Votum en Groet Ps 134:1-2 Gebed T: Rom 14:1-12 GK 70:1-3 Preek Ps 72:6,7,10 GB: DL V art. 1,8,9,15 Gebed Collecte LvK 95:1-3 Zegen

Geliefde gemeente van onze Here Jezus.

1. Je wilt meeleven en elkaar vasthouden.
Want het is zo goed om als gemeente veel op elkaar betrokken te zijn.
Meeleven is goed.
U weet wel dat een gemeente wordt vergeleken met een lichaam.
En als een lid lijdt, lijden alle leden mee.
Als je buikpijn hebt, ben je er soms helemaal naar van.
Als je heel hard je teen stoot, komt er uit je mond,
helemaal de andere kant van je lijf, een kreet.
Zo hoort het dus ook in de gemeente te zijn. Meeleven, mee–lijden.
Maar hoe doe je dat?

Je kan je zorgen maken, over dat gezin
dat je al zo lang niet in de kerk hebt gezien.
Of waarvan de kinderen niet zo trouw naar catechisatie gaan.
Je kunt je zorgen maken, waar is de volharding?
Zullen ze het geloof wel vasthouden? Dit zijn hele diepe vragen.
Want jij doet keihard je best, spant je in en slooft je uit.
Je hebt in, ik weet niet hoeveel commissies gezeten.
Wat kun je je dan alleen voelen in de kerk, al die ijver,
die liefde voor God niet gedeeld lijkt te worden.

Of u bent wat ouder. Niet meer zoveel kracht als vroeger.
Maar u heeft veel voor de kerk mogen betekenen.
Wat kunt U zich dan alleen voelen,
als u ’s middags weer trouw bent gekomen,
maar de zaal nog niet half zo vol is als de morgen.

Of je bent jong. Je hebt iets ontdekt
van hoe mooi het is dat God je accepteert.
Hij heeft je uitgekozen, en je merkt je liefde voor hem groeien.
Daarvan wil je zingen, met liederen die bij je passen.
Maar je voelt dat daar niet altijd ruimte voor is.
Wat kun je je dan alleen voelen.

Je wilt elkaar zo graag vasthouden.
En vanuit je liefde voor God, vanuit je inzet voel je je dan geroepen
om daar iets van te zeggen. Want als we zijn een lichaam,
als je grote teen ontstoken is, heeft het hele lichaam ermee te maken…
Bijna als vanzelf maak je je zorgen om een ander,
die zo vreselijk vooruitstrevend is; en telkens wat nieuws wil.
Moet dat nou? Je vind het een gevaar voor de eenheid.
Of je maakt je juist zorgen over iemand die zo oubollig is;
Die tijd hebben we toch al lang gehad?
Je vind oude gewoontes een gevaar voor de missionaire kracht van de kerk.

Je wilt wel meeleven en elkaar vasthouden.
Maar dat is lastig met allemaal verschillende mensen.
In de kerk hoor je je niet alleen te voelen.
Want het is niet goed dat de mens alleen is.
Juist in deze tijd, waarin het soms ieder voor zich is,
wil je samen optrekken. We zijn toch een lichaam?
Paulus zegt het in vers 7 zo: Niemand van ons leeft voor zichzelf.

Daarom wil ik ook zo graag meeleven.
Ik heb dat zelf nodig, en ik wil dat ook geven.
En ik verlang er zo naar dat we elkaar kunnen vasthouden.

2. Maar dat begint met loslaten.
En dat is tegenstrijdig, confronterend. Toch zegt Paulus het heel stellig:
Wie bent je eigenlijk dat je een oordeel velt over een ander.
In vers 4, en in vers 10 nog een keer.
Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster.
Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster?

Hou je mond even! en bemoei je met je eigen zaken.
Zo scherp zegt Paulus het… Dat is confronterend.
Zeker als je bedenkt dat het toen in Rome,
echt wel om belangrijke dingen ging.

Misschien keek je er een beetje raar tegen aan, toen we in vers 2 lazen:
de een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand met een zwak geloof eet alleen groente.

Probeer je eens voor te stellen: je bent Romein.
Je geloofde vroeger in Jupiter en Mars en Venus.
Goden voor elk deel van het leven.
Wilde je succes in de liefde, bracht je een geit naar de tempel van Venus.
Was je in dienstplicht moest je zorgen dat Mars, de oorlogsgod,
je gunstig gezind was.

Maar dan leer je via een collega of buurman Jezus kennen.
En dat is niet zomaar iemand, dat is een God die zo anders is dan de Goden.
Hij is niet iemand die je kunt afkopen met een offer.
Het is andersom. God koopt jouw schuld af,
Hij brengt zelf een offer. Wow, dat is interessant. Zo anders.

Je wilt er meer van weten.
En je gaat het boek lezen waar je buurman het telkens over heeft:
het boek van de joden. En dan lees je over een volk
dat hij heeft uitgekozen. Israël.
En God zegt tegen dat volk, laat ook maar zien dat je anders bent.
Ik ben anders dan de andere goden,
laten dan ook jullie anders zijn dan de andere volken.
Ik zet je apart met een serie regels, wetten, die echt goed voor je zijn.

Stel je nog steeds voor hè, je loopt rond in Rome, als pas–bekeerde.
In Rome, die wereldstad, met zijn goden voor elk deel van het leven.
Als je actief bent in de politiek,
heb je vergaderingen in tempels voor Jupiter.
Als je werkt in de zeevaart of visserij, zorg dan dat Neptunus niet boos is.
Wil je een stuk vlees kopen,
dan deed je dat van offers die in tempels werden gebracht.
Wil je iets lezen in een bibliotheek,
dan was die gewijd aan Minerva, godin van de wijsheid.
Overal, echt overal, waren goden en godinnen.

Maar je had in de bijbel wel gelezen:
Ik ben de Heer, jullie God, ik ben de enige die er is.
Dus je begint met het loslaten van die andere goden.
Bekeren is loslaten.

Maar hoe ziet dat loslaten eruit? Dat was een vraag die in Rome leefde.
Mag je bijvoorbeeld nog vlees kopen in een tempel?

Er waren mensen die zeiden, nee dat mag niet: Er staat in de bijbel:
Gij zult geen andere Goden dienen.
Dus je hebt niets te zoeken in een tempel van Jupiter.
Dan maar geen vlees, en alleen groente eten.

Anderen zeiden: Die goden die bestaan niet. Dat zijn nietsen.
Je moet het idee loslaten dat het goden zijn, geef ze niet teveel eer.
De bijbel zegt: Wij weten dat er in de hele wereld niet één afgod echt bestaat
en dat er maar één God is.
En dan is de conclusie: Vlees gewijd aan een afgod, aan een niets,
is dus helemaal niet gewijd. Het kan geen kwaad.

Zo had je dus in Rome, voor en tegenstanders.
En beide zeggen: zo staat het in de bijbel.

Dat is vandaag niets anders.
Je wilt meeleven en elkaar vasthouden.
En het is goed om samen terug naar de bijbel te gaan.
Maar voor je het weet ben je elkaar
met bijbelverzen om de oren aan het slaan.
Wat is het dan makkelijk, om niet God aan het Woord te laten,
maar alleen die verzen uit te kiezen die jou goed uitkomen.

Dan komt Paulus tussenbeide:
Wie bent u dat u een oordeel velt over de dienaar van een ander?
Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan.

En even eerder: Aanvaard mensen met een zwak geloof, zonder hun overtuiging te bestrijden.
We willen elkaar zo graag vasthouden, maar dat begint met loslaten.

3. Want we zijn allemaal slaven
Paulus vraagt: Wie ben je eigenlijk?
Waarom heb jij een oordeel over een ander?
Ben je soms rechter? Heb jij de waarheid in pacht?
Weet je soms hoe het zit?
Subtiel heeft Paulus het over de ander,
als een ’dienaar’, maar ook jij bent maar een knecht.
Paulus gebruikt een woord dat de klank heeft van ’huisslaaf’.
We zijn allemaal butlers, en dienstmeiden in het huis van God.
Knechten, van hem die zo anders is: van God.

En juist Hij is degene die rechter is, die gaat beoordelen.
Voor wie we allemaal zullen verschijnen.
Voor wie elke knie zich eens zal buigen.
En alleen zijn Woord is de waarheid.
Ga jij dan niet op zijn stoel zitten. Je bent maar een slaaf.

In onze tijd klinkt dat niet goed. “Jij bent een slaaf.”
Een slaaf is iemand die het bezit is van zijn meester.
De slaaf is eigendom. Onderdeel van de inventaris.
Maar mensen zijn toch mensen, en geen dingen?
Mensen kun je toch niet kopen? Dat is mens–onwaardig.

Maar voor we onszelf gelukkig prijzen over hoe beschaafd we wel niet zijn,
is het goed om niet neer te kijken op het verleden.
En Gods woord als cultuurbepaald buitenspel te zetten.
Alsof vandaag alles zoveel beter is.
We hebben die achterlijke tijd van slavernij achter ons gelaten.
Totdat je erachter komt dat die leuke kleren uit de aanbieding
met kinderarbeid gemaakt zijn.
De onderdrukking van vrouwen komen we steeds meer te boven.
Totdat je de inkomens tussen mannen
en vrouwen met hetzelfde werk vergelijkt.
Rassendiscriminatie, dat is iets van vroeger.
Totdat je merkt dat je je in een stad
tussen buitenlanders toch onveiliger voelt.

En het is inderdaad goed dat er steeds minder slaven zijn.
Uitbuiting is zonde, is een kwaad.
Maar als je een goede meester hebt, is het niet erg om slaaf te zijn.
Het is goed om eigendom te zijn van een goede heer.
Van een Meester die voor je zorgt.

Je agenda, de grootste slavendrijver vandaag, zegt niet tegen je,
denk om je rust; ga niet over je grens heen.
Maar een meester die ziet dat je er even helemaal doorheen zit,
heeft er geen baat bij om zijn slaaf dan maar dood te laten werken.
Het is zijn eigen bezit.
Hij heeft er belang bij dat het goed met de slaaf gaat.

Denk aan Zondag 1 van de Catechismus.
Wat is het fantastisch om eigendom te zijn,
niet van jezelf, maar van Jezus Christus.
Hij heeft ons gekocht met kostbaar bloed.
En nu hoef ik niet meer zelf te bepalen wat goed is, en wat kwaad.
Als ik dat zou moeten; ik zou het niet kunnen.
Nu hoef ik niet meer zelf te beslissen waar ik heen moet,
maar gewoon volgen waar mijn Heer me wijst. Dat geeft een rust hoor.

(Pauze)

Voor sommige mensen werk het zo.
Ze hebben gezien hoe mooi het leven is
als je luistert naar Gods omgangsregels,
naar de richtingwijzers naar het goede leven.
Maar niet iedereen lukt dat, om dat zo te zien.
Ikzelf vind het eerlijk gezegd soms vreselijk irritant als iemand me zegt
hoe goed Gods regels zijn.
Het zit denk ik in ons allemaal dat we liever zelf bepalen wat goed is.
Zeggen dat je slaaf bent, strijkt dan zo tegen je ego in.
Ik zeg liever dat ik Kind ben van God, dan slaaf. We zijn toch vrij?
Vroeger keek ik neer op mensen die zo blij
en dankbaar de wet probeerde te doen.

Het was echt een ontdekking dat God met iedereen zijn eigen weg gaat.
We zijn allemaal slaven, maar dat maakt ons elkaars gelijken,
We luisteren we naar dezelfde woorden.
We dienen dezelfde heer.
Maar God laat de ene slaaf iets anders van zijn grootheid zien,
dan wat Hij een ander laat ontdekken.
God geeft de ene dienaar de ene opdracht, en een ander een andere.
Niet elke knecht in het huishouden
is verantwoordelijk voor het schilderwerk van het huis.
Niet elk lichaamsdeel heeft dezelfde functie.
Het hoort bij de goede zorg van onze Meester
dat hij ons persoonlijk behandelt.

Als je dan naar anderen kijkt, zie dan, dat al die dienaren God willen dienen.
Zoek naar de liefde voor God die daar achter zit:
Wie een feestdag viert, doet dat om de Heer te eren; wie alles eet, doet dat om de Heer te eren, en hij dankt God voor zijn voedsel. Wie iets niet wil eten, laat het staan om de Heer te eren, en ook hij dankt God.

Mag ik het zo vertalen:
Wie ’s zondags 2 keer naar de kerk gaat, doet dat om God te dienen,
en wie nu geniet van de natuur en samen wil zijn met familie, dient God.
Wie meent dat vrouwen ambtsdrager mogen zijn, dient God,
en ook wie vindt dat vrouwen geen ambtsdrager mogen zijn, dient God.

Begrijp me niet verkeerd. Je kan ook jezelf dienen, en niet God.
Als je ’s zondagmiddag gewoon geen zin hebt,
en de natuur of je gezin als smoesje aanvoert om niet naar de kerk te komen.
Je kan ook jezelf dienen, en niet God, als je hier nu alleen voor de vorm zit,
voor de schone schijn, maar er niet met je hart bij bent.

Maar voordat je op een ander neerkijkt,
voordat je op Gods rechterstoel gaat zitten en Gods waarheid gebruikt
om jouw waarheid op te leggen, wacht even.
Aanvaard elkaar eerst. Zonder dat je de ander moet bestrijden.

En dan heeft Paulus later heus nog wel iets te zeggen
over wel of geen offervlees.
Lees Romeinen maar verder, of 1 Kor 8–10.
Daar valt ook nog een hele preek over te maken.
Maar het begint met beseffen wie jij bent. Je bent een slaaf.
Gewoon, een trouwe dienaar, die echt God wil dienen.
Net zoals die ander, waar je je zorgen om maakt,
maar God heeft hem of haar gekocht,

We willen elkaar in de kerk zo graag vasthouden,
Maar dat begint met loslaten.
Het is niet jou taak om de ander te beoordelen, te verbeteren, te redden.
Dat doet God wel.
En wij, wij zijn allemaal slaven.

4. Vertrouw daarom op de goede meester
Want je kan je soms echt zorgen maken om anderen. Komt dat wel goed?
Ontsporen we niet? – Maar Paulus dringt er op aan:
Of hij wel of niet volhardt in het geloof gaat alleen zijn eigen meester aan – en hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen

En dat is een kwestie van vertrouwen. Op God.
Ik hoef niet zelf de andere slaven in het oog houden,
niet al te krampachtig doen over mensen met een andere opvatting
niet neerkijken op mensen met een andere mening
niet zelf heer en meester willen zijn, maar me overgeven. Loslaten.
En dat loslaten is bekeren.

Loslaten en vertrouwen.
Dat is het tegenovergestelde van onverschillig zijn.
Zo van, ik laat jou in je waarde, en jij laat mij in m’n waarde,
en verder hebben we niets meer met elkaar te maken.
Juist wel, want we dienen dezelfde Heer.
Juist als we allebei, de sterken en de zwakken, opkijken naar de Heer,
vinden we elkaar. In het huis, waar we God dienen, komen we elkaar tegen.

Maar maak je niet groter dan je bent.
We zijn allemaal knechten van God, dus elkaars gelijken,
allemaal kijken we op naar dezelfde Heer.
Ik heb niet het recht, de positie om op andere neer te kijken.
Misschien moet ik zelfs maar geen mening hebben over anderen,
maar dat loslaten. Paulus zegt daarom: Aanvaard elkaar.
Begin daarmee. Maar de belangrijkste reden omdat te doen,
is omdat God heus wel zorgt dat het niet mis gaat.
En hij zal volharden, want de Heer heeft de macht hem dat te laten doen.

En wat je dan ziet is echt geweldig. Je ziet bij al die verschillende dienaren,
die in het huis van God bezig zijn, de liefde voor hun meester.
Met een liefde en een overtuiging, die God hen zelf gegeven heeft.
De ene dienstmeid brengt haar meester op sabbat een feestmaal.
Een butler doet dat op zondag.
Maar beide dienen ze dezelfde Heer.
De Heer, de Meester van al die dienaren, zal ze vasthouden.
Hij heeft de macht om dat te doen.

En daarin neemt hij jou zorgen dus ook serieus.
Ja, zelfs nog meer serieus dan jij zelf.
God heeft er belang bij dat het goed gaat met al zijn personeel.
En hij vanuit de meest zuivere motieven.

Wat kun je ernaar verlangen om elkaar vast te houden.
Maar dat begint met loslaten.
Dat is niet altijd makkelijk. Loslaten is je bekeren.
Maar God is te vertrouwen; hij laat zijn dienaren nooit los.

Amen


online delen:

tag loslaten vertrouwen overgave meeleven slaaf anders volharding der heiligen

Meer preken uit Romeinen