oorzang LB 280:1,3,5 (De vreugde voert ons naar dit huis) Votum (Gk 175c = NLB 291b) groet en amen Gebed om opening van de schriften LB 280: 4,6 Collecte Jes 42:1-9 NLB 459:1,5 (Ik breng een rechter aan het licht) Jes 49:1-13 NLB 459:6,7 Lucas 2:22-40 Preek Ps 90:1,7 (NLB=GKPS Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen) Gebed mmv ouderlingen Ps 90:8 Zegen + Danish Amen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Die is gek? Pakt zomaar een vreemde man je baby af!
Dan kijkt hij omhoog:
“Heer, laat me nu maar sterven, want ik heb het licht gezien.”
In een willekeurig andere context
lijkt dit een seniele verwarde oude man.
Wat zullen Jozef en Maria hebben gedacht?
Nee meneer, dit is een geen lamp maar een kind.
“Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd.”

Dan begint hij ook nog Maria te waarschuwen, het klinkt profetisch:
“Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen Luc.2:34v
of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt,
en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden.”

Bijzondere woorden…

En dan komt er nog zo’n oud iemand aan.
Hanna, ook een oude vrouw met profetische gaven.
Lukas noemt dat zelfs als eerste van haar: Luc.2:36v
“Er was daar ook een profetes,
Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser.”

En ook haar levensverhaal is niet helemaal normaal.
Na een kort huwelijk, koos ze ervoor alleen te blijven,
en zich helemaal aan God toe te wijden.
“Ze was altijd in de tempel,
waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden.”

Er is veel Heilige Geest in deze verhalen.
En dat maakt veel van wat we hier lezen, niet normaal.
Jozef en Maria ontmoeten Simeon, vol van de Geest,
door de Geest was hij naar de tempel gestuurd, gedreven zelfs.
Zodat God kan laten zien dat hij de hem gedane belofte inlost.
Zo vol van de Geest is het eigenlijk wel logisch dat Simeon zo op het oog,
een verwarde oude man lijkt; met Pinksteren leken de mensen ook verward.
Het is niet uitzonderlijk dat Hanna, trouw en toewijding toont.
De Geest, die Heilig maakt, heeft dat effect op mensen.
Die Geest brengt iets buiten–aards, iets hemels mee.
Iets dat niet van hier is. En dat komt zomaar over mensen.
Maria heeft dan aan den lijve ondervonden:
Kracht van de Allerhoogste overschaduwde haar.

Tegelijk maakt dit het voor ons misschien wel juist lastig.
Wie van ons leefde het afgelopen jaar zó dicht met God;
ontvankelijk voor de sturing van de Geest,
dat hij het soort ontmoetingen heeft zoals Simeon had?
Wie is zó vol van de Geest dat ze profetes wordt genoemd,
en met ieder die het horen wil, spreekt van Gods bevrijding?
Wie is, dag in, dag uit, trouw in gebed, en wie vast daar nog bij?
De Heilige Geest, die deze mensen bewoog,
laat hen zo buiten–aards handelen, dat het ons vervreemd.
– Vanavond wil ik met jullie kijken naar deze geschiedenis.
Omdat ik geloof dat het zinnig is om te kijken,
hoe de oude Simeon op zijn leven terug keek.
Maar ook omdat het bemoedigd om te kijken hoe God werkt.
Dan zullen we zien, hoe dat wat van buiten komt, ook hier werkelijk wordt.


Hier op het tempelplein ontmoeten oud en nieuw elkaar.
In de armen van de oude Simeon ligt het nieuwste van het nieuwste,
al is hij tegelijk ook de oudste van de daar aanwezigen.
Zoals Johannes het later zal zeggen: Joh. 1:15
“Die na mij komt is meer dan ik, want hij was er vóór mij!”
Ditzelfde geldt ook voor de Geest, waar Simeon zo vol van is.
Die was erbij vanaf het eerst begin.
Die heeft het overzicht, over wat geweest is en wat komt.
Die Geest heeft Simeon verlicht;
hem laten weten dat hij Gods Gezalfde zal zien.
En die Geest vult het tempelplein met lof en profetie en verwachting.

Wat verwachtte Simeon? Waarop hoopte Hanna?
Zoals Lukas deze twee oude mensen omschrijft,
lijkt het in eerste indruk best wel politiek gekleurd.
Hanna praat, zo typeert Lukas het, met Luc.2:38
“allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.”
En Simeon zag uit naar de tijd dat God Israël zou vertroosten.
Waar dachten ze dan aan?

Beide hebben ze het bewust meegemaakt.
Hoe er zo’n 60 jaar geleden een einde kwam,
aan het laatst koningshuis en zelfbestuur van Israël.
Een paar eeuwen terug begonnen als guerrilla beweging,
was het uitgegroeid tot een echt koningshuis.
op haar hoogtepunt deed denken aan het huis van David.
Na de dood van de koningin, vochten twee zoons vochten om de macht.
Eentje won, met steun van Romeinse legers
al mocht hij uiteindelijk niet Israëls koning worden.
Ook kreeg hij steun van de vader van Herodes,
die zich op die manier voorsorteerde, om later de koning te leveren.

Is dit waarom Simeon vertroost moet worden;
moet Jeruzalem hiervan bevrijdt?
Romeinen en Edomieten die de dienst uitmaken.
De leerlingen van Jezus zullen het later ook vragen: Hand. 1:6
“Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd
het koningschap over Israël herstellen?”

Zo keken ze dus terug op hun tijd.
Vol verwachting, hoopvol dat God iets zal doen.
Maar dat betekent dus ook dat het nodig was, dat het nu niet OK was.

Misschien kijk je ook zo, naar het afgelopen jaar.

Heer, herstelt u binnen afzienbare tijd het klimaat,
om alle orkanen, de droogte, de overstromingen in te tomen?
Herstelt u de landen, die zo zijn getroffen, Sint Maarten, Puerto Rico?
Herstelt u de bossen die afbranden, in Portugal, Californië?

Heer, herstelt u spoedig de normale menselijke contacten?
Nu we zo vaak vastzitten in een eigen kringetje,
en zelfs daar soms niet verder komen dan de oppervlakte.
Heer, herstelt u de verhouding tussen mannen en vrouwen,
in een jaar dat zoveel seksueel misbruik aan het licht kwam?
En elke keer dat het erover gaat voel ook jij het:
#metoo

Heer, herstelt u de waarde van de waarheid.
Als digitaal teruggetrokken trollen,
of, zoals de koning het noemde, bitter twitter,
het lastig maken om feit en verzinsel van elkaar te onderscheiden.
Heer, herstelt u het presidentschap in de VS?
Maakt u elke inmenging en bemoeizucht van andere landen ongedaan.

Heer, herstelt u de kerk? Brengt u de eenheid en liefde weer terug.
Dat we een wervende gemeenschap mogen zijn, aantrekkelijk.
Misschien ben je daarom ook wel dankbaar
voor de hoeveelheid christenen in het nieuwe kabinet.
Dat we niet in de marge maar juist op alle niveaus
dienstbaar en zegenrijk werken mogen.
Of bidt je juist, om vertroosting en bevrijding,
voor al de vluchtelingen, asielzoekers, vredezoekers.
Heer, herstelt U onze naastenliefde en gastvrijheid,
en geeft u voor als we dat niet hebben, ons een generaal pardon?

Of misschien wel heel persoonlijk:
Heer, herstelt u mijn gezondheid,
mijn financiële zekerheid, mijn relaties, mijn zelfbeeld.
Heer, geeft u spoedig rust en vrede?

Dit zijn allemaal vormen van die ene vraag van de leerlingen:
“Heer, herstelt u binnen afzienbare tijd uw koningschap op aarde?”
Al die vragen zijn opzoek naar vertroosting en bevrijding,
waar ook Simeon en Hanna zo naar uitzien.


Wij staan nu met Simeon op het tempelplein,
terugkijkend, hoopvol verwachtend.
Hij zag uit naar de tijd dat God Israël zou vertroosten.
En als Simeon zijn woorden spreekt klinken denk ik ook zijn wensen door,
zijn hoop, bevrijd te zijn van Rome en Herodes’ familie.
Maar Simeon is niet vol van zichzelf,
van zijn eigen politieke voorkeur, maar vol van de Geest.
Die neemt hem in de armen en tilt hem op.
Legt hem de profetische woorden in de mond:
“Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd.
Want met eigen ogen heb ik de redding gezien die u bewerkt hebt
ten overstaan van alle volken: een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen
en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.”

Simeon grijpt hier terug op oude woorden van Jesaja.
Op meerdere plekken zag hij dat beeld, van een licht voor alle volken.
Daar hebben we 2 voorbeelden van gelezen. In Jesaja 42: Jes. 42:6b
“ik neem je in dienst voor mijn verbond met de mensen
en maak je tot een licht voor alle volken”

Of Jesaja 49. Jes. 49:6
“Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten
en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin.
Ik zal je maken tot een licht voor alle volken,
opdat de redding die ik brengen zal tot aan de einden der aarde reikt.”

Duidelijk gaat dit verder dan alleen Simeons locale verwachtingen.
Die mogen er absoluut zijn, ook die gaan God ter harte.
Maar dat is nog maar het begin.
Het is God niet genoeg om alleen voor Israël het goede te doen;
Hij heeft alle volken op het oog. Dit zag Simeon in Jezus.
God gebruikt mijn kleine verlangens en hoop,
en door de Geest, worden die voller en rijker.
En als je dat gelooft en ziet, dan groeit ook het vertrouwen:
dat Gods plan voor al het goede, bij God in goede handen is.

Want dat is eigenlijk best wel verwonderlijk.
Simeon kan nu al zeggen: “nu heb ik het gezien”.
Het is Advent geweest, en Kerst geweest.
Dus je zou zeggen dat de tijd van wachten ook voorbij is.
Maar echte vertroosting, verlossing, overwinning door de dood heen,
dat moet allemaal nog gebeuren.
Is dat kleine jochie; al redding al bevrijding van de Romeinen?
Is het al volbracht?
Toch, Simeon zegt dat hij het nu heeft gezien,
niet het nieuwste van het nieuwste, maar het begin van het begin.
Dat is voor hem genoeg. Hij weet best dat hij niet alles heeft gezien,
want hij profeteert wat er nog zal komen: Luc.2:34v
“Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen
of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt,
en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden.”

Hij zegt Maria dat ze het niet makkelijk gaat krijgen.
dat Jezus een struikelsteen zal zijn.
Niet echt vertroostende woorden. Hoezo: nu heb ik vrede?
Maar in die profetie, zit ook het levensverhaal van Jezus.
Hijzelf zal eerst ten val komen. Met een speer doorstoken worden.
Maar dan ook weer opstaan. Dat is het betwistte teken.
Zonder dat Simeon het gezien heeft, heeft hij het toch gezien.
Niet het nieuwste van het nieuwste.
Het begin van het begin, is genoeg.

En nu laat hij alles los, en vertrouwt op God.
Laat nu maar gebeuren: mij geschiede naar uw woord.
Net zoals de Geest over Maria kwam, zo rust hij op Simeon.
En hij ziet nu genoeg, genoeg om te blijven geloven.
Te blijven verwachten. Dit is buiten–aards mooi geloof.


Mooi als Geest hem dat geeft. Maar al die aandacht voor de Heilige Geest;
je kunt er moe van worden; alsof het allemaal zo bijzonder moet.
Zo rechtvaardig en vroom als Simeon, of zo toegewijd als Hanna.
Maar Lucas heeft het verhaal zo opgeschreven,
dat Simeon en Hanna worden omarmt door het verhaal van Jozef en Maria.
We hebben nog niet zoveel stil gestaan bij de verzen ervoor en erna.
Lucas begon zo: Luc.2:22v
“Toen de tijd was aangebroken dat ze zich
overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren,
brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden
zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer:
‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’
Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft”

En na het verhaal over Hanna, sluit Lucas af met:
“Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan,
keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret.”

Er zit iets gewoontjes in. Iets lekker simpels.
De Heilige Geest werkt niet alleen in de bijzondere woorden,
in profeteren, je bidden, je getuigen, of je hopen en verwachten.
Niet alleen het bijzondere; ook in het eenvoudig doen wat God zegt.
Dit is belangrijk om te zeggen, juist als je eigenlijk voelt
dat je daar niet altijd het vertrouwen of de naïviteit voor hebt,
om herstel te verwachten voor het komende jaar.
De Geest zie je ook het simpele: proberen te doen wat God wil.
Na 40 dagen naar de tempel gaan omdat de wet van Mozes dat voorschrijft.
Niets hoogdravends.
En ze brachten ook geen grote of opzienbarende offers.
Dat hadden Jozef en Maria gewoonweg niet te geven;
dus vroeg God dat ook niet.
Het offer wat ze brachten was het armen–offer.
Alsof ook dat weer een echo uit Jesaja is, waar God het opneemt
voor wie honger en dorst had, voor gevangenen
en ook heel expliciet voor wie het niet zo breed heeft:
“De Heer heeft zijn volk getroost,
hij heeft zich over de armen ontfermd.”
Jes. 49:13

Met dat offer wijdden ze hun zoon toe aan God.
Want alle eerstgeborenen zijn van God.
Weer niet iets bijzonders. Het is haast grappig.
Natuurlijk is de Zoon–van–God, van God.
Maar doordat Jozef en Maria simpel doen, wat al zo is,
ontmoeten hier op het tempelplein, oud en nieuw elkaar.
In de armen van de oude Simeon ligt het nieuwste van het nieuwste.
Ook al heeft hij nog maar het eerste begin in handen,
toch hebben we genoeg gezien. God doet wat hij belooft.
Dan kunnen we achter ons laten, wat geweest is.
Aannemen wat te komen staat; of het nu zal steken als een zwaard,
of dat je Gods koningschap als herstel zal ervaren.
We hebben vrede, want dat jochie dat Simeon in handen heeft,
is niet alleen de nieuwste, “hij was er vóór mij!”
Hij is de eerste en de laatste.
Hij omarmt mij in de tijd, Hij draagt ons door de jaren.
De oude Simeon ziet het licht.
We hebben niet God in onze handen;
Hij heeft ons in zijn eeuwig oude armen,
en laat ons nooit los.

Amen


online delen:

tag herstel Heilige Geest loslaten vertrouwen volken Simeon(NT) Maria (moeder)

Meer preken uit Lucas