Votum en groet Ps 136:1,4,5,6,20,21 Gebed L: Jak 1:1-18 Preek over Jak 1:16 en 17 Opw 687 (Heer wijs mij uw weg) Geloofsbelijdenis met GK 141:1-3 Gebed Collecte GK 172:1-3 (Wij zingen God ter ere)

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Heeft u van het weekend ook zo genoten van het lekkere weer?
Dat was goed he? Nog even het zonnetje erbij,
en zo mooi ook, met die herfstkleueren.
Dan maak je volgens mij ook helemaal mee wat Jakobus zegt:
elke goede gave, elk volmaakt geschenk;
al het goede komt van boven.
Of als straks de winter eraan komt en het ‘s nachts helder is.
Kijk dan eens naar de sterren. Wat heerlijk is dat.
Ik krijg dan vaak een beetje een trots gevoel.
Mijn Vader heeft dat gemaakt. Zo groot, zo gaaf. Wow.
Vader van de hemellichten, noemt Jakobus hem.
Zoals wij misschien binnenkort de kerstboom optuigen,
met kleine kerstlichtjes.
zo heeft God het onmetelijk heelal volgehangen met sterren.
Het is haast imponerend, zo groot als ze zijn,
en hoe ondenkbaar groot de afstanden zijn tussen die reusachtige sterren.
Maar als je dan bedenkt; God die dat allemaal gemaakt heeft,
hij kijkt ook om naar mij. Die grote sterke God, Hij staat aan onze kant.
Nou, wat kan er dan nog misgaan?
Soms heb je dat gevoel. Dat het leven gewoon lekker gaat.
Vakantie gehad, de zomer achter de rug. Genieten van elkaars gezelschap.
Prachtige landschappen, lekker eten en drinken.
Genieten van bomen, bloemetjes en bijtjes.
Dan is dankdag, eigenlijk wel fijn, en ook makkelijk.
Want dan ervaar je dat elke goede gave, elk volmaakt geschenk;
dat al het goede van boven komt.


Maar wat een beproeving kan dat zijn om dat te zeggen.
Want ik weet niet waar U met biddag om heeft gevraagd,
maar je krijgt niet altijd waar je om vraagt.

Als je oud of ziek bent, en het valt je zwaar.
– U weet hoe het was om mobiel te zijn,
maar u wordt steeds meer afhankelijk van een rollator
van anderen, en hebt hulp nodig bij het aankleden…
– Of je ziet het bij je ouders,
vroeger een scherp verstand maar je ziet ze wegglijden.
– En wat een beproeving kan het zijn, om te zeggen
dat al het goede van boven komt, als jij gehandicapt bent,
En wat voor anderen heel gewoon is, niet kan.

Als je weet hoe het was om werk te hebben,
de voldoening om aan de slag te zijn.
Maar je bent nu werkloos en het kost moeite
het hoofd boven water te houden.

We vieren vanavond dankdag. Danken, in deze gebroken wereld.
We willen danken voor gewas en arbeid,
terwijl gewas en arbeid bepaald niet eerlijk zijn verdeeld.
Danken voor gezondheid als het op het journaal gaat over ebola.
Danken voor groei en leven in de wereld van dood;
Danken voor vrede, terwijl ISIS slachtoffers blijft maken.
Danken voor gezondheid terwijl de vluchtelingenkampen
te weinig schoon water hebben en mensen er ziek worden.
Het lijkt zo tegenstrijdig. Dankdag.

Het begin van de preek voelt dan haast oppervlakkig.
Een beetje praten over het weer, over een heldere winternacht,
en dan heel trots zeggen: wat kan er mis gaan?
Nou er kan een heleboel misgaan.
En de vragen komen dan op je af:
Heeft God het wel in de hand, is er wel een plan?
want het voelt zo willekeurig.

[pauze]

Jakobus zegt aan het begin dat je blij moet zijn met beproeving.
Het is nu goed om te zeggen, dat Jakobus niet bedoelt
dat je blij moet worden van alles wat zo kapot is.
Je moet niet blij zijn met de dood, dat is God ook niet.
Het is ook niet Jakobus’ bedoeling om met een soort trots of
met teveel zelfvertrouwen het kwaad maar weg te lachen.

Alles wat gebroken is, kapot,
en wat een enorme aanvechting voor je geloof kan betekenen;
God weet het soms op een wonderlijke manier te gebruiken,
zodat je er sterker uitkomt.
Maar ook als je er aan onderdoor gaat,
als je vergaat als een bloem in het veld,
of wijsheid tekort hebt, ook dan is God er voor je.
Jakobus wil dat je God leert kennen als Vader,
en die vraag je zonder dat je bang voor hem bent of aan hm twijfelt.
En Vader geeft je wijsheid, zonder voorbehoud,
en hij neemt het ons niet kwalijk dat dat nodig hebben.
geen verwijten.

Dit is een onderwerp waar je wijsheid bij nodig hebt.
Dat merk je in de verlegenheid die we vaak voelen,
als je wil meeleven met iemand die iets zwaars meemaakt.
Je wil wijzen op troost, zonder aan het verdriet onrecht te doen.
Je wil niet met te makkelijke of te snelle antwoorden komen.
Het is ook lastig om mee te leven.
Kijk maar naar de vrienden van Job. Zo lang ze meeleven
door stil te zijn, 7 dagen lang, gaat het goed.
Want soms zijn er gewoon geen woorden voor.
Maar op het moment dat ze proberen het te snappen, en zoeken
naar woorden voor het onbegrijpelijke - op het moment dat er nut,
of oorzaak, of doel, aan kwaad wordt aangewezen,
zeggen de vrienden van Job verkeerde dingen over God.

Want, dit is nu precies zo’n onderwerp waarbij je inzicht nodig hebt.
Wijsheid, met zicht op Vader die geeft.
Want zo makkelijk zien we alleen maar het verdorde gras,
de afgevalen bloem.
Juist in deze doorgedraaide wereld,
juist op deze dankdag moeten we tegen elkaar zeggen:
elke goede gave, elk volmaakt geschenk komt van boven, komt van Vader.
Maar wat een beproeving kan dat zijn om dat te zeggen.


Daarom zegt Jakobus met klem:
wat slecht is komt niet van van God.
Hij legt hier veel nadruk op, vergis je niet.
Wat bij God vandaan komt is onveranderlijk goed.

We hebben het best over een zwaar onderwerp.
Het kwaad; en eigenlijk is het ook een raadsel dat het bestaat.
Want we geloven dat God machtig is. En dat God goed is.
Je zou denken dat er dan helemaal geen ruimte is voor het kwaad…

Mensen gaan meestal op twee manieren met dit raadsel om.
En ik denk dat dit twee beproevingen zijn,
waar wij vandaag mee te maken hebben.
Juist als je op dankdag voelt dat danken lastig is,
als je vooral het goede mist, dan voel je vragen:
Kan God het wel, en Wil God het wel?

En veel mensen vragen zich bij rampen af:
Als God zo machtig is, waarom kon hij dit of dat niet voorkomen?
En sommigen trekken dan de conclusie:
misschien wil God wel, maar het kwaad is hem te sterk.
En als je al blijft geloven dat God bestaat,
hou je niet meer over dan een wat lievige maar machteloze God,
die wel meelijdt, maar niet echt meer kan.
Ach, hij zou wel willen, maar God kan het niet.

Er is een ook andere oplossing,
en die legt wat slecht is, dicht bij God.
Alsof het is opgenomen in God zelf.
Je ziet deze oplossing ook in veel oosterse godsdiensten.
‘God’ is dan samengesteld uit Yin en Yang.
Ze zeggen dat Goed en Kwaad,
als je maar lang genoeg doordenkt,
eigenlijk hetzelfde is, en dat je het maar moet accepteren…

Maar Jakobus zegt juist:
Bij de Vader van de hemellichten, is geen verduistering.
Of zoals Johannes het zegt: God is licht,
er is in hem geen spoor van duisternis.
God is niet samengesteld uit twee helften, Goed en Kwaad
Nee God is onverdeeld goed.

Toch proberen ook wij vaak het kwaad goed te praten.
Want wordt ellende niet dragelijker, als het ergens goed voor is?
Van de dood, die een vijand is, niet door God gewild, zeggen we soms:
het is maar beter zo. Het is een doorgang naar het leven.
En dat klopt natuurlijk wel, maar we moeten het niet verheerlijken.
Dan gaan wij bedenken wat het nut is. Dat het ergens goed voor is.
Alsof het minder erg wordt, als het ergens goed voor is…
Maar Ebola is niet ergens goed voor.
De vluchtelingen stroom dient geen hoger doel.
En er bestaat iets als zinloos geweld.

In vers 3 en 4 zegt Jakobus dat beproeving de kwaliteit van je geloof test.
Of met een ander bijbels beeld:
als vuur in een smeltoven die de echtheid van goud test.
Vergelijk dat maar met een eland-test:
Een test voor auto’s om te kijken hoe stabiel het nieuwe model is.
Dit is een bijbelse beeld,
maar het kan onbedoelt een slecht effect hebben op je Beeld van God.
Maar zo wordt hij degene die beproeft en je onder vuur neemt
is hij degene die op een afstandje kijkt of je standhoudt,
of dat je geloof omkiepert, als in een eland-test?
Om dat te voorkomen zegt Jakobus heel stellig in vs 13:
Je moet niet beweren dat verleiding van God komt.
God stelt niemand aan verleiding bloot.
God is geen sadist die op mensen experimenteert.
En Kwaad komt al helemaal niet bij hem vandaan.

Je ziet dat God juist onverdeeld goed is, in vers 12.
Gelukkig is de mens die in de beproeving staande blijft.
(Ja, een proef kan het zijn.)
Want wie de proef doorstaat, ontvangt als lauwerkrans het leven
– Maar dat hoeft niet op eigen kracht.
Want Jakobus zegt niet dat je de prijs krijgt, omdat je de proef doorstaat.
Maar omdat God het heeft beloofd aan iedereen die hem liefheeft.
God is onverdeeld goed, Hij is niet op afstand maar hij is erbij.
Hij staat aan jou kant. En hij is stabiel, niet willekeurig
Maar uit 1 stuk: goed.

Alleen alles wat Goed is komt vanboven
al is het soms een hele beproeving om dat te zeggen.
Maar wat slecht is, komt echt niet van God.


Twijfel daarom niet aan wat hij kan en wil.
Want als je God als gevende Vader hebt leren kennen,
dan kun je eigenlijk altijd dankdag vieren.

En dat is niet om alle beproeving vandaag maar te negeren,
Te doen alsof er niets aan de hand is.
Nee, dat doet God ook niet.
Kijk naar Jezus.

Als zijn goede vriend Lazarus sterft,
zegt hij niet: nou dat gaan we even goed maken,
terwijl hij over het verdriet heenwalst.
Nee, hij neemt de tijd om te huilen bij zijn graf.
Jezus laat zijn tranen ook zien aan de mensen.
De omstanders zien dan:
Oh, hij moet wel veel van Lazarus gehouden hebben.
Dat is Jezus.
Die daar de tijd voor neemt,
maar daar blijft het niet bij.

Hij roept: Lazarus, kom eruit.
Hoezo, machteloos? Jezus is sterker dan de dood.
En ook wij worden geroepen, zegt Jakobus.
Vs 18 door de verkondiging van de waarheid worden ook wij tot leven geroepen.
En ook wij moeten dan ons graf verlaten, Kom eruit!
weg bij de geur van dood en verderf.

Als je het lastig vind om te danken,
dan geeft Jakobus je een gek advies.
Vers 9 Laat de onaanzienlijke gelovige trots zijn op zijn hoge waarde,
en de rijke op zijn nederige staat.

Het is een soort omdraaiing.
En het lijkt net of je blij moet zijn met wat je niet hebt.
Maar het gekke is, dat we dan allemaal voor God staan,
met lege handen en helemaal afhankelijk.
Maar met lege handen voel je misschien wel beter wat danken is.
Als je arm bent, is dat een beproeft geloof.
Maar als je rijk bent, vergeet dan niet hoe kwetsbaar we zijn.
Breekbaar, en brandbaar als verdroogd gras in de zomer.
Zo kun je je geloof onderzoeken, testen, beproeven,
en laat de vragen maar even door je heen gaan.
Geloof ik dat God echt alles kan?
Geloof ik echt dat God het goede wil?

Als je slaagt voor deze test, daar wordt je sterker van.
Dat is de blijheid die Jakobus in vers 3 bedoelt.
Zo laat je vertrouwen in God groeien.

Twijfel daarom niet aan wat God kan en wil.
Weet dat wat slecht is, niet van God komt,
– en ook al is dat een hele beproeving -
dan zie je dat al het goede van boven komt.

Amen


online delen:

tag danken theodicee zinloos

Meer preken uit Jakobus