Votum en groet Ps 111:1,5 Wet GK 146:1,2 (komt laat ons vrolijk zingen) Gebed (kinderen naar KBC) L: Spr 8:12-9:12 (voorlezer) Ps 111:6 L: Luk 7:24-30 (voorlezer) T: Luk 7:31-35 (lees ik) Preek GK Gz 146:3 Gebed Collecte GK 38: Zoek eerst het koninkrijk Zegen

Kinderen van God, gemeente, geliefd door Jezus,

Weet je nog hoe het was in de speeltuin?
Je speelde spelletjes die je zelf bedacht.
En halverwege bedacht je een nieuwe regel.
Soms omdat kinder–creativiteit al–doende ontstaat,
soms omdat we eigenlijk slecht zijn,
en het er vanaf het begin al inzit om de boel in eigen voordeel te verdraaien.
Ik weet dat het voor mij zo werkte…

Spelende kinderen; Jezus vindt zijn tijdgenoten daarop lijken.
Kinderen op de markt.
De regels die ze hebben bedacht zijn makkelijk:
als we fluiten moeten jullie dansen,
en als we een zielig lied zingen, moet je klagen.
Kinderen spelen van alles na, vadertje en moedertje, doktertje,
en onze Eline is regelmatig aan het koken en koffiezetten.
De kinderen die in Jezus’ voorbeeld op de markt zijn, spelen na wat zij zien.
De vrolijke muziek en dans bijvoorbeeld van een bruiloft,
of de klaagzangen van een begrafenisstoet die voorbijtrekt.
En als een begint me nadoen, moet de rest meespelen.
Zo zijn de regels.

Maar ze spelen een gek spel.
Want de kinderen van de markt zitten. En ze mopperen.
Ze klagen en spelen allang niet meer.
Het kinderlijke spel is gestopt,
het is niet leuk meer op het pleintje.
Ze roepen: Je speelt vals.
Toen we deden alsof we de band op een bruiloft waren,
speelde je niet mee.
Toen we de klaagvrouwen nadeden die huilden en treurden,
speelde je niet mee.

Waarom vindt Jezus dat zijn tijdgenoten, en dan de Farizeeën voorop,
op deze zittende, niet–speelse kinderen lijken?
Wie zijn die jullie die niet meespelen,
niet mee–dansen en niet mee–treuren?
Jezus vult het in met Johannes en met Zichzelf.
De kinderen van de markt riepen naar Johannes:
doe eens een dansje, speel vrolijk met ons mee.
Maar Johannes was een spelbreker.
Hij vertelde een verhaal van zonde en bekering.
Laat je dopen, doe boete! Zei hij.
Er is geen reden om vrolijk te zijn.
Hij liet dat zien door zelf ook sober te leven:
hij at geen brood en dronk geen wijn.
Bah, zeggen de kinderen dan, dat is stom.
Hij is niet goed bij zijn hoofd, en hij doet ook al zo’n gek dieet.

Dan willen ze een serieus spel spelen,
een begravenis misschien, klagen en gewichtig doen.
Jezus, Speel met ons mee! roepen de kinderen op de markt.
Maar nee, Jezus is de spelbreker,
hij viert het feest van genade door bij hoeren wijn te drinken,
en mee te eten van de lekkere hapjes van corrupte handelaars.
Bah, zeggen de kinderen, dat is stom.
Hij is gek. En hij kan geen maat houden.
Jezus is een vreetzak, een zuiplap.

In het voorbeeld van Jezus lijken zijn tijdgenoten
op kinderen die willen spelen,
maar Jezus en Johannes, dat vinden ze maar spelbedervers.
Van allebei zeggen ze: Hij is door een demon bezeten.
Het is alsof Jezus zegt: Het is ook nooit goed.


Die kinderen die buiten op de markt spelen,
het zijn net grote mensen.
Want kinderspel vergroot ons gedrag, ze spelen na wat ze ons zien doen.
De markt, dat is de plek waar alles gebeurt.
Daar wordt plezier gemaakt, gefeest, en gerouwd en gehuild.
Kortom, daar wordt geleefd.
Op de markt, daar hoor je alle stemmen door elkaar,
over de breedte van het leven, van bruiloft tot graf.
En de kinderen beelden dat uit, spiegelen ons gedrag.

In wat we geloven en meemaken, zit ook die volle breedte van het leven.
Van de toppen van je geloof, tot een dorre tijd,
Van een heel bewuste ervaring van schuld,
tot een heerlijk vrij en blije ervaring van Gods genade.
Ook dit zijn stemmen op het marktplein.
Het voorbeeld van Jezus stelt ook jou vandaag de vraag,
welke stemmen er op het marktplein klinken, hoe we daarop reageren.
Of je zit te mopperen. Of vrolijk meespeelt?

We hebben allemaal een vast rolpatroon.
Op bijbelstudie heb je mensen die een uitgesproken stem hebben,
zo is iedereen een beetje eenzijdig, en dat is ok, want dat is wie we zijn.
Je hebt iets ontdekt, vindt iets belangrijk, en dat zeg je dan.
In het voorbeeld van Jezus zijn er twee van die stemmen,
en ze lijken wel haast tegengesteld.
De rol van Johannes, en de stem van Jezus.
Toch is het goed om te zien dat beide door God zijn gestuurd.
Dat betekent dat iemand die het wat zwaar brengt,
veel spreekt over zonde en bekering,
dat diegene echt wel iets namens God te zeggen heeft.
Jezus vraagt nu: wil je ook daar naar luisteren?
Hoor je die stem, en mag die er zijn?
Of zeg je: speel maar een ander liedje,
je moet naar onze pijpen dansen, anders ben je een spelbreker.

Of aan de andere kant. Iemand die zo is geraakt door genade,
die zo vrij is en blij; Mag dat er zijn?
Of hebben we de behoefte hem met zijn hoofd uit de wolken te halen.
Omdat je het te makkelijk vindt, naïef of onvolwassen geloof.

– Wat is het belangrijk om te erkennen dat er verschillende stemmen zijn.
En wat is het nodig om te zeggen dat daar ruimte voor is.

De kinderen op de markt wilden telkens net wat anders.
Ze luisterden naar hun eigen voorkeur,
en wilden alleen horen wat hen uitkwam.
Al het andere vinden ze spelbrekers.

Jezus’ vergelijking laat zien
dat er niet alleen ruimte moet zijn voor die verschillen,
maar dat we ook moet luisteren naar welke rol aan de beurt is.
De kinderen wilde allebei wel: feestje vieren, en rouwen,
maar precies op het verkeerde moment.
Niet zij maken het spel, maar God is de regisseur.
Hij is degene die Johannes naar het toneel stuurt, met een streng verhaal.
Maar hij zet toch de mensen aan het denken,
Johannes, de spelbreker, die door het mooi–weer–spelen heen prikt,
die de vinger bij de zere plek legt en zegt waar het opstaat.
Die zegt wat we niet graag horen,
dat het misgaat, en dat we ons moeten omdraaien,
ons leven weer op God moeten richten.
Maar wat toch goed is.
Een verhaal door God gezonden.
Even later stuurt de grote regisseur Jezus het toneel op:
Zoon nu is het jou tijd.

Al die mensen die Jezus volgen, meelopen in het plan van God,
Hij noemt ze kinderen van de wijsheid.
Zij spelen wel hun rol, en zeggen eigenlijk:
God, dit is een goed verhaal.
Ze geven de schrijver van het script in het gelijk.
De volgelingen van Johannes en Jezus, kinderen van de Wijsheid,
zij zitten niet boos op het marktplein, maar spelen mee.
En ze leren ons om te luisteren naar het script van God
Jezus zegt daarover: Alle mensen die dit hoorden, ook de tollenaars,
brachten hulde aan God en zijn gerechtigheid:
zij hadden zich immers door Johannes laten dopen.
Maar de Farizeeën en wetgeleerden verwierpen het plan van God:
zij hadden zich immers niet door hem laten dopen.

Daarom vindt Jezus hen lijken op kleine kinderen:
Zie je hoe scherp dat is?
De Farizeeën vinden Jezus en Johannes de valsspelers,
en nu zitten ze boos op de grond, te mokken op de spelbrekers.
Maar Jezus draait het om. Zij luisteren niet, zij verwerpen het plan van God.


Ik wil het nog iets breder trekken. Jezus spreekt over spelen.
En nu weet ik best, het leven is geen spelletje.
Maar het is wel een mooi beeld om eens naar het leven te kijken.
Waarin je een rol hebt.
Wat is het fijn om spelend te leven.
Om plezier te hebben, te genieten van de rollen die we hebben.
Want we hebben allemaal rollen, en de wereld is ons toneel.
En dan bedoel ik niet dat we soms toneelspelen;
ons anders voordoen dan we zijn,
maar dat we allemaal een taak, hebben.
We doen allemaal mee, in de rol van man, vrouw, van kind en van oudere.
Voor sommige mensen speel je de hoofdrol, voor je vrienden bijvoorbeeld,
terwijl je bij kennissen meer een gast–optreden hebt.
Op je werk, heb je een andere rol dan thuis op de bank.
jij de expert, de sterspeler, als het gaat over jou hobby.
Gaat het over iets anders, dan heb je meer een luister–rol.
Soms heb je het gevoel dat je slechts toeschouwer bent.
Kijken naar de successen van anderen, zonder dat jij echt meespeelt.
En dat zit dan helemaal niet lekker, want we willen meedoen.
– Allemaal voorbeelden die onder woorden brengen
dat we over het leven praten, in woorden van het spel.
We hebben allemaal onze rol toebedeeld gekregen. Noem het taak van God.
Ook wij zijn spelende kinderen op de markt, en spelen het leven.

En als het goed is, is dat hele leven levendig.
Doet ieder zijn part, en werken we samen.
Ook in de kerk, met verschillende stemmen, met verschillende functies.
Met de vele talenten, met de dingen die je regelt en doet.
En als iemand uit zijn rol valt, kan een ander invallen.
Ook dat is wat gebeurt op de het levendige marktplein.

En dat is iets in het beeld van Jezus, wat we kunnen leren:
Dat er plek is voor het hele leven.
Er is ruimte op het kerkplein, om elkaar te vertellen over je verdriet.
Als je een rol hebt toebedeeld gekregen, die je eigenlijk niet lekker zit,
als je op zoek bent naar het script, eigenlijk niet weet wat je moet.
Er is ruimte voor jou, als je te lang een bijrol hebt gespeeld.
Er is plek voor wie rouwt en pijn heeft.
Je bent niet de spelbreker als je eerlijk je verdriet deelt.
Hoe krijgen we anders medelijden?
Meeleven, dat wat we allemaal zo nodig hebben.
Hou dat alsjeblieft niet voor jezelf,
En vraag maar aan elkaar: Wil je een keertje langskomen?
En deel het maar, zodat we mee kunnen lijden.

En ja, het is zo veel makkelijker om alleen de feestjes te delen,
je successen te vieren, als je sterren van de hemel speelt.
En terecht vieren we feesten,
als we jarig zijn, of zoveel jaar getrouwd.
Maar op dat openbare plein spelen de kinderen ook een klaagzang,
want soms is het leven een drama.
Het marktplein is eerlijk, er is lief en leed,
je hoeft geen toneelstukje op te voeren, mooi weer te spelen.
Wat hebben we eigenlijk ook een behoefte,
om ons ware gezicht te laten zien.
Het is kwetsbaar soms, naakt,
maar ook wel bevrijdend, als je je veilig weet bij een ander.
Als kerk moeten we daaraan blijven werken,
een veilige plek zijn, zodat niemand in de moeite komt,
uit de spotlights verdwijnt, om de rol die God heeft gegeven.


De kinderen op de markt kunnen niet uit de voeten
met het verhaal van God.
Ze lopen niet mee met zijn regie–aanwijzing.
En ze lopen daarin vast. Dat is het ergste in het beeld.
Het spel in Jezus’ voorbeeld is dood, want de kinderen spelen niet.
Ze zitten. Hoofd chagrijnig, ze mopperen,
roepen een beetje dat de ander vals–speelt.
Maar eigenlijk staan ze niet open voor de regisseur.
Terwijl de kinderen van de wijsheid,
God als regisseur in het gelijk stellen: Ja, zo loopt het script.
Jezus sluit in vers 35 af met: Luc 7:35
de Wijsheid is door al haar kinderen in het gelijk gesteld.
De wijsheid heeft kinderen, en die staan tegenover
de stilzittende mokkende kinderen van de markt.
Het is bijzonder dat Jezus het hier opeens over de Wijsheid heeft.
In de bijbel wordt de Wijsheid vaker beschreven als een persoon.
En in de wijsheidsliteratuur wordt die Wijsheid beschreven.
In spreuken 8 en 9 gaat het over die Wijsheid.
En dat zijn woorden die de rol van Jezus perfect beschrijven.

Spr 8:25 Toen de bergen nog niet waren neergezet, werd ik voortgebracht
en verderop, Ik was erbij toen hij de hemel zijn plaats gaf.
Jezus, de Wijsheid, was erbij, voor de Schepping was hij er al.
Het is precies zoals Johannes heeft gezegd.
Die na mij komt, was er voor mij al.
Ik was zijn lieveling, een bron van vreugde Spr 8:30
En je hoort het Vader zeggen bij de doop, waar Johannes getuige is:
Dit is mijn zoon, mijn geliefde, in hem vind ik vreugde. Luister naar hem.

In Spreuken 9 gaat de Wijsheid haar goede verhaal aan de man brengen.
En er zit iets uitbundigs, in de manier waarop de Wijsheid te werk gaat.
Ze bouwt een villa, een luxe huis met 7 pilaren.
Ze slacht een hele kudde voor een feestmaal,
en zet de wijn al klaar.
Het is misschien niet zo gek, dat Jezus werd uitgemaakt
voor een veelvraat en een dronkenlap.
En als je in Spreuken leest
hoe de wijsheid de dienaren er op uit stuurt,
zie je dat Jezus daar later een gelijkenis van maakt.
Jezus is de persoon van de Wijsheid.

Spreuken gaat dan verder met zeggen,
dat als je een spotter terechtwijst, dat je zelf wordt bespot.
En wie een goddeloze de les leest, belachelijk gemaakt wordt.
Soms is het parels voor de zwijnen, ja.
Maar hier zit wel een hele gulle eigenschap van God.
Hij kwam juist naar ons toe toen wij nog zondaars waren.
Hij neemt de moeite om goddelozen te bereiken.
Met een oneindig geduld blijft Jezus uitnodigen,
blijft hij zijn knechten sturen: Kom maar, deze kant op.
Kom, eet het brood dat ik geef, drink de wijn die ik heb gemengt.
Doe niet langer onnozel maar leef, en ga de weg van het inzicht.

En hier zijn we dan. Dat jij, dat u hier bent;
daarmee bewijzen wij als kinderen van de wijsheid, Gods gelijk.
Zo moet de weg gaan.
Het klopt om te geloven.
En daar stonden ze dan, die hoeren en tollenaars,
corrupte en verrotte mensen die geraakt waren door het verhaal van
zonde, bekering en vergeving, van recht en liefde.
Daar staan ze, de gewone mensen, niet de elite, maar de gewone man,
de het samenspel van Johannes en Jezus hebben gehoord,
Twee rollen, die in harmonie hetzelfde zeggen,
maar in hun uitwerking elkaars tegenpool lijken.

En toch klopt het, want de twee verhalen hebben elkaar nodig.
Je weet pas wat vergeving is, als je weet wat er vergeven moet worden.
Je voelt pas welke last van je schouders wordt getild,
als je voelt hoe zwaar we God eigenlijk kwetsen.

De kinderen op de markt, snappen het niet.
en het is ook dwaasheid voor de wereld.
Het is bizar, hoe geduldig God zijn woord blijft geven.
Met een vermogen ons te verdragen zo goddelijk groot,
daar wordt je stil van.
Maar die stille verwondering zorgt er bij ons,
kinderen van het de Wijsheid, voor,
dat we vrolijk en onbezorgd kunnen spelen in Gods wereld.
Het is respect voor de Wijsheid van God, die juist motiveert.
En dan kun je het hebben,
als je even teveel met je hoofd in de wolken bent,
om weer te horen naar waar we ook al weer van verlost zijn.
En dan kun je het hebben, als je een zware aanleg hebt,
om te horen van bevrijding, en te vertrouwen op de Bevrijder,
en de eigen zwaarmoedigheid uit handen te geven.

Dan leren we om onze rol te spelen op het wereldtoneel.
En worden we zoals Jezus, met oog voor stinkend onreine mensen.
Dan leer je niet alleen de zonde te haten,
maar ook om de zondaar lief te hebben.
Dan krijg je meer en meer oog voor de uitgekotste bevolkingsgroepen,
en werk je aan acceptatie van de mensen aan de rand.
Dan zijn we er, als kerk: voor elkaar en in de wereld.
Jezus heeft dat vol van genade voorgeleefd:
dat er ruimte is voor lief en leed, op het speelplein.

Als we de regisseur volgen,
zegt ons hele leven tegen de Wijsheid van God: Amen


online delen:

tag balans bekering vrijheid rol

Meer preken uit Lucas