Votum en Groet GK 160:1,2 Wet + Samenvatting Ps 91:7 Gebed L: PS 91 T: Mat 3:16-4:11 Gz 151:1, 2 Preek Gz 151:3, 4 Collecte Gebed Ps 91:1, 8 Zegen

Geliefde gemeente van Jezus onze Heer.

Je hebt je hoogte– en dieptepunten niet zelf voor het kiezen.
Het leven gaat zoals het gaat.
En soms gaat het ongelofelijk lekker, alles zit mee.
Het loopt goed in je gezin, op het werk gaat het lekker,
en je zit gewoon goed in je vel.
en soms, nouja, we weten allemaal wel hoe het ook kan tegenzitten.
Als je al heel lang zonder werk zit.
of als het gewoon niet goed met je gaat, en je zorgen maakt.
Als je met ziekte te maken hebt.
En je in je eigen lijf of dat van iemand dichtbij, ziet, hoe het achteruit gaat.
We hebben het leven niet in de hand.

Ditzelfde geldt voor je leven met God.
Soms zit je op de toppen van je geloof.
Het machtige gevoel wat bijvoorbeeld psalm 91 beschrijft.
God is mijn toevlucht, mijn vesting.Mijn God op U vertrouw ik.
God is zo groot en zo sterk, zelfs zijn schaduw voelt als een kasteel.
En met hem kun je alles aan; jou zal niets overkomen…
Het gevoel dat Vader achter je staat, een hand in je rug.
Het is de heerlijke naiviteit van een kind: mijn papa kan alles.

Maar ook het geloofsleven kent dalen.
Dan weet je het even niet.
De eerste liefde is verdwenen.
Het contact met de hemel is niet zo intens als het wel geweest is
Soms is het alsof je gebeden de hemel niet meer bereiken.

En dan zeggen: Mij zal niets overkomen? We weten toch wel beter?
Kijk eens realistisch naar de wereld, wat er gebeurt.
En dan ben je de naiviteit voorbij.
En het gekke is, dat ’beter weten’, en realistisch naar de wereld kijken,
zo botst met de grote woorden van de psalm.
’beter weten’ kan je juist laten twijfelen.
Je ziet dood en verderf als je een beetje de TV volgt.
Die christenen die afgeslacht worden door ISIS,
zouden die durven zingen:
Al vallen er duizend om je heen, jou zal niets overkomenopen je ogen en zie hoe wie kwaad doen worden gestraft.
Open je ogen, het kan haast niet ironischer.
En het lijkt net alsof de psalm zelf wereldvreemd is.

Zomaar, 2 voorbeelden van wat psalm 91 aan emoties kan oproepen.
En dat is volgens mij wat Gods woord doet.
Het laat je reageren.
Of instemmen, of schrikken, of iets daar tussen in.
Het laat je verlangen, of maakt je boos.
En het laat je ervaren: dat je die reacties niet voor het kiezen hebt.
We hebben ook ons gevoelsleven niet in de hand.
En we hebben onze hoogte– en dieptepunten niet zelf te kiezen.

Ga daar maar nuchter mee om.
Zie het maar onder ogen: Ja dat klopt.
Soms is mijn geloofsleven een achtbaan.
Soms zit je in een high, helemaal met je hoofd in de wolken.
Maar dan verlies je soms het contact met de aarde.

Of wordt je in een diep dal geslingerd.
Dan kun je in je vragen blijven hangen.
Zal het ooit goed komen?! Ik ben zo bang.
Ik voel me alleen; niemand kijkt naar me om.
Wat kan het dan helpen als iemand heel nuchter zegt:
Het komt toch wel weer goed. Na regen komt zonneschijn.

Dit kan ook lomp klinken. Onmenselijk haast.
En als het klinkt als: niet zeuren, doe niet zo moeilijk –
ja, dan zou denk ik iedereen boos worden.
Haast alsof je gevoel er niet toe doet. Dat kan niet.
Maar als iemand je vol vertrouwen bemoedigt:
he, ik weet dat het nu even niet zo voelt, maar het komt goed.
Dat werkt ontnuchterend.

Want in je somberheid blijven hangen,
in je teleurstelling blijven zitten; dat is toch niet je eindbestemming?
Daar kom je uit als je beschutting zoekt onder vleugels van God.
Schuilen bij de Ontzagwekkende voor de pijlen, voor de dood, en de pest.
Naar de Allerhoogste toe vluchten.
Daar krijg je oog voor als iemand heel naief,
eigenlijk tegen beter weten in,
heel gelovig zegt dat God te vertrouwen is.
Zo gewoon als psalm 91 het zegt: in de nood zal ik bij je zijn.

  • We zijn deze zondag begonnen met de lijdenstijd.
    En daar zit iets moois in.
    In het ritme van het jaar, in de cadans van de seizoenen,
    worden we nu stilgezet bij het begin van Jezus’ lijden.

De lijdenstijd word ook wel vastentijd genoemd.
Jezus ging vasten, ook om nuchter te worden, zich te concentreren.
En eten heb je gewoon nodig.
Na meer dan 40 dagen zonder eten, gaat je lichaam zichzelf afbreken.
Onherstelbare schade. Eten heb je echt nodig.
Maar vasten brengt een soort afhankelijkheid van God mee.
En maakt zichtbaar wie je eigenlijk bent.
Als ik honger heb, of moe ben, dan wordt ik chagerijnig.
Dat is wie ik ben, als er geen energie is om me beter voor te doen.
Kijken wat je overhoudt, als je dingen die belangrijk voor je zijn weghaalt.
Dat is misschien wel een aardige beschrijving van wat vasten eigenlijk is.
Je krijgt zicht op wie je bent, en wat belangrijk voor je is.

En dat past in de lijdenstijd. Stilstaan bij wie je bent.
nuchter onder ogen zien: Het gaat niet altijd zo best.
Als we even geen energie stoppen in ons beter voordoen,
wat blijft er dan over: zwakke, kwetsbare mensen.
mensen die soms zichzelf of anderen kapot maken.
De lijdenstijd is daarom ook en tijd om te bedenken
waarom Jezus moest lijden.
Namelijk omdat ik er zo’n bende van maak.
En er zoveel energie verloren gaat, aan doen alsof er niets aan de hand is.

En het voelt misschien onnatuurlijk om na te denken over je zonde,
als je erg blij bent met God en eigenlijk in een halleluja stemmig bent.
Het is misschien gek om stil te staan bij dood en ziekte,
als je jong bent. Het voelt tegenstrijdig.
Zo onnatuurlijk als niet eten terwijl je toch honger hebt.
Maar vasten is gezond.
Even detoxen, even een schoonmaak, en weer nuchter worden.
Even zonder brood en wijn,
door God gemaakt om energie en geluk aan mensen te geven.
maar wat ook een obsessie kan worden.

Zo is het ook goed om soms even je gevoel te parkeren.
Je hebt het nodig, absoluut, maar kijk eens nuchter naar jezelf.
Even zonder al teveel emoties,
die zo’n wezenlijk stukje zijn van wat het betekent mens te zijn.
Broodnodig, maar die ook zo met je aan de haal gaan.

Of je nu op de toppen van je geloof zit,
en het opstandingsleven van dichtbij ervaart,
of dat je voor voor je gevoel in een droge woestijntijd zit.
Het is goed om stil te staan bij Jezus’ lijden.
En om stil te staan bij je eigen schuld, zwakheid.

We hebben onze kracht en zwakte nu eenmaal niet in de hand,
en onze hoogte– en dieptepunten niet voor het uitkiezen.
Daar kunnen we maar het best nuchter mee omgaan.

Dan heb je een woord klaar als de duivel langskomt.
Je ziet het bij Jezus. Net het hoogtepunt bij zijn doop gehad;
Vader had net tegen hem gezegd: Dit is mijn lieve Zoon.
Een topervaring. De hand van Vader in zijn rug.
De wind in de zeilen. En dan stuurt de Geest Jezus de woestijn in.
Als een listig roofdier komt de duivel op het moment
dat Jezus het zwakst is. Want de duivel is als een leeuw,
loerend op zoek naar wie hij kan verslinden.

Na 40 dagen niet eten, is de eerste beproeving:
Zeg Jezus, als je de zoon van God bent,
dan kun je vast wel brood maken van deze stenen.

Vast wel ja, maar dat is het punt niet.
Jezus is helder, en laat zich niet gek maken.
In zijn woestijntijd heeft hij ontdekt wat echt belangrijk is.
Wat uit Gods mond komt, zijn woord, daar kun je echt op leven.
Niet op wat de mond ingaat.
Jezus zegt daarom tegen de duivel:
Er staat geschreven: De mens leeft niet van brood alleen,
maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.
De duivel wilde een kunstje zien,
maar Jezus hoeft zich niet te bewijzen.

De duivel is irritant, en geeft niet zomaar op.
Ok, zegt hij, als de bijbel zo belangrijk voor je is,
ik ken ook nog wel een leuk vers.
Weet je wat, ik breng je naar de tempel.
Geloven is in het diepe springen toch? Spring maar van de tempel.
Psalm 91 zegt dat de engelen je zullen dragen,
en je je niet zult stoten aan een steen.

En weer heeft Jezus een woord klaar.
De psalm zegt niet dat je maar roekeloos kunt doen.
Je moet je leven niet vergooien, of verwachten dat je kan doen
wat je wil, en God lost het wel op. Jazeker vangt hij je als je valt.
Maar dat is geen reden om dan maar zo vaak mogelijk te vallen.
Want er staat: Stel God niet op de proef.

En dan komt de aap uit de mouw, de slang uit zijn hol,
Hij laat het achterste van zijn gespeten tong zien.
En zegt: Ik wil dat je voor me knielt.
Je kwam toch hier om de wereld van me terug te kopen?
Een knieval maar, dat is mijn prijs, dan mag je alles hebben.

De duivel legt al zijn kaarten op tafel.
En zonder moeite heeft Jezus weer zijn woord klaar.
Het is klaar nu.   Ga weg!   Alleen voor God kniel ik.
Want er staat: Aanbid de Heer uw God, vereer alleen hem.

Jezus is scherp. Helemaal helder.
Heeft zijn aandacht vast op God gericht.
Met drie verzen uit de bijbel slaat hij de aanvallen van de duivel af.
Zo overleeft hij de woestijn,
Zo gaat hij zijn weg van lijden beginnen.
Ook Jezus had zijn hoogte– en dieptepunten niet zelf voor het kiezen.
Maar hij was helemaal nuchter, vast op God gericht.
Zo had hij zijn woord klaar, toen de duivel bij hem langskwam.

Dat woord is echt bevochten
Want Jezus had wel zijn woordje klaar,
en voor hem was het niet zo moeilijk.
Maar voor ons, voor jou en mij;
als jij een brandende pijl van twijfel op je af geschoten krijgt
– hoe gaat het dan?
Als we twijfelen heeft het toch ook vaak juist met dat woord te maken.
Dan is onze twijfel juist, of het woord van God wel voor nu is,
of het wel voor jou is? of het wel echt waar is?

Het woord is bevochten.
En daarom wil ik inzoomen op de 2e verzoeking.
Want het is best schrikken dat de duivel de bijbel kent.
En gebruikt. Hij kan je ermee voor de gek houden,
of iets verkeerds voorhouden.
De bijbel wordt misbruikt,
dus iets is niet automatisch waar als het uit de bijbel komt.
Het woord van God is een zwaard,
maar sommigen hakken er maar wat in het wilde mee rond.

Je kunt de bijbel ook laten buikspreken,
door alleen te lezen wat je uitkomt,
wat past bij je gevoel of wat past in je verstandelijke systeem.
Wat is het soms een gevecht om de hele bijbel serieus te nemen.
Het laat je in de lijdenstijd over Jezus’ strijd nadenken.
Maar zit je daar wel op te wachten?
Wil ik het wel horen, als Jezus zegt:
neem je kruis op, en volg mij.
Of wil ik het wel horen hoe naief,
bijna wereldvreemd, psalm 91 zingt.
Of weet ik het beter?

De verschrikking van de nacht hoef je niet te vrezen.
ook de pijl niet die overdag op je afvliegt.
als de kogels je om de oren vliegen hoef je niet bang te zijn.
Voor ziekte hoef je niet bang te zijn, van griep tot ebola.
Als je woont bij de allerhoogste,
zal geen plaag je woning binnenkomen.

Het is ons gevecht vandaag.
Omdat het echt waar is, dat Jezus is opgestaan,
en al het kwaad heeft overwonnen.
Omdat alle zonden zijn weggedaan,
alle gevolgen van de zonde, geen recht van spreken meer hebben.
Omdat de dood is verslagen.
Het is echt waar. Het is er nu al.

En ook nog niet.
Want er is nog zonde, er is nog ziekte, en we sterven allemaal.
En we wachten totdat Jezus komt, en het echt waar wordt.
Het gevecht is, dat het tegelijk waar is, en toch nog niet.
En reken maar dat de duivel je daarmee in de war brengt.
Want het je krijgt het niet kloppend met je gevoel,
je krijgt het niet rond, in je verstand.
Daarom zong dat lied ook zo mooi,
hoe we soms de woorden niet hebben.
dat je soms niet wil spreken, en je eigenlijk verzet.
Er zit een tegenstem in mij, die niet wil geloven.
Heer ik geloof, maar kom mijn ongeloof te hulp.

Soms zie je het. Geloof je het. Dan zijn je ogen open.
Voel je de hand van Vader in de rug,
en heb je de wind in de zeilen.
En hoor je als het ware God tegen je zeggen:
Jij bent mijn lieve kind. Ik jou heb ik welbehagen.
Ik heb plezier en ben zo gelukkig als ik naar je kijk.
Maar wat is dat soms ook een gevecht.

We hebben ons geloof niet de hand. De toppen en dalen,
Wat God geeft, en wat nog niet, dat hebben we niet voor het kiezen.
dat kun je beste maar nuchter onder ogen zien,
met een oog vast op God gericht.
Dan heb je een woord klaar als de duivel langskomt.
En nadat dat woord bevochten is …

Zal blijken dat God het laatste woord heeft.
Want dat is misschien wel het mooiste van het hele verhaal.
De duivel houdt Jezus die psalm voor:
Spring maar, God zal voor je zorgen,
engelen zullen je op handen dragen.

En Jezus trapt er dan niet in.
Maar zodra de slang weg is, blijkt het toch waar te zijn.
Engelen komen en dienen hem. Dus toch he!?

Het is de moeite waard om naief te geloven
dat die woorden die te mooi zijn om waar te zijn, toch uitkomen.
Ook die psalm 91, met zijn grote woorden.
Waarvan je misschien dacht dat het niet realistisch was,
waarvan je het gevoel had dat die het lijden negeerde,
een psalm die je boos maakte, omdat hij voorbij leek te gaan
aan alle ellende die er is.
Maar aan de dienende engelen zie je dat God heus wel doet wat hij zegt.

En kijk dan nog eens naar vers 13.
Leeuw en adder zul je vertrappen.
roofdier en slang vermorzelen.
Dat is dus waarom Jezus zijn lijdensweg begonnen is.
Om te winnen van de slang, die rondgaat als een brullende leeuw.
Om te winnen van dood en verderf, van griep tot ebola.
Om de verschikking van de nacht, zelf, onder ogen te zien.
En door de hel te gaan.
Om aan het kruis te gaan, te vallen,
met iemand aan zijn linker en rechter hand.
Maar open je ogen, en zie hoe het kwaad gestraft wordt.
Door Jezus, een onschuldig Lam.
Die op deze manier de kop van de slang vermorzelt.

Zo maakt God die laatste verzen waar.
Ik zal bevrijden wie me liefheeft.
en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is.
Roep je mij aan, ik geef antwoord,
in de nood zal ik bij je zijn.
ik zal je bevrijden
Ja God zegt zelfs: ik zal je met roem overladen.
en je overvloed geven van dagen.

Jezus begint zijn lijdensweg.
Echt niet emotieloos, maar wel nuchter ziet hij het onder ogen.
dan slaat hij zijn ogen op en zegt: Uw wil geschiede.
En dan kijkt hij jou aan: Ikzelf zal je redding zijn.

Amen


online delen:

tag vasten gevoel en verstand twijfel somberheid theodicee afhankelijkheid schuld

Meer preken uit Mattheüs