GK 107:1 (=lvk255:1) Wet + gal 5:22 GK 103:5 en 6 Gebed Lezen Hand 2:1-24 ps 18:1 Hand 2:32-35 ps 110:1 Hand 2:36-42 Deut 16:1-17 preek LK 477: 1 en 2 Gebed Collecte GK 104: 1, 2, 6, 8 LvK 456:1,2 Zegen; als amen: vers 3

Geliefde gemeente van onze Here Jezus.

Het is Pinksteren. We vieren dat de Geest is uitgestort.
Voor sommige christenen is Pinksteren het mooiste feest van het jaar.
Gaat het eindelijk eens over de Heilige Geest.
En wat kun je soms ook verlangen naar het werk van de Geest.
Hij geeft gaven, en vruchten; er valt zoveel moois te beleven,
te verwachten, om je naar uit te strekken.
Voor sommigen is Pinksteren het mooiste feest.

Anderen zijn niet zo enthousiast. Alsof het ook alleen daarom zou gaan.
Pinksteren is het laatste feest van het kerkelijk jaar.
en dat voel je soms: het seizoen bijna is afgelopen.
De zomer komt er aan, en je kijkt uit naar de vakantie.
Daar komt nog bij dat de Heilige Geest iets ongrijpbaars heeft.
Van Vader heb je een beeld, en van Jezus ook.
Maar wat de Geest doet is soms zo vluchtig als de wind.

Hoe je hier vanmorgen ook zit,
het is altijd goed om te kijken naar wat God doet.
Deze zondag wil ik dat met u doen.
Vanuit de wetten van Mozes, Deuteronomium 16,
hoop ik het pinksterfeest in het verband te zetten
van de grote feesten die God geeft.
Ik wil bij 3 punten stilstaan.

  1. de feesten
  2. de cadeaus
  3. de oogst

De Feesten

God geeft feesten. Dat is misschien een open deur.
Maar laat het eens op je in werken. God geeft feesten.
Dat zegt ook iets over God hè? Hij houd wel van een feestje.
Mag je dat zo zeggen? Ja, dat denk ik wel.
Natuurlijk is er niet altijd reden voor.
Ik bedoel, als ik kijk naar mijn eigen leven,
en als ik dat leg naast de wet,
dan is dat bepaald geen reden voor vrolijkheid.
Maar dan is juist goed om te kijken naar wat God doet.
Want hij heeft er juist alles, letterlijk alles,
aan gedaan om het goed te maken.
Het is het verlangen van God dat het goed zit tussen hem en jou.
Zodat hij feest kan vieren, met u, zoals u hier zit.

God geeft daarom feesten. Ook om belangrijke momenten te markeren.
Even stil te staan. Terugdenken aan wat Hij voor jou gedaan heeft.

Daarnaast is het ook gewoon goed voor je.
We hebben het nodig om af en toe te ontspannen.
De een gaat mountainbiken, de ander jagen, iemand anders tennist.
En God weet ook dat mensen dat nodig hebben.
Daarom bedacht hij een werkweek om te werken, en dan een rustdag.
Dat is goed voor je.

Maar zelfs in die cadans kun je er moe van worden,
dus af en toe pak je wat meer rust:
even een weekje weg en dan kun je er weer tegenaan.
De Feesten die God geeft hebben ook die functie. Even een week eruit.
In Deuteronomium 16 hebben we daarover gelezen, drie grote feesten,
waarbij God ook wilde dat de mensen naar Jeruzalem kwamen.
Het zijn als het ware 3 hoogtepunten van het kerkelijk jaar voor Israel.

Laten we er eens naar kijken. Eerst Pesach. Pasen. Een feest van bevrijding.
Niet meer afgebeuld door die slavendrijvers van Egypte;
Weggeleid, door God naar het beloofde land gebracht.
En dat moesten ze gedenken met een paaslammetje.
En daarbij brood dat geen gist in zich had.
Een Matze, een soort cracker. Brood zonder gist.
Zeg maar, brood: in pure vorm, zonder extra ingrediënten.
God wilde in het land geen desem, geen gist hebben.
Het feest van de bevrijding is tegelijk een feest van de grote schoonmaak.

God noemt het tranenbrood, want Pesach is een serieus feest.
Als je denkt aan het laatste avondmaal.
Judas doopt zijn brood in hetzelfde bakje als Jezus.
We weten van de joodse gebruiken wat ze op zo’n Pesach maaltijd
allemaal aten. Dat kommetje waar je je brood in dipte, dat
waren waarschijnlijk de bittere kruiden, ook deel van de Paasmaaltijd.
Bittere kruiden, want de herinnering aan Egypte was bitter.
En daarnaast stond een kommetje met zout water.
Ook om je eten in te dopen. Zout water, want het moest
naar tranen smaken. Pesach is een serieus feest. Met tranenbrood.

Maar dat doet je er juist aan denken dat God er alles,
letterlijk alles, aan heeft gedaan om het goed te maken.
Hij wil dat het goed zit tussen hem en jou.

Pesach viert dat Israël uit Egypte, naar het beloofde land is gebracht.
Dat vruchtbare land, dan overvloeit van melk en honing.
Direct na Pesach begonnen mensen met de eerste graanoogst.
7 weken lang, 49 dagen, om precies te zijn.
Dit feest heet wekenfeest omdat het 7 weken na Pasen is.
En op de 50e dag was het weer feest.
Ons woord Pinksteren komt vanuit het Griekse woord voor 50.
Wekenfeest en Pinksteren is hetzelfde.

Met wekenfeest vier je dat de eerste oogst erop zit.
Een op en top vrolijk feest. Uitbundig staat in Deuteronomium.
Er is nog een boel te oogsten, druiven, olijven, vijgen.
En het graan dat nu geoogst is, moet nog gedorst worden.
Er is nog genoeg te doen. Maar de eerste oogst is binnen.
De kop is eraf. En dat is reden voor een uitbundig feest.

Van alle eerste oogst, de eersteling, gold dat je dat naar God bracht.
En dat in de tempel aanbood als offer.
Voor dit graanoogstfeest, bracht je dus dat eerste meel naar de priester.
Want God verandert tranenbrood in feestbrood.

Het derde grote feest is Loofhutten. De oogst zit erop.
En mensen moeten nu gaan kamperen.
In een zelfgemaakt hutje; terugdenken aan de tenten in de woestijn,
en tegelijk uitrusten en genieten van de oogst die God heeft gegeven.
Een soort dankdag en vakantie in een.

Deuteronomium noemt deze 3 feesten samen als de grote feesten.
Een kerkelijk jaar voor Israël. En er vallen een paar dingen op:

Er is een refrein bij de drie feesten:
U moet dan feestvieren, voor Gods ogen, samen met uw zonen en dochters, uw slaven, uw slavinnen, de Levieten die bij u in de stad wonen, en de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. en: doe dat op de plaats die de HEER, uw God, zal kiezen om er zijn naam te laten wonen.
Voor alle drie de feesten geldt: doe het met elkaar. Zonen en dochters,
dienaren en dienaressen. Iedereen moet meedoen.
En doe het op de plaats die God uitkiest. Dat is dus Jeruzalem geworden.

Als je dit zo leest, en legt naast het Pinkster–verhaal,
dan snap je dat de discipelen in Jeruzalem zijn.
Daar moest ook iedereen zijn. Ze hadden de 50 dagen na Pesach afgeteld.
En nu was het eerste oogstfeest. Het wekenfeest.
10 dagen eerder, met hemelvaart, had Jezus ook al gezegd:
zorg dat je erbij bent in Jeruzalem.
Je moet zijn op de plaats die God uitkiest.
Wacht daar, met elkaar, op wat komen gaat.

Handelingen 2:1, klinkt als een inleidende zin van het verhaal.
Toen de dag van het pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar.
Het klinkt zo gewoon, maar op de achtergrond hoor je het aftellen
van de 50 dagen, de 7 weken, het met zn allen zijn.
Ze zijn gehoorzaam aan Gods geboden.
Want feestvieren, doe je door bij God te zijn.

Als Petrus begint te preken, over wat er nu gebeurt is, als de Geest
is uitgestort, gaat hij de profetie van Joel uitleggen.
En weer zie je dat God alle mensen erbij wil hebben.
Er mag niemand ontbreken. Hij stort zijn Geest uit over alle mensen.
Zonen en Dochters, Ouderen en Jongeren, dienaren en dienaressen.
Want feestvieren doe je samen.

Er is nog een laatste ding wat opvalt bij de 3 feesten in Deuteronomium.
Je zou denken dat alleen Pesach gaat over de bevrijding uit Egypte.
De andere 2 feesten, Wekenfeest en Loofhutten gaan meer over de oogst.
Maar ook bij het wekenfeest zegt God, vers 12:
bedenk dat u zelf in Egypte slaaf bent geweest.
En ook het loofhuttenfeest, was om terug te denken aan de tentjes
waarin Israël woonde toen ze van Egypte naar Israël werden geleid.

Alle drie de feesten, staan in het teken van Gods bevrijding.
Dus als Petrus gaat preken, gaat het over wat er met Pasen is gebeurt.
Jezus staat centraal in Petrus’ pinksterpreek. Hij zegt:
Jezus uit Nazareth is door God tot u gezonden, dat bleek wel uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden.
God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden.

De cadeaus

Bij een feest horen cadeautjes.
God heeft daarom gezegd hoe Israël vroeger offers moest brengen.
Zo leerde je zeggen: Alstublieft God, ik heb hier iets moois voor U.
Een offer laat iets zien van afhankelijkheid.
Ook heel logisch dat je dat speciaal bij oogstfeesten doet,
zoals Wekenfeest en Loofhutten. En met het wekenfeest,
bracht je de eersteling, de eerste opbrengst van de graanoogst.

Maar God is niet iemand die een verlanglijstje geeft, zo van:
ik wil de volgende dingen van je hebben, een lam, een meeloffer,
een brandoffer. En dat is het dan…
Of zoals we misschien vandaag zouden zeggen, God wil je tijd, je inzet,
en wat vvb. Natuurlijk heeft God er recht op.
Maar wat nou zo mooi is aan God, is dat hij zelf meedoet.
God houdt zich ook zelf aan zijn wetten.

In de plaats die God heeft uitgekozen, Jeruzalem,
heeft God een Lam geofferd.
Hij gaf ons Jezus, om als Lam geslacht te worden.
Zo vieren wij, in het NT, de bevrijding van de zonde.
Het feest van de grote schoonmaak.
Maar ook met het wekenfeest, met Pinksteren komt God
met een vrijwillige Gave. Hij geeft de Heilige Geest.
Leg dat dan nog eens naast Deuteronomium 16:10:
U moet het Wekenfeest vieren, zo uitbundig als uw vrijwillige gaven het toelaten,
naar de mate waarin de HEER, uw God, u zegent.

Dus wat je offert, geeft aan hoe gezegend je je voelt.
Als je dan kijkt wat God geeft, zijn Heilige Geest,
nou dan moet hij zich wel heel gezegend voelen met ons.
Zo blij is hij met jou.

Dit is nou onze God. Hij bevrijdt je door zichzelf als Lam te geven.
In Jezus, geeft God zichzelf. En met Pinksteren opnieuw. Vrijwillig.
Niet omdat we opnieuw bevrijd moeten worden,
dat hoeft na Pasen niet meer.
Als hij ons de Geest geeft, geeft God opnieuw zichzelf;
dat is nou typisch onze God.

Bij een feest horen cadeautjes. De Heilige Geest zelf, is zo’n cadeau,
een geschenk uit de hemel.
Maar hij geeft ook cadeaus aan ons. Gaven.
Een van die gaven zie je op de pinksterdag heel duidelijk: tongentaal.
Opeens kunnen de ongeschoolde discipelen van Jezus in talen spreken,
wat ze daarvoor niet konden.
En het klopt ook helemaal op deze dag.
Want in Jeruzalem waren Joden gekomen uit alle uithoeken van de wereld.
Zo stond het ook in Deuteronomium, met zn alle naar Jeruzalem.
En nu kan iedereen het evangelie horen.
Petrus’ preek, komt in je moedertaal naar je toe.

Maar er is nog iets bijzonders aan deze gave,
die kenmerkend is voor al het werk van de Geest.
Kijk eens naar alle verschillende talen die er zijn, en hoe dat gekomen is.
Aan het begin van onze wereldgeschiedenis sprak iedereen dezelfde taal.
We konden elkaar zo begrijpen.
Maar met de torenbouw van Babel waren wij mensen veels te arrogant.
We dachten, dat doen we wel even.
Als je dat verhaal in Genesis leest zie je dat zelfs God zegt:
Als ze willen, kunnen ze alles bereiken.
Zo gaaf zijn mensen dus gemaakt, zoveel kunnen we.
Maar God trapte toen wel even op de rem.
Hij verwarde de taal. Mensen konden elkaar niet meer begrijpen.
De Babylonische spraakverwarring is een vloek, een straf van God.
En als je op een examen Frans of Duits hebt zitten zweten,
dan snap je daar het begin van.

Maar echt niet alleen andere talen zijn verward.
Hoe vaak praten mensen ook nu langs elkaar heen?
Soms snap ik een ander niet, lukt het niet om contact te maken.
Maar wat de Heilige Geest doet, is die verwarring opheffen.
Het is Pasen geweest, de vloek mag eraf.
En dat is kenmerkend voor al het werk van de Heilige Geest.
Vanaf nu gaat het de goede richting in.
Dingen worden weer zoals het bedoelt is.
Puur, zuiver, intens Goed, zoals God zag dat het Goed was.

De heilige Geest is Gods vrijwillige Gave. Uitgestort op alle mensen.
Een cadeau, voor iedereen.
Toch als je kijkt naar de gaven van de Geest,
kan je soms een ongemakkelijk gevoel krijgen.
Hoe zit dat bijvoorbeeld met tongentaal?
Er zijn christenen die zeggen dat dat het enige bewijs is dat je
de heilige Geest hebt. Ik geloof dat niet. Want de Geest is uitgestort
op alle vlees. Op alle mensen, en Hij kan en doet zoveel meer.

Als tegenreactie kun je dan zeggen,
dat gedoe met tongentaal vandaag, is vast niet goed.
Mensen die vandaag zeggen dat ze een profetie hebben gehad,
nou ik weet het niet.
Maar ook dan zou ik zeggen, de Geest is uitgestort op alle vlees.
Als Gods vrijwillige gave. Hij geeft wat hij wil, aan wie hij wil.
En God zegt echt: Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren.

We zijn denk ik een beetje verleerd om dat zo te benoemen.
Maar als je gelooft dat de Heilige Geest op alle mensen is uitgestort,
dan zul je hem ook tegenkomen. Op onverwachte plekken.
Een raak woord van een kind. Als je opeens aan iemand denken moet:
He die moet ik weer eens een kaartje sturen,
en dat blijkt dan precies nodig te zijn.
Of je hebt een wijs woord op het goede moment,
precies wat iemand achteraf bleek nodig te hebben.

Begin maar klein. Maar weet wel dat hij er is.
Omdat hij is uitgestort op alle mensen, kun je hem ook overal tegenkomen.
Met Pinksteren vieren we dat. Het is begonnen.
Nu gaat het gebeuren. De eerste oogst is binnen.
En zo komen we bij het laatste punt.

De oogst

Pinksteren is een oogstfeest. We vieren het begin van de oogst.
En die oogst kun je op verschillende plekken herkennen.

Kijk alleen al naar de eerste 3000 gelovigen.
Een prachtig begin van de oogst. Of kijk naar Heilige Geest zelf.
Hij is ook een geschenk. Een van de vele die we nog krijgen.
Paulus schrijft in drie verschillende brieven,
dat we de Geest als voorschot hebben ontvangen. Hij is een vooruitbetaling.
Een eersteling van wat komen gaat.
Omdat de Geest werkt, kun je de oogst ook zien in je eigen leven.
De Geest gaat alles mooi maken. Herstellen naar hoe het bedoelt is.
Puur, zuiver, en intens goed, zoals God zag dat het Goed was.
Maakt van tranenbrood weer feestbrood.

Maar daar zit soms ook de pijn. Want het is niet altijd feest.
Je verlangt wel naar een heilig leven, maar dat valt soms tegen.
Hoe frustrerend kan het zijn als je merkt dat vruchten maar langzaam groeien.
De Geest herstelt. Maar toch spreken we nog steeds in verschillende talen.
De Geest heiligt, maar toch zien we een leven dat ook vaak niet heilig is.
De vloek mag eraf, want het is Pasen geweest,
toch zien we nog steeds de gevolgen van de vloek om ons heen.
Het is volbracht, en toch zitten we soms nog midden in de ellende.
Kijk dan nog eens naar de 3 feesten, het kerkelijk jaar van Israël.
We hebben Pinksteren gevierd, wekenfeest, maar we zijn er nog niet.
De Geest is nog maar het begin.
Het geschenk van de Geest is de eerste oogst.
Hij maakt ons leven nieuw, maar we zijn er nog niet.
Er valt nog wat te verwachten.
Is je trouwens ook wel eens opgevallen, dat van de
oudtestamentische feesten, het loofhuttenfeest
nog geen nieuwtestamentische invulling heeft gekregen?

Er komt nog wat aan, de eind-oogst moet ook nog komen.
Pinksteren was het laatste feest van ons kerkelijk jaar,
maar dat zou eigenlijk het een-na-laatste feest moeten zijn.
Want er valt nog zoveel te verwachten.

Het is dan juist de Geest, de trooster, die het helpt om vol te houden.
Die helpt om de komende oogst vol energie in te gaan.
Hij is het voorschot, de vooruitbetaling.
Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders.
Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen
om de oogst binnen te halen.
Ook daar helpt de Geest.

Als ik het probeer samen te vatten:
– Pinksteren viert het begin van de oogst.
De 3000 bekeerlingen waren de eerste oogst.
Maar dat is nog niet alles.
Daar zijn inmiddels heel wat christenen bij gekomen.
Wij bijvoorbeeld en er valt nog meer te verwachten.
– De Heilige Geest is het voorschot. Maar dat is nog niet alles.
Straks zullen we met God zelf oog in oog staan.
Er valt nog meer te verwachten.
– De gaven en vruchten die de Geest vandaag geeft.
In je eigen leven mag je dat herkennen. God is met je aan het werk.
Maar dat is nog niet alles. Hij zal je volmaakt maken.
Helemaal gaaf, er valt dus nog meer te verwachten.

Met Pinksteren vierden we dat begin.
Met Loofhutten zullen we het einde vieren.
De eerste vruchten van de Geest mogen we plukken.
Maar we zijn er nog niet.
De oogst is nog maar net begonnen.
Als Jezus terugkomt vieren we loofhuttenfeest.
Het feest van afhankelijkheid, maar ook van opluchting, nu zijn we klaar.
Het zal een vakantiefeest zijn. Ingaan in de eeuwige rust.
Kamperen in een tent, slapen onder de open hemel.

We hebben nog een groot feest tegemoet.
De Geest en de bruid zeggen:
Kom! We hebben zin in een feestje.

Amen


online delen:

tag Pesach Loofhutten toekomst kerkelijk jaar avondmaal graan kamperen vakantie rust afhankelijkheid Heilige Geest judaica

Meer preken uit Deutronomium