Votum en groet Ps 24: 1,5 (De aarde is met al wat leeft) Als wet: Matt 5:21-30; 38-48 Ps 24: 2 (Wie klimt de berg des heren op) Gebed L: Mat 28:16-20 L: Hand 1:1-11 Ps 47:3 (God vaart voor het oog) L: Hand 2:29-37 T: Ps 110 Preek GK 68: 1-3 Gebed Collecte Ps 139: 1,3,7 Zegen

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Hemelvaart:
Het moment dat Jezus naar de hemel gaat.
We gebruiken vaak het beeld dat hij op de troon gaat zitten.
Zo staat het er ook: neem plaats aan mijn rechterhand.
Hemelvaart is een troonsbestijging.
Jezus heeft na zijn opstanding, ook iets koninklijks over zich.
Iets triomfantelijks, in de goeie zin van het woord.

Want Ja, hij heeft ook echt gewonnen.
Het kwaad is verslagen, De schuld is gedragen.
En het nieuwe leven is nu mogelijk.

Het is vandaag 40 dagen na Pasen.
Jezus had toen, bij zijn opstanding gezegd:
zeg tegen mijn leerlingen dat ik ze in Galilea weer zie.
Die laatste woorden uit Matteüs sprak hij daar uit.
In Galilea; op de berg waar hij onderricht had gegeven.
Voor de leerlingen was dat een flashback.
Oh ja, die plek van de Bergrede.
Daar waar Jezus al eerder die koninklijke uitstraling had.
waar de mensen zo onder de indruk waren van zijn gezag.
Daarom zegt Jezus daar:
leer hen onderhouden al wat ik jullie opgedragen heb.

In de 40 dagen brengt Jezus meerdere bezoeken
verschijningen, op verschillende plaatsen.
Want na die ontmoetingen in Galilea, zo lezen we in Handelingen,
ontmoet Jezus ze, als ze weer terug in Jeruzalem zijn.
En dan zegt Hij: blijf hier wachten op wat komen gaat.
De Heilige Geest komt, over 10 dagen.
en Hij zal de kracht zijn om te getuigen.
Eerst hier in Jeruzalem, dan in heel Judea,
en dan nog een wijdere kring verder, Samaria,
en dan nog verder, tot aan de uiteinden van de aarde.

Ze waren op de Olijfberg, net buiten de stad Jeruzalem.
Toen hij dit gezegd had, werd Hij voor hun ogen omhoog-geheven.
Zijn laatste woorden verwezen naar die woorden uit Matteüs.
Als hij met een royaal zegenend gebaar afscheid neemt,
en vanaf de Olijfberg de troon bestijgt,
maakt hij het ook waar, die woorden die hij in Galilea sprak:

Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Ga daarom op weg, en maak alle volken tot mijn leerlingen,
door hen te dopen in de naam van de vader, en de zoon en de heilige Geest.
En hun te leren dat ze zich moeten houden
aan alles ik jullie opgedragen heb.

Hier is duidelijk een koning aan het woord,
die het echt voor het zeggen heeft.
En dan gaat hij verder: Houdt dit voor ogen,
ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld.

Ja, dat klinkt echt als iemand die gezag heeft.
De koning die zijn macht inzet om er zorgzaam bij te zijn.


Toch zit er iets raars in hemelvaart.
Want Jezus belooft: ik ben met jullie.
Maar hij gaat juist weg. Terug naar de Vader.
En daarmee lijkt het levensverhaal van Jezus afgesloten.
Jezus vertrekt van het aards toneel. Hij was er geboren met kerst;
gestorven op goede vrijdag; opgestaan op paaszondag.
En met hemelvaart een soort eerherstel.
Een soort eind goed, al goed.
En de wolken schuiven over elkaar, als het gordijn dat sluit.
The End.

En hemelvaart als troonsbestijging kan dit beeld versterken.
Zo van: Hij heeft het ook wel verdient.
Het zit erop, het is volbracht, mission accomplished.
En nu mag Hij op zijn troon gaan zitten,
Op zijn lauweren rusten.

Maar Jezus’ hemelvaart, zijn inhuldiging als Koning in de hemel,
is juist het begin van iets nieuws.
niet het einde van episch toneelstuk.
Nee, nu wordt het pas echt spannend. Want hij komt nog een keer.

En met alle teksten die we gelezen hebben kun je het ook al zien.
Toen, bij het open graf zeiden de engelen nog:
Hij die U zoekt die is hier niet.
Maar dat zeggen de engelen niet bij Jezus’ hemelvaart.
Ze zeggen niet, hij is er niet.
Maar: Jezus, die in de hemel is opgenomen,
hij komt terug hoor! Precies zoals jullie hem hebben zien gaan.
En ook in de zendingsopdracht die Jezus meegeeft, zie je het al.
Het is nog niet klaar.
Al de dagen die nog komen: ik zal erbij zijn,
tot aan de voltooiing van de wereld.
Totdat alles klaar is. Dat is het nu dus nog niet.
En het is onderdeel van onze geloofsbelijdenis.
Opgevaren naar de hemel, waar hij zit aan de rechterhand van God.
Vandaar zal hij komen om te oordelen.

Jezus is gekomen, en hij komt nog een keer.
Hemelvaart is als een springveer die is opgeladen,
De spanning stijgt, want hij komt terug.
En deze morgen wil ik met U daarnaar kijken,
vanuit het perspectief van psalm 110.

Want in het Nieuwe Testament wordt Psalm 110, vaak geciteerd.
En dan ook steeds in verband met wat je verwacht van Jezus als Messias.
En nu hij naar de hemel is gegaan, is die verwachting hooggespannen,
want hij komt weer.
Psalm 110; Ik heb het de computer laten tellen: 17 keer.
Van deze psalm worden 2 verzen aangehaald, vers 1, en vers 4.

Vers 1 vind je 10 keer in het Nieuwe Testament:
De Heer sprak tot mijn Heer, neem plaats aan mijn rechterhand.
Kom bij mij zitten. Zegt God, tegen iemand,
iemand waar David Meneer tegen zegt.
Jezus gebruikt dit vers in discussies met de joden.
Want hoe zit dat nou? De Messias is een Zoon van David.
Dat was een gangbare gedachten bij de Joden.
Nu schrijft David een psalm.
En als er staat: neem plaats aan mijn rechterhand,
dan is dat echt heel eervol.
De bijbeluitleggers uit Jezus’ tijd waren het er wel over eens:
Dat ging over de Messias.
Nu zegt God dat eervolle tegen iemand, die David aanspreekt met Mijnheer.
Noemt David een van zijn kinderen Meneer? Hoe zit dat?

Jezus laat het raadsel bestaan,
hij lost de discussie met de Joden niet op.
Deze zoon van David, was er al voordat David er was.
Het is de Zoon waar David U tegen zegt.
Petrus grijpt hier op terug in zijn pinksterpreek.
Hij legt het uit. Hij zegt:
U zult me wel toestaan dat ik van David kan zeggen dat hij gestorven is.
En we zijn het er wel over eens dat David niet door God
op een troon in de hemel naast hem is gezet.
David is niet naar de hemel gegaan.
Maar zijn zoon wel, die nakomeling die er voor David al was.

En op meerdere plaatsen in Nieuwe Testament wordt dit vers gebruikt
om vanuit de de bijbel te laten zien dat Jezus naar de hemel is gegaan;
dat hij op de troon zit en de macht heeft,
en dat Zijn vijanden ook echt het hoofd hebben moeten buigen.
Hij zet zijn voeten op de nek van de verslagen vijand.
Jezus heeft gewonnen.
Na Pasen heeft hij wat triomfantelijks over zich,
in de goeie zin van het woord.

Maar als je de psalm verder leest, dan is die Koning behoorlijk strijdlustig.
Hij krijgt de scepter toegereikt. En je hoort het Jezus zeggen:
Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
En dan staat er, nogal poëtisch:
Uit de schoot van de dageraad komt tot u de dauw van uw jeugd.
Zoals je je ’s ochtends helemaal fit en fris kunt voelen.
Je kunt de wereld aan. En dat doet deze koning ook.
Hij kan de wereld aan en trekt ten strijde.
Als hij komt om te oordelen de levenden en de doden,
dan blijkt Hij een soldaat te zijn.
Hij heerst over de vijanden.
Verplettert koningen,
berecht de volken.
In het laatste vers zie je de woeste strijder
even snel naar een riviertje rennen.
Hij bukt om zich op te frissen,
En hop, daar gaat hij weer.

Is dit onze messias–verwachting?
Het is wat ongemakkelijk, zo’n gewelddadige psalm,
De lijken stapelen zich op,
terwijl de brute soldaat de schedels verplettert.
Het lijkt alsof deze koning helemaal door het lint gaat.
Gaat dit echt over Jezus?

En dan is het verleidelijk om het maar geestelijk te maken.
Zo van: dit is hoe Jezus heeft gevochten tegen de duivel,
Hij heeft het kwaad verslagen.
En dat is ook zeker waar,
maar dan doen we alsof het toneelstuk al klaar is.
Alsof hemelvaart het einde was.
En we nu al zitten in het eind goed – al goed.
Maar dat is niet zo.
Psalm 110 geeft een behoorlijk heftig beeld,
van iets wat nog moet komen.

Hier hebben we het niet zo vaak over met elkaar.
Gods oordeel. En dat dat echt heftig is.
Maar, dat Jezus zal gaan rechtspreken,
betekent ook dat alles wat krom is, eraan gaat.
Ook mensen die uiteindelijk tegen God waren.
En juist in een psalm die zo over hemelvaart gaat,
komt dan het komende oordeel aan bod.

Niet om je bang te maken.
Alsof God angstige en kruipende kinderen wil hebben,
Alsof de Koning een sadist is, die alleen maar bange onderdanen heeft.
Bang, omdat hij bij het minste of geringste flipt.
Zo is God niet. Juist niet.
Vrees niet en vrede zij U zijn de zinnen die Jezus
misschien wel het vaakst heeft gezegd
in de 40 dagen tussen Pasen en hemelvaart.
Maar nu hij naar de hemel is gegaan,
is het alsof de springveer geladen is.
De hele wereld staat nu onder spanning.
Want hij komt weer terug, om te oordelen, de levenden en de doden.

En daarom is het ook zo belangrijk dat Jezus die opdracht geeft.
Ga er op uit. Maak alle volken tot mijn leerlingen.
Ik zal ze oordelen, dus maak ze mijn discipelen,
want dan gaat het goed.

Leerlingen maken, doe je niet door ze bang te maken.
Angst voor straf is een van de slechtste motivaties.
Zo werkt God niet.
Maar hij is wel eerlijk over wat komen gaat.
Je ziet deze lijn op meerdere plekken in de bijbel.
De urgentie, dat het er echt op aan komt, zie je b.v. ook in Psalm 2.
O Machtige Koningen, wees toch wijs.
Kus toch de zoon, want anders overleef je het niet.
Zorg dat je aan zijn kant staat.
Maar ook: gelukkig ben je als je schuilt bij hem.


Het is goed om te zeggen dat psalm 110 niet oproept,
dat wij een heilige oorlog moeten gaan voeren.
Wij hoeven niemand de schedels in te slaan.
Je zou het misschien denken als je vers 3 leest.
Uw volk staat klaar op de dag dat U ten strijde trekt.
Maar als we dan de psalm verder lezen; dat volk zie je verder niet terug.
Het is alleen de Heer aan de rechterhand die optreedt.
Want het is namelijk alleen aan hem, het rechtspreken en oordelen.

Ook in de laatste hoofdstukken van de bijbel
wordt Jezus strijdend beschreven. Ik lees een stuk uit Openbaring 19:
Vers 11 Ik zag dat de hemel geopend was, en dit zag ik:
een wit paard met een ruiter, die ‘Trouw en betrouwbaar’ heet,
die een rechtvaardig vonnis velt en een rechtvaardige strijd voert.
Zijn ogen waren als een vlammend vuur en op zijn hoofd had hij veel kronen.
Er stond een naam op hem geschreven die niemand kende, alleen hijzelf.
13 Hij droeg met bloed doordrenkte kleren. Zijn naam luidde ‘Woord van God’.

En even verderop:
15 Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan,
en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden.
Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden.

Het is een nogal expliciet beeld, haast luguber.
Zijn kleren zijn met bloed doordrenkt.
En dan gebruikt Johannes dat beeld van een wijnpers.
De bloedrode druiven worden vertrapt.
Je moet er eigenlijk niet over nadenken dat die knappende druiven,
op mensen slaan.

17 Toen zag ik een engel midden in de zon staan.
Luid riep hij tegen de vogels die hoog in de lucht vlogen:
‘Kom naar Gods grote maaltijd.
18 Dan krijg je het vlees te eten van koningen,
legeraanvoerders en machthebbers, het vlees van paarden en hun ruiters,
van slaven en van vrije mensen, het vlees van jong en oud.’
19 Ik zag dat het beest en de koningen op aarde
zich met hun troepen hadden verzameld om oorlog te voeren
met de ruiter op het paard en zijn legermacht.
20 Het beest werd gevangengenomen,
samen met de valse profeet die in zijn bijzijn tekenen had verricht,
waardoor hij iedereen had misleid die het merkteken van het beest droeg
en zijn beeld aanbad.
Levend werden ze in de vuurpoel met brandende zwavel gegooid.
21 De rest werd gedood door het zwaard
dat uit de mond van de ruiter op het paard kwam,
en alle vogels aten zich vol aan hun vlees.

Dit is wat Johannes ziet in zijn openbaring. Het is nogal expliciet.
Vogels die het vlees van koningen eten.
En dat zwaard dat al die mensen doodt.
Jezus kleren worden er rood van.
Of zoals de psalm het zegt: de lijken stapelen zich op.
Maar het gaat hem vooral om dat beest te pakken,
die vernietiger die alles kapot heeft gemaakt.
En die valse profeet die de mensen heeft misleid.
Het beest en de profeet, ze worden levend in het vuur gegooid.
Dat is een eerlijk oordeel.
Een rechtvaardige strijd; het is nodig, en goed.

Ik denk dat we het allemaal wel voelen.
Dat het ook lastig is, om zo naar Jezus te kijken.
Is het niet te gewelddadig?
Ben ik en de mensen die me lief zijn wel veilig.
En om dan te vertrouwen dat hij het goede zal doen.
Toch geloof ik dat dat alleen bij hem veilig is.
Dat het hem als enige is toevertrouwd,
om te zien wie nu echt de vijand van God is, en wie niet.
Ik ben blij dat ik dat niet hoef.

Ik hoef mijn handen er niet aan te branden.
In Openbaring 19, ziet Johannes dat op deze manier: Vers 14:
De hemelse legermacht, gekleed in zuiver, wit linnen,
volgde hem op witte paarden.

Dat is dat volk van psalm 110, dat wel klaarstaat,
maar verder niets hoeft te doen. Zij blijven wit.
Want het is niet aan ons om oorlog te voeren.
Of om woedend te keer te gaan.
God zegt juist: Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters,
maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt:
‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’
Maar ‘als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten,
als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken.
(Rom.12:19f) Dat was Jezus opdracht, onderhouden wat Hij geboden heeft.
En dan zal Hij als hij komt om te oordelen, alles rechtzetten.


Psalm 110 gaat over Jezus’ hemelvaart,
dat hij alle macht heeft in hemel en op aarde.
En dat hij heeft het waargemaakt,
en hij zal het eens en voorgoed waarmaken als hij terugkomt.
Deze machtige Koning.
Je zult zien dat het echt geweldig wordt
met deze Koning, als je kijkt naar vers 4.
De kern van de psalm; dat andere vers van psalm 110 dat zo vaak
in het Nieuwe Testament wordt geciteerd.
De Heer heeft gezworen en komt op zijn eed niet terug:
Je bent priester voor eeuwig, zoals ook Melchizedek was.

Onze koning is priester. Een hele bijzondere.
Niet een menselijke in de traditie van Aaron,
Niet een die voor elk tekort, elke misstap een dier moet offeren.
Maar een, die in de wijnpers van Gods woede, eerst zichzelf heeft vertrapt.
Hij heeft de beker van Gods woede tot de laatste druppel genomen.
Om wijn te kunnen schenken bij zijn gebroken brood.
Een priester met blijvende waarde, voor eeuwig.
Zoals ook Melchizedek was: Een koning van recht, in de stad van vrede.
Dat is Jezus, de priester–koning.
Dit middelste vers van psalm 110, is de kern van onze Koning.

En als priester vertrekt hij met hemelvaart,
met een royaal zegenend gebaar.
Om te blijven vergeven, om te blijven verzorgen.
Wat Hij is niet tegen jullie, maar zei: Ik ben met jullie, alle dagen.
Zo lang is er nog tijd, voor al die koningen,
legeraanvoerders en machthebbers, voor de ruiters,
de slaven en de vrije mensen, voor jong en oud van alle volken.
Tot aan de voltooiing. Maar met hemelvaart is het wel spannend geworden.
Het is urgent. Daarom is de opdracht van Jezus ook zo belangrijk.
Maak alle volken tot mijn leerlingen.

Laten we niet oordelen, wie vijand is van God en wie niet.
Maar later we erop uit gaan,
en doen en uitdragen wat Jezus heeft geleerd.
Dus ook de andere wang toekeren,
Hij zal het je vergelden, als hij komt.
Gelukkig wie schuilen bij hem. Amen


online delen:

tag toekomst oordeel

Meer preken uit Psalmen