Votum en zegengroet Psalm 122:1 en 3 Gebed L: Deut 29:15-28 Ps 6:1-3 T: Hos 11 Preek Amenlied: Ps 29:1,2 Gebed Gel.Bel met Gz 161 Collecte GK 174 Zegen

Geliefde gemeente van onze here Jezus.

Je kan een kind wel uit de oorlog halen,
maar hoe haal je de oorlog uit het kind?
Dat is de vraag die stichting Warchild je stelt.
Want, wat een grote impact heeft het,
als je opgroeit tussen dood en verderf.
En niet weet wat een veilige omgeving is
waar je mag leren, met vallen en opstaan.

Voor het leven beschadigd, als een kind ziet hoe ouders worden vermoord.
of gedwongen wordt zelf mee te doen in een strijd die niet de zijne is.
Kindsoldaten die geestelijk worden misbruikt of verslaafd gemaakt,
om oorlog te voeren voor hun generaals, die zelf buiten schot blijven.
En het ergste is misschien nog wel:
die kinderen weten niet beter, en kunnen niet anders.


We hebben Deuteronomium gelezen, waar God aan Israel
de dreiging van ballingschap voorhoudt.
En ook Hosea, een profetie vlak voordat God die dreiging waarmaakt.
En als ik die woorden op me laat inwerken; ik vind het nogal heftig.
De heilige God, die zo woest, zo razend is op Israel,
dat hij het wegstuurt.
Dit is een belangrijke lijn door de bijbel:

Een volk, dat uit Egypte bevrijd is. God brengt het naar een goed land.
Maar daar kunnen ze niet blijven.
Hosea noemt het: Een volk dat zich vastbijt in ontrouw.
En daarom worden ze uit het beloofde land gegooid.
Het is alsof het paradijsverhaal opnieuw verteld wordt.
Weggestuurd uit het paradijs. Jullie horen daar niet.
Jullie zijn daar niet thuis. Ga weg!

God dreigt, en doet wat hij heeft beloofd.
Maar daar blijft het niet bij.
Hij is niet de koude uitvoerder; God heeft het er moeilijk mee.
Het gaat hem aan het hart.
Wat ik bij de profeet Hosea zie, lijkt op het motto van Warchild.
Je kan een kind uit de oorlog halen,
maar hoe haal je de oorlog uit het kind?
Hoe zorg je voor een kind dat ’s nachts nog wakkerwordt met nachtmerries;
dat nog steeds de neiging heeft te vechten; het verkeerde te doen?

Wat moet ik met je beginnen Efraim? Zucht God
De Heer haalde het volk uit Egypte, maar hoe krijg je Egypte uit het volk?
Israel is wel vrijgemaakt van Egypte, Die plaats waar ze slaaf waren.
En zo ben ook ik bevrijd van de zonde,
maar toch, de zonde zit nog heel diep in mij.
Ik heb nog steeds de neiging om het verkeerde te kiezen.
Egypte, het slavenhuis, zit er nog diep in.
Hoe gaat dat eruit? Hoe kan het, dat God met ons blijft omgaan?

Deze middag wil ik met u stilstaan bij deze profetie van Hosea.
Wat u en ik voelen als we aan kindsoldaten denken,
iets van die diepe emotie heeft God, met Efraim.
maar het is meer dan de machteloze frustratie.
Want God is niet machteloos of gefrustreerd.
Hij is God, en geen mens.

En dat is soms wel goed om te beseffen:
God is zo totaal anders dan ik ben.
Er is een oneindige afstand tussen de Heilige en mij.
Soms komt het dichtbij; kun je de heiligheid haast proeven.
Bijvoorbeeld als je Avondmaal viert:
In eten en drinken, dat wat je elke dag doet,
ervaar je hoe heerlijk het is om bij God te zijn.
Maar als ik morgen weer de mist in ga,
en erachter kom dat ik eigenlijk weer bij God weggelopen ben.
Als je ondanks goede voornemens toch het gevecht verliest.
En dat terwijl God het voer nog wel voorhield; brood uit de hemel.
En dan voel je die oneindige afstand weer, de hemel zo verweg.

Ik bedoel dit niet gelaten, zo van, we zijn zondig, niets aan te doen.
En ik bedoel ook niet zo vanzelfsprekend:
Ja, ik weet wel dat we verkeerd doen.
Nee, ik bedoel die langzame en vaak pijnlijke bewustwording:
dat je schrikt, ben ik er zo erg aan toe? Wat zit het diep…

Ik wil wel graag op Jezus lijken,
maar kom erachter dat ik echt de verkeerde reflexen heb.
Ik ben niet zoals hij. En aan alles merk ik:
Ik kom niet uit het beloofde land. Ik ben er niet thuis.
God is zo totaal anders; hoe kunnen wij nou bij elkaar horen?
Er lijkt een oneindige afstand tussen de Heilige en mij.

Dit maakt het verhaal van Efraim, ons verhaal.
Maar als je erachter komt: ik ben zondiger dan ik dacht;
Laat dat dan altijd gelijk–op lopen met de ontdekking:
God is genadiger dan ik dacht.
Daarom heeft God de moeite genoemen, om met de geschiedenis van Israel
het verhaal van alle mensen te vertellen.


Hosea leefde in de tijd dat o.a. Achaz en Hizkia
koning waren in Jeruzalem. Het was een bizarre tijd.
(Wie wil, kan dit nalezen in bijvoorbeeld 2 Kon 15–17)
Wat vroeger het grote koninkrijk van David en Salomo was, is verscheurd.
Twee delen: Juda, en het andere deel dat Israel of Efraim werd genoemd.
Israel is al een tijd verdwaald. Ze dienen afgoden,
en ze proberen zonder God, zonder Jeruzalem te leven.
Ook politiek is het een ingewikkelde tijd,
er zijn staatsgrepen, koningen worden vermoord,
politieke verbonden worden verbroken.

Efraïm probeert zelfs oorlog met Juda te voeren.
Gods volk, verscheurd en verdeeld, dat is al erg, maar oorlog?!
Samen met de koning van Damascus trekt Efraim op tegen Jeruzalem.
Koning Achaz van Jeruzalem roept dan hulp in van Assyrie,
hij geeft het een grote zak geld, met schatten uit de tempel nog wel,
maar het helpt. Vanuit Assyrië komt een leger, en verwoest Damascus,
de aanval op Jeruzalem wordt afgebroken.
Israel wordt opgeslokt door Assyrie; eigen koning weg, hoge belasting,
en zelf niet zoveel macht meer. Maar als de nieuwe onderkoning van Efraim
probeert daar onderuit te komen, door in het geheim een verbondje met
Egypte te sluiten, wordt ook Israel verwoest. Samaria valt: ballingschap.

Was er onder de ballingen iemand
die zich nog de woorden van de profeet Hosea herinnerde:
Zou Assyrie niet over hen heersen, nu zij weigeren naar mij te luisteren?Het zwaard zal huishouden in hun steden en hun orakelpriesters neerhouwenom alles wat ze hebben uitgebroed.


En dit gebeurt dus ook. God doet wat hij belooft.
Dit zie je al in wat we in Deuteronomium hebben gelezen:
Mozes kondigt daar aan dat als Israelieten andere goden gaan dienen
dat ze dan te maken krijgen met de vloek van God. vers 27:
Zo kwaad, zo woedend, zo razend was de Heer dat hij hen van hun eigen grond heeft gerukt en naar een ander land heeft weggeslingerd.Zover is het nu gekomen

In Hosea 11 laat God in zijn hart kijken.
Want hij straft helemaal niet met plezier. Proef je de frustratie?
Je ziet hier het gedraai van Efraim, de plannetjes die ze hebben uitgebroed.
De staatsgrepen, de corruptie, de moorden, het is een keer genoeg…

God knijpt niet een oogje toe. Natuurlijk niet.
Dat onrecht moet worden rechtgezet.
Dus God doet wat hij belooft en stuurt het weg uit het beloofde land.
Mijn volk bijt zich vast in zijn ontrouw jegens mij.Al roepen ze tot mij, de Allerhoogste, ik zal hun lot niet verlichten.

Maar dat is niet alles. Straf lost het niet op.
Proef je de frustratie? Er spreekt zoveel liefde uit deze woorden:
Als een vader die zijn kind leert lopen, zo was God voor Efraim.
Hij nam het op de arm.

Als je een foto zou terugzien van toen je nog een dreumes was,
bij je vader op de arm, of op schoot, of op de nek,
dan smelt je toch gewoon een beetje?
Hoe heerlijk is dat om te zien!
Maar Efraim niet hoor. Hij is er koud onder.
Herkent Vader niet eens op de foto.
Maar zij beseften niet dat ík het was die hen verzorgde.
En wat is Vader gekwetst, getergd. Wat zou hij doen?

Als je een rapport moet schrijven, en het lukt voor geen meter,
dan gooi je alles weg, en begin je opnieuw.
In huis is iets kapot gegaan, je probeert het te repareren,
maar dat lukt niet. Wat doe je dan?
Je gooit het weg, en koopt een nieuwe.
Kijk, wij zitten zo in elkaar.
Een kind dat ontevreden is over een tekening verkreukelt het.
Stel je voor dat God dat met deze wereld zou doen.
Sorry, deze mensen zijn mislukt. Ze willen niet naar me luisteren.
en Hosea zegt het scherp: Mijn volk bijt zich vast in ontrouw.
Erger kan haast niet.
Weet je wat ik doe, ik verkreukel het heelal, en begin opnieuw…
Ik zou dat een logische reactie vinden.
Als iets mislukt probeer je toch opnieuw?

Maar God is God, geen mens.
Hij is niet de kantoormedewerker die je in films ziet,
die gefrustreerd z’n buro leeg veegt, en vervolgens ontslag neemt.
Laat maar zitten, ik geef het op.
zo is God niet, want hij is God, geen mens.

Ach Efraïm, hoe zou ik je ooit kunnen prijsgeven?Hoe zou ik je kunnen uitleveren, Israël?Zou ik je prijsgeven als Adma, je laten ondergaan als Seboïm?Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen.Ik zal mijn toorn laten varen en Efraïm niet opnieuw te gronde richten.

Het is alsof God zegt; als ik je nog een keer straf, dat overleef je niet.
Ik hou me in, ik kan je toch niet totaal vernietigen?
Dat had God wel gedaan met de plaatsen Adma en Seboim.
De straf van God is zo heftig, dat deze steden vergeten zijn.
Ik had er nog nooit van gehoord, Adma en Seboim.
Het waren dus steden vlakbij Sodom en Gomorra.
Eens een super–vruchtbare regio
En ook de zonde deed het daar goed…
Daarom stuurde de Heer er 2 engelen heen
om er vuur en zwavel op te laten regenen.
Hel op aarde, maakte God ervan.
En de Dode Zee is zo zout dat er nu nog zo goed als niets leven kan.

In Deuteronomium 29 dreigt God ook Israel daarmee.
Vers 22 zegt God tegen Israel:
Heel de bodem door zwavel en zout vergiftigd, zodat zaaien geen zin meer heeft en er helemaal niets meer wil groeien, net zoals toen de Heer in zijn grote woede Sodom en Gomorra, Adma en Seboim weggevaagd had.

Maar dan laat Hosea ons in Gods hart kijken:
Hoe kan ik met Efraim doen wat ik met Adma heb gedaan;
hoe kan ik het verwoesten, en in vergetelheid laten raken, zoals Seboim?
Ik kan je niet opofferen! Ik wil je niet kwijt.
Mijn hart wordt verscheurd, door barmhartigheid word ik bewogen.
Ik zal mijn toorn laten varen en Efraïm niet opnieuw te gronde richten.

En God doet dan niet, wat hij belooft. En dat is maar goed ook.
De dreiging van Deuteronomium gebeurt maar half.
Ja, straf, en ballingschap. Maar geen verwoesting. Geen hel op aarde.

Dit is niet omdat God een goeierd is, voor wie alles wel ok is.
Nee, het verscheurt hem; Hij gaat eraan kapot.
Het breekt zijn hart, als brood dat gebroken wordt.
En hij vergiet zijn tranen, als wijn in de beker.
Maar het is alleen dan dat het wonder gebeurt.
De heilige, Hij die op zo’n oneindige afstand van ons staat,
die heilige, die in ons midden komt.

Vers 9: Ik zal mijn toorn laten varen en Efraïm niet opnieuw te gronde richten. Want God ben ik, en geen mens, ik ben in jullie midden, ik ben heilig, ik zal niet meer in woede ontsteken.

De heilige komt in ons midden wonen.
Vroeger zou dat mijn dood betekenen.
In het oude testament zie je dat ook vaak,
dat mensen zeggen: Ik heb God gezien, nu zal ik wel sterven.
Maar God zelf, overbrugt de oneindige afstand.
Hij ziet naar ons om. Naar ons, eigenwijze kinderen,
die als Efraim telkens naar alle kanten op weglopen.


God brult als een Leeuw.
Niet van frustratie, maar van macht.
En opeens komen van alle kanten de verdwaalde kinderen.
U, jij. Denk maar over jezelf als schuchter vogeltje.
Verdwaasd schudt het het kopje, en vliegt terug naar Vader.
En zo zitten we hier allemaal;
verbaasd, wat doe ik hier; Hoor ik hier wel?
Eigenlijk ben ik Egyptenaar
oh, en ik wilde eigenlijk naar Assur emigreren.

En die neiging is er nog.
God haalde het volk uit Egypte, maar hoe krijg je Egypte uit het volk?
Van binnen zit de zonde er nog. Maar ik ben geroepen door de heilige
en nu zit ik hier… God verandert mensen.
Zoals Efraim, dat eigewijze kind,
dat niet perongeluk wegliep, verdwaalde zonder dat hij het door had,
maar juist met opzet; dat zich vastbeet in ontrouw.
En als er hoop is voor Efraim, dan ook voor mij, en voor jou.
Want precies dat soort kinderen weet God toch tot zich te trekken.
Hij brult, God verandert mensen.
En dan komen ze weer, en mogen wonen in hun huizen.
God maakt de ballingschap ongedaan;
Hij maakt een kamer voor je klaar.
Want daar kan de Heilige in je midden wonen.

Denk eens na hoe grappig dit beeld eigenlijk is:
Een leeuw brult, en vogels vliegen er naar toe.
Vluchten niet weg, maar vliegen er naar toe.
Het is de wereld op zijn kop!
De heiligheid van God schept geen afstand;
Juist niet. Doordat God God is, en geen mens,
mag je leven, ben je gered, gespaard.
En nog brult God. Hij is daar nog niet klaar mee.
En van alle kanten fladderen de mensen binnen.
Voor verdwaalde kinderen is er tijd.

God brult.
Zo overbrugt hij de oneindige afstand
die er is tussen hem en en ons.
Hij komt over de brug met Jezus
Gods manier waarop hij onze wereld binnenstapt.
Want de heilige wil in je midden wonen.

Hij heeft ons bij elkaar gebracht.
En we zouden elkaar vast niet hebben opgezocht,
en als een verdwaasd vogeltje kijk je misschien rond.
Maar allemaal zijn we getrokken, geroepen,
door de machtige brul van de Leeuw van Juda,
die tegelijk het Lam van God is.

Dat is toch de stem die we hier horen?
Dat is toch wat ons bindt?
Uit onszelf vliegen we alle kanten op.
en kerken scheuren als Efraim en Juda.
Maar daar waar je de roepstem van God hoort,
daar kom je samen.
Dit is de plaats waar God naar je omziet.

Amen


online delen:

tag oordeel heilig anders zonde en vergeving avondmaal Jaarthema BruggenBouwen Assyrie Sodom en Gomorra

Meer preken uit Hosea