invullen

Zussen en Broers, geliefd door onze Heer Jezus Christus

Met zo’n soort aanhef begint een preek vaak.
En dat is zo bekend dat we de woorden niet echt meer horen.
Het voelt meer als een aanhef boven een brief:
geachte luisteraar of,
pak snel een pepermuntje en ga er voor zitten.
Broeders en zusters; misschien vind je het ouderwets en formeel klinken.
Of vind je het idee juist veel te klef.
Ben je gezegend met een fijne familie,
is het goed met je echte broers en of zussen,
ja daar kan dan ook niets tegen op.
Wat we hier hebben is toch wat anders?
Niet zo vertrouwd, niet zo intiem.
Zoiets kun je ook niet opleggen.

Vanmorgen wil ik er toch kort bij stilstaan
waar het vandaan komt, wat het betekent.

— Hebreeeen is een mooie brief.
Maar wel lang, en soms wat ingewikkeleld
Je hebt er daarom doorzettingsvermogen voor nodig,
en soms ook overzicht, want soms slaat de schrijver zijsporen in,
die je het gevoel geven dat je een rode draad mist.
Neem nou die engelen, die in die eerste hoofdstukken een rol spelen.

De brief is goed gevuld. Daarom beperk ik me tot vers 11.
En straks aan tafel, gaan we kijken naar die 3 citaten in vers 12 en

  1. Maar terwijl we nu maar 3 verzen uit de brief pakken,
    heb ik het idee dat we toch de hele bijbel doorgaan.
    Zo veel zit er in.

Dat is wat mij altijd raakt als ik uit deze brief lees:
dat het zo overvol zit met bijbelcitaten.
Ik vind dat echt mooi, dwarsverbanden.
Klein verwijzingen naar het oude testement,
psalmen vaak, profeten; met een uitleg erbij.
– En dat is eigenlijk wel bijzonder
als je kijkt naar de eerste verzen van Hebreeen.
Daar staat: Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen
heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten,
maar nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon,
die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam
en door wie hij de wereld heeft geschapen.

Het is alsof de schrijver wil zeggen.
De Bijbel is een manier waarop God spreek,
maar nog duidelijker, nog beter, nog helderder
kun je zien wie God is, door naar Jezus te kijken.
– Maar om te laten zien hoe prachtig Jezus is,
grijpt de schrijver terug op oude profetieen.
Jezus en de Bijbel, broederlijk hand in hand.

Ook de manier waarop gelezen wordt vind ik zo mooi.
God zelf zegt de psalmen op.
Vader spreekt tegen de zoon: jij bent mijn zoon; psalm 2 is dat.
Daarmee vertelt de schrijver van Hebreeen waar Jezus vandaan komt.
Daar ligt zijn oorsprong. Bij Vader.
Maar dan wordt Jezus mens, komt hier,
Hij is namelijk begaan met ons lot.
wordt korte tijd lager in rang dan de engelen; psalm 8 is dat.
Verlaagt zich om vermalen te worden tussen de kaken van het kwaad.
Maar dan bijt de dood zich op hem stuk.
Zoals de vis Jona niet kon hebben, zo spuugde de dood Jezus weer uit.
Onverteerbaar. Hij is me te machtig.
De dood breekt, en de zoon rijst.
Hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken,
plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit,
weer boven de rang van engelen.
Alle lof voor Hem.

Hij is degene die heiligt.
Maar dan zegt Hebreeen:
Hij die heiligt en zij die geheiligd worden
hebben een en dezelfde oorsprong

Hij die heiligt, dat is Jezus die ons heiligen wil,
want hij heeft de reiniging van de zonden van de wereld voltrokken.
en zij die geheiligd worden, dat zijn wij,
nouja, als je erkent dat je dat nodig hebt.
Je zou denken: dat is een wereld van verschil.
Dag en nacht. Die komen van verschillende plekken.
Maar laat dit tot je doordringen:
We hebben dezelfde oorsprong.
Ook wij komen bij Vader vandaan.
En Jezus schaamt zich daar niet voor.
De wereld is niet een afdankertje, dat,
– nou vooruit dan maar, – een reparatie kreeg.
Nee, hij is begaan met jou leven.
Want hij heeft jou zelf op de wereld gezet.
Niet alleen Jezus is kind van God.
Gehecht aan die stamboom, gemaakt van het kruishout,
zijn ook wij aangenomen.
Mijn zoon ben jij, mijn dochter.

God neemt je aan, in zijn familie.
We hebben dezelfde oorsprong, dezelfde Vader,
En dat maakt Jezus, als Zoon van die vader,
onze grote broer.
En hij is zo bijzonder.
Hij stond bij de wieg van de wereld.
Hij schraagt de schepping met zijn machtig woord
Hij deelt in de luister van God.
Maar God achtte het passend om hem door het leiden heen,
naar de volmaaktheid te voeren.
Hij is de oudste en de wijste, de eerste en de laatste.
Maar door dat alles heen is hij aan ons gelijk geworden.
Jezus snapt het, als we als kleine kleuters
weer eens aan het rennen zijn geweest, en de knie open halen.
Hij weet hoe het is om gelukkig te zijn, en verdriet te hebben.
Hij heeft er ervaring mee, ziek en moe zijn.
Omdat hij zelf op de proef werd gesteld en het lijden volbracht heeft,
kan hij ieder die beproefd wordt bijstaan.

Zo is hij een betrouwbare hogepriester,
die verzoening bewerkt voor onze zonden. Hij die heiligt.
En ons zo weer terug heeft gebracht naar onze oorsprong.
Terug bij God, onze maker.
Niet voor niets leert Jezus hem: Onze Vader bidden.
Grote broer deed het voor. Luister naar hem.
En nu roept hij zijn broertjes en zusjes:

Aan tafel. Amen



Meditatie tafel 1

In Hebreeen lazen we dat Jezus zegt: Ik zal uw naam bekendmaken
aan mijn broeders en zusters, u loven in de kring van mijn volk.

Een citaat uit psalm 22: Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?
De bekende eerste woorden van de psalm. We lezen psalm 22:15-27

Dat we Jezus zien in deze psalm is bekend:
Duidelijk in vers 17, handen en voeten doorboord
of vers 19 waar wordt gepokerd om de kleren van Jezus.
Maar Hebreeen laat zien dat je dan ook verder kan lezen
vanuit het perspectief van Jezus. Vers 23 wordt geciteert:
Ik zal uw naam bekendmaken, u loven in de kring van mijn volk.

Jezus zegt: Ik ga uw naam bekendmaken God.
Ik zal U de lof brengen zodat iedereen het ziet:
En zo staat hij ook vanmorgen, hier in ons midden.
Hij is erbij, als gastheer van de tafel.
En hij laat ons zo duidelijk zien wie God is:

vers 25: Hij veracht de zwakke niet, verafschuwt niet wie wordt vernederd
Hij kijkt niet weg als het moeilijk met je is.
Hij loopt niet om je heen, als niemand met je wil praten.
maar hoort ons hulpgeroep.
En nu zien we het voor onze ogen gebeuren:
Vers 27: De vernederden zullen eten en worden verzadigd.
Zij die hem zoeken, brengen lof aan de HEER.
Voor altijd mogen jullie leven!

We zingen ps 22:10


Meditatie tafel 2 (optioneel)

In Hebreeen lazen we dat Jezus zegt: Ik zal steeds op hem vertrouwen
Dit is in een oude vertaling een citaat uit Psalm 18.
En ook uit Jesaja 8. We lezen aan deze tafel uit psalm 18 vers 1–9

Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de HEER.
Hij sprak de woorden van dit lied tot de HEER
toen de HEER hem aan de greep van zijn vijanden had ontrukt,
ook aan die van Saul. 2 Hij zei: Ik heb u lief, HEER, mijn sterkte.

Ik stel me zo voor dat Jezus deze psalm heeft gezongen.
En dat hij de Heer meer dan wie ook maar liefhad.

vers 3 HEER, mijn rots, mijn vesting, mijn bevrijder,
God, mijn steenrots, bij u kan ik schuilen,
mijn schild, kracht die mij redt, mijn burcht.

Hier zitten de woorden verstopt die Hebreeen citeert.
Ik zal steeds op hem vertrouwen.
Maar dan, zie je Jezus bidden?
Ik roep: ‘Geloofd zij de HEER,’ want ik ben van mijn vijanden verlost.
O? Daar hangt hij aan een kruis:
Mij omsloten de banden van de dood, de kolkende afgrond joeg mij angst aan,
de banden van het dodenrijk omklemden mij,
op mijn weg lagen de valstrikken van de dood.
In mijn nood riep ik tot de HEER, ik schreeuwde naar mijn God om hulp.

Mijn God, mijn God!
Hier zingt Jezus zich te pletter.
Zijn geloof in Vader die hij meer dan wie ook maar liefhad, wordt beproeft.
Hij weet wat het is om verzocht te worden.
Hij kent het, geloven tegen beter weten in.
De psalm zingt:
In zijn paleis hoorde hij mijn stem, mijn roepen bereikte zijn oren.

Maar Jezus sterft verlaten. Ongehoord.
Vs 8 Toen schudde en schokte de aarde, de bergen trilden op hun grondvesten,
beefden omdat hij vlamde van woede, rook steeg op uit zijn neus,
verterend vuur kwam uit zijn mond, hij spuwde hete as.

De woede van God, troost voor David dat God zijn vijanden verslaat.
Maar Jezus is de vijand geworden. Hij ondergaat het.
In Hebreeen blijft Jezus zingen:
Ik zal steeds op hem vertrouwen
We zingen ps 18:1


Meditatie laatste tafel

In Hebreeen lazen we dat Jezus zegt:
(als ik tafel 2 oversla) Ik zal steeds op hem vertrouwen, en

Hier sta ik met de kinderen die God mij gegeven heeft
Een citaat uit Jesaja 8. we lezen de verzen 17 en 18.

Jesaja had kinderen. Die had hij symbolische namen moeten geven.
Eentje heet: Haastig buit, spoedig roof.
Het volk Israel zou snel buitgemaakt worden,
en wat niet weggevoerd zal worden blijft berooid en beroofd achter.
Een andere zoon moest Jesaja: Een rest keert terug, noemen.
Het is maar een restje dat terug mag. Jesaja zegt het dus:
Ik ben, met de kinderen die de HEER mij heeft gegeven, een teken voor Israël,
een zinnebeeld van de HEER van de hemelse machten, die op de Sion woont.

Ook op die manier moest Jesaja uitbeelden wat God wilde zeggen.
En daar sta je dan, met kinderen met moeilijke namen.

Maar Hebreeen legt nu deze woorden, Jezus in de mond.
Hij neemt die moeilijkheid over. Jezus zegt, hier sta ik.
Omdat hij zich heeft laten buit maken, heeft laten beroven.
Omdat hij zelf een teken is geworden, door aan het kruis te gaan.
Een schrikbeeld. Maar die kleine rest die terugkeerde,
dat kleine deel Joden dat Jezus aannam, is aangevuld met nieuwe kinderen.
Jezus zegt: Hier sta ik met de kinderen die God mij gegeven heeft.
Jezus komt met al die kinderen, al zijn broers en zussen, bij de vader.
En hij zegt: Vader, ik weet wat ze gedaan hebben, maar ik sta voor ze in.
Ik schaam me niet voor hen. U weet wat ik voor hen gedaan heb.

Hebreeen tilt de woorden van Jesaja op, draait ze om,
en legt ze Jezus in de mond.
Zo worden wij een teken.
Geen schrikbeeld maar een voorbeeld.
Ge–ent op de stamboom van de Vader.

We zingen Ps 103:1 en 3


online delen:

tag kind van God zoonschap gemeenschap Jona

Meer preken uit Hebreeërs