Stel je voor.
Je doet boodschappen bij de Plus of de Jumbo.
En er is maar 1 kassa.
Achter de kassa zit een man.
Je wil alleen een flesje drinken kopen, van 80 cent.
Hij zegt: dat is dan 3 euro 20…

Je hebt toch wel dorst,
en je hebt geen keus.
Het is de enige kassa, dus je moet betalen.
Wat een rotvent. Niet eerlijk!
Dat doet hij nou bij iedereen.
Hij vraagt veel te veel,
en dan stopt hij precies de 80 cent in de kassa–la,
en de rest in zijn eigen broekzak.

—–

Zacheus was zo’n man.
En hij pakt op een gemene manier geld af.
Hij verzamelde belasting voor de Romeinen.
Het land Israel was namenlijk veroverd door de Romeienen.
Misschien liepen er soldaten mee met zo’n tollenaar,
en durf dan nog maar is nee te zeggen.
Je moet wel betalen, je hebt geen keus, maar het is niet eerlijk.

Logisch dat mensen dan een hekel hebben aan Zacheus.
Maar er is nog iets.
Mensen in Israel wilde goed leven,
Goede dingen doen, voor elkaar, en voor God.
En als dat lukt, dan noemen ze dat rein, of schoon.
Wie iets verkeerd doet, maakt eigenlijk een vlek op z’n leven.
Ze deden erg hun best op een vlekkeloos leven.
Best mooi eigenlijk. Om goede dingen te doen.
De vader en moeder van Zacheus hoopten dat ook voor hun kindje.
Ze gaven hem daarom zijn naam: Zacheus. Dat betekent: rein.
Het was voor veel mensen toen belangrijk om op een mooie manier te leven.

Een manier om schoon te blijven,
was om uit de buurt te blijven van slechte mensen.
De Romeinen bijvoorbeeld.
Dat zijn mensen die niet voor God een mooi leven willen.
Daar blijf je uit de buurt.
Zacheus verzamelde geld voor die Romeinen, de vijand.
En daardoor werd hij besmet.
De mensen zagen hem als een vuile verrader.
Samenwerken met de vijand, daar wordt je vies van.

Dus alle mensen blijven ook bij Zacheus weg.
Misschien heeft hij wel veel geld,
kan hij alles kopen wat hij wil.
Maar hij heeft geen echte vrienden.
Niemand wil bij hem zijn, zal hem om hulp vragen.
Niemand ziet hem zitten, iedereen kijkt over hem heen.

‘Zacheüs, kom vlug naar beneden,
want vandaag moet ik in jouw huis verblijven.’
Bij jou moet ik zijn.
Vandaag zouden we met Claudia de Brei zeggen:
mag ik dan bij jou.

Wat een lief liedje he?
Als er een clubje komt,
Waar ik niet bij wil horen,
Mag ik dan bij jou?

Of je kan je voorstellen dat je dat tegen je valentijn zegt.
Als de lente komt,
En als ik dan verliefd ben
Mag ik dan bij jou?

Maar zegt Jezus dat nu tegen de vijand?
Tegen Zacheus, die vuile verrader?
Iemand die zo hebberig is, die geen mooi leven heeft.
Wat moet Jezus daar? Waarom zegt hij: bij jou moet ik zijn.

De mensen vinden het stom. Ze mopperen.
Maar Zacheus, er gebeurt iets met hem.
Opeens wil hij ook een mooi leven hebben.
Hij wordt gelukkig van Jezus, die hem ziet zitten.
Iedereen had een hekel aan hem.
Iedereen vond dat hij vies was.
Deden net alsof hij stonk, ofzo. Behandelde hem lelijk.
En veel mensen in Israel geloofden,
dat God ook wel een hekel aan hem zou hebben.

Mag ik dan bij jou? vraagt Jezus.
En Zacheus en Jezus lopen samen maar zijn huis.
Zo laat Jezus zien dat God iedereen ziet zitten.
Vriendelijk zijn voor een rotzak,
en er dan achter komen dat daar vaak een heel verhaal achter zit.

Jezus laat er mee zien hoe God eigenlijk is.
De Bijbel zegt ergens dat God ons liefhad, toen we nog slecht waren.
Het maakt niet uit of je een lieverdje bent, of niet.
Jezus zoekt je nog steeds wel op.
Hij laat niemand hangen. Hij sluit niemand buiten.

De mensen vinden Zacheus een naar iemand,
en nu Jezus hem ziet zitten, vinden de mensen Jezus raar.
Ze mopperden altijd op die stomme tollenaar,
nu mopperen ze op Jezus.
Zie je in het verhaal dat Jezus daar eigenlijk niet op regaeert?
Jezus zegt niet tegen de mensen,
oh, dat mag je niet vinden.
Jezus zegt niet, ah, dat valt tegen…
Jezus laat het gebeuren.
Het is net alsof hij de viezigheid die aan Zacheus geplakt zat, overneemt.
Kom maar, ik neem het over.
En het is net alsof die vriendelijke woorden van Jezus,
die lieve aandacht, een lekkere douche is.
Alle vuiligheid wordt van Zacheus, die vuile verrader, weggespoelt.
Hij wil beter worden, hij wil rein worden.
als ik iemand iets heb afgeperst vergoed ik het viervoudig
Dat was een boete die Romeinse rechters aan dieven gaven.
Zacheus geeft zichzelf straf.
Maar nu Jezus hem ziet zitten,
wil hij meer dan het alleen maar goed maken.
Meer dan alleen maar terug betalen wat fout was.
Hij wordt een goed mens, hij wil ook een mooi leven hebben.
En geeft geld aan de armen.
Zuiver, zoals zijn ouders hem hadden genoemd.
Schoon, zoals God ons heeft bedoelt.

— Ik vind het lastig om te snappen hoe Jezus dat doet.
En ik denk dat we vaak zijn als de mensen die mopperen.
Noemen we buitenlanders niet vluchtelingen
maar gelukszoekers. Profiteurs.
We vinden het soms moeilijk om anderen te zien zitten.
Eigenlijk net als de mensen in Israel.

Maar zonder dat we het doorhebben lijken we op Zacheus.
Zijn we in onze eigen vluchtboom gekropen.
Een plek waar we denken dat we goed overzicht hebben.
Maar eigenlijk kijken we neer op anderen.
Sluiten we mensen buiten.
En is ons leven niet zo schoon als we denken.
Doordat Jezus een rotzak als Zacheus opzoekt,
en doordat de mensen daarop mopperen,
laat Jezus zien dat we net zo vies zijn als Zacheus.
Daarom is het zo mooi wat Jezus doet.
Want wat hij doet voor Zacheus, doet hij ook voor mij.

God komt naar jou toe: mag ik dan bij jou.
In elke zwerver, in elke zieke, een opgehouden hand.
Iemand die jou vraagt om hulp.
Jezus zegt ergens: alles wat je voor andere mensen hebt gedaan,
heb je voor mij gedaan.

Hij komt naar je toe,
en vraagt, mag ik jou viezigheid overnemen.
Laat de mensen dan maar mopperen, ik kan dat wel hebben.
Ik wil bij jou in huis zijn.
Dan maak ik je weer rein.

Amen


online delen:

tag goed doen

Meer preken uit Lucas