Votum en Groet GK 171: 1 en 2 (Wees stil) Gebed Jezus samenvatting vd Wet en lezen 1Tes 4:1-12 (voorlezer) Ps 1:1-3 (Levensliederen) (KBC) Lezen: 1Tes 5:4-11 (voorlezer) Preek over 1Tes 5:11 Ps 34:1,2,6 (Levensliederen) Gebed Collecte GK 174

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Vanmorgen is de preek een soort bijbelstudie,
waarbij we in detail kijken naar vers 11.
Daarin zitten 3 elementen, die we bij langs zullen gaan.
Het eerste woord is: Elkaar troosten, bemoedigen, aanspreken,
Daarna kijken we naar het 2e blokje: elkaar tot voorbeeld zijn.
En tot slot wil ik stilstaan bij het laatste stuk van deze zin.
Als titel heb ik boven de preek gezet: Goed bezig!

Paulus heeft in dit deel van de brief een aantal aansporingen gegeven.
We hebben dat ook gelezen in hoofdstuk 4.
Hij geeft zijn regels hoe het mooie leven er uit ziet.
– Maar dat klinkt soms een beetje moralistisch of wettisch.

We hebben ook gelezen in hoofdstuk 5
hoe Paulus de tijd vergelijkt met het nachtleven.
’s nachts wakker zijn, feesten, drinken.
En hij is daar negatief over.
Wij behoren niet toe aan de nacht en de duisternis,
dus laten we niet slapen, zoals die anderen

Daarom zegt hij dat we op onze hoede moeten zijn.
Maar ook dat klinkt als dat strenge geheven vingertje:
moralistisch en wettisch.

Op de een of andere manier zorgt dat ervoor
dat mensen denken dat geloof met regeltjes te maken heeft.
Een vervelende toon; oppassen om geen fouten te maken.
Er was een tijd dat christenen tegen TV’s waren,
Er zijn geloofsgenoten, die tegen drank zijn,
En het zal niet voor het eerst zijn,
dat een niet–christen tegen je zegt:
huh, mag dat wel van je geloof?!

Maar ook bij ons zelf,
We zeggen met de mond dat de wet vrijheid geeft.
(En dat doet het ook echt)
Maar ik ben vast niet de enige die dat soms moeilijk vindt,
me ingeperkt voel, omdat ik liever niet luister.
Of zomaar zit je maar zo vast aan de gewoontes,
de afspraken, gewoon omdat het moet.
Of merk je dat je soms of toch wel heel erg regelmatig,
dezelfde zonde doet.
En ook dan voel je dat geheven vingertje,
een boze God, oordeel; iets moeten, en de leuke dingen niet mogen.

Paulus zegt dan in vers 9 en 10 iets heerlijks.
Want Gods bedoeling met ons is niet dat wij veroordeeld worden,
maar dat wij gered worden door onze Heer Jezus Christus.
Hij is voor ons gestorven opdat wij, (of we nu op aarde zijn of gestorven zijn)
samen met hem zullen leven.

En dat lucht op he? Leven na pasen.
Maar het leven dat Paulus bedoelt, – is niet het nachtleven.
Paulus zegt in vers 11 dat we elkaar moeten troosten,
maar om dat woord troosten te snappen
is het goed om te weten dat het ook betekent:
een pleidooi voeren, elkaar ergens op aanspreken.
Je zou kunnen vertalen:
spreek elkaar erop aan of wel dat goede leven heb.
Of pleit voor het goede leven.
Dat klinkt nog niet echt als troosten he?
Dus toch moralisme en elkaar houden aan de regeltjes?


– 1 –
Om het uit te leggen moet ik nu iets doen
waar ik normaal gesproken niet zo van houd.
En ik zal u het grieks besparen,
maar ik ga vertellen wat het woord, dat hier vertaalt is met troosten
allemaal kan betekenen.
En juist omdat het zoveel verschillende betekenissen heeft,
is het eigenlijk het kernwoord voor pastoraat.
Precies met die twee kanten. Troosten en wakkerschudden.
Een goed gesprek voeren, indringend soms,
vermanen, dat wat we tucht noemen en al die stappen daarvoor,
het zit allemaal opgesloten in dit ene woord.
Het betekent iemand erbij–roepen, als coach, iemand te hulp roepen,
en ook troosten, bemoedigen, een hart onder de riem steken.

Dat woord troosten doet dan ook denken
aan de bijnaam van de Heilige Geest
Hij is de trooster, iemand die je bemoedigd,
een arm om je heen, een schouder om op te huilen.
Degene die je verdedigd en beschermt,
denk aan het woord pleitbezorger, zoals een advocaat doet.

Hij is de coach die je aanmoedigd, support
en inspireert om dat nieuwe paasleven waar te maken.
je wakkerschudt als dat nodig is.
De Geest spreekt je aan,
soms in de stem van je geweten,
door een woord van een ander,
of door een bijbeltekst die opeens binnenkomt.

Doordat Paulus zegt dat we elkaar moeten troosten,
en elkaar tot voorbeeld zijn en coachen,
ligt de nadruk op hoe we met elkaar omgaan.
Noem het onderling pastoraat.
En de Heilige Geest, de trooster,
is daar de drijvende kracht achter.
En iedereen heeft de Geest; iedereen kan en mag dat dus ook:
van een troostend woord, een eenvoudige bemoediging,
tot iemand ergens op aanspreken:
hej, dat hoort niet bij het nieuwe leven!
Paulus zegt, troost elkaar, bemoedig elkaar, motiveer elkaar,
hou elkaar scherp, schud elkaar wakker als dat nodig is.

Hoe doe je dat?
waarmee moeten we elkaar troosten en vermanen?
– Dat staat in dat vorige vers:
Jezus is voor je gestorven, zodat we samen met hem zullen leven.
Nu al, en als het nu nog tegen valt, later volmaakt en heel.


– 2 –
Is dit het concrete en praktische antwoord wat je gehoopt had?
Betekent dat we elkaar te voor en te na
het verhaal van Jezus moeten vertellen?
Is dat hoe we elkaar opbouwen?
Paulus zegt dat we elkaar tot een voorbeeld moeten zijn.
En dat merken we vandaag ook heel duidelijk
dat we voorbeelden nodig hebben, inspirerende mensen, die je volgt.
Broeders en zusters die je bewonderd,
omdat je iets moois van het leven van Jezus in ze ziet.
En eigenlijk zegt Paulus het een beetje tussen de regels door:
maar omdat we allemaal volgelingen van Jezus zijn,
zit dus in iedereen iets wat na te volgen is.

We hebben voorbeelden nodig.
Paulus zegt niet: ga maar op zoek,
nee hij zegt, wees een voorbeeld.

Dat kan beginnen met opkijken naar die jongere die zich actief inzet,
of respect hebben voor die zuster die zo trouw mensen bezoekt,
waardering voor de man die zoveel betekent voor het jeugdwerk.
Maar het gaat verder.
Een voorbeeld zijn doe je niet door anderen te kopieren.
Eigelijk staat er, bouw elkaar op.
Het is dat beeld, dat doet denken aan de kerk als stenen tempel.
Waarin we allemaal ons steentje bijdragen.
Als we elkaar opbouwen, kijk je naar de ander.
He! dat is een gave steen.
Jij en U, bent het bouwmateriaal
waarmee Gods iets moois wil neerzetten op de wereld.
Jij kunt dat goed, volgens mij ben je daar op je plek.
Of in de gaten hebben: daar laat de cement los,
je valt er bijna vanaf, hoe kunnen we je invoegen?
en dat betekent dus niet, hoe krijgen we jou weer in het gareel,
maar hoe stutten we de muur,
anders verliest het gebouw een stukje stevenheid
we hebben je nodig: zodat je weer op je plek bent,
en de gemeente er sterker en beter van wordt.
Paulus zegt: bouw elkaar op; wees elkaar tot voorbeeld.
Dat begint met weten dat die ander, maar ook jij–zelf,
wat bij te dragen hebt aan Gods bouwplannen voor een gave wereld.


– 3 –
Zo komen we bij het laatste stukje van vers 11.
Paulus zegt: troost elkaar en bouw elkaar op.
Zoals u trouwens al doet.
Hij zegt: zo moet je leven, maar dat doe je al best goed.
Lekker bezig!

En dit is niet een psychologisch vriendelijke opmerking,
een beetje feel–good–geloof.
Nee dit is de werkelijkheid na Pasen.
Want, vers 10, we zullen samen met Jezus leven.
Het is er dus, of je het doorhebt of niet,
je bent een waardevolle steen,
of je het ziet bij jezelf, of soms tegenvalt, je draagt vrucht.
Dat kan niet anders.
want na Pasen zijn we geen kinderen van de nacht meer.
Nu het licht gekomen is, horen we bij de dag.
Geloof en liefde zijn als een harnas die je beschermen.
En als bekroning, als kers op de taart, heb je een helm,
die de hoofdzaak beschermt: we hebben hoop op redding.

Je bent dus in het licht,
want het is niet Gods bedoeling dat hij je moet veroordelen.
Toen ik dit voor het eerst tegenkwam, vond ik het een verademing.
Wat een ruimte, wat een lucht.
Denk je aan God als een streng iemand met een wijzend vingetje,
of iemand die je troost en bemoedigd, een hand op je schouder legt,
en zegt, Goed bezig joh!

Jezus zegt bijvoorbeeld: aan de vruchten ken je de boom.
En ik wordt dan bang voor veroordeling,
en denk vooral, geef ik wel genoeg goede vruchten?
Voor Jezus is het zwart wit, je hebt goede bomen en slechte,
en die geven goede vruchten of slechte.
Maar wij doen allebei.
Ik doe soms goede dingen, en ik ga vaak genoeg,
te vaak, vreslijk onderuit.
Maar met het inzicht dat God je niet wil oordelen,
moet je juist positief naar kijken.
Het is eerdelijk een soort onvermijdelijk gegeven:
Jullie zijn kinderen van de dag.
Jullie zijn goede bomen, het kan niet anders of je zult vruchtdragen.

Volgens mij moeten we de waarheid van vers 9
goed tot ons laten doordringen.
God wil niet dat we veroordeeld worden.
Terwijl wij onszelf en elkaar veroordelen,
als we alleen maar kijken naar alles wat mis gaat.
We zijn geneigd naar de wrange vruchten zoeken, de rotte plekken.
Maar God wil niet veroordelen.
Hij wil juist dat we gered worden door onze Heer Jezus Christus.
En dat heeft hij toch gedaan?
Nou, dan kun je dus zeggen, zonder dat het arogant of aanmatigend is:
Maar u, broeders en zusters, u leeft niet in de duisternis. (vs 4)
u bent allen kinderen van het licht en van de dag (vs 5)
We zijn gered, dus troost en bemoedig elkaar.
doe het goede, zoals u trouwens al doet.

En als je dat ziet,
ga je een vriendelijker naar Paulus en zijn woorden kijken,
krijg je een ontspannener houding naar de Wet van God.
Niet omdat hij het niet zo nauw neemt,
maar omdat we geen kinderen van het donker meer zijn.
Tussen de onrijpe en wrange vruchten, groeien vruchten van God.
En door het werk van de Heilige Geest, de trooster,
worden de wrange vruchten weggehaald, en de onrijpe groeien door.
Daarom lazen we als wet uit 1 Tessalonisezen 4:
Broeders en zusters, in naam van de Heer Jezus
vragen we u met klem te leven zoals wij het u hebben geleerd,

met klem vragen, is weer een vertaling van het woord troosten,
waar ik het eerder over had.
Paulus gaat verder:
dus zo dat het God behaagt. U doet dat al,
maar wij sporen u aan het nog veel meer te doen.

Wat is het goed om te horen: U doet dat al, maar ga zo door.
In plaats van dat strenge vingertje.
Die er eigenlijk al van uit dat er toch niets goeds uit kan komen.
Maar na Pasen, met Christus opgestaan, zijn we nieuwe mensen.
En daarom kan Paulus zo positief spreken.

Troost elkaar, bemoedig elkaar.
zo bouw je elkaar op, laat je de ander tot zn recht komen,
als steen in Gods gave bouwproject,
want je bent begaafd door de Geest, als inspirerend voorbeeld.
Mag ik je daarmee bemoedigen vanmorgen?
En ga zo door,
zoals u trouwens al doet.

goed bezig! Amen


online delen:

tag onderling pastoraat

Meer preken uit 1 Tessalonicenzen