Votum en Groet Ps 100:1 en 2 (vertaling GK) Gebed L: Ezek 34:1-31 Ps 80:1 (vert. GK) L: Joh 10:1-21 Preek over Joh 10:16 GK 59:1-4 (Ik ben de goede herder) Als belijdenis: Opw 167 (samen in de naam van Jezus) Collecte Ps 133:1-3 (vert. LvK) Zegen

Tekts: vers 16
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen.
Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren:
dan zal er één kudde zijn, met één herder.

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

1) Het gaat over een schaapskooi.
En je kan natuurlijk niet in Heerde of Epe wonen,
en de schaapskooi niet kennen.

Hoeveel schaapskooien heeft Jezus eigenlijk?
En hoe zagen ze er in Jezus tijd uit?
Daar heb ik helaas geen plaatje van,
Maar de schaapskooien uit de tijd van de bijbel zijn vrij simpel.
Het is een eenvoudige muur om een open ruimte,
geen dak, maar wel een afgeschermde plek. Daar is het veilig.

Nouja, een dief kan er overheen klimmen,
degene die niet door de deur binnenkomt,
heeft vast geen zuivere bedoeling.
Maar zo’n schaapskooi is een plek waar de herder zijn schappen kan laten,
om ze bijvoorbeeld de volgende dag verder te weiden.

Nu is het mogelijk dat Jezus deze woorden uitspreek in de tempel.
En het griekse woord voor schaapskooi,
is namelijk hetzelfde als dat voor voorhof.
De tempel in Jerusalem had meerdere voorhoven.
Dat was dan ook een open ruimte. Zonder dak.
Maar een afgeschermde plek, bij God. Daar is het veilig.

Hier zie je een afbeelding van hoe de tempel eruit gezien kan hebben.
Die grote kubus, is het heilige, het centrum.
Daarom heen zijn meerdere voorhoven.
Als je Griek was, dan mocht je komen tot in de voorhof van de heidenen.
Dat is de grote buitenste rand, een groot oppervlakte.
Voor de vrouwen was ook een eigen hof.
Als je een Joodse man was, mocht je een poort verder,
een stapje dichterbij God. De voorhof van Israel.
En de priesters mochten nog een voorhof dichterbij.
Vroeger mocht niet zomaar iedereen zo dicht bij het heilige komen.

Als Jezus het heeft over een schaapskooi, in de voorhof,
dan snap je misschien wat hij bedoelt.
Jezus praat tegen Joden, tegen de mensen die God had uitgekozen,
een heel letterlijk zagen ze in de tempel
de scheidsmuur tussen Joden en Grieken.
Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen
Want God heeft niet Abraham uitverkoren,
om alleen zijn kinderen te zegenen.
Nee, Hij wil juist in hem de hele wereld zegenen.
God heeft alle mensen op het oog.
Daarom was die voorhof voor de heidenen er ook,
Maar Jezus zegt: Het is nodig dat ik ook hen ga hoeden,
ook zij moeten luisteren naar mijn stem,
en dan horen ze er helemaal bij:
Één kudde, één herder.
Geen scheidsmuur meer.

En daar zit je dan, op een zondagmiddag.
Heidenen die we zijn.
We zijn geen Joden, en toch volg je de herder.
We komen niet uit het geslacht van Aaron,
toch mag je priester zijn en heb je vrije toegang tot het heilige,
zomaar, mogen we dichtbij komen, zonder dat we bang hoeven zijn.

Wat is er veel gebeurt, Wat is er veel verandert.
Een kudde van Joden en niet–joden samen.
Paulus beschrijft het zo.
Ik lees Efeze 2:11–15, uit de Bijbel in gewone taal:

11 Jullie hoorden vroeger niet bij het volk van God. Vergeet dat niet!
Door Joden werden jullie ‘onbesneden ongelovigen’ genoemd.
Joden zijn er trots op dat hun lichaam besneden is.
Maar ze vergissen zich als ze denken dat dat belangrijk is.
12 Vroeger kenden jullie Christus niet,
en jullie hoorden ook niet bij het volk van Israël.
Dus de beloftes van God aan Israël waren niet voor jullie.
Jullie leefden in een wereld zonder hoop en zonder God.
13 Jullie waren vreemdelingen. Maar nu geloven jullie in Jezus Christus.
Nu horen jullie bij Gods volk, doordat Christus voor jullie gestorven is.
14–15 Christus heeft vrede gebracht tussen Joden en niet–Joden.
Hij heeft één volk van ons gemaakt. Wij waren elkaars vijanden,
maar Christus heeft ons bij elkaar gebracht. Hij is voor ons gestorven.
Daardoor zijn de Joodse wetten en regels niet langer nodig om gered te worden.
Christus heeft van ons één volk gemaakt, een nieuw volk van christenen.
Nu is er vrede tussen Joden en niet–Joden.

In dit laatste stukje hebben we
– hoe prettig de taal van deze nieuwe vertaling ook is –
wel een andere vertalingen nodig voor wat achtergrond.
De Nieuwe Bijbelvertaling, toch ook best gewone taal,
heeft het namelijk over de muur van vijandschap
die Jezus heeft afgebroken.
Als je als Griek door zou lopen naar de voorhof van Israel,
kon je de doodstraf krijgen. Een muur, die scheiding maakt.
En dan zit je precies in het beeld van Johannes.
Die de voorhof van de heidenen afsplitste van de voorhof van Israel.
Die de schaapskooien uit elkaar houdt, de kudde splitst.

En dat kan niet. Kijk maar precies naar wat Jezus zegt.
Ik heb (nu dus) ook nog andere schapen.
Jezus had jou toen al op het oog.
Wilde je toen al erbij hebben.
Sterker nog, Hij bezat ons al, Hij zorgde toen al.


2) Andere schapen van een andere kooi dus.
Misschien krijg je er het idee van dat je uit allerlei kuddes,
kunt halen wat je prettig vind.
Jezus heeft hier een groepje mensen, en daar.
En Ja, ze geloven wel allemaal in hem,
maar je zoekt het smaakje op dat bij je past.

We leven in het tijd is dat het OK om te vinden wat je wil.
Ik vind wat ik vind, en jij wat jij vind,
Hindoe of Jood, maakt niet uit.
Als we elkaar niet teveel lastig vallen kunnen we prima leven.
Jezus’ beeld van andere schaapskooien zou je daar,
ten onrechte in kunnen bevestigen.
Het past namlijk niet bij het beeld van de éne kudde.
We zijn niet los, het is niet ieder voor zich.
Als je denkt het zonder een ander te kunnen,
raak je misschien wel het zicht op de Herder zelf kwijt,
want wat Jezus wil is dit: één herder, één kudde.

In reactie kun je denken dat we dus allemaal precies hetzelfde moeten zijn.
Eenheid slaat dan door in eenheidsworst. Dat is ook niet bedoeling.
Want niet elk schaap eet hetzelfde hapje.
De Herder weet wat iedereen persoonlijk nodig heeft.
Niet elk schaap staat op precies dezelfde plek,
of loopt precies dezelfde route,
Het is een open veld waar ze lopen.
En ja, dan zijn er gevaarlijke plekken,
en als je niet oppast kun je verongelukken,
maar er staat geen permanent hek om de kudde.
Geen keurslijf, geen leiband.
Soms lopen ze door elkaar en staan de neuzen niet dezelfde kant op.
Als ze maar dicht bij de herder blijven, dan komt het toch goed.

Dit is voor mensen, kerken, een lastige balans.
De ander de ruimte laten, zonder onverschillig te zijn.
De ander erbij houden, zonder mijn vooroordelen op de ander te plakken.
Vrij laten, zonder los te laten,
Maar ook samenbinden, zonder vast te binden.

Dit is voor mensen een moeilijke balans, ook in de samenleving.
Je ziet eigenlijk hetzelfde in Parijs.
De cartonisten zeggen wat ze willen, tekenen wat ze willen,
In feite zeggen ze, echt niet alleen tegen moslims,
maar dat iedereen die in een God gelooft dom is.
Ze kwetsen wie ze willen. En vinden dat ze er recht op hebben.
Ze willen daarin vrij gelaten worden,
los van de gevolgen, kunnen zeggen wat ze willen.

Een aantal extremisten kan er niet mee omgaan.
zij willen hun gelijk het liefst aan iedereen opleggen.
En met geweld leggen ze hun wil op.
En willen ons, overlevenden, bangmaken,
in de hoop dat we inbinden.

Wat ben ik dan dankbaar dat we in een vrij land leven,
waar vrij christen kunnen zijn.
Waar we zonder anderen te beledigen,
en zonder anderen onze wil op te leggen mogen zeggen:
dat alleen Jezus de toegang is tot God.

Maar voel je nu ook de spanning?
Want zo exclusief is het dus wel.
Jezus zegt, alleen ik ben de deur. De enige toegang.
Er bestaat geen sluiproute naar de kudde,
geen shortcut naar de hemel,
Denk je er anders over, zegt Jezus,
dan hoor je niet bij de kudde, maar ben je een insluiper.
En dan zie je het bij de omstanders, en misschien voel je het bij jezelf.
Er ontstaat weerstand en verdeeldheid.
De Farizeeen, zeggen, net als de franse cartonisten: Hij is gek.
En het is irritant.

Maar wat is het alternatief?
Je verdwaald gewoon in je eigen gedachten;
als je denkt het zelfbedachte recht te hebben
zomaar te kunnen kwetsen wat je wil.
En je bent net zo goed de weg kwijt,
als je mensen executeert om je gelijk te halen.
Maar dat gold dus ook voor Joden, die Jezus niet accepteerde.
En voor Grieken die het verhaal van Jezus maar dwaas vinden,
en voor Hollanders, die zo trots zijn op hun tolerante land.
waar trouwens niet zoveel van over meer is…

Vrij laten zonder los te laten,
en samenbinden, zonder vast te binden.
Dat is moeilijk.
Daarom zegt Jezus:
Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren

Het is nodig dat ik ze hoed.
En het is nodig dat ze luisteren, maar eerst moet ik ze voorgaan.
Dat is wat hoeden is, Jezus gaat voorop. Hij zegt:
De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef,
om het ook weer terug te nemen.
Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf.

Dat is nog eens vrijheid. Ongedwongen vrijheid.
Jezus die zichzelf geeft.
Precies het omgekeerde van de huurling.
Die steelt en slacht.
Maar Jezus geeft en laat zich slachten.
Dat is nog eens voorgaan, onnavolgbaar leiding geven.
Dit is precies wat de scheidsmuur tussen de verschillende schaapskooien,
de voorhof van Joden en Grieken, heeft weggehaald.
Jezus die in 3 dagen de tempel afbreekt, en opnieuw opbouwt,
maar dan zonder scheidsmuur. Want: Één Herder, één kudde.


3) God noemde zich vroeger al de Herder van Israel.
In het Oude Testament kom je dit beeld vaak tegen.
Psalmen waar we vanmiddag uit zingen,
En ook wat we in Ezechiel hebben gelezen.
Herders en schapen, het is een beeld wat je vaak tegenkomt.
En God is een herder die samenvoegt.

In Ezechiel gooit God de slechte herders eruit.
Alleen Hij zelf kan het echt goed doen.
Dit zegt God, de HEER: Ik zal zelf naar mijn schapen omzien
en zelf voor ze zorgen.
12 Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat
als zijn dieren verstrooid zijn geraakt,
zo zal ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden,
uit alle plaatsen waarheen ze zijn verdreven
op een dag van dreigende, donkere wolken.

Schapen die loslopen, God brengt ze samen.
En verderop heet de Herder: mijn dienaar David
Ezechiel schreef ver nadat David leefde,
hij verlangde dus naar een goede Herder, in de lijn van David,
die het verdwaalde schaap op zou zoeken.

God zegt: Ik zal die herder zijn.
En God zegt: mijn dienaar zal die herder zijn.
Ik, de HEER, zal hun God zijn, en mijn dienaar David hun vorst.
Ik, de HEER, heb gesproken.

Hier zie je het heel dicht bij elkaar komen.
God, die koning en herder in één is.
Jezus, die zegt, Ik ben de goede herder.
Ik ben het. Ik ben die ik ben; de goede herder.
Koning en dienaar tegelijk.

Maar het verhaal van Ezechiel houdt ons wel een spiegel voor.
Want het zijn niet echt makke schapen waar we mee te maken hebben.

Hoe gedraag jij je in de kudde?
Ben jij een vet schaap met een grote mond.
Sta je vooraan, dring je voor?
Pak je waar jij behoefte aan hebt,
en duw je daarmee een ander weg?

Of voel jij je juist achtergesteld, weggeduwd.
Pakken anderen van je af, wat jij nodig hebt.
Als dat te lang gebeurt, dan zijn er schapen die vermageren,
misschien wel achterblijven.
Troost je dan, dat de goede herder zal ingrijpen.

Maar dit is een oproep voor iedereen.
Kijk eens rond. Mis je nu ook mensen?
Kan iedereen meekomen, of blijven er mensen achter?
Zijn wij echt één kudde?
Ik verlang daar naar, ik geloof de Jezus ons daartoe roept.
Één herder, één Kudde. Maar krijgen we iedereen mee?

Ik vind dit best heftige vragen.
Als je in de kerkeraad zit, heb je een herderlijke rol.
Maar verwacht van een ouderling of diaken, geen bovenmenselijke dingen.
Er is namelijk maar Één echt goede herder.
Jezus is echt de enige, het gaat echt via hem.
Slechte herders die stuurt God gewoon de laan uit.
Maar schapen, dat zijn wij allemaal,
Dus iedereen, ik en jij, kan voordringen, de ander opzij drukken,
iedereen moet daarvoor oppassen. En naar de ander omzien.
En dan is het goed om elkaar in de ogen te kijken;
Geliefde broeder en zuster, heb je genoeg in de gaten?
Vertrap ik je eten niet? Vervuil ik je drinken niet?

Dan is het nodig dat Jezus voorop gaat, en dat we naar hem luisteren.
En hij zegt: ik alleen, ik ben de goede herder.
Blijf dicht bij mij.
Dan vallen muren die scheiden weg.
Dan zie je hoe ik samenbindend ben, zonder dat het vastgebonden knelt.
En leer je hoe het is om vrij te zijn, zonder ooit losgelaten te worden.

Amen


online delen:

tag eenheid diversiteit kerk volken

Meer preken uit Johannes