordt daarop verder geprofeteerd.

Breekbaar steen, je ziet het bij het volk,
maar net zo goed als door onze harde harten, kerken scheuren.
De dag zal komen, dat ik een nieuw verbond sluit, zegt Jeremia.
In dat nieuwe verbond mogen we leven.
Jezus’ bloed, de wijn die we drinken,
is dat nieuwe verbond.
Gods herstel is dat harde hart aanpakken.
God geeft niet nog een keer steenharde regels,
maar hij schrijft zijn wil in ons binnenste.
zijn liefde dringt zich bij ons binnen, in brood en wijn.

We zingen: LvK 360:2


Meditatie bij Ez 11:19,20
Jeremia eindigde ook zo:
Dan zal ik hun God zijn, en zij mijn volk.
Hoor je daarin het verlangen van God
in die oprechte verbinding?
Hoor je daarin het zacht kloppende hart?
dat zachte hart wat God ook in ons binnenste schrijft.
Hij laat mildheid en geduld in ons groeien.
En ruimt al onze versteende vastgeroeste ideeën op.

Toen ik Exodus las, schrok ik van God,
hoe hij Israël niet eens zijn eigen volk noemde.
In de woorden proef je de afstand,
de zonde, die uit het verbond wil breken.
Maar dankzij de middelaar van het verbond,
laat God zijn ahrt zien,
laat hij zien dat hij zijn woord niet breekt.
Dat hart implanteert hij ook in jou,
dat warme bloed doorstroomt jou, als je eet en drinkt.

We zingen Ps 145:3


Meditatie bij Ps 147:1–3
De Here bouwt.
Het verscheurde en verbrokkelde en verbannen volk,
hij brengt het samen.
Hij deed het na de ballingschap,
met de verguisde stammen van Israël,
maar hij doet het ook met ons.
De bouwer van de Kerk, dat is Jezus,
hij brengt ons bijeen.
Hij geneest wie gebroken is,
verzorgt je diepe wonden,
die echt niet zomaar over zijn.
Maar hij bezoekt ze, hij heeft oprechte compassie
en is ook degene die onze wonden verbindt.
Zodat de verbinding met de ander ook weer helen kan.

En door de breuklijnen heen wil ik dat je gedenkt,
en gelooft, dat mijn lichaam gegeven is,
niet de kerk, maar dat ik, Jezus, je gegeven ben
om alle breuken te helen,
alle wonden de dichten.
Om te verbinden wat gebroken is.
Om al onze zonden volkomen te verzoenen.
Maar als we als kerk dan mogen genezen,
laten we dan ook vrijmoedig daar van getuigen naar buiten toe.

We zingen LvK 360: 3


online delen:

tag breken kerk wet vergeven verzoening zelfreflectie Mozes

Meer preken uit Exodus