Voorzang: NLB Ps 133 (Zie toch hoe goed, hoe lieflijk is't dat zonen) Votum en groet ELB 298 (Ik kom uw heiligdom binnen =Opw192) Leefregel zelfbeproeving NLB 377:2-4 Gebed Lezen: Mat 26:6-13 Luister/meezinglied PvN16 = Opw 727 (youtube met tekst) Preek GK 46 (Maria heeft aan Jezus) Avondmaal Lez 1Kor 11:23-33 Lez 1Pe Luister/meezinglied Opw 737 (youtube met tekst) Gaande Viering Afsluiten met: Ps 103:1,3 (Zegen mijn ziel) Gebed Collecte NLB 416 (Ga met God en hij zal met je zijn) Zegen}

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Als ik naar opa en oma ging, dan hing daar vaak een geurtje.
Ik vond het niet bijzonder lekker,
een beetje een citroen–achtig luchtje.
Het was de handcreme van mn oma,
Maar elke keer als ik het ruik vind ik het toch prettig,
want ik denk met plezier terug aan die bezoeken.

Er zijn veel lekkere geuren, ik ben even benieuwd:
Wie houd er van de geur van vers gebakken brood?
of appeltaart? met een vleugje kaneel?
die geur als het buiten net geregend heeft?
Hoe een boek ruikt?
of de geur van lavendel?

Geur is, als het lekker is, iets wat we graag willen vast houden.
Ook al is het najagen van lucht, het vangen van wind.
Maar we doen het toch; geur roept emoties op, is heel krachtig,
het kan je zelfs terugbrengen naar een plek van je jeugd.

Het kan ook heel zwaar zijn. De lucht wordt dik.
Teveel lavendel of hyacinten, vind ik niet zo prettig.
En al helemaal niet zo de namaak–versie ervan in wc–zeepjes.
Er hangt ook een zware lucht in de kleedkamer na gym of voetbal,
iedereen pakt de deo,
de ene lucht moet die andere lucht verdrijven.
We gebruiken het ook om een andere geur te bedekken, verdringen.

Hoe iets ruikt heeft ook een kant van goed of slecht.
Als eten bedorven ruikt,
of als een zaakje stinkt, bijvoorbeeld.
Ergens kan een goede geur omheen hangen,
of er zit een luchtje aan, en dan is het niet zo best.


Al deze associaties met reuk en geur,
klinken mee als we dit bijbelverhaal lezen.
We lezen in Matteus hoe een vrouw zelfbewust de ruimte pakt,
hoe ze alle liefde geeft, en daarme het hele huis inneemt.
Vrijmoedig neemt ze de ruimte in, met de lucht van liefde.

En sorry lieve zusters, mannen kunnen dat niet zo goed handelen.
Snel bedenken we onze bezwaren:
wat een verspilling! denk om de armoede! dat kan beter zus–en–zo!
Mannen halen soms hun neus op, voor echte liefde.
Is het te intens? bekijken we het liever zakelijk?
Gelukkig veegt Jezus die bezwaren direct van tafel.
Geweldig als je wat aan armoede wil doen, maar dat kan altijd nog.
Deze vrouw doet het goed.
Je doet er goed aan als je Jezus je liefde geeft.
Hij geeft haar alle ruimte, om haar hart aan hem te verspillen,
haar liefde uit te storten.
Fantastisch dat Jezus daar plek voor maakt.
Val haar niet lastig, laat haar.
Zij doet het goed.


We weten uit het verslag van Johannes (12) dat ze Maria heet.
Maria, de zus van Lazarus.
Ze giet haar peperdure olie uit over zijn hoofd,
en dat krijgt ook een extra betekenis.
“Door die olie over mij uit te gieten,
heeft ze mijn lichaam voorbereid op het graf.”
, zegt Jezus.
Het detail van het breken van het kruikje laat het ook zien.
Ze wil de hele literfles gebruiken, dus niet eventjes voor de lekker,
niet slechts een beetje wassen of een beetje opfrissen.
Je breekt niet het halsje af,
als je maar een paar druppels wilt gebruiken,
dat doe je als je alles wil gebruiken, bij het balsemen van een lijk.

Zou ze dat hebben aangevoeld?
Ik ben bang dat je gaat sterven, maar ik wil je zo graag bij me houden?
Zijn lichaam willen conserveren.
Zou ze de tijd goed hebben geinterpreteerd?
aangevoeld dat hij opgepakt zou worden, zou sterven?
Maria, de zus van Lazarus, wist uit eigen ervaring
hoe het lijk van een drie dagen dode kon stinken.
Maar dan komt die vraag van de verkwisting wel weer boven.
Want is het nodig om bij hem die het Leven is, de doodsgeur te verdrijven?
Is het nodig omdat de Eeuwige anders terugkeert
naar het stof dat hijzelf formeerde?
Hij was toch persoon waar ooit psalm 16 over sprak? ps 16:10
“U levert mij niet over aan het dodenrijk
en laat uw trouwe dienaar het graf niet zien”

Of zoals dat in het nieuwe testament terecht is gekomen:
“U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet.”
Nou, als het voor iemand geldt, dan geldt dat voor Jezus.
Bij Lazarus is de zin: het is reeds de derde dag,
de stinkende werkelijkheid van de dood, het verderf.
Moet je wachten tot je Jezus ziet op de 3e dag!

Ze laat nu al zien dat van die stank niets meer te merken zal zijn.
De dood van Jezus is nodig voor onze rotte plekke,
maar Maria profeteert dat door die dood heen,
niet zomaar een oppervlakkie wc–verfirsser–geur overheen wordt gesprayd,
maar een duurzaam eeuwig leven zit.
“U laat niet toe dat Uw Heilige ontbinding ziet.”

Dit psalmcitaat komt later 2 keer voor,
om te laten zien hoe geprofeteerd was dat Jezus niet dood zou blijven.
Petrus in zijn pinksterpreek verwijst hiernaar, (hnd 2:27)
En ook Paulus verwijst naar deze psalm in een zendingspreek. (hnd 13:35)
Jezus had geen conserveermiddelen nodig.
Hij had niet gebalsemd hoeven worden. Maar Maria doet het toch;
en Jezus zegt: “Ze heeft iets goeds voor mij gedaan”
Ik denk, omdat ze misschien wel als enige,
Jezus’ aankondigingen van het lijden heeft begrepen.
Zittend aan de voeten van Jezus, heeft ze goed geluisterd,
ze snapt wat de consequentie is van zijn optreden,
ziet dat hij erop aanstuurt, dat het hem alles gaat kosten,
dat hij moet en wil sterven. – En nu als manier van acceptatie
laat ze hem dit op de meest liefdevolle manier merken.
Kost het U een fortuin heer? ook ik geef het kostbaarste wat ik heb voor U.


Maar er is meer.
Zoals de rook van het brandofferaltaar een aangename geur voor God is,
zo hangt er om het leven van dit offerlam een goede reuk.
Hij stelde zich, ook al voor zijn dood,
als een levend, heilig en God welgevallig offer ter beschikking.
En juist dat goede leven laat Jezus zo duidelijk merken.
Het is daarom dus ook passend wat Maria doet.
Ze maakt zichtbaar dat Jezus’ leven is als aangename geur voor God.

Er gebeurt dus een heleboel tegelijk, als Maria Jezus, zalft.
Ze laat hem haar liefde zien,
ze erkent zijn lijden, en accepteert zijn komende dood
maar laat nu ook zijn leerlingen ervaren, wat hij eigenlijk aan het doen is.
Want wat hij doet is heerlijk, Hij roept emoties op, is heel krachtig,
hij roept herinneringen op, niet van mijn jeugd, maar van nog ver daarvoor.
Als je met hem loopt, snuif je de geur van de hof van Eden.
Dus zó moet het geweest zijn!

Maria maakt alleen maar zichtbaar, ervaarbaar,
een werkelijkheid die er al lang is.
En ook daarbij geldt: Als er iemand dat niet nodig had was het Jezus.
Want er hing al een goede geur om Jezus.
Als er iets verspilling is, is het om volmaaktheid te versieren,
de bron van reinheid schoon te maken,
om het stralende morgenlicht beter voor de dag te laten komen.
Toch zegt Jezus “waar ook ter wereld het goede nieuws verkondigd zal worden,
zal ter herinnering aan haar verteld worden wat zij heeft gedaan.”

Maria maakte niet iets schoon, wat vies was,
ze maskeerde niet iets wat rot was,
nee, ze liet ermee zien wie Jezus eigenlijk was.
Op een haast sacramentele manier:
Hij is de onsterfelijke, de onvergankelijke, de heerlijke en volmaakte.

En dat is wrang. Er hangt een luchtje, aan,
dat juist hij, die ons laat verlangen naar het paradijs,
naar het goede en welriekende,
dat juist Hij zal gaan lijden, en sterven.
Maar ze aanvaard het, en heeft hem zo innig lief.


Die goede geur die om Jezus heen hangt kun je ook zien,
door te letten op de plek waar zich dit verhaal afspeelt.
Jezus was in Betanië, “in het huis van Simon, die aan huidvraat had geleden”
De vertaling zoals we hier hebben is een uitleg van wat er staat,
je zou ook kunnen zeggen: Simon, de melaatse, de leproos.
Of hij nu genezen is, of nog steeds ziek was, en onrein;
hoe dan ook, Jezus is er niet te min voor om onreinen te bezoeken,
om bij zieken, bij outcast te komen, Jes 53:4,5
“Maar hij was het die onze ziekten droeg, die ons lijden op zich nam.
Wij echter zagen hem als een verstoteling, door God geslagen en vernederd.
Om onze zonden werd hij doorboord, om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd, zijn striemen brachten ons genezing.”

Als Simon nog ziek zou zijn,
dan is het tekenend voor Jezus dat hij bij hem langskomt.
Maar het kan dus ook dat hij genezen is.
Misschien is Simon wel 1 van de 10 melatsen die Jezus een keer geneest.
Hij genas ze allemaal, maar eentje kwam terug om Jezus te bedanken.
Mogelijk verwijst Matteus daarom zo naar Simon,
die melaatse, je weet wel, van dat verhaal terug.

Toch is dat dan wel pijnlijk menselijk he? Want dan ben je genezen,
en wat is z’n bijnaam?: nog steeds de melaatse.
Wat kan ziekte of een handicap iets pijnlijks zijn.
Het blijft plakken, het achtervolgt je,
Het definieert je, terwijl je meer bent dan je rolstoel.
Toch bepaalt de beperking je leven, wat je kan, soms zelfs je contacten.
Dit geldt trouwens net zo voor andere slechte dingen die je meemaakt.
Relatieproblemen, kinderloosheid, eenzaamheid.
Wie getekent is door het kwaad lijkt wel melaats,
en mensen mijden je als de pest…
Maar Jezus gaat bij hem eten. Dát alleen al, is evangelie.
Hé, ik zie je staan. Ik trek me niks aan van het stigma, je verleden, je pijn.
Jezus haalt zijn neus niet op voor etterende wonden,
of voor de korte spanningsboog van een ADD–er,
Dat is typisch Jezus.


En dan samen eten. Met Jezus, met Maria, met Simon
Daarom is samen avondmaal vieren ook zo goed.
Want dan zijn we even samen, door Jezus bij elkaar gebracht.
Of als we vanaf pasen, met het gemeenteproject in kleiner verband
bij elkaar over de vloer komen, maak dan contact met elkaar.
Jezus laat zien dat er geen outcast of ghetto mag zijn,
dat een Simon, zoveel meer is dan de Melaatse,
en niet een onreine die je moet mijden.
Er zijn geen types in de kerk, waar een luchtje aan zit.
Zeker niet als je lovenswaardige vrouwen hebt als Maria,
die haar gebroken hart en onbetaalbare liefde uitstort.
Laat er niemand zijn die haar tegen houd…

Maar onze aandacht gaat zo makkelijk naar Jezus,
maar hij wil niet bedwelmen, zoals een elftal deo’s in de kleedruimte,
die alles bedekken met een dikke dampdeken.
Jezus zet juist Maria in het licht:
“ik verzeker jullie: waar ook ter wereld het goede nieuws
verkondigd zal worden, zal ter herinnering aan haar verteld worden
wat zij heeft gedaan”

Dus, Maria verdient onze navolging,
omdat zij aan Jezus voeten zit, zijn lijden en dood aanneemt,
en daar doorheen, de God welgevallige geur herkent.
Ze verdient onze navolging,
omdat ze niet alleen ziet hoe Jezus alles geeft,
maar dat ook zelf doet.
Ze gaat ons voor in het tonen van liefde.
Als een kar–trekker, die het die blinde en berekenende mannen moet leren
dat ze wel 10x of nog meer voor Jezus over heeft,
dan de prijs die Judas was overeengekomen.
Ze neemt vrijmoedig de ruimte, ze vult het met haar goede daad,
met haar liefde.
Niet alleen haar dure literfles brak, haar hart was voor hem gebroken.
Ik ben voor Jezus, helemaal, niet maar een paar druppels,
Want er knapt iets, er breekt wat, als Jezus je zijn liefde laat zien
door gewoon op bezoek te komen en samen te eten.

Dit leren wij als we Jezus’ geur opsneuven, en net als Maria,
ons gebroken hart ophalen, aan alle liefde die Hij gaf.
Die niet zijn nek brak, maar wel zijn hoofd boog.
We leren Jezus navolgen.
als we net als hij mensen opzoek, waar andere de neus voor ophalen.
Dan zitten niet alleen aan zijn voeten, maar volgt hem ook op de voet.
Zo vullen wij de ruimte, vrijmoedig.
en beelde we haast sacramenteel uit, wat Jezus heeft gedaan:
Hij nam alles waar een luchtje aan zit, mee in het graf.
De onreinheid van melaatsen, het stigma dat blijft plakken,
de hardheid van mannen.
Als er geen ruimte voor een daad van liefde mag zijn.
Om nog maar te zwijgen van de gierigheid
die dan ook nog vals gepresenteerd wordt als naastenliefde.

Dat gaat weg, en dan verspreiden we net als Maria, de goede geur.
Maken we alleen maar zichtbaar, ervaarbaar, een werkelijkheid
die er al lang is in Christus.
En daarom moet goed van haar gesproken worden.
Maria, de zus van Lazarus.
Laat er ook over ons goed gesproken kunnen worden,
als broers en zussen van de Opgestane Heer

Amen


online delen:

tag avondmaal gemeenschap geur samen eten Simon de Melaatse Maria (Bethanië)

Meer preken uit Mattheüs