Votum en groet Psalm 8:1-3 (Levensliederen) Gebed L: Openb 21:1-12 GKGZ 74:2 L: Joh 3:22-36 Preek over Joh 3:30 GKGZ 74:1,3,5 Geloofsbelijdenis GKGZ 179a Gebed Collecte GK Ps 33: 8 Zegen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Hoeveel ben je waard?
En dan gaat het niet om een getal, zo van, als ik mezelf moest verkopen,
dan ben ik dit nummer waard.
Maar meer, wat waardeer je aan jezelf,
of wat vind je eigenlijk waardeloos?

Als ik de vraag zo stel gaat het over jezelf, over mensen.
Maar ook een laag verder: hoeveel is onze kerk waard?
Wat vinden we hier van waarde? Een paar willekeurige voorbeelden
Is het onze gereformeerde kijk op de doop.
Hoe onze liturgieen eruit zien, of juist niet.
Stel je de verbondenheid op prijs,
Wat is de waarde van de gewoontes die we hier hebben?

Het gaat vanmiddag over waardering; dat hebben we nodig.
En het is ook fijn als je zelfbewust
naar jezelf en naar anderen kunt kijken.
Maar wat moeten we dan met een tekst als van vanmiddag:
Ik moet kleiner worden.
Zou Johannes de Doper een probleem met zijn zelfbeeld hebben gehad?
Hij zegt: Jezus moet groter worden, en ik kleiner.
En hij was ook degene die naar Jezus wees, en zei:
Ik ben het niet waard om zelfs zijn veters te strikken.

Het niet waard zijn en minder worden.
Nou er zijn een boel dikke ikken,
mensen die zichzelf vreselijk belangrijk vinden,
die daar best wel eens naar zouden mogen luisteren.
Maar als je hier zit, en je voelt je al zo klein,
over het hoofd gezien, alsof je er niet toe doet,
en dan moet het nog minder?
Of je doet je best om de minste te zijn,
maar merkt dat mensen gewoon over je heen lopen,
moet je alles maar pikken? Is dat wat Johannes bedoelt?

Om iets van de woorden van Johannes te begrijpen,
moet ik eerst zeggen wat hij niet bedoelt.
Want het klinkt heel vroom, jezelf wegcijferen,
soms is dat goed, maar dat is het niet altijd.
Want God wordt er niet vanzelf groter van, als je jezelf kleineert.
Of anderen, wat dat betreft.


Kijk maar naar de leerlingen van Johannes.
Ze hebben een discussie met een Jood over het reinigingsritueel.
Johannes, en ook de leerlingen van Jezus in de begintijd, doopten.
Dat was een ritueel wat Joden kenden.
Elke Jood wist dat hij in het verbond met God zat.
En daar hoorde bepaalde gebruiken bij.
Dingen als: je handen wassen, ’s morgens vroeg en voor het eten,
of als je onrein was geworden, dat je een bad nam.
Dat hoorde erbij, en het is nog gewoon hygienisch ook.
Tegelijk liet God ermee zien dat schoonheid bij Hem hoort.
Vuiligheid niet, dat moet weg, eigenlijk elke dag weer.

En als nu een niet–Jood, die er niet bij hoorde,
zich aangetrokken voelde tot deze God van Israel,
als hij de zuiverheid en de schoonheid van zijn woorden inzag,
dan kon hij een soort vriend van Israel worden.
En dan moest hij gedoopt worden.
Niet de gewone hygienische onreinheid werd dan afgewassen,
maar noem het een diepere vuiligheid,
dat je niet bij God hoorde.

Dit is precies wat Johannes aan de Joden vroeg,
als hij oproept om je te laten dopen.
Bekeer je, want het rijk van God komt eraan. Laat je dopen!
Het was nogal wat, om je als Jood te laten dopen,
eigenlijk zei je ermee: ik moet helemaal op nieuw beginnen.
Ook al hoor ik bij het volk dat God heeft uitgekozen,
toch hoorde ik niet bij God, en ben ik vuil.
Maar ik wil me daarvan afkeren, ik moet schoongemaakt worden,
en ik wil naar God toe, ik wil erbij horen.
eigenlijk verdien ik dat niet,
maar het gaat zeker niet vanzelf.

Er zullen er genoeg zijn geweest die dachten,
ja hallo! Ik ben afstammeling van Abraham,
dat heeft toch ook nog waarde?
Ik heb dit helemaal niet nodig. Houdt me aan de gebruiken.
Ik ben al schoon.

Reken maar dat dit een gevoelige snaar raakt.
Genoeg reden voor stevige discussies.
En je ziet dat hier ook.
De leerlingen van Johannes hebben een fel debat met een Jood,
over dat reinigingsritueel.
Die leerlingen van Johannes zien het dagelijks,
hoe mooi het is dat mensen zich klein maken voor God,
ze zien God door Johannes heen werken.
De stem die roept in de woestijn:
maak de weg voor God op orde, want hij komt eraan.
God had dit laten zeggen door de profeet Jesaja.
Wat zullen de leerlingen dat hebben gewaardeerd:
dat de profeten aan hun kant staan.
en ze met eigen ogen zien hoe God zijn woorden waar maakt.

En toch, de discussie met die Jood heeft wat bij ze los gemaakt.
Ze komen terug bij Johannes, en haast verontwaardigd zeggen ze:
U hebt een goed getuigenis van die Jezus afgelegd,
maar nu gaan ze allemaal daarheen.
en wij worden maar kleiner, help.
Heeft wat wij hier doen dan geen betekenis?
Hoe kan dat eigenlijk, God aan je kant hebben staan,
en toch minder worden?
Alsof je hebt afgedaan, je oude tradities versleten zijn,
met het verloop van de tijd hun waarde lijken te verliezen.
Terwijl je met een scheef oog kijkt naar anderen,
die je ziet groeien, bruisen, leven.

Johannes heeft het begrepen.
Zijn rol, een plaats klaarmaken,
om daarna ook plaats te maken, voor hem die groter is.
Het was hem van God gegeven, dat hij heel veel mensen
mocht vertellen over de komst van Messias.
Ik ben het zelf niet zei hij.
Het was hem gegeven, de lastige taak om te zeggen:
de bijl ligt aan de wortel, het gordijn valt bijna,
en geloof je de Zoon, dan is er eeuwig leven voor jou,
maar wie niet wil luisteren, zal dat leven niet kennen.
Johannes moest zelfs zeggen: integendeel.
Gods toorn blijft op hem rusten.
Een heftig verhaal om aan de man te brengen.
Geen makkelijke taak had God hem gegeven.
Maar Hij gaf hem ook gehoor, de vele mensen die hij doopte,
de schoonheid van God die hij mocht uitdelen.

Jezus zal later zeggen:Mat. 11:14
als je het geloven wil; Johannes was de Elia die komen zou.
En daar was eerder over geprofeteerd:Mal. 4:23,24
Voordat de grote en ontzagwekkende dag komt,
voordat het gordijn valt, stuur ik jullie de profeet Elia.
Hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen
en kinderen zich verzoenen met hun ouders.
Anders zou ik het land volledig moeten vernietigen.

Deze profetie noemt verzoening als kern van Johannes’ prediking.
Het schoonmaken, het goed maken, de verhouding met Vader herstellen.

Er zit een diepe wijsheid in Johannes’ woorden:
een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt.
Eigenlijk zegt hij: alles wat je krijgt, wat gebeurt, alles komt van God.
Zijn succes, laten we het zegen noemen, kwam van God,
en ook nu de focus van Johannes naar Jezus gaat, komt dat van God.
Jezus, degene die meer spreekt dan alleen maar aardse taal,
degene die van boven komt, en boven allen staat.
Die groter is, en groot gemaakt moet worden.

God moet alle eer krijgen,
en al de dikke ikken, die mogen echt wel wat kleiner.
En ook ik, mag van Johannes leren,
hoe goed het is om plaats te maken voor Jezus.
Ook als dat betekent dat het werk Gods
rondom Johannes aan een eind komt.
Het gaat in de kerk niet om voorgangers en gewoontes,
Maar om Jezus. Hij moet groter, en ik kleiner.

Als ik het zo zeg, lijkt het misschien alsof Jezus’ groter–worden,
van mijn kleiner–worden afhankelijk is.
Maar kunnen wij God eigenlijk wel groter maken?
Kunnen we iets aan hem toevoegen?
Je zou er bijna je eigenwaarde in zoeken. Zelfopoffering als doel in zichzelf.
Jezelf vernederen, klein maken, kleineren misschien?
Je hoeft geen monnik die aan zelfkastijding doet te zijn,
om hier iets van te hebben.
We zitten soms wel erg vast aan onze schuld, vuilheid,
zwakheid en kleinheid, alsof hij dat niet heeft willen wegwassen.

Jezus’ grootheid is niet afhankelijk van mijn bekering,
mijn schuldbesef, en zelfs niet van mijn eerbied en lof.
Hij heeft mij niet nodig.
Er zit een heerlijke onafhankelijke majesteit in God,
Een zuiverheid die zo aantrekkelijk is,
een schoonheid, niet van deze wereld.
En Hij totaal onafhankelijk, en juist daarom hang ik hem aan.
En kan hij het ook hebben dat ik aan hem hang.
Zoals ook vroeger mensen zich door God aangetrokken voelde,
om zijn andersheid, en erbij wilde horen.
Het is zo mooi aan God, dat hij zo almachtig sterk is,
Ik houd van hem,
juist omdat hij mij niet nodig heeft, maar niet negeert.
En juist daarom maken we ons klein, en hem groot.

Hij is daarin voorgegaan, nederig zijn, het zichzelf weggeven.
Maar daar gebeurt wel iets bijzonders.
Als ik kleiner wordt, en Jezus groter wordt,
wordt ik toch niet verzwolgen.
Wij verdwijnen niet.
Zelfs niet als we de oneindige God en ons, kleine, gewone mensen
in de juiste verhouding zien, dan vallen we niet weg.
Want het gaat Hem om ons: jij en ik waren het redden waard.

Zo gaat het een beetje in de gelijkenis van de verloren zoon.
Op het moment dat hij hongerig tot inkeer komt
en naar Vader terug gaat, wil hij zeggen:
Ik ben niet waard uw zoon te heten.
Hij voelt die oneindigde schaamte, die diepe vuilheid.
Maar Vader laat hem zijn woorden niet eens zeggen.
Het is alsof Vader zegt: onzin, natuurlijk ben je me dat waard.

Of zo gaat het met die gelijkenis,
dat mensen bij de Heer aan tafel mogen komen,
en er was iemand die een te bescheiden plek had gekozen,
Hij kreeg te horen: Vriend, kom hoger op, Kom toch dichterbijLk 14:10
Wie zich vernederd zal door hem worden verhoogt.
En wie zich klein maakt, mag delen in Gods grootheid.

Je klein maken voor God. Weten dat ik hem niets te bieden heb,
dat hij mij niet nodig heeft.
Dat ik geen toegevoegde waarde heb,
omdat de eeuwige niet groter kan,
omdat hij die van Boven komt, al boven alles staat.
Dat weten, en erkennen voor de Heer,
daar maken we hem mee groot.
Als ik zeg: Heer, ik ben uw liefde niet waard,
dan klopt dat, ik verdien het niet.
Maar het klopt ook niet, omdat hij ervoor kiest jou erbij te willen.
Ik ben het niet waard, maar God zal me dat niet inwrijven.
Tegen je zeggen: wat ben jij waardeloos zeg,
weet je wel wat een mazzel je hebt met mij?
Het is eerder andersom: De stem die je aanklaagt
wordt door Jezus het zwijgen opgelegd.
Stil maar vriend, vriendin, en kom toch wat dichterbij.
Als ik denk: ik verdien het niet; zegt God, onzin, je bent me alles waard.

Dat is precies wat Johannes ontdekt heeft.
Hij maakt plaats, maakt zich kleiner,
maar gebruikt daar een heel zelfbewust beeld voor.
Johannes voelt zich alles behalve minderwaardig.
Hij noemt zich de vriend van de bruidegom.
Hij ziet zichzelf als de best–man op een trouwerij.
En dat is een eervolle taak:
Zorgen dat de bruidegom er goed opkomt,
en complimenten geven aan de bruid.

Volgens mij is dat een mooie omschrijving,
van iedereen die wat van Jezus wil zeggen.
Voorgangers, maar iedereen eigenlijk.
Zorgen dat de bruidegom er goed opkomt.
Het goede zeggen van Hem.
niet omdat hij dat nodig heeft;
of omdat ik het zo fijn vind op een preekstoel te staan.
Nee, maar bijdragen aan de feestvreugde van de komende bruiloft.

En het goede zeggen van de bruid.
Die bijzondere vrouw, waar de bruidegom echt alles voor overheeft,
die voor hem alles waard is.
De Best–man zal ook complimenten geven: wat zie je er mooi uit.
Kijk maar in de openbaring, hoe die engel staat te trappelen,
om te pronken met de schoonheid van de bruid.
Een van de engelen kwam op me af en zei:
‘Ik wil je de bruid laten zien, de vrouw van het lam.’
Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg
en liet me de heilige stad Jeruzalem zien,
die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan.
De stad schitterde door Gods luister,
met een schittering als van een edelsteen, als een kristalheldere jaspis.

De bruid is prachtig. Fonkelend mooi.
Niet van haarzelf, ik heb niets te bieden,
Maar we zijn schitterend door Gods luister,
Dat nieuwe Jeruzalem, de bruid, de kerk,
we hebben een grootheid, omdat we delen in zijn grootheid.

Wie zich kleinmaakt, en zich weggeeft,
mag zien dat hij zichzelf terugkrijgt,
uit de hemel, bij God vandaan.
Met een zuiverheid, een schoonheid, waar geen woorden voor zijn.
Jezus, hij die uit de hemel komt, en boven alles staat,
heeft zichzelf gegeven, om zijn vrouw te winnen.
Zoals Johannes de Doper het zegt:
De bruidegom krijgt de bruid;
de vriend van de bruidegom staat te luisteren
en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort.
Dat vervult mij met grote vreugde.
Hij moet groter worden en ik kleiner.

Hij groter, en ik kleiner.
Als twee geliefden die zich helemaal aan elkaar geven.
In elkaar op gaan.
Zich in elkaar verliezen, zonder elkaar ooit kwijt te raken.

Amen


online delen:

tag waardering minderwaardigheid rein/onrein Johannes (Doper) Elia

Meer preken uit Johannes